Wrap it up, y’all

wrap

Rond mijn zestiende, in expat Jakarta, waren mijn beste vriendinnen twee Texaanse dochters van wat ik voor het gemak maar even oliebaronnen noem. Die vaders waren dus in het land om al het zwarte goud van de zielige Indonesiërtjes af te pakken, en omdat wij in vergelijking maar arme sloebers waren (rijst, geen olie) namen die families mij, misschien ter compensatie, met open armen op in hun Dynasty mansions. Daarnaast was ik een enorme jock op die Internationale School en dat doet het altijd goed bij Amerikanen. En zo werden wij kinderen elk weekend in gepantserde Mercedessen naar de country club gereden en in ruil voor een zaterdag met unlimited expense account aan het zwembad moest ik soms wel op zondag in een bloemetjesjurk mee naar de kerk. Southern Baptist.

Het was een onwerkelijk leven, wat iedere expat zal kunnen beamen, en voor mij als dochter van een Indische moeder nog vervreemdender omdat ik alle connectie kwijtraakte met het volk waar ik me hier in Nederland juist zo verbonden mee voel. Maar terwijl ik er middenin zat genoot ik er maar van; een andere sensatie die de gemiddelde expat na het aanvankelijk schuldgevoel bekruipt. De eerste keer dat ik besefte dat onze chauffeur de hele avond OP ONS MOEST WACHTEN tot mijn ouders en ik het restaurant uit kwamen, heb ik een uur lang onbedaarlijk gehuild. Maar pijnlijk genoeg went alles.

Terug naar de southern hospitality. De met diamanten behangen moeders van deze gezinnen waren natuurlijk oerhuisvrouwen, al hoefden ze zelf geen vinger vuil te maken vanwege de constante aanwezigheid van dienstmeisjes. Een huishouden bestíeren, daar ging het om. Maar tussen al het commanderen en delegeren door, het waarmaken van een droompaleis waar alles blonk en glom en in overvloed aanwezig was, was er één vraag die elke middag boven ons huiswerk doorklonk: ‘Y’all want me to fix y’all a taco?’ Want de hulp mocht verder alles doen, maar de taco’s maakte moeder zelf. You don’t mess with a Tex’ Mex.

Een recept voor wraps voor 2 grote en 2 kleine mensen.  I’m totally messing with the Mex here, maar taco’s zijn in Amerika niet per se van die knapperige gebogen schelpen. Eerder zachte gevulde pannenkoekjes. Aan taco’s in Mexico durf ik geen enkele uitspraak te wijden.

6 tortilla’s. Bij de natuurwinkel hebben ze van die beschaafde tussenmaatjes.

1 kleine ui, gesnipperd

1 teen knoflook, gehakt

400 gram kipdijfilet in stukjes

2 tomaten in blokjes

1 blik zwarte bonen, uitgelekt

2 rijpe avocado’s in blokjes

2 stengels bleekselderij in dunne plakjes

handjevol alfalfa of andere scheuten

sap van een halve limoen

1 flinke theelepel korianderpoeder

1 flinke theelepel komijnpoeder

Fruit in een hapjespan de ui ca. 5 minuten op laag vuur. Voeg de knoflook toe en bak nog twee minuten. Korianderpoeder en komijnpoeder een minuutje meebakken. Vuur hoger en kip erbij. Gaar en bruin bakken, en wanner je het vuur uit zet direct de tomaatblokjes door de kip roeren. Intussen in een grote kom de zwarte bonen, avocado, bleekselderij en alfalfa mengen met het limoensap en peper en zout naar smaak. Tortilla’s (wraps) verwarmen volgens verpakking. Kip en avocadomengsel erin rollen. En inmiddels weet je : als je wil low carben – vergeet die pannenkoek maar. Ik heb er gister geroosterde bloemkool bij gegeten. Een hele.