Ienemieneschmutte

pompoenpit kip sinaziesaladevegakip bataatsalade

Nu ik sinds een paar maanden eindelijk heel oud ben ga ik kijken of ik er mee weg kan komen een paar keuzes niet te maken. Of op een paar keuzes terug te komen. Zoals die van driekwart jaar geleden: dat ik ging stoppen met spelen. Dat blijkt niet te werken, want van spelen word ik blij. Maar ik heb me wel net een jaar in Eten2.0 gestort, als in Werken in Eten. Cateren, wijnproeven, u weet wel, het hardere werk. (Nou, cateren is trouwens ècht hard werk. Ik heb afgelopen weekend 200 tartaren, parelhoen confits, Alkmaars gortheuveltjes en 400 geroosterde penen op borden gelegd – dat is geen kattenpis). En Werken in Eten doet me ook zó goed. (Ziet u hoe lang ik het woord Food probeer te vermijden?) Dus moet ik kiezen?

Nee. Ik ga binnenkort langswandelen in een Telefilm (dacht ik mooi ge-upgrade te worden van receptioniste, blijkt De Vrouw Van Marcel Musters eigenlijk geen tekst te hebben – ach ja, na een jaar uit de running maar weer klein beginnen) EN ik ga Eten2.0 zo proberen vorm te geven dat het vooral Schrijven Over Eten wordt en iets minder parelhoenen op bordjes leggen.

Niet kiezen is het nieuwe 40.

Ook niet kiezen: Kip of geen kip! Kan allebei. Een keer wel, een keer niet en dan wel de Vegetarische Slager in huis halen.

Salade van spinazie, kip en pompoenpitten EN salade van bataat, bimi en vegakip.

1) paar flinke handenvol gewassen verse spinazie

ca. 300 gram biologische kipdijfilet, in blokjes

3 eetlepels pompoenpitten

dressing van:

3 theelepels grove mosterd

1 eetlepel witte wijnazijn

3 eetlepels heel lekkere olijfolie

zout en peper

Bak de kipdijfilet gaar en goudbruin. Rooster de pompoenpitten in een droge koekenpan totdat ze licht kleuren. Meng alles met de dressing in een schaal, klaar.

2) 2 zoete aardappels, geschild en grofweg in frieten gesneden

ca. 200 gram bimi

1/2 blik kleine maiskolfjes. Eigenlijk niet zo lekker, maar soms heb je wel wat anders aan je hoofd. Liever bak je de afgesneden korrels van verse maiskolven, zoals VORIGE KEER

1/2 courgette in stukken

2 bakjes Kipstuckjes van De Vegetarische Slager

olie om in te bakken

1 volle theelepel gemalen korianderzaad

dressing van:

2 eetlepels zonnebloem- of koolzaadolie

1 eetlepel sesamolie

2 theelepels zoute sojasaus

1 eetlepel witte wijnazijn

Verwarm de oven voor op 200 graden. Hussel in een bakblik of ovenschaal de zoete aardappelfrieten met twee eetlepels olie, de koriander en wat zout en peper. Rooster tot ze mooie bruine puntjes hebben, circa 20 minuten. Gooi na de eerste 10 minuten de bimi en de courgette voorzichtig erbij. Bak intussen in een koekenpan de Kipstuckjes goudbruin en breng op smaak met zout en peper. Meng alles met de dressing in een schaal, klaar.

 

Kill your darlings

rucolaspinaziesalade

De tuin van een vriendin heeft rabarber growing up the ass, als een tuin een ass zou hebben, en dan nog eerder out of the ass. Dus zouden Matt en ik die stengels wel eens te lijf gaan, en ze hak-hak-kook verwerken tot compôte, crumble, en –cello, alles fotografisch vastleggend teneinde schitterend inspirerende beeldbegeleiding bij deze kekke stukjes. Er zou zelfs suiker aan te pas komen.

Niets van dat alles. Aangezien veel van onze ondernemingen ingeleid worden door een bezoekje aan Google, konden we al gauw de handdoek in de ring gooien toen bleek dat rabarber vóór de langste dag van het jaar geoogst dient te worden. En eindigde daar mijn jaarlijkse poging tot groenvingeren.

Planten/levende groenten en ik, het wil niet echt. Terwijl ik zo vreselijk graag een moestuin wil. In mijn handen kapt het meeste er gewoon mee, en dat geldt ook voor techniek. De keren dat een apparaat niet aangaat als ik aan de knoppen zit TERWIJL IK PRECIES HETZELFDE DOE ALS MATT; op diezelfde handen niet te tellen. Het is een wonder dat ik hier nog wekelijks een schrijfsel de digitale snelweg op weet te jagen, en inderdaad, soms lukt dat ook niet.

Eén troost: de rucola deed het nog. Niet geheel eerlijk verdeeld tussen de slakken en mij, maar toch genoeg voor een accent in de salade zo fris en zurig en pittig, dat het kicked dat vlakke bittere zakspul uit de supermarkt z’n ass.

Recept voor een vreselijk lekkere spinazie-rucolasalade.

200 gram rauwe verse spinazie, gewassen. Doe maar uit zo’n zak.

flinke handvol rucola, gewassen

½ courgette, in dikke plakken

1 (punt)paprika in ringen

1 avocado, geschild en in plakjes

100 gram spekblokjes

1 klein sjalotje, in dunne ringen

1 teen knoflook, in dunne plakjes

1 theelepel gemalen komijn

1 theelepel gemalen koriander

voor de dressing:

2 eetlepels dikke yoghurt

1 eetlepel azijn

1 theelepel honing

1 eetlepel olijfolie

zout en peper

Ik schrijf dus meestal achter de ingrediënten hoe je ze klaar moet hebben liggen, maar je kan natuurlijk het één snijden terwijl je het ander bakt. Hier bijvoorbeeld: verwarm vast een theelepel olie op middelhoog vuur in een koekenpan. Doe de spinazie, rucola en gesneden (ja, die wel) paprika vast in een saladekom. Spekjes in de koekenpan. Langzaam goudbruin bakken. Intussen sjalotje en knoflook snijden. Spekjes met schuimspaan uit pan scheppen en op keukenpapier op een bord laten uitlekken. Vuur laag zetten. Sjalotje in de koekenpan met spekvet doen en 5 minuten zachtjes fruiten. In die 5 minuten dressing maken. Eerst azijn in een kom, dan zout (lost lekker op), roeren, dan honing, dan yoghurt, roeren, dan olie, dan peper, enfin… Verdunnen met een paar druppels water. Ik begin met een paar druppels ‘cause there’s no turning back… Intussen mag die knoflook er wel bij, in die koekenpan. Vuur iets hoger en nog drie minuten zachtjes bakken. Intussen courgette snijden. Dan, bij knoflook en sjalot, specerijen in de pan. Minuut meebakken, beetje roeren. Kikkererwten erbij. Drie minuten. Pomtiedom. Alles uit de pan over de spinazie scheppen. Probeer wat vet achter te houden, anders moet je nu misschien een lepeltje olie aan de pan toevoegen. Vuur weer iets hoger. Courgetteplakken bakken, 2 à 3 minuten per kant. Intussen avocado schillen en in plakjes snijden. Courgette in de kom, avocado erbij, dressing erover. That’s how I roll, maar als jij een andere volgorde aan wil houden wordt het vast niet minder smakelijk. Lekker met brood voor zij die brood eten.