Huisje boompje muisje

gegrilde groentensalade

We zijn heel voorzichtig aan het kijken naar de eventuele mogelijkheid om langzaamaan eens te verhuizen. Nou, u hoort wel hoe goed wij beslissingen kunnen nemen. Toch is dat niet raar nu we voor keuzes in het leven komen te staan die jammerlijk verlost zijn van enkel de Iks-factor (Matt is één Ik en ik ben één Ik), maar ook bepalend zullen blijken voor het dagelijks leven van ons gebroed.

Ik ben drieëntwintig keer verhuisd in mijn leven dus zo’n punt zou het niet moeten zijn. De laatste tien keer was binnen Amsterdam (een kunstzinnige onderduik van vier jaar in Arnhem daargelaten), en de enige keer dat ik me in een woninghiaat bevond mocht ik die twee maanden bij mijn beste vriend logeren. Mijn moeder zei laatst dat ze dat destijds zielig voor me vond. Zielig? Het was er fantastisch! Midden in de Jordaan, recht tegenover mijn eigen oude huis, en ik was hem oneindig dankbaar. Ik sliep weliswaar in een bezemhok maar dat had mooi wel een gordijn, en de enige keer dat ik mezelf een beetje zielig vond was de nacht dat er in m’n slaap een muis aan mijn oor snuffelde. Ik weet nog dat ik bedacht heel hard te gaan gillen om hem weg te jagen, mijn mond open deed, en vervolgens het volume produceerde dat je van, nou, een míer zou verwachten. Stembanden verlamd van angst. Niet tof. Na wat slaapdronken rondmeppen was ie verdwenen, en ging ik naar boven om dit te maken.

Nee hoor! Ik ging gewoon verder slapen. Ik had alleen geen bruggetje naar dit ‘einde van de zomer, zeg maar dag met je handje’ recept.

Recept voor salade met gegrilde groenten en geitenkaas.

2 stronkjes witlof, in de lengte doormidden gesneden

2 ons sperziebonen, puntjes eraf

1 courgette, in drieën en dan in dikke plakken gesneden

1 blikje lima-/reuzenbonen, afgespoeld en uitgelekt

3 vastkokende aardappels, geschild en in gelijke stukken

ca. 120 gram geitenkaas of feta

1/2 groentenbouillonblokje

Olijfolie, zout, peper, sumak

Kook de aardappels gaar in een grote pan, in water tot ze net onder staan en het bouillonblokje, en stoom de sperziebonen daarboven beetgaar. Meng intussen in een diep bord de olie met zout, peper, en sumak en wentel daar de witlof en courgette in. Verhit een grillpan tot ie loeiheet is, vis de groenten uit de olie, en grill ze tot ze mooie streepjes hebben en beetgaar zijn. Verbrokkel met een vork de geitenkaas in het restant olie. Meng alles met de limabonen in een grote schaal. Ik gebruik nu drie keer per week sumak in de keuken, want ik weiger twee jaar met zo’n zakje in de kruidenla te blijven zitten…

Meatfree, niet beetfree

bietensalade

Naast me, in de bibliotheek, zit een mompelaar. Eigenlijk zit hij niet direct naast me, want dan was ik ‘m allang gepeerd, maar op acht meter toch dichtbij genoeg om de algemeen aanvaardde stiltesituatie enigszins te verstoren. Om de paar minuten zegt hij ‘nou’ tegen de krant, of hij loopt een rondje en pruttelt ‘hèhè’. Nu is het even stil want hij is in slaap gevallen boven zijn bakje rauwkost.

Ik vind het altijd ontzettend aangenaam in de bibliotheek. Omdat we in Afrika beperkte aanvoer hadden van kinderboeken en ik me na een paar maanden al door mijn zeecontainer had gewurmd,  ging ik op een gegeven moment maar over op de Jackie Collins collectie van mijn moeder. Toen was ik ongeveer zeven. Ik kon heel goed lezen want dat had ze me zelf geleerd (mijn moeder, niet Jackie) en toen ik daar doorheen was begon ik aan mijn vaders Ludlums. En als we dan weer even in Nederland waren kon ik naar de bibliotheek en me gewoon wentelen in Pinkeltje en zo, normal kids’ stuff. Voor mij hoort de bibliotheek bij een thuishaven; een plek van rust. Als je er één bezoekt in een vreemde stad, is de kans groot dat je je daar ook goed voelt, omdat je op kan gaan in een anonimiteit die tegelijk beschermd is. En serener dan bijvoorbeeld de metro.

O jee, nu word ik ook nog bevangen door ontroering omdat er iemand in de hal piano is gaan spelen. Zo leuk is onze bibliotheek, dat er een piano staat waarop ‘gevorderde spelers maximaal 30 minuten met een lichte toets mogen spelen’. Dat staat op het bordje en daar houdt iedereen zich aan, hoewel tot mijn spijt niemand het ooit dertig minuten volhoudt. Ook werpt zich nooit eens een maniak op de toetsen om eens lekker de vlooienmars kapot te rammen, terwijl ik zeker weet dat talloze bezoekers net als ik zich daartoe amper kunnen bedwingen. Gekje op acht meter zie ik er nog wel voor aan.

Nu ik hier toch zit schrijf ik maar een receptje op. Bietensalade; op de foto prehussel. Want hoewel de roze huzarensalade van Oma me altijd kostelijk smaakte, was dat toch niet helemaal de fotovibe die ik in gedachten had.

300 gram gekookte bieten in blokjes

150 gram zachte geitenkaas

2 stronkjes witlof, gewassen en gesneden

quinoa, gekookt, voor 3 à 4 personen

½ komkommer in blokjes

1 blik adukibonen (te vinden bij natuurwinkels), afgespoeld en uitgelekt

voor de dressing:

1 eetlepel azijn

3 eetlepels olijfolie

1 eetlepel mayonaise

paar druppels water

zout en peper

Meng alles door elkaar. You know the drill.

Boursinlullo

pasta boerenkool

Ik ben zo’n trut die haar boodschappenlijstje (kan die malle rubriek trouwens verdwijnen uit het Volkskrant Magazine?) maakt naar indeling van de supermarkt. Wie jaren geleden ooit de pech heeft gehad met mij door een supermarkt te moeten struinen, weet dat die methode heeeel goed voor mij is, want ik ben een etikettenlezer in combinatie met aartstwijfelaar. Zie je het voor je? Ik kon een uur wegblijven om een pakje boter. De keuze…de afleiding… Ik ril als ik er aan denk. En toen ik  voor wel VIER mensen hoofd inkoop werd, moest er iets veranderen.

Zodoende ga ik nu gewapend met nog-net-geen-Excelletje wekelijks het strijdveld op, en gun ik mezelf geen enkele afdwaling. Ram, bam, groente, kaas, vlees/vega, zuivel (eh, soja), blikvoer, vriesvak, kassa, klaar. En zo kwam ik laatst dus pas aan het eind van die achtbaanrit, graaiend in netgenoemd vriesvak, tot de ontdekking dat het merk Iglo in haar diepvriesspinazielijn een variant voert met Boursin. Bij elkaar! Door elkaar! Wow. Lui-hui.

Geen haar op mijn hoofd die er aan dacht het in m’n karretje te gooien, maar ik werd wel instantly transported back to days gone by, toen ik studeerde, ècht studeerde, niet dat fantastische toneelschool genavelstaar, maar lang daarvoor, aan de UvA, wat betekende dat ik níet studeerde. Disclaimer: Ik zeg niet dat niet-studeren tof is. Studeren is veel toffer. Ga/blijf studeren.

En al die avonden dat ik níet studeerde hing ik in de kroeg, of op een bank met vriendinnetjes. En wat maakten we dan voor elkaar, twee keer per week? Juist; pasta met diepvriesspinazie, Boursin, en spekjes. Heel ambachtelijk allemaal in hun eigen verpakking.

Ik weet zeker dat deze hedendaagse semi-kant-en-klaar variant er doorheen is gejast door één of andere lullo met natte haren, de dag na z’n borrelavond ergens tijdens z’n Unilever Product Development Traineeship. Z’n Senior was waarschijnlijk praeses Bestuur ’98-‘99, mooie pik, en met een knipoog en een ferme handdruk was het beklonken. Zo gaan die dingen…

Recept voor bovenstaande pasta, opgeleukt. Sowieso betere kaas.

Voor 2,5 pasta-eters en 1 bonenvreter.

Geen spinazie, maar zo’n zak van 300 gram boerenkool, gesneden en gewassen, uit de koeling van je supermarkt. Minder zompig dan die spinazie.

1 pakje rauwe ham (plakjes, vleeswaren)

ca. 200 gram zachte geitenkaas

1 potje halfgedroogde tomaatjes

1 kleine ui

200 gram fusilli (of andere pasta, maar aan fusilli blijft flink wat boerenkool kleven waarmee je je kinderen een hak kunt zetten)

1 blik limabonen, ook wel boter- of reuzenbonen genaamd, uitgelekt

olijfolie om te bakken

Kook ca.1,7 liter water. (Zo groot is mijn waterkoker). Verwarm 3 eetlepels olijfolie in een grote hapjespan en bak de ui 3 minuten op middelhoog vuur. Dit keer laten we de ui wèl een beetje bruin worden, lekker. Schuif de ui naar één kant van de pan, blijf er een beetje in roeren, en bak in dezelfde pan de plakjes rauwe ham goudbruin en knapperig. Kan waarschijnlijk in twee keer. Je propt natuurlijk ook nog een plakje zo in je mond. Laat de ham uitlekken op keukenpapier.

Voeg nog twee eetlepels olie toe aan de hapjespan. Ja, daar zijn we niet kinderachtig in. Zet het vuur iets lager en doe de boerenkool in de pan. Roer goed om zodat alles bedekt is met olie, voeg twee eetlepels heet water toe, roeren, deksel erop. Kook dan de pasta in een grote pan in dat gekookte water volgens de verpakking beetgaar. Schep af en toe de boerenkool om.

Hak intussen de tomaatjes grof en versnipper de ham. Je wil dat de boerenkool een beetje bruin wordt, echt bakt dus, maar niet aanbrandt. Gooi de limabonen, de tomaatjes en zout en peper naar smaak bij de boerenkool en zet het vuur uit. Giet de pasta af, roer direct door de groente, schep op borden en strooi de ham erover. Verkruimel daarboven ook de zachte geitenkaas. Tussenstap als je geen pasta wil: je bordje opmaken (= culi-netjes voor opscheppen) als hierboven maar dan met bijna alle limabonen gehamsterd voordat je de pasta door de rest van de boerenkool roert.