An American in Paris

sinaasappelcake

Omdat we altijd in malle verre landen woonden gingen wij nooit eens normaal in Europa op vakantie, op één keer na. Toen ik negen was en onze tijd in Gambia er op zat, vlogen we terug naar Nederland met een absurde omweg over Athene. Daar wilde mijn vader een oude professor gedag zeggen bij wie hij ooit stage had gelopen, en dit leek hem wel een geschikt routeplan. Eindeloos nostalgisch gemijmer viel mijn moeder en mij ten deel, over z’n leuke studievriendinnetje, over hoe graag hij een zoon had gehad en hem dan Ari had genoemd, ja, kort voor Aristoteles, over hoe goed hij Ouzo kon drinken, over lamsvlees, en dan schreeuwden wij dat hij nu moest ophouden en dan gingen we weer wat moois bekijken. Ik was betoverd door de Akropolis, kreeg niet genoeg van mythologie, en wilde elke avond wel naar een voorstelling in het openluchttheater.

Dat laatste is je reinste onzin, want een kind van negen kàn helemaal niet drie uur op een stenen bank naar iets onbegrijpelijks in de verte turen, en een uiltje knappen lukte ook al niet.

Mijn volgende Europese vakantie liet acht jaar op zich wachten. Toen mocht ik met vrienden die auto’s hadden een paar weken mee naar Spaanse campings. Mijn ouders moeten geen idee gehad hebben wat zich daar allemaal afspeelt, en ook ik vond het werkelijk een buitengewoon fenomeen.

Toen werd ik achttien en kwam het allemaal goed, want sindsdien ga ik gewoon elk jaar naar Parijs. Niet lang, niet echt op vakantie, maar een paar dagen per jaar zijn genoeg om me er zowel thuis te doen voelen als ongeveer achttien uitzonderlijk leuke herinneringen te creëren. Één daarvan:

We zijn negentien, twintig, we studeren in Amsterdam, we hebben een ouderwetse sleepover in het Haarlemse huis van ouders die op vakantie zijn, er staat een auto voor de deur. Het is vroeg in de avond, iemand zegt ‘kom, we gaan met z’n allen met de auto sigaretten halen’, we rijden de straat uit, iemand zegt ‘kom, we rijden door naar Parijs’, de sleepover verplaatst zich naar een Formule1 hotel net buiten de périphérique en om acht uur ’s ochtends zitten we aan een croissant in de zon in het 3e. Iemand is natuurlijk de pil vergeten maar daar doen ze bij la pharmacie niet moeilijk over, niks recept, u ook nog een doosje? En dan lopen, lopen, en op zoek naar de beste canard a l’orange.

Die canard maak ik vandaag niet. Want ik ging huisvrouwtruttenbakken op iets wat liefje morgen mee kan nemen naar z’n werk, om op z’n verjaardag te delen met alle andere stoere mannen daar. Ze zien hem aankomen…

Recept voor cake a l’orange.

Ik zeg erbij dat ik voor mezelf biologische sinaasappels had genomen vanwege veel rasp, maar die gasten zal het bommen natuurlijk. Ik heb een zeer standaard cakerecept, misschien wel het enige dat ik uit m’n hoofd ken, vol sinaasappel- en aanverwanten (likeur) gepropt, en TOEN ben ik er heel Amerikaans frosting bovenop gaan smeren. Dat u begrijpt dat ik niet zomaar wat uit m’n duim zuig als ik mijn post AN AMERICAN IN PARIS noem.

Voor de cake

2 sinaasappels, schoongeboend onder de kraan

200 gram gezeefd zelfrijzend bakmeel

200 gram fijne kristalsuiker

170 gram zachte ongezouten boter

4 eieren

2 volle eetlepels crème fraîche

2 eetlepels Grand Marnier of andere sinaasappellikeur

1 eetlepel poedersuiker

snuf zout

ingevette en met bloem bestoven cakevorm

Voor de frosting

50 gram zachte  ongezouten boter

50 gram Mon Chou of Philadelphia

50 gram poedersuiker

1 eetlepel Grand Marnier

restant sinaasappelrasp (komt straks)

Verwarm de oven voor op 160 graden Celsius. Rasp de schil van de sinaasappels. Hou een kwart van de rasp (niet het ding, maar de geraspte schil) apart, de rest doe je in een kom met de suiker. Neem nu even twee minuten om met je vingers de rasp en de suiker door elkaar te wrijven, tot de suiker geurig is. Meng dan, met een mixer, in ong.10 minuten de suiker met de boter en het zout tot een luchtig mengsel.

Meng één voor één de eieren erdoor. Dit is een hele goeie stap voor mij want nu stop ik met mijn vingers in de kom te steken en ze af te likken. Na elk ei wachten tot ie helemaal opgenomen is. Crème fraîche en likeur erin, nog een paar seconden mixen, en dan de mixer eruit. Spatel voorzichtig het gezeefde bakmeel erdoor. Giet in de cakevorm en zet in het midden van de oven.

Mijn cake deed er vandaag een uur over, maar check na 40 minuten of de binnenkant gaar is door er een mes of satéprikker in te steken (er moet niets aan blijven kleven), en leg er dan eventueel losjes aluminiumfolie overheen als de bovenkant te snel bruin wordt. Laat de cake afkoelen op een rooster. Meng het sap van één van de sinaasappels met de eetlepel poedersuiker. Leg een diep bord onder het rooster, prik wat gaatjes in de cake, en laat het sap er scheut voor scheut in lopen.

Maak de frosting door de boter en de Mon Chou in een paar minuten luchtig te mixen, en er dan voorzichtig de poedersuiker en de laatste sinaasappelrasp doorheen te mengen. Die poedersuiker kun je beter in eerste instantie niet met de mixer, maar met een spatel erdoor roeren voordat je de mixer weer aanzet. Paar minuutjes. Smeren maar. Lekker dik over die scheuren heen.

A taste of India

erwtensoep met kruidenolie

Ik doe nu wel tof over eten, maar tot mijn 18e vrat ik niks. Ja, Chinees, en M&M’s, en tosti’s. Tosti’s voornamelijk in café De Gouwe, om de hoek van de  kakschool waar ik eindexamen deed. Dat dat eindexamen ooit (glorieus) is gehaald is geheel te danken aan de toenmalige rector, die op een dag om 11 uur ’s ochtends briesend en snuivend het café binnenstormde en brulde “En nu allemaal naar school GODVERRREDOMME” waarna wij, circa zestig man sterk, het op een drafje naar buiten zetten. Ik meen me te herinneren dat hij zelfs nog een Arnie over het biljart sleurde.

Ik was als klein kind selectief achterdochtig naar voedsel; champignons at ik pas nadat mijn moeder me had wijsgemaakt dat het kippenlevertjes waren – dat soort kuren. En sommige ervaringen waren zo traumatisch dat ik blij ben dat ik een blog heb om het van me af te schrijven.

Zo was daar een jaren ’80 picknick met de familie Apte. De Aptetjes waren Indiase mensen gestationeerd in Nairobi, en omdat mijn vader zevenduizend mensen kent, kende hij ook de broer van mijnheer Apte, die toevallig, nou ja whatever enzovoort. Mijn vader en ik verschillen vaak van mening maar deze belevenis hakte er bij ons beiden in, bleek toen ik hem gister ondervroeg. Mevrouw Apte had een schat aan bakjes en waren uitgestald, we tastten vrolijk toe, en vervolgens heb ik een kwartier met die eerste hap in m’n mond stiekem zitten kokhalzen. Daarna heb ik onopvallend een riviertje opgezocht, m’n papje uitgespuugd en de rest van de middag verzadiging geveinsd.
Volgens mijn vader ging het zo: “Ja, hahaha, jij vond het zo vies dat je het in de rivier ging spugen, die rivier zat vol met Nijlkrokodillen woehahahahaha, ik vond het ook niet te vreten, ze hadden niet eens vlees! Ik weet het nog goed, ik had verdomme zo’n zin in kip Tandoori…”

WTF deden we in the first place aan een rivier met krokodillen?? Het heeft in ieder geval vijftien jaar geduurd voordat ik weer Indiaas durfde te eten, terwijl ik inmiddels een moord zou doen voor de vegetarische kunsten van mevrouw Apte. Daarom vandaag een eerbetoontje aan haar. She’d probably laugh in my face…

Recept voor een grote pan gele spliterwtensoep met kruidenolie.

500 gram gedroogde gele spliterwten. Bij mijn supermarkt te vinden bij de Surinaamse producten.

2 uien, gehakt

3 tenen knoflook, fijngehakt

1 eetlepel tomatenpuree. Ik had vandaag een exploderend blikje. Spectaculair!

1 afgestreken eetlepel garam masala

2,5 liter groentebouillon

Zonnebloemolie

Peper en zout

Voor de kruidenolie:

1 bosje verse koriander

1 bosje verse bladpeterselie

stukje gember van 1 cm, gehakt

sap van ½ citroen

1 eetlepel zoute ketjap/sojasaus

3 eetlepels zonnebloemolie

Neem een heel grote pan met dikke bodem (waar ruim 2,5 liter vocht in past), en verwarm 3 eetlepels zonnebloemolie. Fruit op laag vuur de ui in ca.10 minuten zacht en glazig. Spoel de spliterwten goed af. Voeg de knoflook toe en bak nog drie minuten. Dan de garam masala erdoor roeren. Oeh, dat ruikt lekker. Na een minuutje de tomatenpuree erbij, ook even meebakken. Spliterwten erbij, en de bouillon. Begin maar met 2 liter, er kan later altijd meer bij. Aan de kook brengen, vuur temperen, deksel schuin op de pan, heel zachtjes door laten koken, en anderhalf uur iets anders gaan doen. Bijvoorbeeld de krant lezen en de kruidenolie maken. Alle ingrediënten voor de kruidenolie met de staafmixer pureren in zo’n mengbeker.

Vergeet niet af en toe in de soep te roeren. Na een uur en een kwartier begin je wat erwtjes te proeven, of ze zacht genoeg zijn, of er bouillon bij moet. Toen ik ze goed vond, heb ik eerst een kommetje zo gegeten, met de kruidenolie en wat gehakte halfgedroogde tomaat (zie foto). De rest heb ik gepureerd want opeens kwamen er kinderen thuis.
Besprenkel de soep in kommen met de kruidenolie, en eet met bijvoorbeeld naanbrood.

Boursinlullo

pasta boerenkool

Ik ben zo’n trut die haar boodschappenlijstje (kan die malle rubriek trouwens verdwijnen uit het Volkskrant Magazine?) maakt naar indeling van de supermarkt. Wie jaren geleden ooit de pech heeft gehad met mij door een supermarkt te moeten struinen, weet dat die methode heeeel goed voor mij is, want ik ben een etikettenlezer in combinatie met aartstwijfelaar. Zie je het voor je? Ik kon een uur wegblijven om een pakje boter. De keuze…de afleiding… Ik ril als ik er aan denk. En toen ik  voor wel VIER mensen hoofd inkoop werd, moest er iets veranderen.

Zodoende ga ik nu gewapend met nog-net-geen-Excelletje wekelijks het strijdveld op, en gun ik mezelf geen enkele afdwaling. Ram, bam, groente, kaas, vlees/vega, zuivel (eh, soja), blikvoer, vriesvak, kassa, klaar. En zo kwam ik laatst dus pas aan het eind van die achtbaanrit, graaiend in netgenoemd vriesvak, tot de ontdekking dat het merk Iglo in haar diepvriesspinazielijn een variant voert met Boursin. Bij elkaar! Door elkaar! Wow. Lui-hui.

Geen haar op mijn hoofd die er aan dacht het in m’n karretje te gooien, maar ik werd wel instantly transported back to days gone by, toen ik studeerde, ècht studeerde, niet dat fantastische toneelschool genavelstaar, maar lang daarvoor, aan de UvA, wat betekende dat ik níet studeerde. Disclaimer: Ik zeg niet dat niet-studeren tof is. Studeren is veel toffer. Ga/blijf studeren.

En al die avonden dat ik níet studeerde hing ik in de kroeg, of op een bank met vriendinnetjes. En wat maakten we dan voor elkaar, twee keer per week? Juist; pasta met diepvriesspinazie, Boursin, en spekjes. Heel ambachtelijk allemaal in hun eigen verpakking.

Ik weet zeker dat deze hedendaagse semi-kant-en-klaar variant er doorheen is gejast door één of andere lullo met natte haren, de dag na z’n borrelavond ergens tijdens z’n Unilever Product Development Traineeship. Z’n Senior was waarschijnlijk praeses Bestuur ’98-‘99, mooie pik, en met een knipoog en een ferme handdruk was het beklonken. Zo gaan die dingen…

Recept voor bovenstaande pasta, opgeleukt. Sowieso betere kaas.

Voor 2,5 pasta-eters en 1 bonenvreter.

Geen spinazie, maar zo’n zak van 300 gram boerenkool, gesneden en gewassen, uit de koeling van je supermarkt. Minder zompig dan die spinazie.

1 pakje rauwe ham (plakjes, vleeswaren)

ca. 200 gram zachte geitenkaas

1 potje halfgedroogde tomaatjes

1 kleine ui

200 gram fusilli (of andere pasta, maar aan fusilli blijft flink wat boerenkool kleven waarmee je je kinderen een hak kunt zetten)

1 blik limabonen, ook wel boter- of reuzenbonen genaamd, uitgelekt

olijfolie om te bakken

Kook ca.1,7 liter water. (Zo groot is mijn waterkoker). Verwarm 3 eetlepels olijfolie in een grote hapjespan en bak de ui 3 minuten op middelhoog vuur. Dit keer laten we de ui wèl een beetje bruin worden, lekker. Schuif de ui naar één kant van de pan, blijf er een beetje in roeren, en bak in dezelfde pan de plakjes rauwe ham goudbruin en knapperig. Kan waarschijnlijk in twee keer. Je propt natuurlijk ook nog een plakje zo in je mond. Laat de ham uitlekken op keukenpapier.

Voeg nog twee eetlepels olie toe aan de hapjespan. Ja, daar zijn we niet kinderachtig in. Zet het vuur iets lager en doe de boerenkool in de pan. Roer goed om zodat alles bedekt is met olie, voeg twee eetlepels heet water toe, roeren, deksel erop. Kook dan de pasta in een grote pan in dat gekookte water volgens de verpakking beetgaar. Schep af en toe de boerenkool om.

Hak intussen de tomaatjes grof en versnipper de ham. Je wil dat de boerenkool een beetje bruin wordt, echt bakt dus, maar niet aanbrandt. Gooi de limabonen, de tomaatjes en zout en peper naar smaak bij de boerenkool en zet het vuur uit. Giet de pasta af, roer direct door de groente, schep op borden en strooi de ham erover. Verkruimel daarboven ook de zachte geitenkaas. Tussenstap als je geen pasta wil: je bordje opmaken (= culi-netjes voor opscheppen) als hierboven maar dan met bijna alle limabonen gehamsterd voordat je de pasta door de rest van de boerenkool roert.

Wrap it up, y’all

wrap

Rond mijn zestiende, in expat Jakarta, waren mijn beste vriendinnen twee Texaanse dochters van wat ik voor het gemak maar even oliebaronnen noem. Die vaders waren dus in het land om al het zwarte goud van de zielige Indonesiërtjes af te pakken, en omdat wij in vergelijking maar arme sloebers waren (rijst, geen olie) namen die families mij, misschien ter compensatie, met open armen op in hun Dynasty mansions. Daarnaast was ik een enorme jock op die Internationale School en dat doet het altijd goed bij Amerikanen. En zo werden wij kinderen elk weekend in gepantserde Mercedessen naar de country club gereden en in ruil voor een zaterdag met unlimited expense account aan het zwembad moest ik soms wel op zondag in een bloemetjesjurk mee naar de kerk. Southern Baptist.

Het was een onwerkelijk leven, wat iedere expat zal kunnen beamen, en voor mij als dochter van een Indische moeder nog vervreemdender omdat ik alle connectie kwijtraakte met het volk waar ik me hier in Nederland juist zo verbonden mee voel. Maar terwijl ik er middenin zat genoot ik er maar van; een andere sensatie die de gemiddelde expat na het aanvankelijk schuldgevoel bekruipt. De eerste keer dat ik besefte dat onze chauffeur de hele avond OP ONS MOEST WACHTEN tot mijn ouders en ik het restaurant uit kwamen, heb ik een uur lang onbedaarlijk gehuild. Maar pijnlijk genoeg went alles.

Terug naar de southern hospitality. De met diamanten behangen moeders van deze gezinnen waren natuurlijk oerhuisvrouwen, al hoefden ze zelf geen vinger vuil te maken vanwege de constante aanwezigheid van dienstmeisjes. Een huishouden bestíeren, daar ging het om. Maar tussen al het commanderen en delegeren door, het waarmaken van een droompaleis waar alles blonk en glom en in overvloed aanwezig was, was er één vraag die elke middag boven ons huiswerk doorklonk: ‘Y’all want me to fix y’all a taco?’ Want de hulp mocht verder alles doen, maar de taco’s maakte moeder zelf. You don’t mess with a Tex’ Mex.

Een recept voor wraps voor 2 grote en 2 kleine mensen.  I’m totally messing with the Mex here, maar taco’s zijn in Amerika niet per se van die knapperige gebogen schelpen. Eerder zachte gevulde pannenkoekjes. Aan taco’s in Mexico durf ik geen enkele uitspraak te wijden.

6 tortilla’s. Bij de natuurwinkel hebben ze van die beschaafde tussenmaatjes.

1 kleine ui, gesnipperd

1 teen knoflook, gehakt

400 gram kipdijfilet in stukjes

2 tomaten in blokjes

1 blik zwarte bonen, uitgelekt

2 rijpe avocado’s in blokjes

2 stengels bleekselderij in dunne plakjes

handjevol alfalfa of andere scheuten

sap van een halve limoen

1 flinke theelepel korianderpoeder

1 flinke theelepel komijnpoeder

Fruit in een hapjespan de ui ca. 5 minuten op laag vuur. Voeg de knoflook toe en bak nog twee minuten. Korianderpoeder en komijnpoeder een minuutje meebakken. Vuur hoger en kip erbij. Gaar en bruin bakken, en wanner je het vuur uit zet direct de tomaatblokjes door de kip roeren. Intussen in een grote kom de zwarte bonen, avocado, bleekselderij en alfalfa mengen met het limoensap en peper en zout naar smaak. Tortilla’s (wraps) verwarmen volgens verpakking. Kip en avocadomengsel erin rollen. En inmiddels weet je : als je wil low carben – vergeet die pannenkoek maar. Ik heb er gister geroosterde bloemkool bij gegeten. Een hele.

Welcome to the jungle

bruine bonen

Mijn vader deed iets met rijst maar deep down lag zijn hart niet bij plantjes, maar bij dieren. Met een bijna kinderlijke fascinatie voor alles met poten sleepte hij tijdens onze jaren in de tropen met grote regelmaat een (levend) dier mee naar huis  en hoopte dan dat wij het een net zo prettige leefomgeving konden bieden als, zeg, de jungle waaraan het arme beest gewend was. Schandalig, ik weet het. Maar mijn vader heeft, ehm, aparte ideeën en dat is weer voer voor een heel andere blog.

Zo heb ik zelf als huisdieren (uiteraard) honden gehad, eendjes, een hertje, een wilde kat, en een geit (Mekker). Dan tel ik niet mee mijn vaders eigen wilde kat, zijn zwijn, en de apen. Allemaal bijdragend aan ergernis dan wel doodsangst van mijn moeder, die al met ‘r ogen rolt als ze ergens een poes ontwaart. Dat is ook niet vreemd, als je tot het uiterste getergd bent door bijvoorbeeld :

EXT. PARAMARIBO, BEGIN JAREN ‘70 / STRAAT / DAG

Geparkeerd voor de trappen van een kantoorgebouw staat een glimmend bruine Chevrolet Nova. Achter het stuur zien we een knappe man met zijn elleboog uit het raam leunend, begin 30, strakke blouse, bos krullen, en een goudgerande Ray-Ban op. Hij kijkt verwachtingsvol naar de deur van het kantoorgebouw, en tikt ongeduldig met zijn hand op de buitenkant van het portier.

CUT TO

Een beeldschone vrouw, eind 20, dikke eyeliner, hooggeföhnd haar, fladderende jurk, zwaait de deur van het kantoorgebouw open en rent blij de trap af richting de Chevy. Aangekomen bij het passagiersportier trekt ze de deur open, ploft in de stoel, en trekt de deur dicht.

INT. CHEVY – CONTINUE

Ze kussen blij, verliefd, omhelzen elkaar.

ZIJ

Oh schatje, wat fijn je te zien!

HIJ

(glunderend)

Ik heb een cadeautje voor je!

ZIJ

(kijkt verbaasd, ziet geen pakje in zijn handen)

Oh…?

HIJ

Kijk! Daar, bij je voeten!

CUT TO

Op de grond, bij haar voeten, naast haar keurig gelakte teennagels in leren sandaaltjes, zien we een kronkelende baby-kaaiman (i.e. kleine krokodilsoort), zijn bek weliswaar dichtgebonden met raffia maar inmiddels toch vervaarlijk woest spartelend nu zijn middagdutje verstoord is door haar poezelige voetjes…

(hysterisch gekrijs terwijl zij de auto uit vlucht)

 Of deze:

 EXT. / MARIËNBURG / JAREN ’70 / DE TUIN VAN EEN GROOT NEOKOLONIAAL HUIS

We zien midden op het glooiende gras een vierkante houten kist staan, zo’n 2x2x2 meter. We horen onverstaanbaar geruzie uit het huis komen.

INT. / HUIS VAN BOVENSTAAND STEL / KEUKEN –  CONTINUE

Ze staan tegenover elkaar, zij woedend, hij begrijpt niet waar ze zich druk om maakt.

ZIJ

Weg! Dat beest moet weg! Anders ga ìk weg, en dan kom ik nooit meer terug!

HIJ

Schatje! Dat is anders een heel bijzondere boa constrictor, hoor.. wist je wel dat….

ZIJ

AAAAAARRRRRGGHHHH!

HIJ

Okee, okee, sjongejonge, rustig maar hoor, ik ga wel tegen de tuinman zeggen dat ie ‘m terug moet brengen…
(druipt af)

Zij leunt snikkend tegen de muur, een minuut of wat.
Hij komt schoorvoetend terug.

HIJ

Uhm…liefje…moet je horen…Ik had de mannen een hele grote rots op het deksel van die kist laten leggen, maar echt een he-le grote rots…en…die is nu weg, en eh..het deksel ligt er dus af, en eh…de slang is verdwenen….

Fade-out, hysterisch gekrijs.

 

En om mijn moeder er dan weer een beetje bovenop te helpen, maakte mijn vader voor haar zijn troostschotel, zijn game-changer.

Bruine bonen met rijst, een beetje op z’n Surinaams maar laat de tantetjes het niet lezen…

1 ui, gesnipperd

100 gram spekjes, optioneel

ca. 170 gram vega roerbak-/filetstukjes. Die vind ik, tsja, niet vies. En tegenwoordig – als ik iets niet vies vind en de wereld er beter van wordt, kies ik daar overwegend voor.

1 eetlepel zoute sojasaus

1 blik tomaatblokjes

1 grote en 1 kleine pot bruine bonen van Hak. Andere merken zijn verboden, heb ik me laten vertellen.

½ bouillonblokje

2 theelepels suiker

2 theelepels foelie, gehakt

5 takjes bladselderij, steeltjes en blad apart gehakt

zonnebloemolie

klont boter

200 ml heet water

gekookte rijst voor twee personen

Twee eetlepels olie op laag vuur verhitten in een ruime pan met dikke bodem. De ui ca. 5 minuten zachtjes fruiten. Daarna, mocht je voor spek gekozen hebben, gooi d’r maar bij. Vuur iets hoger. Spek gaar maar niet bruin laten worden. Dan het nepvlees. Zie toekomstbeeld van idyllisch groene aarde voor geestesoog. Droom daar even bij weg terwijl alles nog 3 minuten bakt. Sojasaus erdoor roeren. Blik tomaat en gehakte selderijsteeltjes en foelie erbij, minuutje meebakken, bouillonblokje erin en heet water bijgieten.

Dan de bruine bonen in de pan. Vrij veel ja, maar ik eet vanavond dan ook geen rijst. Ik ga namelijk naar een première waar Richard Gere ook is. Bonen, soit. Laat alles een half uurtje op laag vuur sudderen, vuur uit en boter er door roeren. Als je dit van tevoren kan maken trekken de smaken beter in en is het lekkerder (morgen zeker!) maar dat moet maar net uitkomen. Serveer met de gehakte selderijblaadjes en gekookte rijst.

Overigens geef ik als eerste toe dat het verdomd moeilijk is een knap plaatje van bruine bonen te schieten, maar it’s all in the mindset. Dus denk niet ‘hmphf, bruine derrie’ maar denk ‘mmmm lekker, zo’n diep bord dampend comfort food is precies wat ik nodig heb nu het deze week weer gaat vriezen’. Ciao!

Groente, Schmoente

quinoa met spinazie en kaas

Mijn schoonvader deed onlangs de openhartige mededeling dat hij groente niet lekker vindt, maar wel altijd zijn bord leeg eet omdat dat dat nou eenmaal zo hoort. Dat vond ik ontroerend en een beetje sneu; zo’n man die opastatus bereikt heeft maar toch tegen z’n zin in nog bloemkool wegwerkt. Nu is hij zestig jaar geleden opgegroeid in een keurig Brits milieu, en ik denk dat ze op zijn kostschool wel raad wisten met obstinate groenteweigeraars , maar toch – ik heb na drie jaar nog maar weinig succes geboekt met mijn oudste dochter inzake groente. En ja, alles is relatief. Voordat u hieronder hatecomments gaat achterlaten dat ik God op m’n blote knietjes moet danken omdat alle rauwkost en een sperzieboon hier en daar er nog wel in gaan; elk huisje heeft z’n kruisje. Want het gaat er dan wel in, maar ik ben van het type kok dat zich pas gewaardeerd voelt wanneer het voltallige gezin zich dankbaar bordlikkend over de tafel vleit na het eten van bijvoorbeeld een lauwwarme salade van geroosterde wintergroenten met geschaafde aardpeer en salieboter. En dan ook echt iedereen, vol overgave, goudlokje meegerekend.

Maar… credit where credit’s due; ze proeft in ieder geval een hapje van alles. Wat vaak genoeg resulteert in een waarachtig kokhalzen, terwijl wij proestend proberen niet te kijken hoe zij zich onderwerpt aan een Ottolenghi tuinboontje. Wie zei nou laatst dat als ze nog één keer ‘Ottolenghi’ hoorde, ze die boeken in een gloeiendhete oven zou pleuren?

Jongste dochter van twee jaar oud lijkt echter geplaagd door een niet, nooit aflatende honger. Hoeveel zwaar volkoren boterhammen er ook ingegaan zijn overdag, zodra haar vader ’s avonds voet over de drempel zet, Pavlovt ze “ETEN!” joelend en hossend naar de tafel en verorbert ze zonder blikken of blozen zelfs dit :

Quinoa (spreek uit: KIEN-wah) met spinazie en kaas voor 2 grote en 2 kleine mensen. Overigens is quinoa een pseudograan; het zijn zaadkorrels van een plant verwant aan spinazie. So suck on that, Kris Verburgh! …Denk ik…

200 gram quinoa, gekookt volgens de verpakking. Sowieso verkrijgbaar in natuurwinkel maar in de supermarkt ook gewoon in de buurt van de meergranenrijst en zo.

300 gram gewassen verse spinazie, grof gehakt

1 bosje radijs, in plakjes

2 (punt)paprika’s in ringen of reepjes of stukjes, whatever

ca. 170 gram cheddar, geraspt

olijfolie

Dat is alles! Morgen wel weer iets superingewikkelds of zo. Dit is perfect voor Maandag-Van-de-crèche-haal-dag/Ik–heb-het-hele-weekend-gezopen-dag. De quinoa hou je even warm in de pan waarin het gekookt is. Verwarm in een grote hapjespan 3 eetlepels olijfolie op middelhoog vuur. En dan gewoon alles erin en even roeren totdat de kaas gesmolten is, maar niet zo lang dat de spinazie begint te lekken. Nog wat extra vergine olijfolie erover, zout en gemalen chilivlokken voor wie wil, en klaar.

LALALand

haver rozijnenkoekjes

Ooit verbleef ik met mijn beste vriend drie maanden in Los Angeles. Ik dacht er nog een posttoneelschool cursusje te doen, maar na wat onderzoek ter plekke leek mijn vierjarige Arnhemse opleiding eigenlijk wel afdoende. In hindsight misschien een inschattingsfout… Hollywood-acteren kun je, bedacht ik, alleen maar in de praktijk leren, en dan het liefst van Ryan Gosling dankuwel. Ook het urenlang onderdrukken van de slappe lach tijdens het zien van een plaatselijke ‘King Lear’ (mèt Bekende Hollywooders!) genas me van mijn oorspronkelijke idee.

Maar wat dan te leren in LA? Surfen natuurlijk! En zo sluisde ik mijn spaarcentjes dagelijks door naar Tristan, die ook de kleinkinderen van Spielberg de kunst van op water staan had bijgebracht. Tristan had geel haar en verdacht witte tanden, en een knullig visitekaartje waarop iets met ‘Entertainment’ stond. Dat sloeg trouwens niet bepaald op zijn lesmethode want eigenlijk was het best een chagrijn – hij had natuurlijk ook liever met Ryan Gosling op een set gestaan, maar soms kwam er een gesprekje over de befaamde hang loose mentaliteit op gang. Hij wees met nauwelijks verholen afgunst naar wat jongens die verder in zee op hun plank zaten te dobberen.  Ze leken niet met elkaar te praten.
“Waitin’ for the perfect wave. Could take all day.”
“So they just sit there?”
“Yeah.”
(?)”Thinking?”
“No man. You don’t think.”  En dan namen wij maar weer een kleutergolfje.

Er zijn amper foto’s van die tijd, en al helemaal geen van hoe ik als een walvis op die plank probeerde te klauteren. Oké, walvis is misschien wat aangezet maar geloof me, ik was een dikkerdje geworden in LA. Hoewel ik gezond at (sushi! Drie keer per week, kost er geen drol!), elke dag surfte, fietste en zelfs naar de sportschool ging, bleef ik maar aankomen. Mijn overtuiging sindsdien is dat je zelfs van het water dik wordt in Amerika. Matt heeft er ooit drie maanden gereisd en die vermoedt het ook (heel lief), en wie nu denkt dat ik overdrijf – ik overdrijf niet. Toen ik terugkwam vroeg iemand me of ik er een boob job had laten doen.

Omdat ik daar inmiddels in diet mode was geschoten, haalde ik alleen nog maar magere Turkey-alles, ongezoete soya-yoghurt (niet te vreten) en bergen groente bij de Whole Foods Market. Ik zou pagina’s lyriek kunnen wijden aan het fenomeen Whole Foods (zo schreeuwend duur dat Amerikanen het Whole Paycheck noemen) maar voor nu volstaat het te zeggen dat het een soort natuurwinkel DELUXE is waar je alles alles alles wil kopen. Ga naar Londen (dichterbij), leef je uit. En koop dan vooral de One Bite Oatmeal Raisin Cookies. Want, for the record, die zijn zo klein; daar lag het dus niet aan!

Nu een recept voor haver- rozijnenkoekjes. In Nederland nog niet zo mainstream want volgens mij nog een beetje in de geitenwollen hoek, maar geloof me; instant succes  wanneer je ze cadeau geeft. Tot zover dit Stars and Stripes thema…

Haver- rozijnenkoekjes

120 gram zachte boter

120 lichte basterdsuiker

½ theelepel vanille extract (niet essence)

1 ei

//

100 gram tarwebloem

½  theelepel kaneelpoeder

½ theelepel zuiveringszout (= baking soda = natrium bicarbonaat = te koop bij apotheek en bij taartbakwinkels)

mespunt zout

//

120 gram havermout (gewoon de snelkook variant van de supermarkt, niet die 50 minuten hardcore  van de natuurwinkel)

120 gram rozijnen

 Whoa tiger, nog even wachten met de oven aanzetten. Mix in een grote kom de boter, suiker, vanille extract en ei tot het zacht en smeuïg is, ruim 5 minuten. In een andere kom roer je de ‘droge’ ingrediënten met een garde door elkaar; bloem, kaneel, zuiveringszout en zout. Dit roer je door het botermengsel. Daar spatel je de havermout en rozijnen door, en dan zet je de kom een half uur in de ijskast, of indien mogelijk in de vriezer.

Na zo’n 20 minuten kan je de oven voorverwarmen op 170 graden Celsius. Bekleed een bakplaat met bakpapier. Haal na dat half uur het deeg uit de vriezer, schep er steeds een lepel uit en vorm met je handen balletjes ter grootte van een flinke knikker. Laat er minstens 5 cm ruimte tussen op de plaat, en wat er niet meer op past zet je weer even koud en bak je gewoon in een tweede ronde.

Die oven is wel warm nu, denk ik. Bak de koekjes zo’n 10 minuten, maar hou ze in de gaten. Afhankelijk van ijskast of vriezer kan het een paar minuten schelen. Als de randen goudbruin zijn, zijn ze klaar en haal je de plaat uit de oven. Als je ze aan kan raken, verplaats ze dan van bakplaat naar rooster om af te laten koelen voordat je ze allemaal opeet  weggeeft.

De GCR

bamisoep

Ik was ongeveer zes toen ik besloot dat Fat Kee, achter de Bijenkorf in Den Haag, het Aller. Beste. Restaurant. van de wereld was, beter bijvoorbeeld dan die lobster tent bovenin die wolkenkrabber in Nairobi, en met een nipte voorsprong op McDonald’s. En hoewel ik er de afgelopen jaren nooit meer ben geweest, hou ik er van als mijn nostalgische sentimenten intact gelaten worden. Daarom irriteerde het me mateloos toen een medekenner van de soort (Goedkope Chinese Restaurants) me wijs probeerde te maken dat het daar maar een vieze bende was, en dat hij een keer in de keuken had gezien dat er een bed stond met een omaatje er in. Ik had het al niet echt op hem, ik bedoel wat deed hij überhaupt in die keuken? Je weet toch wel beter dan bij.., enz.

Ik ga nog steeds heel graag naar GCR want de smetvrees waar ik wel eens van beticht word is uiterst selectief. Wat ik er echter niet over mijn hart kan verkrijgen is het bestellen van bamisoep, want sommige dingen trek je gewoon zelf uit een pakje. Ik kon me vroeger geen zoetere quality time voorstellen dan wanneer mijn moeder twee SaiMin bamisoepjes in een pan gooide, met rubberen diepvries visballen voor haar. Schitterende verpakking – roze, oranje of blauwe streeprandjes om de soort aan te duiden, die natuurlijk allemaal naar dezelfde bremzoute MSG mix smaakten. En zo knap getekend, die haan, die garnaal, die…krab? Hartstikke vormend voor mijn culinaire grensverkenning, die Chinezen.

Nu ik probeer mijn kinderen gezond eten voor te schotelen, maak ik maaltijdbamisoep een tikje anders. Met boekweit- of biologische noedels ofzo, arm grut. Maar dan heb je in ieder geval dit niet, mocht je toevallig Gatorade drinken bij je eten (doen wij niet).

https://www.youtube.com/watch?v=zi_DaJKsCLo

 

Bamisoep met zalm voor 2 grote en 2 kleine mensen.

ca. 450 gram zalmfilet. Niet gerookt hè.

ca. 200 gram soba noedels (= boekweit, natuurwinkel) of andere biologische noedels, gekookt volgens de verpakking. Maakt niet uit als ze afkoelen.

300 gram peultjes of sugarsnaps

1 paprika in stukjes

naar keuze er nog bij te gooien: taugé, paksoi, bosui

1 bouillonblokje

1 ui, gesnipperd

1 teen knoflook, gehakt

1 stukje gember van ca. ½ cm, gehakt

olie

2 theelepels maizena

4 eetlepels zoute soyasaus

2 eetlepels honing

 

Kook driekwart liter water. Pak drie pannen; een grote koekenpan, een flinke soeppan en een klein steelpannetje. Verwarm 2 eetlepels olie in de koekenpan op middelhoog vuur en 3 eetlepels olie in de soeppan op laag vuur. Bak de zalm ca. 4 minuten per kant tot ze mooi goudbruin ziet en gaar is. Fruit intussen in de soeppan het uitje tot het glazig ziet, ca. 6 minuten. Voeg na 3 minuten de knoflook toe. Roer de maizena erdoor als de ui en knoflook zacht zijn geworden. Giet er 700 ml kokend water bij en doe het bouillonblokje erin. Hou het vuur laag.

Doe de soyasaus met de gember in het kleine steelpannetje, verwarm ca. twee minuten op laag vuur tot het even heeft geborreld. Zet het vuur uit en roer er dan de honing door. Giet bij de zalm in de koekenpan en warm nog even door. Gooi intussen de peultjes, de paprika en de eventuele andere groenten in de bouillon. Nu gaat het allemaal snel. Noedels in de bouillon, vuur wat hoger, minuutje doorroeren. In de koekenpan is de soyasaus waarschijnlijk wat ingedikt, schep dat over de zalm. Vuur uit, klaar. Alles in kommen, zalm bovenop. Altijd lachen, soep met kinderen.

Als je stiekem een hekel hebt aan koken (maar je bent hier toch), smokkel dan met de ui, knoflook, en gember. Het bestaat allemaal in poedervorm, gebruik 1 theelepel van elk in dit recept. Je hebt het niet van mij.

Je bent zelf een zandloper

linzensalade

Er is een snotjong van 26, arts en onderzoeker, die op dit moment grotendeels bepaalt hoe mijn leven er uit ziet. Ik denk namelijk best wel de hele dag en een deel van de nacht aan eten. Wat en hoe het te maken, in welke winkel of welk restaurant het te verkrijgen, of de kinderen het zullen vreten…

Deze Kris Verburgh beweert over zijn boek De Voedselzandloper  dat dit NIET het zoveelste dieetboek is (dat hebben we eerder gehoord), dat je dat natuurlijk eerder hebt gehoord, dat je gerust kunt ontbijten met zwarte chocolade, en min of meer dat havermout God’s geschenk aan ons allen is. Brood, aardappels en pasta: uit den boze.

Het lullige (om toe te geven) is dat ik zelf eigenlijk al ongeveer zo leef; weinig koolhydraten, veel groente, heel veel wijn (oh zegt ie dat niet?). Maar mijn gebroed, daar prop ik natuurlijke elke volkoren vezel in die me lukt, en ook Matt wil, volkomen begrijpelijk, niet helemaal om. Dus hoe kook ik? Veelal in de deconstructie-methode; pastasaus door de pasta voor hun, door opgewarmde kikkererwten voor mij. Stamppot met worst voor hun, andijvie met worst en linzen voor mij. Avondeten is het probleem eigenlijk niet. Moeilijker: wat te lunchen als je godverdomme twee minuten hebt, of in de AH To Go staat, of met twee peuters door Artis zeult. Tja, eigenlijk niets. Je zal het allemaal Beter Moeten Regelen. ’s Ochtends plannen dat je tien minuten extra neemt om iets in elkaar te flansen, planken vol Tupperware gereed hebben, plastic vorken in keukenpapier wikkelen, kortom, gezeik. Hierover beklaagden vriendin S. en ik ons gisteravond terwijl we reep na reep Lindt’s Crème Brûlée en Tony Choco-Limiteds wegwerkten. Ja hé, het was zondag, het moet wel leuk blijven.. Dus een paar dagen per week doen wat de dokter zegt – en in het weekend brood van Niemeijer, echte chocola, romige risotto’s, en wijn van Evelijn.

 

Over Evelijn(en Huib) later meer! Nu:

 

Lunch om mee te nemen;  salade van linzen, wortel, tomaat en geitenkaas.

4 à 5 flinke lepels linzen uit blik, afgespoeld

handvol cherrytomaatjes, gehalveerd

2 wortels in dunne plakjes (geschaafd)

2 à 3 eetlepels zachte geitenkaas of feta, verkruimeld

1 eetlepel pompoenpitten

1 eetlepel olijfolie

peper en zout naar smaak

 

Doe alles in een plastic meeneembakje en schud. Als je nog 45 seconden hebt voordat je de trein moet halen/geduld op is kan je er nog een dressing over doen van

1 eetlepel tahin

1 halve eetlepel citroensap

evt paar druppels water als de tahin stevig is