Of je worst lust

chorizo rijstsalade

Matt zei laatst dat mijn favoriete schrijvers allemaal Dave of Jonathan heten. Hij stond voor de boekenkast, ik ging er naast staan, en zei dat ik niet wist waar de M van A.M. Homes voor stond, maar vast niet voor Dave of Jonathan.

De sectie David Mitchell is uitgedund sinds uitgeleend, en het tragische verlies van een gesigneerde kopie op een vlucht naar Cincinnati. Ja, daar moet je soms langs. Het was Black Swan Green. Hij had er een zwaan in getekend en ‘To Delilah – the exquisitely named’ in geschreven, en soms moet ik er nog een beetje om huilen dat dat boek nu bij een vliegveldmedewerker ligt die niet Delilah heet. Want dat is zo. Het is niet verwerkt tot wc-papier. En ik troost me dan met de gedachte dat Mary, of Carlito, of Shaundell door het lezen ervan aangespoord is om Mitchell’s volledige oeuvre aan te schaffen voor de E-reader die vast ook wel is achtergelaten.

En zo is een naam maar een naam. A rose by any other name would smell as sweet… Onze kinderen zijn bijvoorbeeld vrij volhardend in het betitelen van tofu, vis, en kip als ‘worst’. Ze weten heus wel dat dat niet klopt, en dat wrijven we ze soms een hele maaltijd lang in, maar ergens valt het in dezelfde categorie als ‘Nu ben jij de prins en ik de draak’ en dat wil niemand eigenlijk verstoren. Als ze dan echt een keer worst krijgen spatten ze zowat uit elkaar van geluk.

Vanavond een picknick maaltje. Grasveld, zandbak, koude biertjes; life is goooooooood.

Recept voor rijstsalade met wortel, chorizo, en kikkererwten. Handig als u nog van die winterpenen van afgelopen maandag af moet. En u net als ik een pallet kikkererwten heeft staan.

mooie rijst (bijvoorbeeld gemengde van de natuurwinkel, met rode en wilde rijst) voor 3 personen, gekookt en afgekoeld

2 of drie winterpenen of een bos worteltjes, geraspt

1 pakje chorizo (vleeswaren), gesnipperd, of een stuk in blokjes

1 blikje kikkererwten, afgespoeld en uitgelekt

vinaigrette van 1 deel azijn, 3 delen goede olijfolie, 1 flinke theelepel grove milde mosterd, drupje honing, zout en peper.

Mengen maar en klaar.

Toys for Boys

groentencurry

Vandaag is mijn zwager jarig. Wat hij wil voor zijn verjaardag? Ik denk iets Transformers/Star Wars-aanverwant, maar dat durft hij niet toe te geven. Hij is namelijk, ehm, ergens in de dertig geworden. En toen hij Matt een paar jaar geleden een Transformer gaf (die heeft het ook), kwam de doos in de spaken en belandde hij met een gebroken arm op de Eerste Hulp, dus dat heeft het misschien ook wel even verpest.

Intussen worstelt Matt met de hoeveelheid roze die ons huis in toenemende mate bevlekt, al beperkt die zich nu eerlijk gezegd nog tot een minimum. Een tweedehands fietsje, een broek die de deur niet uitmag zonder een rockband t-shirtje, en twee armbandjes die we altijd toevallig niet kunnen vinden. Maar vooral deerniswekkend vindt hij het vooruitzicht dat er straks geen zoon met hem zal modelvliegtuigbouwen, ridder/draak/kasteelfantaseren of Decepticonbashen, en zijn kleine Padawans natuurlijk alleen maar wijvendingen willen doen. Toch – wat de jongste betreft, is er nog hoop. Die staat vooraan als er iets radiografisch te besturen valt, en kan zowat beter dribbelen dan lopen (dat is met een bal).

Zelf werd ik als enig kind gruwelijk verwend met Barbie’s complete lifestyle, maar in mijn herinnering speelde ik net zo lief met een paar nichtjes Charlie’s Angels na. The extended version welteverstaan, namelijk een weekend lang, en dan hadden we alleen een paar gigazonnebrillen van mijn moeder nodig. En het liefst zie ik mijn kinderen nu spelen met gerecyclede Afrikaanse kralen of een houten telraam, maar het gaat natuurlijk niet lang meer duren tot de kleuterdruk ons ook voor een schap met uitgemergelde blonde speelgoedpoppen heeft staan.

Wat mijn zwager wel als verjaardagswens heeft uitgesproken: rijsttafel. En die kan ie krijgen, al beraden we ons nog op zelfgemaakt of een excursie naar Soeboer in Den Haag.  Vanavond voor we naar het feestje gaan, eerst maar een bodempje leggen met dit:

Recept voor milde groentencurry

1 flinke ui, gesnipperd

2 tenen knoflook, gehakt,

stukje gember van ongeveer 2 cm, geschild en fijngesneden

1 flinke theelepel gemalen koriander

1 flinke theelepel gemalen komijn

1 flinke theelepel gemalen kardemom

1 flinke theelepel kurkuma

1 flinke snuf kaneel

Ha! Alles met een K!

2 winterpenen, in blokjes

400 gram champignons, in kwarten

1 blik kikkererwten, afgespoeld en uitgelekt

1 handvol geblancheerde amandelen, grof gehakt

1 handvol rozijnen

1 handvol gehakte verse peterselie of koriander

5 eetlepels dikke yoghurt

zonnebloemolie om in te bakken

Verhit in een grote hapjespan 2 eetlepels olie op matig vuur. Zet het vuur iets lager en bak de ui in ongeveer 5 minuten zacht en glazig. Voeg de knoflook en gember toe en bak nog een paar minuten mee. Alle gemalen specerijen erdoor, en nog een minuutje bakken. Vuur hoger en champignons in de pan. Wanneer het vocht uit de champignons vrijkomt, de blokjes peen en de rozijnen in de pan en goed doorroeren. Deksel op de pan, vuur weer iets lager, en 5 minuten laten stoven. Dan de yoghurt erbij en de kikkererwten, en weer 5 minuten verwarmen. Op smaak brengen met zout en peper, vuur uit, en de gehakte kruiden erbovenop strooien. De amandelen apart erdoor roeren als er kinderen involved zijn. Serveren met rijst, naanbrood, of, winnend makkelijk, pitabroodjes.

La Douce France

perentatin

Ik weet niet wat me overkomt. Ik heb al vijf avonden niet gekookt. En wat eten we dan? Verse sardientjes, salades met confit de canard, bietjes met Picodon, knolletjes en wortel in jus de veau, gehaktbrood, boeuf bourguignon, garnalen met zelfgemaakte aïoli, gesauteerde spinazie, courgettesoep, rode mul in Pastis, moules marinières… Alles van de hand van een stoere Amsterdamse cafébaas die met een verbazingwekkend gemak elke avond voor acht volwassenen en vijf kinderen eten op tafel tovert. Je hebt horecabloed of je hebt het niet. En het mooie is; ik mag niet eens helpen! La vie est belle. We eten aan een lange tafel buiten in de Provence, daarna worden er vijf meisjes (!) tusen één en vier jaar oud op bed gelegd, wordt er een batterij babyfoons opgesteld, en dan tot diep in de nacht het namenspel gespeeld. Leg ik graag nog een keer uit.

Overigens heb ik nu vier dagen ge-lowcarbed in Frankrijk. Ik kap ermee. Ik heb geen zin meer om me elke keer dat ze terugkomen van de bakker te verstoppen onder de tafel, kwijlend van afgunst. Ik wil ook vers brood met Nutella.

Toen ik gister een theelepel Nutella attaqueerde, viel me voor het eerst op dat dat dus de vulling is van Ferrero Rocher; het jaren tachtig lievelingschocolaatje van wijlen mijn grootmoeder. Tussen de boterberg en de melkzee moet ergens een grote Nutellaheuvel liggen waar ze bij Ferrero wel raad mee weten. Ter variatie haalde Oma ook wel eens Mon Cheri in huis, maar de vieze kersenlikeur die daarbij over mijn kin droop bedierf toch altijd de pret.

Gister werd hier voor de tweede keer een snelle makkelijke perentatin met gezouten karamel gemaakt, en weet u wat? Vandaag weer.

Recept voor easy-peasy peren Tarte Tatin, gepredikt door Sanne de gastvrouw en uitgevoerd door Romanee de apprentice.

1 kant-en-klare grote lap bladerdeeg

3 peren, geschild en in dunne plakken gesneden

100 gram gezouten boter

1 theelepel goed zeezout

4 eetlepels basterdsuiker

ingevette lage ronde taartvorm van 26 cm doorsnee (dicht, geen springvorm)

Verwarm de oven voor op 200 graden. Verwarm de boter en de suiker in een anti-aanbakpan op halfhoog vuur, en bak daarin de peren in 10 minuten zacht. Laat karamelliseren tot het middelbruin kleurt, en roer het zout erbij. Verplaats de peren naar de bakvorm en drapeer het bladerdeeg eroverheen. Prik er wat gaatjes in en prop de randen een beetje in. Schuif in het midden van de oven. Check na een kleine tien minuten hoe hard jouw oven eigenlijk gaat, en haal de taart uit de oven als het deeg mooi goudbruin is. Pak de vorm stevig vast met een ovenwant, plaats een groot plat bord op de vorm, hand in het midden van het bord, goed aandrukken en in één keer hoppakee omdraaien zodat het bord onder ligt. Zet het bord neer en verwijder voorzichtig de hete vorm. Tataaa; Tatin. Lekker met buitensporig veel crème fraîche.

Één zwaluw…

visburger

Kreeg u van dat schitterende weer van gisteren zin om tent, luchtbed en butagas in de auto te flikkeren en de rest van de lente en zomer buiten door te brengen? Ik niet. Ik heb een hekel aan kamperen, ik wil nooit meer op iets anders dan een bed slapen (camperbedden tellen ook), en als het buiten echt warm is kan ik in nietsdoen vaak ook niet helemaal m’n draai vinden. Dan wil ik namelijk de hele tijd iets dat zich binnen bevindt. Wijn, ijsblokjes, zonnebrand, een ander tijdschrift, een mes, een cocktail, een worstje, de babyfoon… Nou, dan is de zon meestal wel weer weg.

Ik heb het gedaan hoor; zomers vullen met festival na festival, zeilen in Friesland, spelen op Oerol. Mijn eerste keer  Oerol kwamen we aan in een stacaravan (dol op, dat dan weer wel) waar een puzzel lag van vijfduizend stukjes, en die zijn we met twee man obsessief stoïcijns te lijf gegaan tot hij af was, zonder te slapen, ongeveer zestien uur lang. Één van de hoogtepunten van die zomer, echt waar.

De laatste keer zeilen in Friesland waren we met drie frisse meiden, en een hond. Die was van Daphne’s ouders, die een gigantisch bohemien huis in het Oosten hadden met nog zeven honden, wat pony’s en Haggis, een hangbuikzwijn dat binnen woonde. ‘Onze’ hond was lief met langig zwart haar en had een naam die ik met de beste wil van de wereld hier niet op kan schrijven zo gênant. De hond, N., sprong regelmatig overboord en beet zich dan vast aan een touw achter de boot om zich door het water te laten trekken, en ik kan me voorstellen dat dan dan weer hoogtepunten in een hondenleven zijn. Op een ochtend vertrokken we uit – laat het Heeg geweest zijn, toen we er na een half uur op het water achter kwamen dat we N. vergeten waren. Volgens Daphne was dit helemaal niet erg, want N. was niet zo gevoelig en hij werd wel vaker ergens vergeten. We zeilden terug, en toen begon het meest beschamende dat ik ooit heb moeten doen; door een piepklein dorpje lopen en ‘N….., N…..! Waar ben je?! Hier, N….., hier komen!’ roepen. Ik wilde door de Heegerklei zakken. Uiteindelijk zat N. op het stoepje voor de bakker, de laatste plaats waar we nog samen waren geweest. Hij had een krentenbol gekregen.

In ieder geval regent het nu gewoon weer dus maken we iets waar een keukenmachine voor nodig is, lekker thuis.

Recept voor viskoekjes/-burgers voor 4 personen

600 gram gemengde visfilet; ik heb 400 gram ontdooide el-cheapo koolvis en 200 gram zalm gebruikt

1 ei

1 eetlepel maizena

flinke handvol peterselie

2 tenen knoflook

1 theelepel oregano

olijfolie om in te bakken, zout, en peper

niet op foto, wel doen: 1 eetlepel kappertjes

Ik was nieuwsgierig of dit zou ‘pakken’ zonder broodkruimels, vandaar de concessie naar maizena. Verder had ik een keer geen zin in dat geklei met m’n handen want er was nogal wat mobiel telefoonverkeer, dus ben ik in de weer gegaan met twee eetlepels om grote ‘quenelles’ te maken. Dat ging prima, ik heb geen greintje vis aan hoeven raken. Ook kon het me precies niks schelen of de visburgers gelijkmatig waren, want kom op, gewoon doordeweeks-niet-zeuren-iedereen-blij-eten.

Gooi in een keukenmachine met hakmes eerst de knoflook en peterselie. Fijnhakken. Dan de vis, het ei, de maizena, oregano, zout, peper, en kappertjes, en pulseren tot het een mengsel is dat niet al te papperig is. Je mag best nog wat stukjes zien.

Verhit in een grote koekenpan 3 eetlepels olijfolie op middelhoog vuur, vul later bij indien nodig.  Schep een flinke eetlepel van het vismengsel van de ene op de andere lepel, en weer terug, een beetje boetserend totdat het wat vorm heeft. Laat voorzichtig in de hete olie glijden en druk een beetje plat. Bak ongeveer 5 minuten per kant totdat ze mooi goudbruin zijn. Ik heb het in twee keer gedaan. Erbij: gegrilde groene asperges en penne pasta, na het koken in de pan gehusseld met een eetlepel crème fraîche en een eetlepel pesto. Hatsekidee.

Black Hole Sun

ontbijtbroccoli

De titel van dit stukkie verwijst onder meer naar een lied van Soundgarden. Of een nummer, zo u het wilt, maar aangezien er altijd wel iemand is die dan “Johan Cruijff, die heb een nummer!” begint te roepen, zeg ik lied. Voor iemand die zeker in 1994, ten tijde van de verschijning ervan, niet bepaald grunge te noemen was en Nirvana maar een stel ongewassen depressievelingen vond, heb ik me de melodie heel behoorlijk ingeprent.

Dat komt waarschijnlijk omdat ik veel op de bank hing studeerde met de televisie aan, en MTV daar toen nog een perfect geluidsbehangetje bij verzorgde. Op die manier hebben de middle nineties mij muzikaal gezien zeer eclectisch overspoeld, want ik luisterde ook graag naar Frank Sinatra, ging naar Michael Jackson in de Arena, en bereidde me intussen voor op een toelatingsexamen Klassieke Zang aan het Conservatorium. (Afgewezen).

Nu ben ik oud en kan ik berusten in het feit dat ik het liefst naar schurende countrymuziek luister, en singer-songwriters uit voorbije decennia. Ik las ooit een quote van Katja Schuurman: “Eigenlijk ben ik een beetje blijven steken in Simon&Garfunkel”…I feel her. Maar ik sta open voor suggesties! Graag hapklaar te vinden/kopen, niet té populair, en niet te veel lucht bij de damesstemmen. Daar kan ik altijd maar één nummertje naar luisteren.

O ja, en black hole sun refereert ook aan mijn gemoedstoestand. Tot vorige week had ik het ontzettend druk, stoeide ik met deadlines, had ik stukjes te schrijven tot diep in de nacht, en balanceerden we uiterst behendig alle bordjes met daarop kinderen, werk, feestjes, en… nou ja, meer lukte niet. En nu – is alles af. En zit ik een beetje in een zwart gat. En de zon schijnt. Dus…

Maarrrrr; dat betekent ook dat er tijd is om iets te ontbijten of lunchen waarvoor een pan op vuur vereist is! Sinds ik doordeweeks brood eigenlijk alleen nog maar aan de kinderen en de eendjes geef (Matt heeft op kantoor zijn eigen koolhydraten-nest, met donuts en al) is het soms puzzelen hoe mezelf toch zo vol te stouwen dat ik niet de hele dag om ga van de honger. Nou, hiermee kom ik een aardig eind op weg.

Lauwwarme salade van broccoli en reuzenbonen voor 1 volwassen mens

1 stronkje broccoli, in roosjes verdeeld en gewassen. Niet de stronk weggooien hè! Gewoon schillen en in plakjes snijden.

1 blik reuzenbonen, afgespoeld en uitgelekt

stukje Parmezaanse kaas

2 eieren        

1 eetlepel goede olijfolie

 zout en peper

 

Stoom de broccoli in een paar minuten beetgaar. Kook intussen de eieren halfzacht (halfhard). Doe de broccoli en de bonen in een kom waar je graag uit eet, prak de eieren er doorheen. Rasp de kaas erboven en besprenkel en bestrooi met olie en zout en peper. Tout simple, maar soms moet iemand het even voor je opschrijven, toch?

Afterparty

quinoa tonijnsalade

Delavie gaat voornamelijk over wat ik kook, maar hoogtepunten in mijn vie zijn natuurlijk ook de keren dat ik níet hoef te koken. Op restaurant gaan – zoals de Vlaming placht te zeggen – is nog steeds mijn favoriete uitje, maar afgelopen weekend voltrok zich bij ons thuis het beste van een aantal werelden: een (bevriende) chefkok kookte, bij ons thuis, voor 16 dierbaren een fantastisch vijfgangen diner. Fêteren, onbeperkt drank, en bediend worden; leuker wordt het niet.

De chef kwam ’s middags aan met een maatje en een karrevracht verse waar, ze trokken koksbuizen aan, en toverden binnen vijf minuten met militaire precisie onze keuken om tot hun domein. Als u ooit overweegt thuis een kok in te schakelen zodat u verder onbekommerd gastvrouw of –heer kunt spelen; Jasper Kaan is your man. En nadat de wervelwind was gaan liggen, en wij de volgende dag ernstig bekaterd de peuken uit de werkkamer hadden geveegd en alle geleende bordjes weer in kranten had gewikkeld, opende ik de ijskast om daar een schat aan restjes aan te treffen. Alleen; hoe zou ik recht doen aan onder andere vier soorten cress, een bakje Puy-linzencrème, een paar ons ieniemienie bloemkoolroosjes, een kilo gewassen spinazie, een bergamot citroen en een fles paprika-vanillecoulis?

De linzencrème lepelde ik zo op. ’s Avonds maakte ik spinaziesoep, gooide daar voor een bite op het eind de bloemkoolroosjes door, en raspte er wat bergamotschil boven. Toen vergat ik er een foto van te maken dus dat recept volgt níet. Maar gister vond ik verstopt in de groentela nog wat peentjes en radijsjes, en ik had al (voor het eerst) de ‘tonijn’ van de Vegetarische Slager in huis gehaald en de groene Bonus-asperges. Niet dat die bijzonder veel smaak hebben, maar als je ze een beetje kapot grilt kan je je er nog iets bij voorstellen. Wat die tonijn betreft; in de verpakking lijkt het op een kipfilet, die je kunt snijden. Dat is niet zo, het is eerder ‘geplukt’. Ik heb mensen horen zeggen dat ze het verschil niet proeven tussen VegaSlager en het echie, maar die vlieger gaat bij ons niet op. Als je het desondanks neemt voor wat het is; een visvervanger met smaak, is het primadeluxe lekker hoor! En die paprikacoulis – daar broed ik nog even op.

Recept voor quinoasalade met No-Tuna en gegrilde asperges

quinoa voor ruim 3 personen, gekookt volgens de verpakking

¾ van een verpakking ‘tonijn’ van De Vegetarische Slager (te vinden bij o.a. Jumbo en Ekoplaza)

500 gram groene asperges, gegrild of gaar gewokt

1 rode paprika, gesneden

paar peentjes en radijsjes, gesneden

citroensap, olijfolie, zout en peper

Hoe? Gooi alles door elkaar. Voilà, it’s a salad.

Nog eentje dan

pompoen salie

Dat ik eigenlijk een ruggegraat van likmevestje heb, en mezelf daardoor best vaak in vreemde zeemanscafé’s/Sound-of-Music-singalongs/ontbijtzalen terug heb gevonden, doet er niet toe. Want nu ben ik volwassen en verantwoordelijk, tenminste van maandag tot en met vrijdagmiddag vier uur, en ik werk waar mogelijk en ik zorg en ik klus en ik lees voor. Ik sport en ik spring en ik kook en ik voeder, en het enige dat het me kost is soms een beetje van m’n geduld. Vroeger had ik eindeloos geduld. Toen kon “Nog eentje dan…” zomaar betekenen dat we met ongelimiteerde OV-studentenkaarten twee uur naar Groningen reisden om daar eens flink de vrije sluitingstijden te tarten.

Nu resulteert “Nog eentje dan…” meestal in kreunende spijt onder een hoofdkussen om acht uur ’s ochtends, wanneer een driejarig meisje aan ons bed om een boterham+iPad+d’r kleine zusje komt bedelen (die kan er zelf nog niet uit). En jaaaa acht uur is héél schappelijk en sjongejonge wij boffen maar, maar iedereen weet hoe dat gaat met -eigen- grenzen rekken.

Met de titel van dit stukje probeer ik overigens niemand naar de fles te doen grijpen. Zeker, het hàd kunnen refereren aan een kloeke Bourgogne, of een donderende Dark & Stormy (mijn cocktail du jour) maar het gaat hier, vrij prozaïsch, over een oranje pompoen. Ik rooster, stoom, en pureer verdomme al een half jaar oranje pompoenen. Het is april. Ik ben er klaar mee. Nog één recept, en dan wil ik ze niet meer zien tot oktober. Zes maanden per jaar wintergroenten, tsssst…

Recept voor geroosterde pompoen met geitenkaas en salie

1 oranje pompoen, in stukken, pitten verwijderd. Niet geschild. Ik doe het gewoon niet meer.

2 tenen knoflook, ongepeld, geplet

150 gram zachte geitenkaas

paar takjes rozemarijn, de blaadjes fijngehakt

paar blaadjes salie

quinoa of pasta voor 2,3,4 personen – met hoeveel je bent

olijfolie

Verwarm de oven voor op 200 graden. Is het goed als ik er niet meer elke keer Celsius bij schrijf? Als je naar Fahrenheit-country gaat hoor ik het wel. Hussel de stukken pompoen met 2 eetlepels olijfolie, een beetje zout, de knoflook, en de rozemarijn in een ovenschaal door elkaar. Zet een half uur in de oven, en haal eruit als de puntjes beginnen te blakeren. Kook in het laatste kwartier de quinoa volgens de verpakking en houd warm met de deksel op de pan. Als je pasta maakt – ook even goed klokken. Rol de blaadjes salie op als een sigaartje en snijd in reepjes. Meng de quinoa of pasta met de  pompoen, verkruimel de geitenkaas erboven en bestrooi met de salie en flink wat peper. Adios, calabaza.

Door het stof

bonenschotel

Ik had natuurlijk kunnen weten dat de seconde dat ik zou opschrijven dat mijn oudste dochter geen aanhanger van groente is, ik ‘m om de oren zou krijgen. Kinderen zijn er dol op je op het verkeerde been te zetten. They live for that shit. 30 seconden gefoezevozel in het washok? Komt er al één vragen wat papa en mama aan het doen zijn. Ze komen nóóit in het washok. Lief stilletjes aan het badderen? Alle shampooflessen leeggeknepen. Kip met patat en appelmoes? “Is er geen courgette?” En zo kwam daar dus ook de passief-agressieve terechtwijzing door Goudlokje, die zich uit in een volkomen tevreden wegstouwen van Alle. Groenten. die we haar de afgelopen weken hebben voorgeschoteld. Gister was er een opstandje over paksoi. Ze had niet genoeg gekregen.

Vandaar: een openbare verontschuldiging. Door het stof gaan is niet leuk, maar soms ontkom ik er niet aan. Zoals die keer dat ik over mijn ene Texaanse vriendinnetje roddelde tegen de andere, en bleek dat ze was teruggekomen om haar tas te pakken. Of toen ik m’n ouders moest vertellen dat ik m’n studiepunten dat jaar niet had gehaald omdat dat laatst gekozen vak maar 3 punten waard bleek in plaats van 4. Ik had wel een 9… Of toen ik in m’n punkrock outfit verscheen op een begrafenis met om me heen verdacht veel rode trainingsbroeken. “Er stond toch ‘zwart, niet te netjes’?” fluisterde ik naar m’n klasgenoot. “GEEN zwart, niet te netjes” siste hij terug.
Laatste twee gevallen waren obviously te wijten aan snel en slordig lezen door de zenuwen, het eerste is niet goed te praten. En alvast voor die dikke boete die straks komt omdat ik vergeten ben de auto naar de APK te brengen: sorry schatje.

In het Engels bestaat hiervoor de uitstekende uitdrukking dat ik nu ‘humble pie’ zou moeten eten. Maar omdat elke taart die ik kan bedenken visioenen van warm fruit, rijke chocola of lobbige room oproept, kan ik daar niks humbles meer van maken. Dat is vast ook een betekenis van het gezegde, dat ik even niks lekkers verdien. Ja sorry, dat gaat me te ver. Wel goed eten, maar dan met nederige ingrediënten – die onvolprezen bonen.

Recept voor frisse bonenschotel met citroen

1 blik lima(reuzen)bonen, uitgelekt en afgespoeld

1 blik zwarte bonen, uitgelekt en afgespoeld

1 blik gehakte tomaten

1 biologische citroen, gewassen

1 ui, gepeld en gehakt

2 tenen knoflook, fijngehakt

1 theelepel gedroogde oregano

paar takjes verse salie, de blaadjes gehakt

olijfolie om in te bakken

Verhit twee eetlepels olie in een hapjespan en bak op laag vuur de ui in ongeveer 7 minuten zacht. Voeg de knoflook en oregano toe en bak 3 minuten mee. Voeg de bliktomaten toe en zet het vuur iets hoger, met de deksel op de pan. Schil dan met een scherp mesje of een dunschiller heel dunnetjes de schil van de citroen (probeer geen ‘wit’ mee te nemen) en stop het bij de tomatensaus. Laat tien minuten zachtjes koken. Voeg dan alle bonen toe, pers de helft van de citroen erboven, en roer nog 5 minuten door. Vis de citroenschillen uit de saus en garneer op het bord met salie. Ik heb hier zilvervliesrijst bij gekookt, en het geserveerd met een simpele salade van rauwe geschaafde courgettelinten (want courgette is hier dus even helemaal ‘in’), besprenkeld met goede extra vierge olijfolie en de rest van het citroensap.

De citroen maakt echt het verschil in deze schotel; van winterse stevigheid naar een voorzichtig aanpappen met de lente. Sowieso – als je je eten proeft en denkt ‘dit mist iets’, is de oplossing niet zelden citroensap. Probeer het eens voordat je naar (meer) zout grijpt; vlees, groenten, en soepen knappen er bijna allemaal van op.

Paaspropaganda

ovenkip

Met stijgende verbijstering heb ik de afgelopen weken gadegeslagen hoe Pasen een feestje van de supermarkten is geworden, en hoe een knap staaltje volksbewerking de consument ertoe gezet heeft naast de ‘gebruikelijke’ stollen, hammen, zalmen en vrachtlading scharreleieren (1 zielig sterretje), ook China’s maartexport aan plastic frutsels in de armen te sluiten. Misschien hadden de Chinezen een cursusboekje propagandavoering meegestuurd naar de winkeliers, en… ohmijngod nu kom ik China nooit meer in hè. Ik bedoel natuurlijk te zeggen dat ik het vooral heel knap van ze vind hoe ze enz.

Ik ben in de war. Aangezwengeld door de aanwezigheid van twee kleine kinderen, maar net zo goed tijdens volwassenwording zònder kinderen, tingelt er rond half maart ergens in een uithoek van mijn brein de melodie van Moet ik hier ook aan meedoen? Dat lied heb ik zelf verzonnen. Het komt ook altijd langs met Kerstmis (dan is de outro ‘Jaaaaa’), en met Valentijn (‘Neeee’) en Sinterklaas (‘Hmmmm’). Het ingewikkelde aan opgroeien zonder vaste tradities is dat je ze later als je groot bent zelf moet beginnen als een gemis eraan begint te knagen. Ik heb als kind ontzettend leuke kerstvieringen gehad aan bijvoorbeeld witte stranden in Mombasa, maar we vlogen echt niet terug naar Nederland om het met familie te vieren. En eenmaal definitief terug ging Kerst als een nachtkaars gewoon een beetje uit. Sinterklaas, Pasen, idem – Just Not A Thing.

Behalve in de war ben ik ook gewoon lui. En lui ben ik omdat ik het mezelf niet makkelijk maak. Dat klinkt tegenstrijdig, maar ik ga onze kinderen niet op weg sturen met “Pasen is iets met een paashaas (en de kerstman is van Coca-Cola), hier heb je een chocolade-eitje doei”. Dus voordat ik een goed verhaal heb weten te breien van Pesach, offerlammetjes, fertiliteitsgodinnen, en wat een haas überhaupt met eieren moet – u begrijpt, dat stel ik even uit totdat ze echt reuzegeïnteresseerd zijn.

En naast in de war en lui ben ik rond Pasen verder nog gefrustreerd. Want ei=kip en kip=lekker en aan kip kleeft zo vreselijk veel gedoe. Zielig, ziek, gevaarlijk voor de gezondheid, sjongejonge wat is kip verpest voor mij zeg! Als ik de staatsloterij win ga ik elke dag biologische kip eten, en tot die tijd maar af en toe. En die maak ik dan zo:

Kip ui de oven

1 zo’n verdomd handige aluminium schaal met gemarineerde, biologische kippenbouten van de blauwe grootgrutter die ons serieus een “Jammie” Pasen toewenst. Pissen ze dan zelf in de broek van het lachen?

1/2 potje zwarte olijven zonder pit, op olie

1 rode ui, in grove stukken

1 bol knoflook, het bovenste kapje van 1 cm eraf gesneden

1 plak pancetta van ongeveer 50 gram, vraag maar aan de slager, in stukjes

4 vastkokende biologische aardappels, gewassen en in parten gesneden

olijfolie om te bakken

zout en peper

Verwarm de oven voor. Die schaal met kip, die spreekt voor zich. In een andere, niet te grote ovenschaal hussel je de overige ingrediënten met een flinke plens olijfolie. Zet beide schalen in de oven en check af en toe of de aardappels ongeveer even hard gaan als de kip. Als alles gaar is leg je de kip op een schaal en schep je de rest daar overheen. Nu ik het hier (amper) opgeschreven zie, denk ik ‘Jeeeezus wat makkelijk!’ Dat was het ook, maar het effect was groots. En het was heel lekker met een salade van veldsla, sinaasappel en sinaasappeldressing, en de rest van die olijven.

Retox

crostini

“Hallo buren! Wij hebben onverwacht gasten en een nijpend witte wijntekort. Iemand een flesje te leen?” sent from my iPhone [dronken]at 22:07.

Dit was thuis een week geleden op wat begon als een brave, niksige zondagavond, nadat er door een gezelschap van vijf welgeteld 1 fles Champagne, 3 flessen wijn, een sixpack Grolsch, een halve fles eau de vie, wat zelfgebrouwen pruimenstook en een restje vodka waren weggezet – na het eten. Ik had de onaangebroken fles port uit Matt’s geboortejaar al op tafel gezwierd (ik blijf het proberen) maar die moffelt hij altijd weer weg, uit de klauwen van zijn drankzuchtig vrouwmens.

Goddank antwoordde er niemand (op tijd) op dat bericht en eindigde daar onze zondagavondbinge (niet te verwarren met bingo), want de week moest toen nog beginnen. En Jezus, dat wàs me er één.  Opgerakeld oud zeer, sprankelende beloften, iets te huilen en iets te vieren; u roept, wij draaien. En zo kreeg ik zondagavond al het vermoeden dat ik het deze week met mijn reguliere doordeweek-geen-alcohol-en-weinig-suiker-en-koolhydratenbeleid wel kon schudden. Overigens eindigt voor mij die ‘werk’week donderdag om 17 uur want ik heb toch geen werkweek.

Dus dronk ik líters wijn, at ik die cake van afgelopen maandag, frambozen-meringuetaart van Holtkamp, chocoladetaart, rode wijnsorbet, goed brood en pasta – de hele week door. Hoogtepunt: donderdagavond Marius en een briljant inleidinkje bij het naastgelegen Worst, namelijk een kummelcrostino met lardo, venkel, en parmezaan. Daar dronken we Grüner Veltliner bij, want dat hoorde zo. Leest u overigens die goeie stukjes van Huib en Evelijn op Elle Eten.nl al? Bijzonder geestig ‘GruVee’ relaas.

En omdat ik deze week in stijl ga afsluiten heb ik die crostino vanmiddag nagemaakt, met nog meer lekkers. It’s a damn shame dat ik zelden brood eet, ‘cause I make a mean sandwich.

3 dikke sneden goed brood

half ons gesneden grillspek of Zeeuws spek

halve venkelknol, dun geschaafd op een mandoline

stukje pecorino (ik had geen Parmezaan)

kleine theelepel komijn (ik had geen kummel), grof gestampt of gevijzeld

flinke theelepel azijn

3 flinke theelepels olijfolie

zout en peper

Maak in een kommetje een simpele dressing van de olie, azijn, komijn, zout en peper, en roer de venkel erdoor. Beleg één snee brood (getoast of niet) met spek en drapeer daar een beetje leuk de venkel overheen. Rasp er de kaas boven. Dan:

1 rijpe avocado, geprakt met een paar druppels olijfolie en citroensap

ca. 50 gram zachte geitenkaas

Rooster de tweede snee brood. Smeer er dik de avocado op, en verkruimel de geitenkaas erboven. Bestrooi met zout en peper, en druppel er nog wat olie overheen. En nu nog:

half ons pekelvlees

1 eetlepel gekookte zuurkool. Dit haal je uit een potje, ik verbied je een half uur zuurkool te gaan staan koken voor een broodje.

Milde, grove mosterd

De derde snee brood beleg je met het pekelvlees. Nuke de zuurkool 30 seconden in de magnetron, leg het op het vlees en besmeer dik met mosterd. De mosterd kan natuurlijk ook op het brood, maar ja, dan zie je er niks van op de foto hè. En nu ga ik met een glas wijn bij de hand spaghetti aglio olio maken. Morgen weer de zweep d’r over…