Basisbal

vegaballen

Dingen die ik tijdelijk heb gekund, ooit in mijn leven:

-Op mijn handen staan

-Op mijn hoofd staan

-Op een galopperend paard staan

-Piano spelen

-Een (eigen) teen in mijn mond stoppen

-Maat 36 dragen

-Inverse goniometrische functies maken. Uiteraard alleen mogelijk door beperkingen te hanteren; arcsin, -cos, en –tan, u weet wel

-Heel lang touwtje springen

-Meer dan twee bier drinken

-Schaken

Dat schaken leerde ik in de twee jaar dat ik –vrij toevallig- in Nederland in groep 7 en 8 zat. Ik was niet zo gewend aan klassen en zoals bij waarschijnlijk elk kind dat nieuw op een school komt, duurde het even voordat ik mijn draai had gevonden in dit antropologisch fenomeen. Ik geloof wel dat deze bepaalde school een eerlijke afspiegeling van de couleur locale toonde. Er zaten wat leuke bruine kindjes in mijn klas, een meisje dat haar moeder (terug)sloeg, en ook waren er veel jongetjes met lamswollen truitjes en poloshirts daaronder. Jongetjes die op de basisschool al vrij ballerig praatten, en op tennis en hockey zaten. Met één van hen kwam ik terecht in een schaakklasje. Het zal het begin van het schooljaar geweest zijn, ik was nieuw en Lennart was wat ik nu het alfamannetje zou noemen. Mijn moeder onderging in die tijd een aantal zware oogoperaties, en één van de eerste middagen van dit gemoedelijke naschoolse activiteitje kregen hij en ik een beetje mot. Er werd wat over en weer gekat, dat ging van kwaad tot erger, en toen vielen de woorden “schele moeder”…

De keren dat ik blind van woede ben geraakt in mijn leven zijn op twee vingers te tellen, en van de tweede keer kan ik gelukkig zeggen dat er een gepast aantal meters afstand bleef tussen mij en de tegenstander, maar deze eerste keer was er geen houden aan. Ik vloog door de ruimte met het eerste wat ik in handen kon krijgen, namelijk het schaakbord, en voordat de brave bebaarde schaakmees kans zag zich ertussen te werpen had ik Lennart, die met zijn rug naar me toe zat, bovenop zijn hoofd gemept met wat wel een heel flimsy plaatje hout moest zijn. Het brak namelijk meteen in tweeën, en Lennart hoefde echt niet naar de Eerste Hulp of zo. Wel ging hij huilen, en ik ook, en nadat de obligate verontschuldigingen gepleegd waren, werden we voor de rest van onze lagere schooltijd eigenlijk heel goede vrienden. Ik zie hem op alle foto’s van mijn verjaardagsfeestjes destijds.

Nostalgie; aangezwengeld door het achterlaten van onze oudste dochter in een gebouw met gangen, trappen, juffen en meesters, honderden kinderen, groots en onbekend. Voor het eerst naar school.

Tomatensaus met tranen – nee hoor, nu stop ik. Ik voorzie grote drukte en geregel in de toekomst, en iets met een kalender met activiteiten en verplichtingen, dus ga ik af en toe een grote pan maken met stevige kost die zo uit de vriezer getrokken worden als koken er even niet in zit. Altijd goed op het repertoire: ballen in saus. Vegaballen dit keer!

Hoeveelheden voor een flinke voorraad; voor één avond eten met 2 volwassenen en 2 kinderen – halveren maar.

3 pakken vegaballetjes

2 blikken gepelde tomaten

1 grote ui, gesnipperd

3 tenen knoflook, in zeer dunne plakjes

3 theelepels gemalen venkelzaad

2 theelepels paprikapoeder. Hete, als je er mee weg denkt te komen.

1 bouillonblokje

olijfolie om te bakken

Verhit in een braad- of hapjespan twee eetlepels olijfolie. Fruit de ui op laag vuur in ongeveer 7 minuten zacht. Voeg de knoflook toe en bak nog 3 minuten. Voeg venkelzaad en paprikapoeder toe en roer een minuutje door. Blikken tomaat erbij, tomaten kapot maken met een spatel, bouillonblokje erin, deksel erop en 20 minuten zachtjes laten pruttelen, af en toe roeren. Intussen de balletjes in een koekenpan bakken volgens aanwijzing. Na die 20 minuten bij de saus in de pan en nog even laten trekken. Lekker met rijst, pita’s pasta, peulvruchten, you know.

Theetijd

photo(2)

Jaaaaa, da’s andere koek hè! Een heuse selfie, totaal niet mijn stylo. Door mijn rug gegaan, kan niet zitten, dus wat sta ik nu te doen? Te tikken. Ik sta werkelijk voor de boekenkast op een laptop te tikken.

En als íets niet handig is is het staand tikken, in een soort lage spreidstand om ter hoogte van de juiste plank terecht te komen. Dus vergeef me dat u vandaag verstoken blijft van lollige/treurige anekdotes en weet dat ze volgende week weer opgevoerd zullen worden, vergezeld door een recept voor Indian-stylie mosselen…

Voor nu een link naar de ontdekking die mijn dag van meh naar hell yeah! tilde: http://www.culy.nl/hotspot-2/yoyo-fresh-tea-bar/

Spot on bericht Culy ook over verdere trends die hopelijk snel vanuit Los Angeles naar ons overwaaien, of in ieder geval sneller dan de zeven jaar die Bubble Tea er over heeft gedaan. Ouwe doos hier kan u namelijk vertellen dat het in 2006 al behoorlijk de rigeur was in Lalaland, alwaar ze zich helemaal suf consumeerde aan onder andere ‘Boba’ Green Tea. Jarenlang voerde ik hier een soort eenmanscampagne bij de Coffee Company of ze het niet eens moesten opnemen in hun assortiment so I could get my fix, en altijd werd ik meewarig aangekeken. Weet dat gekke wijf nou nog steeds niet dat wij koffie doen? Goh, kan ik toch mijn mond niet houden.

In ieder geval had ik een uitje nodig vandaag want fietsen en lopen behoren nog wel tot de mogelijkheden, en de tip druppelde precies op tijd Twitter binnen. En gezien u best wat van mij aan kan nemen betreffende dit wonderlijke brouwsel – neem maar van mij aan dat ze ‘m hier volledig onder de knie hebben.  Mij heb je sowieso om als  ik kan vragen de suiker weg te laten en er nog steeds iets romigs en ijskouds uit de mixer komt (bij hun een geinige automatische shaker).  Dat hoef ik bij een Frozen Cappuccino anywhere in Amsterdam niet te proberen.

Afijn. Ik ga weer plat. Drink dat ding.

 

Semiflexi

steak sandwich

Omdat ik graag een bonafide flexitariër wil zijn (en ben), is het maar goed dat ik ook een flexidrinker ben. In tegenstelling tot, zeg, een alcoholist, die elke dag drinkt. Want een vervelend neveneffect van mijn (zeldzaam voorkomende) katertjes, is een amper te stillen honger naar rood vlees.

En daar viel ik dus lelijk van de flexiwagen, met het mooie voornemen om u vandaag een door gado gado geïnspireerde salade digitaal voor te schotelen. Ik geloof dat ik om 11 uur ’s ochtends al een steak sandwich achter de kiezen had (flink moeten kauwen is een essentieel onderdeel van deze rare behoefte) en werd daarna, onvoldoende verzadigd, bevangen door lichte paniek toen het overhoop halen van de ijskast louter boter, kaas en eieren opbracht, en negentien soorten groente. Ik was in staat door de inmiddels aangetreden regen terug te fietsen naar de ekoslager, maar gezien de oorzaak van het verlangen was ik natuurlijk helemaal niet in staat tot door de regen fietsen. Dus ben ik toch maar genoemde salade gaan maken, in de hoop ook om alle vegetariërs die ik met bovenstaande bekentenis heb verjaagd weer langzaam terug te hengelen.

rauwkost pindadressing

Wat die salade betreft; ik ben behoorlijk verguld met deze pindadressing, alleen is het schier onmogelijk een aantrekkelijke foto van pindadressing te maken. Daarom voor het plaatje apart, want dat is nog altijd beter dan een grote berg bruine rauwkost te kieken. Maar zo moet u het wel eten, en de dressing die u over heeft lepelt u naar mijn vermoeden gewoon op als toetje. Of u smeert het morgen op een stevig broodje met sla en ham. En dat ei, trouwens, had zich ook wel wat fotogenieker mogen gedragen.

Recept voor steak sandwich, voor 1 jager-verzamelaar.

brood

1 (biologische) ribeye

blaadje sla

saus van 1 volle theelepel mayonaise, 1 volle theelepel grove mosterd, en 1 zuur augurkje, gehakt, gemengd

Bak de ribeye in een paar minuten naar gewenste rood/gaarheid, laat even rusten onder aluminiumfolie, en assembleer je broodje.

Recept voor rauwkostsalade met pindadressing, voor 1 persoon maar makkelijk te verdubbelen.

¼ van een kleine witte kool, zeer fijn gesneden.

¼ courgette, in dunne plakjes door de helft. Courgette doet me gezonder voelen dan komkommer, en ik gebruik het rauw vaak als vervanging.

1 wortel, in dunne plakjes

1 gekookt ei

Voor de dressing:

1 eetlepel pindakaas

1 eetlepel zoute ketjap

1 eetlepel zoete ketjap

2 eetlepels rijstazijn. Witte wijnazijn kan ook.

sap van ½ limoen

1 theelepel honing

½ teen knoflook, gepeld

stukje gember ter grootte van een pink-kootje

6 eetlepels water, om te beginnen

eventueel: 1 theelepel sambal

staafmixer

Meng alle ingrediënten voor de dressing in een hoge mengbeker met de staafmixer. Omdat pindakaas altijd de baas wil spelen, moet je daar flink wat smaken tegenover zetten. Met water (per lepel) kun je het verder verdunnen indien nodig.
Roer de dressing in een saladekom door de groente, en serveer met het ei.

Ziek

Salade met spek en mozzarella

Vorige week, op het hoogtepunt van deze Hollandse zomer, lag ik met griep in bed. Gevoel voor timing kan mij niet altijd toegedicht worden. Zo heb ik ook wel lichtjes huilend van de koorts (thuis) door een concert van Rufus Wainwright moeten slapen, door de finale van een volleybalkampioenschap (voor niet hele goeie mensen), en door de laatste dagen van een vakantie met surfmogelijkheden.

Tijdens bovengenoemd concert heeft Rufus volgens de overlevering in de tweede set deze grap gemaakt:

(Gezegd moet worden dat zijn moeder, zangeres Kate McGarrigle, een paar dagen eerder was overleden, en dat gans het Carré-publiek met de grootst mogelijke compassie en welwillendheid Rufus met lieve hondenogen aan zat te kijken)

“I enjoy being in Amsterdam, I try to come over here whenever I’m in Berlin. My boyfriend’s from Germany. He’s always nagging me to learn German. And I’m like, ‘I speak German! (Bonkt keihard bovenop de vleugel) AUFMACHEN! GESTAPO!”

Van 1756 mensen zakt de kaak naar de hals, terwijl ze zich in afgrijzen verbazen over zoveel wansmaak. Na 5 seconden doodse stilte vraagt Rufus, enigszins verschrikt, “Too soon?” Waarna een uitverkocht Carré dubbelklapt van het lachen.

Nou, dat heb ik dus gemist. En omdat ik er niet bij was, weet ik ook niet honderd procent zeker of het zo ging, so correct me if I’m wrong.

Als ik zoals normale mensen verminderde eetlust zou hebben tijdens nare griep, zou ik tenminste nog een kilootje gewichtsverlies in het vooruitzicht hebben na zo’n rotweek. Maar dat zat er ook niet in, want als ik ziek ben wil ik alleen maar meer eten lijkt het, en ontzeg ik mezelf natuurlijk helemaal niets. Relatief gezond was deze wonderlijk lekkere salade:

Recept voor salade met mozzarella, spek en sperziebonen

1 krop eikenbladsla

1 bol mozzarella

150 gram Zeeuws of anders ‘gekruid’ spek (gaar)

handvol sperziebonen, schoon en in stukjes

handvol krieltjes, geschild indien niet biologisch

2 tomaten

½ blikje linzen, afgespoeld en uitgelekt

dressing:

1 eetlepel azijn

½ eetlepel mosterd

3 eetlepels goede olijfolie

zout en peper

Kook of stoom de krieltjes (desnoods bijgesneden tot gelijke grootte) in ca. 8 minuten gaar. Gooi daar de laatste 5 minuten de sperziebonen bij en check aan het eind van die 8 minuten totaal of ze beetgaar zijn. Giet af en laat afkoelen. Scheur de sla in stukken, was en droog de blaadjes. Doe in een grote diepe schaal. Snij de mozzarella en de tomaten in blokjes en leg op de sla, alsook de linzen. Meng de ingrediënten voor de dressing. Sperziebonen en krieltjes bij de sla, dressing erover en alles voorzichtig mengen. Drapeer het spek er een beetje leuk overheen voor het idee, en dig in.

Kill your darlings

rucolaspinaziesalade

De tuin van een vriendin heeft rabarber growing up the ass, als een tuin een ass zou hebben, en dan nog eerder out of the ass. Dus zouden Matt en ik die stengels wel eens te lijf gaan, en ze hak-hak-kook verwerken tot compôte, crumble, en –cello, alles fotografisch vastleggend teneinde schitterend inspirerende beeldbegeleiding bij deze kekke stukjes. Er zou zelfs suiker aan te pas komen.

Niets van dat alles. Aangezien veel van onze ondernemingen ingeleid worden door een bezoekje aan Google, konden we al gauw de handdoek in de ring gooien toen bleek dat rabarber vóór de langste dag van het jaar geoogst dient te worden. En eindigde daar mijn jaarlijkse poging tot groenvingeren.

Planten/levende groenten en ik, het wil niet echt. Terwijl ik zo vreselijk graag een moestuin wil. In mijn handen kapt het meeste er gewoon mee, en dat geldt ook voor techniek. De keren dat een apparaat niet aangaat als ik aan de knoppen zit TERWIJL IK PRECIES HETZELFDE DOE ALS MATT; op diezelfde handen niet te tellen. Het is een wonder dat ik hier nog wekelijks een schrijfsel de digitale snelweg op weet te jagen, en inderdaad, soms lukt dat ook niet.

Eén troost: de rucola deed het nog. Niet geheel eerlijk verdeeld tussen de slakken en mij, maar toch genoeg voor een accent in de salade zo fris en zurig en pittig, dat het kicked dat vlakke bittere zakspul uit de supermarkt z’n ass.

Recept voor een vreselijk lekkere spinazie-rucolasalade.

200 gram rauwe verse spinazie, gewassen. Doe maar uit zo’n zak.

flinke handvol rucola, gewassen

½ courgette, in dikke plakken

1 (punt)paprika in ringen

1 avocado, geschild en in plakjes

100 gram spekblokjes

1 klein sjalotje, in dunne ringen

1 teen knoflook, in dunne plakjes

1 theelepel gemalen komijn

1 theelepel gemalen koriander

voor de dressing:

2 eetlepels dikke yoghurt

1 eetlepel azijn

1 theelepel honing

1 eetlepel olijfolie

zout en peper

Ik schrijf dus meestal achter de ingrediënten hoe je ze klaar moet hebben liggen, maar je kan natuurlijk het één snijden terwijl je het ander bakt. Hier bijvoorbeeld: verwarm vast een theelepel olie op middelhoog vuur in een koekenpan. Doe de spinazie, rucola en gesneden (ja, die wel) paprika vast in een saladekom. Spekjes in de koekenpan. Langzaam goudbruin bakken. Intussen sjalotje en knoflook snijden. Spekjes met schuimspaan uit pan scheppen en op keukenpapier op een bord laten uitlekken. Vuur laag zetten. Sjalotje in de koekenpan met spekvet doen en 5 minuten zachtjes fruiten. In die 5 minuten dressing maken. Eerst azijn in een kom, dan zout (lost lekker op), roeren, dan honing, dan yoghurt, roeren, dan olie, dan peper, enfin… Verdunnen met een paar druppels water. Ik begin met een paar druppels ‘cause there’s no turning back… Intussen mag die knoflook er wel bij, in die koekenpan. Vuur iets hoger en nog drie minuten zachtjes bakken. Intussen courgette snijden. Dan, bij knoflook en sjalot, specerijen in de pan. Minuut meebakken, beetje roeren. Kikkererwten erbij. Drie minuten. Pomtiedom. Alles uit de pan over de spinazie scheppen. Probeer wat vet achter te houden, anders moet je nu misschien een lepeltje olie aan de pan toevoegen. Vuur weer iets hoger. Courgetteplakken bakken, 2 à 3 minuten per kant. Intussen avocado schillen en in plakjes snijden. Courgette in de kom, avocado erbij, dressing erover. That’s how I roll, maar als jij een andere volgorde aan wil houden wordt het vast niet minder smakelijk. Lekker met brood voor zij die brood eten.

Planes, trains and automobiles

tuinbonenquinoa

Het is vakantie, en iedereen gaat op reis. Als ìk zeg dat ik dol ben op reizen dan betekent dat niet dat ik, zoals veel anderen, het héérlijk vind om op te gaan in vreemde culturen, me aan een elastiek in de Niagara falls wil storten, of wil djembetrommelen in Yamoussokro. Ik bedoel dat ik de verplaatsing van A naar B leuk vindt. Per welk voertuig, dat verschilt.

Motoren vind ik eng, sinds ik moeder dus voorzichtig ben. In mijn Oegstgeestse eindexamenjaar was ik bevriend met een Armeen met broeierige blauwe ogen, een leren jack, en een Palestinasjaal. Ik droeg in die tijd geloof ik een paardensjaal. Als in: een sjaal met paarden. Ondanks onze verschillende subclubs konden we het heel goed vinden en ging ik wel eens bij hem achterop z’n Yamaha naar zijn kamer in Den Haag om met slangen te spelen. Als ik er ooit achter kom dat mijn dochter zoiets doet ga ik even huilen.

Treinen – leuk. Vooral voor tochtjes van zo’n anderhalf uur ben ik te porren en dat gaat heel goed uitkomen als ik volgend jaar weer bij Toneelgroep Oostpool in Arnhem ga spelen. Krant, Hemaworst appeltje, koffie, dutje….shit, Nijmegen.

Komen we aan bij de automobiel. Ik hou van rijden, van gereden worden, van wegrestaurants (minder sinds ik niet meer rook) en mixtapes/usb-tjes, maar aangezien ik-noem-geen-namen-maar-ze-is-drie-en-blond zelfs wagenziek wordt van ultrakorte ritjes was de lol er een beetje af geraakt. Totdat we dit voorjaar de tocht naar Frankrijk moesten tackelen en gelijk het echtpaar Curie na jaren onderzoek een remedie vonden; de iPad. Zeven uur lang non-stop? Tuurlijk liefje.

And the winner is hands down het vliegtuig. Geef mij maar vliegvelden, te dure koffie, stapels wijvenblaadjes (let wel, met geklede dames), te weinig beenruimte, en de belofte van vreemde culturen aan de andere kant…

Maar voorlopig gaan we de stad niet uit, eten we vaak buiten, en genieten we van salades die in de zomer nog blijer stemmen dan anders. Bijvoorbeeld deze uit het nog te verschijnen The Quinoa Diaries©. Bij deze; die titel is dus van mij. Ik weet dat je nu baalt.

Recept voor tuinbonensalade met quinoa en geitenkaas.

Quinoa voor 3 à 4 personen, gekookt en afgekoeld. In onze natuurwinkel hebben ze nu ook rode en zwarte quinoa. Bring it on!

Tuinbonen, ca.350 gram als ze uit de vriezer komen en je ze 2 minuutjes in kokend water ontdooit, en 1 kilo als je verse neemt. En dan: dubbeldoppen. Daar heb je namelijk tijd voor als je met een glas wijn in de zon gaat zitten.

150 gram zachte geitenkaas, verkruimeld. Ja, ook een terugkerend element in de Delacuisine. Vervang ook eens door kleine blokjes Manchego. Delilah.

Besjes uit ½ granaatappel. Ik heb Jamie Oliver ze ooit met de bolle kant van een lepel eruit zien halen door gewoon boven een kom op de dichte schil van de doormidden gesneden vrucht te meppen. Dat doe ik nu ook maar.

2 eetlepels goede olijfolie

sap van ½ citroen, zout en peper

Alles door elkaar mengen. Gister aten we dit met gebarbecuede speklapjes maar dat zeg je natuurlijk niet op MeatfreeMonday. Dus denk BBQ-spiezen van de Vegetarische Slager, of gegrilde halloumi.

Meatfree, niet beetfree

bietensalade

Naast me, in de bibliotheek, zit een mompelaar. Eigenlijk zit hij niet direct naast me, want dan was ik ‘m allang gepeerd, maar op acht meter toch dichtbij genoeg om de algemeen aanvaardde stiltesituatie enigszins te verstoren. Om de paar minuten zegt hij ‘nou’ tegen de krant, of hij loopt een rondje en pruttelt ‘hèhè’. Nu is het even stil want hij is in slaap gevallen boven zijn bakje rauwkost.

Ik vind het altijd ontzettend aangenaam in de bibliotheek. Omdat we in Afrika beperkte aanvoer hadden van kinderboeken en ik me na een paar maanden al door mijn zeecontainer had gewurmd,  ging ik op een gegeven moment maar over op de Jackie Collins collectie van mijn moeder. Toen was ik ongeveer zeven. Ik kon heel goed lezen want dat had ze me zelf geleerd (mijn moeder, niet Jackie) en toen ik daar doorheen was begon ik aan mijn vaders Ludlums. En als we dan weer even in Nederland waren kon ik naar de bibliotheek en me gewoon wentelen in Pinkeltje en zo, normal kids’ stuff. Voor mij hoort de bibliotheek bij een thuishaven; een plek van rust. Als je er één bezoekt in een vreemde stad, is de kans groot dat je je daar ook goed voelt, omdat je op kan gaan in een anonimiteit die tegelijk beschermd is. En serener dan bijvoorbeeld de metro.

O jee, nu word ik ook nog bevangen door ontroering omdat er iemand in de hal piano is gaan spelen. Zo leuk is onze bibliotheek, dat er een piano staat waarop ‘gevorderde spelers maximaal 30 minuten met een lichte toets mogen spelen’. Dat staat op het bordje en daar houdt iedereen zich aan, hoewel tot mijn spijt niemand het ooit dertig minuten volhoudt. Ook werpt zich nooit eens een maniak op de toetsen om eens lekker de vlooienmars kapot te rammen, terwijl ik zeker weet dat talloze bezoekers net als ik zich daartoe amper kunnen bedwingen. Gekje op acht meter zie ik er nog wel voor aan.

Nu ik hier toch zit schrijf ik maar een receptje op. Bietensalade; op de foto prehussel. Want hoewel de roze huzarensalade van Oma me altijd kostelijk smaakte, was dat toch niet helemaal de fotovibe die ik in gedachten had.

300 gram gekookte bieten in blokjes

150 gram zachte geitenkaas

2 stronkjes witlof, gewassen en gesneden

quinoa, gekookt, voor 3 à 4 personen

½ komkommer in blokjes

1 blik adukibonen (te vinden bij natuurwinkels), afgespoeld en uitgelekt

voor de dressing:

1 eetlepel azijn

3 eetlepels olijfolie

1 eetlepel mayonaise

paar druppels water

zout en peper

Meng alles door elkaar. You know the drill.

Niet poetsen maar lullen

aardappelzalmsalade

Afgelopen weekend was ik met vier vriendinnen feestvieren in Rotterdam. Bij elkaar hebben we 13 kinderen, en elke keer dat een willekeurige man op straat of in het café een als schalks te misverstane blik op ons wierp, voelde ik de behoefte om hem bovenstaand feit voor de voeten te werpen.  Dat was niet vaak, hoor.

Geestig ook hoe men zichzelf voor de gek kan houden. Zet ergens vijf vrouwen neer die elkaar twintig jaar kennen maar in deze samenstelling slechts één keer per jaar samen zijn, zet daar dan een kerel of twee naast, en zie hoe die binnen drie minuten oogrollend de benen nemen om het gekakel te ontvluchten. Niks gelonk of geflirt. En wij maar hippe truitjes dragen. Hoewel iedereen inmiddels wel weet dat vrouwen zich voor andere vrouwen kleden, en niet om aandacht van mannen. Manrepeller.com weleens bezocht? Birkenstocks, Uggs, harembroeken, camouflageprint in het algemeen, boyfriend jeans, Zweedse klompjes; in de ogen van de man allemaal afstotelijkheden bedoeld om van vrouwen schrikobjecten te maken. Dealbreakers – als in ‘vergeet het maar in de slaapkamer vanavond, meissie’. Girlfriend kan net zo goed wild spuitend met pepperspray over straat.

In ieder geval hadden we zelfs met een overnachting niet genoeg tijd om weer fatsoenlijk op de hoogte te geraken van elkaars doen en laten, laat staan het te hebben over die honderd andere mensen die wie graag beroddelen. Het leven blijft veranderen. De vanzelfsprekendheid waarmee we ons vroeger hele dagen en nachten achtereen in vriendschap, broederschap, gelijk een eeuwigdurend dansen onderdompelden, is verworden tot, tja, datumprikkers. Daar was niemand echt op voorbereid, vermoed ik.

Maar thuis wachtte warmte, en zachte huidjes, en banken om op te liggen. En zelfs een klein tripje naar de supermarkt, om deze zondagavond-geen-gedoe-aardappelsalade te maken.

Recept voor aardappelsalade met zalm en dingen uit de voorraadkast.

krieltjes, ongeschild, zoveel als jullie lekker vinden. Wij zijn niet zulke aardappeleters. Komisch hè, dat we dan toch aardappelsalade maken. In ieder geval doen wij het prima op ong. 250 gram

200 gram gerookte zalm, in stukjes

½ komkommer

1 pakje/zakje sugar snaps

1 blik zwarte bonen, afgespoeld en uitgelekt

1 blikje maiskorrels, uitgelekt

Voor de dressing:

2 eetlepels yoghurt (liefst beetje dikke)

1 eetlepel mayonaise

1 dessertlepel witte wijnazijn

1 volle theelepel gedroogde kervel of dille

zout en peper

Snij eventueel krieltjes bij tot gelijke grootte. Kook ze in gezouten water gaar in ong. 7 minuten, test ze met een vork. Gooi de laatste minuut de sugar snaps erbij, of stoom ze 1 minuut boven de krieltjes. Meng intussen alles voor de dressing in een grote saladekom. Voeg alle overige ingrediënten toe en roer voorzichtig de dressing erdoor. Verheug je na het eten op later op de bank, met popcorn en witte wijn.

Kindjes in Afrika

merguezsoep

Warm? Kindjes in Afrika, die hebben het pas warm. En ik kan het weten, want ik wàs een kindje, ìn Afrika. En dan hadden wij nog wel een huis van stenen met een dak, en hoefden we maar drie maanden te wachten totdat er door mannetjes die nog nooit een airco hadden gezien een batterij airco’s in geplaatst werd. Die eerste drie maanden in Zuid-Sudan lag mijn moeder de hele dag voor pampus op natte handdoeken OP bed, en sleepte zich alleen af en toe naar de keuken om zelf yoghurt of brood te maken, of weer een handdoek onder de kraan te houden. Wij hadden dus zelfs een kraan…

Die natte handdoeken hebben nogal indruk op mij gemaakt, maar zelf  was ik veel te druk met scharrelen in mijn nieuwe woestijn. Opeens had ik een aanloophondje, en twintig nieuwe vriendjes en vriendinnetjes die elke ochtend vanuit het niets verschenen. Als ik zeg ‘uit het niets’ dacht ik dat echt, want wij woonden in één van vijf verse bakstenen huizen met daarnaast een geïmproviseerde landingsbaan, en verder was er in een omtrek van kilometers geen enkel ander bouwwerk te ontwaren…

Na nog een paar maanden werd er te midden van ons dorp (die vijf huizen) nog een huisje opgetrokken, waar de aanwezige ingenieurs binnen no time een uit de kluiten gewassen koelcel van knutselden. Die was voor het bier, dat elke twee weken door een boef van een piloot met een klein vliegtuigje uit Nairobi werd ingevlogen. Al het eten en drinken werd ingevlogen, maar bier blijkbaar in zulke hoeveelheden dat er een apart huis voor gebouwd moest worden.

Trouwens, as I write is het gaan regenen, en onmiddellijk tien graden afgekoeld. Dus waar ik jullie eerst deze soep wilde opdringen onder het mom van ‘In warme landen eten ze ook gewoon warm hoor’, hoef ik er nu geen enkel excuus meer voor te verzinnen.

Recept voor surf ’n turf tomatensoep voor 4 personen. ‘Vis’ èn vlees dus, want het is geen maandag…

ca. 500 gram fruits de mer, ontdooid indien diepvries

4 à 5 merguezworstjes

1 liter bouillon

2 blikken tomaatblokjes

75 gram quinoa, koud afgespoeld

1 flinke ui, gesnipperd

2 tenen knoflook, fijngehakt

1 flinke theelepel ras-el-hanout (optioneel)

1 gele paprika, in stukjes

2 wortels, in stukjes

1 handvol gehakte bladpeterselie

olijfolie om in te bakken

Neem een soeppan met dikke bodem en verwarm 1 eetlepel olijfolie op middelhoog vuur. Bak daarin de worstjes in ong. 6 minuten gaar. Haal ze uit de pan, en zet het vuur laag. Wacht een minuutje en doe dan de uitjes in de pan, in dat lekkere vet. Als dat je afschrikt lepel je er voorzichtig wat vet uit, maar hou genoeg over om ui in te bakken. Fruit die zachtjes glazig, en voeg na ong. 5 minuten de knoflook toe. Bak nog 3 minuten door. Snij intussen de worstjes in stukken van 2 cm, en hou apart. Doe de ras-el-hanout in de pan en roer een minuutje door. Voeg de quinoa toe, de tomaatblokjes, de wortel, en de bouillon. Zorg dat het zacht blijft koken. Voeg na 10 minuten de fruits de mer toe, en kook weer 5 minuten door. Zet het vuur uit, roer de paprika erdoor en strooi de peterselie erover.

Dat ruikt goed hè. Krijg je honger van? Kindjes in Afrika, …

Gewoon, woensdag

slaw

Mijn  vader heeft vier kinderen ( en mijn moeder één, dan weet u het wel) maar ik kan niet garanderen dat er komende zondagochtend een liter jus d’orange over zijn bed stroomt, zoals dat a mi casa vast het geval zal zijn. De houdbaarheid van Vaderdag as we know it is eigenlijk beperkt tot het moment dat zoons en dochters de lol niet meer inzien van ’s ochtends al knuffelend met papa het bed volkruimelen, na overhandiging van een crêpepapieren frommel die afgeeft op mama’s witte lakens.

Of in de jaren daarna grover geschut wordt ingezet in de vorm van Big Green Eggs, racefietsen, of golftripjes naar Portugal moet iedereen  zelf weten. Wij pretenderen graag in de hand te houden wat we wanneer aanschaffen, en gaan vanavond op een doodnormale woensdag de oudste verblijden met een nieuw bed. Ja, omdat we die toevallig net konden ophalen bij tante Julia, maar daar verzinnen wel wat omheen. Iets met op de helft zijn van een plaskalender ofzo. Wat volgt als die vol is? Het dekbed, denk ik.

Vaderdag, Moederdag, Dierendag, Secretaressedag; het zijn in deze moeilijke tijden waarschijnlijk lichtpuntjes voor bouwmarkten, bloemisten, en dierenwinkels (secretaresses schijnen dol te zijn op rubberen kippen). Het Journaal vermeldt wekelijks op licht verwijtende toon dat er steeds minder geld uitgegeven wordt, en zal ook komende maandag teleurgesteld verslag doen van een daling in omzet ten opzichte van Vaderdag 2012. Van ellende kan een mens eigenlijk alleen nog maar koekjes gaan bakken, of zich anderszins stoïcijns in de  keuken verschansen.

De vader in ons huishouden is dol op allerhande slaw. Nee, niet ‘allerhande’ als in dat blaadje bij de blauwe supermarkt –sjongejonge, dat woord is ook gruwelijk gekaapt zeg. Wat, ‘gruwelijk’ kan ook niet meer?
We hadden het over slaw, wat natuurlijk een hilarische non-vertaling is, zeker als je het hebt over coleslaw. Janneke Vreugdenhil legt het hier voortreffelijk uit, en met haar en mijn recept tezamen krijgt u wèl een keer een hele kool op. In twee dagen.

Recept voor coleslaw, oftewel rauwe koolsalade, met blauwe kaasdressing

½ witte of spitskool, zeer fijn gesneden

1 bosje radijs, schoongemaakt en gehalveerd

1 appel in stukjes

1 handvol rozijnen of gedroogde cranberries

1 handvol walnoten voor mensen ouder dan 4 jaar

voor de dressing:

100 gram blauwe kaas, verkruimeld

2 eetlepels Turkse yoghurt

1 eetlepel mayonaise

1 eetlepel witte wijnazijn

1 eetlepel karnemelk of water

1 eetlepel honing

zout en peper

Alles mengen (dressing in een eigen kom) – je snapt het wel hè. Als het uit komt, maak deze salade dan zo lang mogelijk voordat je aan tafel gaat, en meng dan ook vast de dressing er door heen. Daar wordt de kool wat zachter van, maar anders is ie ook prima lekker. De noten strooi je dan pas op het laatste moment er over. Wij/zij hebben er geitenkaas tosti’s bij gegeten.