Ik hoor stemmen

kokos granaatappel yoghurt

Laatst werd ik gebeld of ik een keesfilm wilde inspreken, althans zo interpreteerde ik het, dus ik stelde me een gezellige animatiereeks voor gebaseerd op de Mees Kees kinderfilms. Maar nee, het was een casefilm, en snel schakelde ik mee naar het snellejongensreclamejargon waarin ‘we’ dan dit soort keeses bespreken. In de geluidsstudio trof ik het bekende setje nonchalante laidback geluidstechnicus, hipster accountjunior en zongebruinde accountsenior van het kaliber reclamebureau dat een direct lijntje met George Clooney heeft.

Inspreken, dat doe ik dus ook. Reclames, bedrijfsfilms, voiceresponse systemen – zonder het te weten heeft u mij wellicht vervloekt wanneer ik weer eens verkondigde dat mijn kunstgebitkleefpasta beter was dan de uwe, of dat de wachttijd nog maar 14 minuten zou bedragen, of dat de file zo’n 7 kilometer zou beslaan. En als u zich tijdens een l’Ôréal reclame ooit heeft afgevraagd ‘Maar waaròm dan, Penelope?’, was ik het die antwoordde ‘Omdat ik het waard ben’. Ja, zie daar maar eens iets tegenin te brengen. En nee, la Cruz spreekt dus eigenlijk geen Nederlands, maar het is nu zo lang geleden dat ik dat wel mag verklappen geloof ik. Overigens ben ik dat baantje kwijtgeraakt aan Isa Hoes toen ik een keer verkouden was op een opnamedag.

Vanaf een uur voordat ik de studio inga, maak ik hele rare geluiden. Dus als ik dan net een dochter op het voorzitje van de fiets heb zitten is dat weer een flink potje gezamenlijk vertier: tippetappetippetappetippetappetop, wij Waalse wezen willen wel wollen wanten wassen wisten wij waar warm water was, enzovoort. Wat niet mag vóór het inspreken: zuivel. Want slijm- en smakbevorderend.  Dit ontbijtje wordt ‘m dan niet:

Hele dikke yoghurt met granaatappel, kokos en amandelen. Omdat ik jullie serieus neem schrijf ik dit ‘recept’ niet uit, kom op zeg!
ps Is het al opgevallen dat ik in ‘receptmodus’ altijd van u naar jij switch? Want eten maken, daar moet je niet moeilijk over doen.

Bak Voorzichtig

citroenkoekjes

4e gastblog voor Jamie Magazine. Director’s cut.

En zo, bam, anderhalve maand na de kerstvakantie, was het voorjaarsvakantie. Dit schooljaar zijn ze allemaal nieuw voor ons, en ik sta nog een beetje te tollen van verwarring hoeveel het er zijn. Straks meivakantie. In april! Ik merk nu ook voor het eerst dat er een hele industrie drijft op de behoefte van ouders om kinderen tijdens de ettelijke weken schoolvrij bezig te (laten) houden, en ik heb die kalender maar eens van de muur getrokken om een entertainmentschemaatje in elkaar te flansen. Of mogen ze zich ook gewoon nog af en toe vervelen? Dat ze landerig vanaf de bank kunnen vragen waarom mama nou alwéér achter de computer een stukje zit te tikken?

Veel mensen zijn nu aan het skiën, maar sinds ik kinderen heb heeft mijn ouwe bungeejumpende, door-rood-fietsende lolbroek- Zelf tijdelijk plaatsgemaakt voor Oh-mijn-god-doe-voorzichtig!-Zelf. Die ouwe komt wellicht weer terug (op door rood fietsen na), maar dat skiën is me dit jaar met een peuter nog een brug te ver. Nu is het niet zo dat ik me continu Ekstriem Sportend boven een ijsravijn uit een helicopter liet vallen, maar meer lef dan nu had ik echt wel. Hoewel ik ook bij bravere sporten de nodige blessures heb opgelopen, en daarmee mijn ouders de stuipen op het lijf heb gejaagd. Leuk zo’n telefoontje: ‘We gaan uw dochter nu onder narcose brengen want haar schouder moet terug in de kom maar die arm is ook gebroken.’ Hockeywedstrijdje. Maar ook – Indonesisch rijkeluisziekenhuis. Geen halve maatregelen.

Neuh, wij gaan lekker koekjes bakken deze vakantie. En naar kinderfilms in het EYE. En als we heel, heel wild willen doen, gaan we de oudste leren fietsen. Met een helm op.

Die koekjes komen uit het Great British Bake Off boek, waar helaas niet in staat wat Mary Berry doet om al taartverorberend zo ultraslank door het leven te kunnen gaan. Ik heb het recept een klein beetje aangepast, door ze te versieren met geschaafde amandel in plaats van glazuur. Want ik ben lui.

Citroenkoekjes met amandel, ong. 24 stuks

100 gram ongezouten boter op kamertemperatuur

60 gram fijne kristalsuiker

geraspte schil en sap van 1 kleine biologische citroen

50 gram roomkaas (geen light)

200 gram bloem, gezeefd

¼ theelepel bakpoeder

snuf zout

2 flinke eetlepels geschaafde amandel

koekvormpjes, bakplaat met bakpakpier

Klop de zachte boter romig met een mixer, zo’n 2 minuten. Voeg de suiker en citroenrasp toe en mix nog  ca. 8 minuten tot alles zacht en luchtig is. Mix dan het citroensap erdoor en vervolgens de roomkaas. Zet de mixer uit, spatel de bloem, het zout en bakpoeder door de suikerboter, en kneed met je handen tot een samenhangend deeg. Vorm er een dikke schijf van, bedek het in huishoudfolie, en leg een half uur in de ijskast.

Verwarm de over voor op 180 graden (hetelucht 160) en bedek de bakplaat met bakpapier.  Rooster in een droge koekenpan op middelhoog vuur het amandelschaafsel lichtgoud. Pas op, dit kan opeens snel gaan. Hou apart op een schotel. Haal het deeg uit de folie, en rol met een deegroller uit tot een lap van ongeveer een ½ cm dik. Steek er vormpjes uit, herhaal met de restjes deeg, en leg de koekjes iets uit elkaar op het bakpapier. Bestrooi ze met amandelschaafsel. Bak ze ca. 15 tot 18 minuten tot de randen goudbruin zijn. Haal uit de oven, laat ze 3 minuten rusten, en dan helemaal afkoelen op een rooster.

Eitje

spicy gevulde eieren

Nummer 3 van 4 gastblogs voor Jamie Magazine

Vorige week dus American Hustle gezien. Een film precies in mijn straatje. Een jaren zeventig garderobe (van Amy Adams) waar ik stikjaloers op ben (alleen mee weg te komen met een decolleté als dat van Amy Adams), de ijle spacedisco van Donna Summer’s I Feel Love, en jawel, ook het liedje met mijn naam kwam nog voorbij. Dat ene liedje waar tachtig procent van de mensen die ik voor het eerst ontmoet spontaan in uitbarst, en ik dan een beetje ongemakkelijk van word. Dat gevoel kennen de Sofietjes, de Angies, de Roxannes, en uiteraard alle Billie Jeans van de wereld ongetwijfeld ook.

Als kind van genoemd decennium wakkert zo’n film bij mij warme nostalgie aan. Ik herinner me talloze soiréetjes van mijn ouders op hoogpolig tapijt, John Player Special sigaretten in zwarte kokers, het geklingel van ijsblokjes in kristallen whiskyglazen… ja, het waren feestbeestjes die twee. De volgende ochtend struinde ik steevast de salontafel (want die had je toen) af op zoek naar overgebleven nootjes, kaasblokjes met ananas of een verdwaald gevuld ei, en het is niet ondenkbaar dat er ook wel eens een slokje leftover rum-punch tussen heeft gezeten. Gevolg  hiervan is dat ik nu na elk feestje of etentje dat wij geven vrij panisch restjes aan het weggooien of opruimen ben, want kinderen stoppen alles in hun mond waarvan ze vermoeden dat een moeder het zou afpakken. Gister moest ik de oudste al kauwend op iets geels onder een tafel in de bibliotheek wegtrekken, waarna ze het uiteraard snel doorslikte en we nooit zullen achterhalen wat het was – snoep, papier, of een kanarie.

Terug naar die gevulde eieren, want eerlijk gezegd was die nostalgie het laatste zetje dat ik nodig had. Nadat op het afgelopen kerstdiner op school er ook al een moeder mee aan kwam zetten (een moeder die de eigenaar is van Van Kerkwijk nota bene!) voelde ik het eigenlijk al:  Ze Kunnen Weer. En misschien zijn ze nooit weggeweest, maar had ik gewoon oogkleppen op. Nu ga ik rustig zitten wachten tot de garnalencocktail terug komt.

Recept voor gevulde eieren met sojasaus en hoi-sin

Ga uit van 2 eieren per persoon, dit zijn hoeveelheden per vier eieren.

4 biologische eieren

1 theelepel sojasaus

1 eetlepel mayonaise

snufje peper

1 theelepel hoi-sin saus (potje)

1 theelepel sriracha (Thaise hete saus, bij de betere toko te vinden)

plukje verse koriander

Kook de eieren 7 minuten en laat ze daarna schrikken in een kom met ijswater. Pel ze en snij in de lengte doormidden, en schep het eigeel er voorzichtig uit. Meng het eigeel met de soja, mayo, en peper en vul hier de helften mee. Je kunt het mengsel er in lepelen, of een spuitzakje maken van een druk/sluitzakje waar je een hoekje vanaf knipt. Druppel wat toefjes hoi-sin over de eieren, voor de grote mensen ook wat sriracha, en bestrooi met de gehakte koriander.

Calendar Girl

kipstoof met spinazie

Ik heb maar eens een kalender gekocht. Zo’n papieren, waarop ik dan met een ganzenveer ga bijhouden wat de vier leden van dit gezin plachten te gaan doen op bepaalde dagen. Een agenda had ik heus wel, maar er heerst hier in huis onder de twee grote mensen een nogal stellig meningsverschil over hoe je je afspraken het best kunt documenteren; gewoon normaal met een pen in een zwart boekje, òf, komt ie : di-gi-taal. En aangezien we soms vergeten kennis te nemen van het medium van de ander, zijn de kinderen hier zo nu en dan de dupe van. Vergeten kinderfeestjes, dichte schooldeuren (studiedag), daar bovenop onze eigen dubbele afspraken; deze anarchie moest beslecht!

Dus liet ik mijn twijfelneurose los op de kalenderafdeling van een groot warenhuis, om na lang wikken en wegen thuis te komen met een kunstig exemplaar dat bij nader inzien toch verdacht veel weg heeft van een Kikker&Vriendjes prentenboek. (Daar was ik niet per se naar op zoek). Maar wat een heerlijke overzichtelijkheid gaat dit bieden. Ten eerste begin ik maar met de paar dagen school op te schrijven die de oudste het komende half jaar nog heeft, dan alle leuke dingen die we daar omheen kunnen gaan doen, en dan wanneer we allemaal tegelijk aan de bak moeten met ontwerpen/ repeteren/ kleuteren/ peuteren.

Op Delavie heb ik al eens eerder geschreven over hoe handig het is om family-dinnertechnisch enigszins voorbereid de week in te gaan, toen met de Basisbal. Maar ook als je niet voor een gezin maar gewoon voor jezelf kookt, is het zoooo relaxed om ’s ochtend gewoon iets van de vriezer naar de ijskast te verplaatsen, om dat ’s avonds alleen nog even op te moeten warmen. Iets uit de stoofpotfamilie bijvoorbeeld, zoals deze kip en chorizo met witte bonen en spinazie.

Hoewel makkelijk, is dit recept niet binnen 10 minuten klaar. Maak het dus vooral op een dag dat het kalendervakje niet helemaal vol gekrabbeld staat. Voor vier personen:

100 gram chorizo (vleeswaren) in stukjes gesneden

± 400 gram kipdijfilet

2 grote handenvol gewassen spinazie

½ winterpeen, in blokjes

1 blik tomaatblokjes

klein potje witte bonen

4 artisjokharten uit blik, gehalveerd

1 ui, gesnipperd

1 teen knoflook, gehakt

200 ml water, net van de kook

½ bouillonblokje

paar takjes tijm

olijfolie om in te bakken

Verwarm in een grote braadpan 1 eetlepel olie op middelhoog vuur. Bak de chorizo in een paar minuten knapperig en bruin, haal met een schuimspaan uit de pan en laat uitlekken op keukenpapier. Doe nog een klein scheutje olie in de pan, zet het vuur zachter en fruit de ui in ca. 5 minuten glazig. Voeg de knoflook toe en bak nog 3  minuten zachtjes mee. Schep ui en knoflook ook uit de pan, bij de chorizo.  Giet nog een eetlepel olie in de pan, zet het vuur hoog, en bak hierin de kip goudbruin. Hoeft nog niet gaar. Schep de chorizo, ui en knoflook terug bij de kip, de winterpeen erbij, de tomaatblokjes, het water en het verkruimelde halve bouillonblokje. Deksel op de pan en 10 minuten laten stoven. Laat dan de witte bonen en de artisjokharten een paar minuten mee opwarmen. Als je dit gerecht later wil eten, zet je nu het vuur uit en vries je het eventueel in. De spinazie wil je niet een tweede keer opwarmen, dus voeg die pas toe aan de hete stoofschotel vlak voor dat je aan tafel gaat, en laat niet lang meekoken. Ris de tijmblaadjes er pas aan het eind overheen. Lekker met of zonder stevig brood.

Op Café

tomatensalsa

Toen ik begin twintig was (in de vorige EEUW) werkte ik in een café aan de Amsterdamse Lindengracht. Ik woonde er ook een tijdje boven en dat vonden mensen soms sneu voor mij, maar geloof me, het was geen enkel probleem. De avonden dat men van geluidsoverlast zou kunnen spreken was ik er meestal toch aan het werk, of  droeg ik in een ander café waarschijnlijk zelf bij aan geluidsoverlast.

De zaterdagmarkt op de Lindengracht, alsmede die op de Noordermarkt (om de hoek) is befaamd. Bij omliggende horeca: berucht. Het is de dag van honderden cappuccino’s, tientallen tosti’s,  en eind van de middag de gestage overgang naar bitterballen, bier, en nachos. En de hele dag… kinderen. Heel veel kinderen. Dat de Fristi’s met een rietje je de oren uitkwamen. Met verbijstering zag ik vanachter de espressomachine aan hoe dreumesen over de splinterhouten vloeren kropen, asbakken (jaja, vorige eeuw hè) van tafel zwiepten, of zich laafden aan zompige bierviltjes terwijl hun ouders gezellig bijkletsten. ‘Kunnen die mensen niet gewoon bij elkaar thuís gaan zitten?’ vroeg ik me dan af.

Nou – boontje komt om zijn loontje. Nu heb ik zelf kinderen en vrienden met kinderen, en als zigeuners zwerven we soms door de stad op zoek naar een café waar ons gebroed niemand tot last is. Een tijdje was daar Brasserie Witteveen op de Ceintuurbaan, geheel in de markt gezet als kindvriendelijk. Dat is helaas gesloten – iets met ‘je geeft ze een vinger…’ etc. Op dezelfde plek zit nu het puik uitziende Julius Bar&Grill. En als ik heel eerlijk ben blief ik zelf ook liever een dikke lamsrack dan een kinderpannenkoek en een Fristi, dus daar moeten we gauw maar eens naar toe.

Maar voor wie komend weekend dus inderdaad braaf thuís gaat zitten borrelen met vrienden en kinderen, hier een goed gerechtje.

Nachos met kaas, guacamole, en salsa.

1 zak tortillachips

150 gram geraspte kaas

2 rijpe avocado’s

4 goeie tomaten, zaadjes verwijderd, in kleine blokjes

2 bosuitjes, in ringen

1 bos koriander, gehakt

2 tenen knoflook, gehakt

2 limoenen

zout en peper

1 eetlepel gesneden jalapeñopepers

1 chilipeper, fijngehakt

2 eetlepels sour cream

En weet je wat; sleep er ook maar 2 stronken witlof bij

2 kommen. Prak de avocado’s in één kom. Doe daar ¼  van de tomaatblokjes bij. De rest van de tomaat in de andere kom. Verdeel nu in gelijke hoeveelheden de bosui, koriander en knoflook. Pers boven elke kom 1 limoen uit, meng en voeg naar smaak zout en peper toe. Hou wat apart voor eventuele kinderen en roer daarna de twee soorten peper door beide dips. Snij de onderkanten van de witlof en snij de bladeren los.

Leg een laag tortillachips op een diep bord dat in de magnetron kan. Bestrooi met 1/3 van de kaas. Nog een laag chips, nog een laag kaas, nog een laag chips, enz. Knal steeds 30 seconden in de magnetron (ja hoor, dat kan) tot de kaas gesmolten is of in een gloeiend hete oven als je geen vriend van de magnetron bent. Serveer de chips met dips en wat klodders sour cream, en wissel soms af met een excuusblaadje witlof.

guacamole

Oui, Chef

pasta pastinaak

Ik heb in veel restaurants en cafés gewerkt, en ben zo aan een hele stoet gekke koks voorbij getrokken. Koks die niet van mensen hielden, of eigenlijk niet van eten, koks die dronken waren of doorgesnoven, koks die (lege) pannen door de keuken gooiden, en ik herinner me vaag een Zweedse kok met een rubberen kip die… oh nee. Een lieve ouwe kok, die niet één maar twee keer een grote prijs in een loterij had gewonnen en toch vijf dagen per week biefstukjes bakte, mijn eerste kok – een boze Hagenees, en een neef en een nicht die zoveel smaak hebben in alle opzichten dat ze niet anders konden dan een restaurant beginnen en zelf in de keuken gaan staan. Inmiddels hebben ze daar hulp bij van de rustigste kok die bestaat, die als hij ’s nachts naar huis gaat z’n lamswollen trui en z’n Barbour jas aantrekt, een geruite flat cap opzwaait en naar z’n optrekje in Zuid wandelt. Zo kan het ook.

Van precies die laatste drie kreeg ik het idee voor onderstaand recept, om niet te zeggen dat er weinig idee van mij bij zit en het eigenlijk geheel geplagieerd is op de aubergine na. Alleen was het in restaurant Balthazar’s Keuken (want daar hebben we het over) een bijgerecht, en ben ik er vandaag niet op uit gegaan om er stukken verrukkelijke kalfslende van zes centimeter dik bij te scoren. En zouden zij het volstrekt, volslagen belachelijk vinden dat ik hier deze pasta in durf te proppen. In de keuken hangt in vol zicht een bordje met de tekst Ici tout est au beurre. Nou, dan weet je wel waar je staat met je volkoren bedoelingen…

Recept voor pasta met aubergine, pastinaak, dadels en spek.

Pasta voor 3 à 4 personen

700 gram pastinaak, geschild en dikke repen

2 middelgrote aubergines, in plakken van 1 cm

12 dadels, ontpit en in stukken gesneden

100 gram spekreepjes

2 takjes rozemarijn

2 tenen knoflook, geplet

olijfolie, goeie en matige

Verwarm de oven voor op 200 graden. Leg de aubergineplakken op een met bakpapier bedekte plaat, en bestrijk aan beide kanten met (matige) olijfolie. Peper en zout erover en schuif de plaat de oven in. Meng in een ovenschaal de pastinaak met 1 eetlepel olie (zelfde verhaal), peper, zout, oven in. Haal na 20 minuten de plaat met aubergine uit de oven en draai de plakken om (met een tang! Koop zo’n tang!). Terug de oven in. Andere schaal eruit, en strooi de spekreepjes, knoflook en dadel over de pastinaak. Zet de schaal terug in de oven. Wacht 10 minuten, besmeer de rozemarijn met (matige) olie –lekker met je vingers, en gooi bovenop de pastinaak. Geef alles nog 10 minuten en kook intussen de pasta. Giet pasta af en meng er een scheutje goede olijfolie door (eindelijk). Serveer eventueel met zachte geitenkaas, maar dat wilde ik eigenlijk een keer níet zeggen. Ik kan het niet helpen, ik ben een grootverbruiker van geitjes’ kaas.

Snert

erwtensoep met komijn en harissa

Pokkenweer. Zeikerige regen waar je zeikerig van wordt en droomt, niet eens van zonneschijn, maar van betere regen. Een goeie natte moesson bijvoorbeeld, over je uitgestort door tropische goden met sprookjesnamen met wie niet te dollen valt. Aan veel stranden in Indonesië wordt vrouwen afgeraden blauwe of groene zwemkleding te dragen omdat Ratu Kidul, godin van de zee, een jaloers-toornig tiepje is dat om minder bereid is tot het in zee sleuren en verzuipen van nietsvermoedende burgers.

De regentijd in Jakarta bracht dagelijks vertier op de Internationale School. De opzet van dit hoogwaardig instituut was sowieso als dat van een pretpark, maar dan voor leergierige strebertjes die graag oefenden om naast voorzitter van de Verenigde Naties ook Olympisch vlinderslager te worden. Tussen alle faciliteiten lagen glooiende heuvels van well kept green en hectares sportveld, maar geen van de tientallen tuinmannen was opgewassen tegen de wolkbreuken die zes maanden per jaar de boel veranderden in kolkende rode modderpoelen waar wij na school gierend slidings in maakten.

Pas jaren later, op Cuba, zou ik weer een heuse tropische slagregen meemaken. Zo één die zich aankondigt met bulderende donder, edoch je net te weinig tijd verschaft om het droog naar Hemingway’s stamkroeg te halen. Maar ook doorweekt geregend leek het in Havana elke dag feest. Op reis van oost naar west had ik twintig dagen rijst met bonen en anorectische kip gegeten (hoewel mojito’s aan de bomen leken te groeien – in plaats van fruit), toen bleek dat al het eten van het eiland gehamsterd werd in met name resortgebied Varadero, waar we één nacht voor onze terugvlucht sliepen. In Havana waren we al dankbaar dat we een ieniemienie Chinatown aantroffen, lo mein incluis; in Varadero vergaapten we ons aan buffetten overladen met vers fruit, lobsters tot aan de oren, en speenvarken verslindende Duitsers. Een bacchanaal achter een poort met een slot er op – letterlijk, waar de lokale bevolking alleen als personeel  binnengelaten werd. Hartverscheurend.

Vandaag piesregent het hier natuurlijk weer. En dan maak ik voor de stiefzus van Matt, die Singapore even achter zich heeft gelaten, erwtensoep. Vegetarisch, want ze eet “niets met een familie of een gezicht”. Kijk, dat is duidelijke taal.

Recept voor vegetarische erwtensoep met komijn en harissa.

Voor 5 flinke eters:

500 gram gedroogde spliterwten, gewassen

1 prei, het wit, gewassen

1 knoeperd van een winterpeen, geschild

2 dikke plakken van een knolselderij, geschild

2 blokjes groentebouillon

3 laurierblaadjes

2 flinke theelepels gemalen komijn

2 theelepels harissa (Tunesische ‘sambal’)

ca. 400 gram vegetarische spek/ham/vleesblokjes (gemengd)

Doe de erwten in een grote soeppan (min 3 liter inhoud) met 2 liter koud water. Breng aan de kook. Ik voeg alle smaakmakers pas toe als de erwten een paar keer flink gekookt hebben (vuur laag en weer hoog) en het schuim er af geschept is. Anders heb ik het idee dat bouillon etc. ook weg geschept worden, maar misschien is dat een waanidee. In ieder geval, wanneer het water weer wat schoner lijkt, bouillon, laurier, en komijn toevoegen. 30 minuten laten koken op zacht vuur en vaak over de bodem roeren zodat het niet aankoekt. Intussen de prei in ringen, en de peen en knolselderij in blokjes snijden. Na die 30 minuten toevoegen aan de erwten. Zout naar smaak erbij, en nog 20 minuten zachtjes koken – vaak roeren. Vleesvervangers en harissa toevoegen. Nog 10 minuten geven, en dan serveren met roggebrood met bijvoorbeeld: roomkaas (3 eetlepels), ½ potje gedroogde tomaten, paar blokjes feta – gemengd met een staafmixer. En in de kom nog een flinke schep harissa voor de grote jongens en meiden.

Smetje

vegakip met aziatische kool.jpg

Één van de vele vele knappe stiefverwanten van Matt is persvoorlichtster bij Het Rode Kruis, en zit het afgelopen jaar diep in de shit. Het 3FM Serious Request thema van dit jaar is namelijk ‘Let’s clean this shit up’, waarmee aandacht wordt gevraagd voor het probleem van kindersterfte door diarree. Ze is al sinds het vorige Glazen Huis is ontmanteld bezig met het project van nu, en onder andere met Eric Corton afgereisd naar Burundi om één en ander in kaart te brengen.

Omdat dat haar vak is gaat ze supergoed om met de giecheligheid die praten over poep toch teweeg schijnt te brengen, en (ik ben trouwens helemaal de draad kwijt hoe het in dit stukje ooit weer over eten te gaan hebben) zijn ze daar vandaag  in Leeuwarden weer gestaag miljoenen aan het binnenharken om dit schrijnende probleem aan te pakken. Hoog op de agenda: handen wassen. Handen wassen handen wassen handen wassen.

Laat ik daar nou net licht obsessief in zijn. En nee, Amsterdam is geen Mutambu. Maar ik ben al sinds jaar en dag een fanatiek ontsmetter van in ieder geval mijn eigen handen en het liefst nu ook van die van mijn naasten, maar die hebben daar een wat normalere opvatting over. Smetvrees, zegt u? Tja. Ik kan wel stellen dat mijn grootste nachtmerrie bewaarheid werd toen ik in een café in Antwerpen jarig werd en de zwerver op het terras mij zijn net bespeelde mondharmonica cadeau kwam doen, “Allez, voor u, speel dan!” kirrend. Verwachtingsvol klampte hij zijn handen samen, mijn vriendin pieste in haar broek van het lachen, en als ik Selina Meyer uit HBO’s ‘Veep’ was geweest had ik gezegd : “I would rather set fire to my vulva”. (Ga dat trouwens allemaal snel kijken, want dat is grappige shit) Maar dat durfde ik natuurlijk niet. Ik deed het, na een onhandig-opzichtige poging het ding schoon te vegen, te doen verdwijnen, íets… En ik ben er nog.

Kom, laten we eten. Recept voor Aziatische koolsalade met Kipstuckjes van De Vegetarische Slager. Serieus – lekkerder dan kip. Misschien niet lekkerder dan in een perfect gegaard sappig biologisch boutje met een knapperig vet velletje bijten, maar wel echt lekkerder dan doorgaans kartonnen kipfilet.

Begin trouwens een uur van te voren met de kool, want die moet even marineren.

½ rode kool, ragdun gesneden

1 winterpeen, geschild en geraspt

dressing :

5 eetlepels sojasaus

1 eetlepel zonnebloem- of raapolie

1 eetlepel sesamolie

2 eetlepels limoensap

1 theelepel honing

1 teentje knoflook, geraspt

1 stukje gember, ter grootte van een pinkkootje, geraspt

Meng alle ingrediënten voor de dressing, hussel door de kool en wortel, en laat afgedekt een uur staan. Maak na een uur de salade af met:

1 bosui, in ringetjes gesneden

1 (punt)paprika

wat gehakte koriander

schijfje limoen

Bak dan in een paar minuten 1 pakje kipstuckjes van De Vegetarische Slager per 2 personen goudbruin in wat zonnebloemolie. Serveer met de salade en eventueel pandan- of jasmijnrijst.

 

Pittig Ding

pompoencurry

Vorige week heb ik bloemkoolsoep gemaakt met ras-el-hanout en nog wat andere vrolijke kruiden. Ik was er niet bij toen er gegeten werd maar volgens Matt hebben de meisjes huilend geprobeerd hun tong uit hun mond te trekken, vanwege ‘te pittig’. Dat leek mij schromelijk overdreven, maar ik zal iets milder aan doen in mijn niet aflatende poging vroegvolwassen eters van ze te kleien.

Het sneue was dat ze ook nog een paar happen moesten nemen om een snoepje te krijgen (ja, die tactiek gebruiken wij schaamteloos). En dat snoepje, weet u wat dat is? Een kauwvitamientje! Zei ze, schuddebuikend van de lach. Er zijn mensen die dit ronduit zielig voor onze kinderen en satanisch van ons vinden, maar dat riposteer ik door te stellen dat de mate waarin zij òns nog voor de gek gaan houden de komende vijftien jaar (en dan vooral tussen hun dertiende en zeventiende, schat ik) alles overtreffen zal. Bij elk huis wat we nu bezichtigen hou ik een schuin oog op alle slaapkamerraam/schuurtje-ontsnappingsmogelijkheden, en dat komt natuurlijk omdat ik zelf een stouterik was.

Maar je weet het nooit zeker. Een brave gymnasiaste die in het weekend bijvoorbeeld gewoon worteltjestaart voor je wil bakken schijn je zelf op een gegeven moment het liefst met een fles Apfelkorn de deur uit te willen schuiven, als je Sylvia Witteman mag geloven. Ik kan me daar weinig bij voorstellen. Ik zou haar haar vlechten op de bank, en haar geld toe geven. Zakgeld heet dat, geloof ik.

Vandaag op verzoek Indiaas. Kunt u zich voorstellen dat het heel verwarrend is voor een Brits neefje, een weekend op bezoek, als er door een groep Nederlanders gesteggeld wordt of er pizza of Indiaas besteld zal worden?

Recept voor pompoencurry met zwarte bonen.

Een flespompoen van ongeveer 800 gram, pitten en draden verwijderd, in blokken gesneden (hoeft niet, mag wel geschild)

1 blik (of die hoeveelheid gekookte) zwarte bonen

3 middelgrote aardappels, geschild en in blokjes

1 flinke ui, gesnipperd

1 stukje gember, formaat duimkootje, geraspt of fijngesneden

2 tenen knoflook, gehakt

2 theelepels gemalen koriander

2 theelepels gemalen komijn

3 kardemompeulen, alleen de zaadjes, gestampt

3 theelepels garam masala

3 eetlepels geraspte of geschaafde santen  (zo’n blok kokos)

100 gram cashewnoten, ongebrand en ongezouten

400 ml heet water

1 blokje groentebouillon

handvol verse koriander, gehakt

paar eetlepels dikke yoghurt

olie om in te bakken

facultatief, apart: 1 groene chilipeper, dungesneden

Maal de cashewnoten fijn in een keukenmachine of  met een staafmixer. Verhit de olie in een grote hapjespan of braadpan en bak de ui in ongeveer 7 minuten zacht op laag vuur. Voeg de gember en knoflook toe en fruit nog 2 minuten, en dan alle specerijen (de ingrediënten tot aan de santen). Laat dit nog een paar minuten zachtjes bakken tot je denkt dat het Indiaas ruikt. Zet het vuur iets hoger en voeg de pompoenblokken toe. Bak 2 minuten een beetje aan, schep alles uit de pan, en doe de geschaafde kokos in de pan. Vuur laag. Begin met de helft van het net gekookte water en los daarmee de kokos op. Bouillonblokje erin verkruimelen. Roer nu het cashewnoten’meel’ erdoor. Als het goed is, wordt het meteen dik en heb je de basis van de curry. Voeg de rest van het water toe tot je de gewenste consistentie hebt. Pompoen en uienmengsel terug in de pan, aardappels erbij, deksel op de pan, kwartiertje laten garen. Laatste 5 minuten de bonen erbij. Serveren met basmatirijst voor wie dat wil, en de neiging onderdrukken er een gehakte groene peper over te strooien. In plaats daarvan, een lepel yoghurt en verse koriander.

Pauze

noedelsoep vegetarisch

Ik kan er niets aan doen, die rare behoefte die ik tien schooldagen achter elkaar kan bedwingen maar waar ik één keer in de twee, drie weken aan toe moet geven: mijn dochtertje begluren op het schoolplein. Het gebeurt altijd toevallig, echt waar. Ik fiets langs, een zwerm kindjes joelt en jubelt in de vroege winterzon, ik zoek lange blonde haren op een donkerblauwe jas, ik moet remmen want er zijn vierendertig meisjes met lange blonde haren en een donkerblauwe jas aan het buitenspelen. Ik stel me dan toch maar wat verdekter op, zoekende blik, turend naar de zandbak, nee, het klimrek, nee, en dan… daar is ze. Frisse roze wangen, piekige lokken, ze rent achter een jongetje aan, ze lacht, ze kijkt verwachtingsvol en open.

Mijn meisje, van zo klein naar zo groot naar zo klein op zo’n plein.

Ik fiets snel door.

Herinneringen aan mijn eigen eerste schoolpauzes zijn vaag, minimaal. Het leeuwendeel van mijn pauzes bestond vier jaar lang uit het moment dat mijn moeder haar les(geef)boek neerlegde, haar zogenaamde jufpet afzette, en een half uurtje weer gewoon mijn moeder was. Ze heeft me leren lezen en schrijven en rekenen; buitengewoon intiem en waardevol. Engelengeduld had ze, ook wanneer ze de kindjes van de buren lesgaf die volgens mijn vader nodig eens bij een psychiater langs moesten. Dat zei hij niet achter de rug van die ouders om hoor, gewoon recht in hun gezicht, met de allervriendelijkste bedoelingen. DAT KAN DUS NIET.

Lunch vandaag – soep van restjes.

Recept voor vegetarische noedelsoep voor 1 persoon

500 ml groentebouillon

100 gram tofu

½ winterpeen of paar wortels in blokjes

beetje mihoen

1 stronkje witlof, gesneden

1 eetlepel sojasaus

1 eetlepel Thaise vissaus

1 theelepel sesamolie

1 theelepel sambal djeroek (sambal van/met limoen)

scheut citroensap

wat gehakte koriander of peterselie

1 eetlepel zonnebloemolie

Om te beginnen ga ik je vertellen waar tofu, of tahoe zoals ik het placht te noemen, lekkerder van wordt. Zoals veel dingen wordt het lekkerder van bakken in olie. Maar om dat zompige goedje een beetje krokant te kunnen bakken moet je het eerst wat droger zien te krijgen. Leg daarom de tahoe eerst gewikkeld in een schone keukendoek in een diep bord met daarop je zwaarste braadpan. Laat die pan in een halfuurtje zoveel mogelijk vocht uit de tahoe drukken. Bak het daarna in een koekenpan in de zonnebloemolie op hoog vuur rondom goudbruin. Verwarm de bouillon en roer alle ingrediënten erdoor, met als laatste de sambal. Kook nog vier minuten door tot de mihoen zacht is. Drink/eet slurpend in je eentje, als de soep nog net iets te heet is.