It’s the Mrs.!

mozza en mais

Trouwen is denk ik het allerleukste wat er is, want wat betreft kinderen krijgen: baren doet ook gewoon pijn. Huwelijksdag: Alleen. Maar. Feest.

Met de nodige relletjes achter de schermen (boze trouwambtenaar die zich aan de kant gezet voelde, een onoverkomelijk familieconflict vooraf, een plaatjesdraaier die 10 minuten voor aanvang nog aan de Pastis in het café zat), onophoudelijke gelukstranen van mij, een rock princess jurk (want poudre leer en tule, wel zéér beschaafd), een bloedmooie man (de mijne) en een gezelschap geselecteerd  op hoe vroeg ze durfden te beginnen met drinken (klokslag 12:05 u).

The morning after kwam er een tweede draaiboek aan te pas om het vliegtuig naar Barcelona te halen, waar ik heb gegeten voor 17. Dagenlang. Spektakelstuk als afsluiting was het sterrenrestaurant (cadeau omdat ik ook nog ongeveer 56 was geworden, nee hoor 40 maar!) waar we naast de döppelganger van Kim Jong-un zaten. Of de echte, maar zo goed durfden we niet te kijken.

Laten we wel wezen: sterrenrestaurants zijn wat mij betreft buitencategorie. En ik heb in mijn leven maar voet gezet in 2, dus ik was echt reuze onder de indruk van deze gastronomische mokerslag-in-a-good-way. Ik ga hier niet zitten recenseren en alle beschrijving schiet tekort, maar wat was het fenomenaal – van de oesters met komkommer, kaffir en kokos tot de aandoenlijk Spengels sprekende gastheren aan toe. (“Wat? Wat zei hij?” “Geen idee, even op het kaartje kijken…o, ‘home yolk’” …??)

Waarom die zaken er altijd zo krankzinnig uitzien (als ik ook andere bronnen moet geloven) is me echter een raadsel. Wie, zeg me, wie vindt het leuk om in een gemuzakte kantoorlobby op zandkleurige jaren 80-banken te zitten onder verlichting die op noedels lijkt?

Na twee dagen thuis haalde ik het ook nog in mijn hoofd een lang weekend in Toscane te gaan wijnproeven (‘proeven’, uh-huh), en dus eet ik nu een maand lang alleen maar salades. Of in ieder geval vandaag.

Iedereen kan een salade in elkaar vogelen, maar gooi er dan eens deze dressing over.

Recept voor ansjovis-peterseliedressing (over salade met gebakken mais en buffelmozzarella).

2 ansjovisfilets

2 volle theelepels mayonaise

2 volle theelepels mosterd

1 1/2 eetlepel witte wijnazijn

4 eetlepels goede olijfolie

klein bosje peterselie

1 theelepel kappertjes

zout en peper

staafmixer, of liever nog zo’n hakmolentje dat bij de staafmixer hoort. soms.

Alles mengen met de mixer.

En over bijvoorbeeld deze salade lepelen, omdat het zout van de ansjovis zo lekker is bij het zoete Maillard van de mais:

3/4 krop eikenbladsla, gescheurd

korrels van 2 verse maiskolven, erafgesneden met de kolf rechtopstaand en goudbruin gebakken

1 flinke bol buffelmozzarella, in stukjes geplukt

eventueel wat goede biologische ham in reepjes, of pecannoten

Spanningsboog

garnaaltjes wakame

Als ik me net een kwartier had weten te concentreren, had ik een artikel kunnen lezen over hoe mensen zich niet meer kunnen concentreren. De afleiding! Ik had me echt stellig voorgenomen dat wanneer de meisjes allebei op school zouden zitten, ik minstens drie keer per week een uur zou nemen om te lezen. En dan niet het gebruikelijke scanrondje digitale krant – huffpo – refinery29, nee; haute littérature. Van papier.

Maar het is godvergeten moeilijk om jezelf een uur uit te zetten, om niet bereikbaar te zijn, om te durven geloven dat de dag ook echt wel tot een redelijk einde zal komen als je níet nog even de post van de oude bewoners doorstuurt, kaartjes voor Henry van Loon weet te bemachtigen, een scharnier voor de deur van de afwasmachine op de kop tikt – een deur die je zelf in al je ongeduldige lompheid gemold hebt – en naar lettertypes voor je huwelijksuitnodiging hebt zitten kijken op die vermaledijde laptop die je een uur niet aan zou raken.

Dat zeg ik dan tegen mezelf, want u heeft het vast veel beter voor elkaar.
En dan ook nog de hele dag aan eten denken. Wat ik zelf lekker vind, wat goed is voor de kinderen, en zoals vandaag wat die tweehonderd gasten gaan eten op het huwelijk van een Vogue-dame met wie ik straks een gesprek heb over de catering. Ze komt naar het restaurant en dan maak ik een cocktailtje, zet ik haar wat artisjokhumus en rillette van eend met augurkjes voor, en gaan we fantaseren over Iberico ribstuk en tandoori nootjes.

Op eten kan ik me dan weer heel goed concentreren. Dus toen ik net even een kwartier weg was tijdens dit schrijven heb ik soep gemaakt. Die lekker is, maar zooo lelijk bleek op de foto! Ik heb er met geen mogelijkheid een appetijtelijke aanblik aan weten te geven. Dus wijk ik van mijn gebruikelijke pad en is er vandaag geen foto van het gerecht, maar van de twee ingrediënten die zich wel wisten te gedragen voor de lens.

Recept voor courgette-amandelsoep met garnaaltjes en wakame, voor 2 grote en 2 kleine mensen.

2 grote courgettes, in grove blokjes

3 eetlepels amandelmeel

1 kleine ui, gesnipperd

1 teen knoflook, fijngehakt

700 ml bouillon, groente of vis

ca.120 gram Hollandse garnaaltjes

1 bakje zeewiersalade. Kant en klaar; lees één keer níet de achterkant van de verpakking

olijfolie om in te bakken

staafmixer

Verhit in een soeppan met dikke bodem een flinke scheut olijfolie op middelhoog vuur. Draai het vuur zacht en fruit de ui in ca.7 minuten glazig. Voeg de knoflook toe en bak nog 2 minuten. Doe het amandelmeel in de pan en roer om, laat een minuutje roosteren. Bouillon en courgette erbij, en op hoger vuur de courgette in 8 minuten zacht koken. Pureer de soep, breng op smaak met zout en peper, en verdeel over kommen. Garneer met zeewier en garnaaltjes, en eet met stevig brood.

If You Like It

kikkererwtensoep

Ik heb een hekel aan afdingen, en het is ook iets wat je verleert. Vroeger, ja vroeger was ik berucht onder de betjak- en badjajbestuurders in Jakarta-Zuid, want bikkelhard.
Ik probeerde het krap twee weken geleden weer, toen onze trouwe ouwe door-mij-gebutste stationwagon het uiteindelijk begaf en we ons binnen luttele uren in een heuse occasion-showroom bevonden. Dat vonden we op zich al fascinerend, al dat glimmend geweld plus koffie, want de vorige vehiculaire aanschaf ging gepaard met een schimmige overdracht op een postkantoortje in Purmerend.

Daar stond ie. Meteen. Hij was Duits, hij was zwart, en we werden er heel hebberig van. In mijn beste poging dat te verhullen trok ik een superchagrijnige kop maar kon ik niet voorkomen dat we naar een verkoper op zoek moesten, die zich wijselijk uit de voeten had gemaakt. Ze ruiken het, schijnt. Alsnog probeerde ik een iets doorslaande balans tussen oogrollen en interesse te showcasen;  ik zou dat varkentje wel even wassen.

Binnen vijf minuten waren we precies het bedrag kwijt dat in dikke letters achter de voorruit prijkte.

Ik ben de touch verloren. Wat heel heel spijtig is nu we ons door offertes aan het worstelen zijn van locaties die in aanmerking komen om er ons aanstaande huwelijk te vieren.

…See what I did there?

Maar even serieus: als je als restaurant op je menukaart een taartje voor 4,50 zet, dan kan je toch niet gewoon 80 personen keer 4,50 voor taart rekenen bij zo’n grote afname? Dat is toch absurd?
Ik zal dat varkentje wel even wassen.

Recept voor soep met varkentje. Vandaag easy chickpeasy, met speklap en thijm. Voor twee personen, want trouwen doe je met z’n tweeën.

1 groot blik kikkererwten van 800 gram, te vinden bij de Turkse winkel of supermarkt, anders 2 x 400 gram, uitgelekt

2 speklappen

1 flinke ui, gesnipperd

2 tenen knoflook, gehakt

700 ml bouillon

paar takjes tijm

half handjevol peterselie, gehakt

½ citroen

½ gehakt rood pepertje

2 eetlepels ketjap manis

2 eetlepels ketjap asin (jaa, dat is dus zoute) = sojasaus

1 eetlepel tomatenketchup

1 theelepel gemalen venkelzaad

zout en peper

olijfolie om in te bakken

staafmixer

Roer in een diep bord een snelle marinade van de twee ketjaps, de ketchup en het venkelzaad, leg de speklappen erin, goed bestrijken, en laat het afgedekte bord minimaal een half uur rusten. Verhit dan een eetlepel olie in een braadpan met dikke bodem op halfhoog vuur. Bak het vlees rustig gaar en bruin, giet de laatste minuut het restje marinade erbij. Neem de speklapjes uit de pan en leg apart. Voeg nog een flinke eetlepel olie toe aan de pan en zet het vuur laag. Fruit de ui in ong.7 minuten glazig en zacht en voeg dan de rode peper, de knoflook en de tijm toe. Bak nog 2 minuutjes en doe de kikkererwten in de pan. Giet de bouillon erbij en laat een paar minuten koken. Snij intussen de speklappen in repen. Pureer de soep, roer het vlees erdoor, breng op smaak en dien op met gehakte peterselie en wat kneepjes citroen.

Ochtendoverpeinzing

ravioli salieboter

Omdat ik uit huis ben gevlucht voor onze lieve maar onophoudelijk Spaans ratelende huishoudhulp (No comprende! No comprende!) ben ik nu overgeleverd aan alle andere gekkies die zich om 9 uur al in de horeca ophouden. “ ‘t Zijn toch altijd de vrouwen die het moeten doen, jatochnietdan…” klaagt een zure gebreide haarband over het regelen van Sinterklaascadeaus. “Stelletje viespeuken” mompelt een stripboekprofessor Klassieke Talen nog vóór hij de wc bereikt heeft. En “Ik zeg voor minder dan drie K doe ik het niet zeg ik” uit een hoek achter me waar ik nu niet naar om durf te kijken.

Vroeger deed ik vaak de ontbijtshift in het café waar ik werkte en stond ik om 7 uur ’s ochtends croissants af te bakken en tonijnsalade te maken, tenzij ik een kater had en tonijnsalade net datgene was wat me over het randje zou jagen. Maar meestal was ik fris en fruitig en vond ik alle vaste early birds lief. De verwarde oude meneer die in een kapitaal pand op de Prinsengracht woonde, en soms heel hard “WEL!” schreeuwde door de nagenoeg lege zaak, de cameraman van middelbare leeftijd die zo eenzaam geweest moet zijn dat hij ons, het personeel, als eerste vertelde van zijn schildklierkanker. Zijn hele behandeling lang hebben we hem alles gratis gegeven. Het kwam goed. De liefste weduwe van Amsterdam, die dag in dag uit precies twee kopjes koffie dronk. Hun hele werkende leven hadden zij en haar man gespaard om tijdens hun pensioen elke dag samen een kopje koffie in het café te kunnen drinken. Toen ging hij dood, te vroeg. En nu dronk zij er dan maar twee.

Vroeger vond ik het zelf ook leuk om urenlang alleen in een café te zitten maar dat was voordat we thuis een kick-ass espressoapparaat hadden, en nog niet zo’n goedgevulde grotemensen-ijskast. Nu verlang ik de hele tijd dat ik hier zit naar de cavolo nero/palmkool die thuis op me wacht, mijn lievelingsgroente die net (alleen?) deze maand volop verkrijgbaar is bij de dichtsbijzijnde supermarkt. Palmkool met worst, palmkool met Furikake (Japanse kruiden), palmkool met gebakken eieren, palmkool met salieboter. En de rest van die salieboter gaat hier overheen:

Recept voor paddestoelenravioli met salieboter en tomatensalade met rauwe ham.

Paddestoelenravioli, ‘vers’, hoeveel iedereen maar wil. Ik 6 stuks, de kinderen ook, Matt 17

Handvol verse salie

50 gram gezouten roomboter

6 flinke, goede tomaten

120 gram rauwe ham

½ sjalotje, of het wit van een bosui

Hak de tomaten grof. Bak in een koekenpan met een klein beetje olie de plakjes rauwe ham goudbruin. Snij de ui in ragfijne ringetjes. Laat de ham uitlekken op keukenpapier en verkruimel boven de tomaten, bestrooi met de ui. Verwarm in een kleine koekenpan op laag vuur de roomboter. Pluk de salieblaadjes van de steeltjes, en voeg toe wanneer de boter gesmolten is. Laat langzaam doorwarmen; de boter wordt geurig, de blaadjes geven hun smaak vrij, dit is zo verdomd lekker dat ik het met een lepel uit de pan heb gegeten, gedronken eigenlijk, en dat is best erg.
Kook intussen de ravioli in ongeveer 2 minuten gaar. Laat uitlekken, verdeel over diepe borden, giet royaal salieboter eroverheen, en dien op met de tomatensalade. Easy does it, tiger.

Post Sportief Honger Syndroom

stamppot bataat met makreel

Een jaar, een herfstvakantie verder. Met voor de eerste keer uitbesteding, in de vorm van een driedaags sportkamp. Dat klinkt bruut voor een kind van vier en één van vijf, zeker  inachtnemend mijn fanatisme aangaande sport, maar het is heel goeiig en ze hoeven heus niet te blijven slapen. Ze rennen de hele dag buiten, ook in de regen, tussendoor is er suikerwater, en ik sta NIET langs de kant om ze aan te moedigen bij knotshockey (?).

Ik zit wel de hele dag ongeveer óp m’n telefoon omdat ik bang ben dat ze een knots tegen hun neus krijgen, en ik probeer vandaag stevige kost te bereiden voor het moment dat mijn volledig doorgedraaide wolfjes joelend en briesend hun ieniemienie sportschoenen uitschoppen en zich hongerig over de tafel storten.

Gister lukte dat niet. Toen stond mijn zorgantenne uit en bevond ik me bij hun thuiskomst nog in het verwarrend voorgeborchte tussen een snelle post-sport maaltijd en zelfgefrutte ricottakoekjes met zoete aardappelfrites plus kool-die-een-uur-moet-marineren-sla. Ik ga niet goed om met veranderingen op het laatste moment, eigenlijk met verandering in het algemeen, dus als ik die ochtend heb bedacht dat dat is wat we gaan eten – knappe jongen die mij dan nog een razendsnelle minestrone in elkaar laat draaien. Terwijl dat is wat ik zou moeten doen.

Maar een uurtje iPad na een hele dag op een nat koud kunstgrasveld moet kunnen, zodat ik mijn ricottazin kon krijgen. En dan ga ik nu op tijd beginnen met hun krachtvoer voor vanavond.

Recept voor stamppot van zoete aardappel met makreel, sojabonen en bosui.

2 flinke zoete aardappels

150 gram gestoomde makreel, geplukt

250 gram gepelde sojabonen vers/diepvries

2 bosuitjes, gesneden

1/2 blokje groentebouillon

olijfolie

Met deze sojabonen bedoel ik edamame, mooie groene boontjes die te vinden zijn bij Aziatische toko’s en perfect als je zoals ik te beroerd bent om tuinbonen te dubbeldoppen. Ik bedoel níet de gedroogde grijze sojabonen uit de natuurwinkel.

Schil de aardappels en snij ze in kleine stukken. Kook ze met het halve bouillonblokje in ongeveer 10 minuten gaar. Handig om te doen in een pan waar nog een stoommand bovenin past, en stoom dan de boontjes de laatste paar minuten mee.  Stamp de aardappels grof, meng de sojabonen erdoor, en de makreel. Bestrooi met bosui en druppel er nog wat goeie olijfolie over.

Here’s looking at you, kid

salade met dukkah

Die waarschuwing dat er rond het middaggebed geen taxi te krijgen zou zijn in Casablanca nam ik niet serieus. Dat zou wel los lopen dacht ik, terwijl ik de souk uit strompelde met armen vol specerijen en amandelen, en uit de plaatselijke apotheek (ik ben dol op plaatselijke apotheken) een illegale hoeveelheid antigriepmiddel (denk ik). Niet dus. Miljoenenstad. Niet één taxi.

Dat ging me niet nog een keer gebeuren, en de volgende dag timede ik mijn gestruin veel beter en wuifde ik eind van de middag fluks naar een beschikbare taxi om op tijd via het hotel in het theater aan te komen. Hij stopte, ik schoof de achterbank op, trok de deur dicht en de taxi gierde weg. Toen sloeg mijn hart over van schrik. Naast me bleek een piepklein vrouwtje te zitten, in volledig zwart niqaab gehuld, met alleen haar gehenna’de kraaienhandjes zichtbaar op schoot. Ik stamelde wat in het Frans, zij zei niets. Ik begreep dat we de taxi gingen delen. De chauffeur nam ons mee, verder weg uit het deel van de stad dat ik toch al amper kende, en het leek er niet op dat hij op weg was naar het adres op het kaartje van het hotel… Dit leek verdacht veel op een banlieue, en ik begon ‘m te knijpen. Was dit wel zo’n goed idee geweest?

Het vrouwtje inmiddels, was begonnen te ratelen en de chauffeur knikte beamend. In rap Arabisch kaatste hij wat terug, toen keken ze naar mij, en ze stopten voor een verlopen wit flatgebouw. Ik deed het bijna in m’n broek. Toen proestten zij het samen uit van het lachen. Wahahaha, gierde de chauffeur, die vervolgens gewoon Engels bleek te spreken, “She says you would be a perfect bride for her son!” WAHAHAHA brulden ze samen. Intussen stonden we nog steeds stil in een buitenwijk van een stad die ik niet kende en wist ik niet hoe groot of gering de kans was dat ik werkelijk de rest van mijn dagen hier in niqaab zou slijten, dus mee lachen lukte nog niet zo goed. Maar het vrouwtje aaide even geruststellend over mijn hand en zoef, weg was ze, zwarte rokken ruisend de taxi uit.

Dus. Denkend aan dukkah denk ik aan dat. Want aan Egypte, waar het kruidenmengsel van onder andere sesam, koriander en komijn vandaan komt heb ik weinig herinneringen. Behalve dan die keer dat we geëvacueerd werden uit Sudan en naar Khartoum gevlogen, maar dat is een verhaal voor een andere keer. Beslemah!

Recept voor salade van spinazie en veldsla met geitenkaas, gegrilde wortel en dukkah. En vijgen UIT EIGEN TUIN.

200 gram gewassen spinazie

1 zakje veldsla

5 stevige wortelen, in schuine plakken gesneden

100 gram zachte geitenkaas in plakjes of blokjes

die vijgen dus, in kwarten

munt, gehakt

simpele vinaigrette van

3 eetlepels olijfolie

1 eetlepel citroensap

zout en peper

Grill de wortelen en meng ze met alle overige ingrediënten. Bestrooi royaal met 2 eetlepels dukkah. Je vindt het bij veel Turkse en Marokkaanse winkels, en dat is een goede zaak.

Eet hierbij tosti’s met oude kaas en chutney. Any chutney.

Moving On III

sperziebonen kappertjes salade

Ja, nee, ja, ik geloof dat ik wel ongeveer voorzichtig met enige stelligheid kan zeggen dat het roer om is.

  1. We zijn verhuisd. Ik woon in een heel goed huis waar ook nog 40 verhuisdozen wonen. Ik kan niet beloven dat die opgeruimd zijn vóór een eventuele housewarming, of dat de benodigde stijltransformatie dan heeft plaatsgevonden, maar iemand kwam met het briljante idee gewoon overal briefjes op te plakken. ‘Dit gaat weg’. ‘Dit wordt wit’. Lov it.
  2. Ik ga stoppen met spelen. De onregelmatigheid en onzekerheid van het acteursbestaan, het gat na elk project – ik heb er genoeg van. Ik ga terug het restaurant in, waar (bijna) iedereen op me zit te wachten (ook omdat ze anders niets te eten krijgen), en ik mensen nog steeds een goed gevoel kan geven. Ik ga cateren, gastvrouw zijn, bedienen, en aan het eind van de avond ga ik zitten met een Gavi of Bourgogne, of wat we maar open hebben staan want al onze wijn is goed. Ik ga proeven, en worst draaien, en producenten en beurzen bezoeken, en gestaag meer leren over voedsel en koken, en ik ga blijven schrijven. Ik ga niet meer verdrietig zijn om wat ik niet vaak genoeg aan het doen ben, maar omarmen wat ik wel heb.
  3. Mijn kleintje, het kleinstetje, die van de woeste krullen en de hertenogen, heeft vandaag voor het eerst ‘gewend’ op school. Ik wil prompt nog een baby. Mag niet.

Recept voor een einde-zomer-nieuw-begin-salade met sperziebonen en ei.

300 gram beetgaar gekookte sperziebonen

4 hardgekookte eieren

kleine krop Romaine sla, gewassen en in stukken gescheurd

2 eetlepels kappertjes

dressing van

1 kleine eetlepel grove mosterd

1 eetlepel witte wijnazijn

3 eetlepels goede olijfolie

zout en peper

Meng alles, en als ik de doos met de staafmixer al had gevonden dan had ik door die dressing ook 2 ansjovisfilets gedraaid.
Eet de salade bijvoorbeeld met stevig brood en indien zo gezind met flink wat dik gesneden varkensrollade (vleeswaren) van een  nette slager.

Tijd en Bonen

kidneybonensalade met rivierkreeftjes

Goh. Het is wel duidelijk dat ik (iets te) veel tijd omhanden had zo, zeg, heel 2013. Dat het me bijna elke week gelukt is om een stukje uit m’n mouw te schudden, terwijl ik nu moet vechten voor elke minuut waarin ik nog iets basaals kan bereiken als bijvoorbeeld yoghurt eten ’s ochtends. Ik betrap me er soms op dat ik tijdens het ochtendritueel rén, van slaapkamer naar slaapkamer. Ons appartement  is niet supergroot en we hebben ook maar twee slaapkamers, dus ik schiet er ook nog eens niks mee op.

Ik hoop dat u mijn toon hier niet leest als klaagzang, want ik kan niet anders zeggen dan dat het druk hebben leuk is wanneer je doet wat je het liefst wil. Hoe lief mijn gezin is en hoe welwillend en behulpzaam onze familie blijkt elke dag dat ik in Arnhem repeteer, en dan hebben we nog niet eens een oppasbestandje hoeven opentrekken. De laatste oppas die regelmatig kwam werkt nu bij de buurtpizzeria, en toont weinig interesse in een terugkeer naar onze club.

Zelf heb ik vroeger nooit opgepast. Het leek me het sufste bijbaantje mogelijk, en er kwam ook nog eens verantwoordelijkheid bij kijken.  Ik ging wel eens op de bank hangen bij een vriendinnetje dat aan het babysitten was, maar wanneer we dan door de snoepvoorraad heen waren peerde ik ‘m meestal weer. Ik vermoed trouwens dat mijn assortiment aan haverkoeken en dadelrepen ons arme meisje ook heeft weggejaagd, en ik vergat steevast cola en chips voor haar in te slaan.

Wat deze weken opvalt is het verbazingwekkend gemak waarmee ik quinoagerelateerde principes loslaat in tijden van drukte. Wie maar voor de kindjes wil koken ontvang ik met open armen, en mijn mamaatje maakt deze week gelukkig weer a mean macaroni.

Maar soms ben ik op tijd thuis om zelf nog wat in een schaal te kieperen, en deze salade raad ik iedereen met tien minuten en een blik kidneybonen aan.

Recept voor salade met rivierkreeftjes, kidney- en gepelde sojabonen.

2 bakjes rivierkreeftjes

1 blik kidneybonen, afgespoeld en uitgelekt

200 gram gepelde sojabonen (edamame) te vinden in het vriesvak bij toko’s, ontdooid

200 gram krieltjes, gekookt

3 stengels bleekselderij, in stukjes

1 bosje radijs, in kwarten

paar takjes munt, grofgehakt

dressing van

1 eetlepel yoghurt

1 eetlepel mayonaise

½ eetlepel grove mosterd

1 eetlepel olijfolie,

gemengd met zout, peper en aangelengd met 1 eetlepel water

Het is een salade. Gooi maar door elkaar!

Moving On II

worst, quinoa, zoete aardappel en spinazie

De kogel is door de kerk, de K’s zijn door de PC. We gaan verhuizen. Er is een object gekocht – zoals we hebben geleerd ons huis te noemen van de makelaar, er wordt snoeihard onderhandeld met verhuizers, en volgens de kinderen zal het zo gaan: “Schatjes, we gaan verhuizen”. “Okee, ik ga wel bij Charlotte wonen. Die heeft veel Barbies”.
Deze week brengen we een tweede bezoek aan de notaris die zetelt in een kapitaal pand aan de PC Hooftstraat, en naar wie we gister zoveel geld hebben overgemaakt dat ik er nog een beetje buikpijn van heb. Geruststellend is wel dat deze man in notariële voorkomendheid absoluut archetypisch is; vorige keer scheen de zon en droeg hij een smetteloos witte broek, een roze streepjesoverhemd, een nautisch getint jasje en een zegelring waarmee je een ruit in kon slaan. Dat geeft de burger gewoon moed.
We pionieren naar een buurt die voorzichtig up and coming wordt genoemd door vooral de jonge mensen die er zelf net gekocht hebben, want mij lijkt het vooral nog old and dying als je de hoeveelheid kanten gordijntjes en porseleinen poesjes voor het raam beziet. Maar goed, het één sluit het ander niet uit. En eindelijk zal er een tuin zijn, door ons de afgelopen jaren node gemist om de puur egocentrische reden dat als de kinderen in de zomer om 19 u in bed lagen, wij de rest van de zonnige avond bínnen moesten drinken. We wonen nu in een zogenaamd modern appartement waar niet eens een balkon vanaf kon.
Alles wordt anders. De meisjes zullen zich dit huis ècht herinneren. Toen ik zelf vijf was, was ik al van Suriname naar Nederland naar Sudan verhuisd. De kans is groot dat onze dochters Amsterdammers blijven tot ze zelf anders kunnen besluiten, al broeit er nog een stille Nieuw Zeelandse fantasie. Ach, eerst maar eens oefenen met deze transfer.
Ook mensen die verhuizen moeten eten! Bruggetje van likmevestje, weet ik.
Het is wel weer eens tijd voor worst.
Recept voor worst met zwarte quinoa, zoete aardappel en spinazie.
3 biologische braadworsten
1 ui, gesnipperd
2 flinke zoete aardappels, geschild en in blokjes gesneden
250 ml water, net van de kook
1/4 bouillonblokje
1 mok zwarte (of gewone) quinoa, afgespoeld in een fijne zeef
2 handenvol spinazie, in dunne reepjes gesneden
Kook de quinoa zoals op de verpakking staat. Verhit in een diepe pan met zware bodem 2 lepels olie om in te bakken op middelhoog vuur. Braad de worsten in ongeveer 10 minuten bruin, en bak nog 5 minuten door met  deksel op de pan. Zet het vuur laag, haal de worsten uit de pan en laat uitlekken op keukenpapier. Fruit de ui zachtjes in het braadvet, ongeveer 10 minuten. Schep de ui uit de pan bij de worst, zet het vuur weer hoger en doe de zoete aardappelblokjes in de pan. Bak rondom een beetje bruin, giet het water erbij en verkruimel het bouillonblokje erboven. Deksel op de pan, en in 5 minuten gaar laten koken. Zet het vuur uit. Doe de worst en de ui terug in de pan bij de aardappel. Je kan nu de spinazie erdoor roeren en de quinoa ook, en alles in diepe borden scheppen. Voor de foto heb ik spinazie, quinoa en aardappel apart gemengd maar hé, that was just my food being vain.
En verder heb ik geen idee waarom de layout niet meewerkt vandaag, doei!

Moving On

radicchiosalade

Mijn zwager is een rolling stone. Niet een lid van de band, want dan, tja ik weet niet wat dan, maar een charismatisch figuur die om de zoveel jaar zijn spullen pakt en verder gaat.  In die paar jaar heeft hij dan de halve stad verliefd op hem doen worden (al dan niet platonisch, ja dat kan hij), een nachtclub van niks naar groot succes gemanaged, en weer wat vrienden verloren aan woekerende voortplanting.  Na Peking, Londen, en tijdelijk terug in Amsterdam zal hij ons straks weer gedag zeggen, and go where the wind will take him. Or the airplane.

Maar eerst was er nog het feestje! Iedereen had oppas, behalve zij die het niet hadden, een knappe homo probeerde mijn man te versieren – wat ik uitermate complimenteus vond, en op een muur van de club was mijn zwager levensgroot vereeuwigd. Wij schreeuwden wat tegen elkaar onder het genot van pleurisdure biertjes, er werd ge-twerked door hiphoppers (maar dat zeg ik vast verkeerd), en nadat we het tot vier uur ’s ochtends volgehouden hadden gingen we trots naar huis.

De volgende avond, toen de kindjes bij Oma waren opgehaald, wilde ik per se frites eten bij een La Place wegrestaurant. Sinds dat ding daar staat tussen snelweg en weiland heeft het een magnetische werking op me gehad, maar nooit kreeg ik iemand (Matt) zo gek om de afslag te nemen. Ik ben blij dat de illusie verholpen is; het was vies en vet, de saté lieten ze aanbranden waar ik bij stond en ik hoef er nooit meer heen. Vandaag ga ik het goed maken met een salade.

Recept voor salade van radicchio en bloedsinaasappel met pecorino.

1 krop radicchio

2 kleine bloedsinaasappels

stukje pecorino

3 eetlepels zwarte bonen, uitgelekt uit blik of zelfgekookt

plukje verse dille of peterselie

2 theelepels milde grove mosterd

olijfolie, zout en peper

Scheur, was en droog de bladeren van de radicchio. Schil de sinaasappels vrij dik boven een kom en vang het sap op. Snijd in plakjes en hussel door de radicchio met de bonen en het verse kruid. Meng voor de dressing het sinaasappelsap met twee eetlepels olijfolie, de mosterd, en zout en peper naar smaak. Lepel over de salade, en maak af met geraspte of geschaafde pecorino.