Snert

erwtensoep met komijn en harissa

Pokkenweer. Zeikerige regen waar je zeikerig van wordt en droomt, niet eens van zonneschijn, maar van betere regen. Een goeie natte moesson bijvoorbeeld, over je uitgestort door tropische goden met sprookjesnamen met wie niet te dollen valt. Aan veel stranden in Indonesië wordt vrouwen afgeraden blauwe of groene zwemkleding te dragen omdat Ratu Kidul, godin van de zee, een jaloers-toornig tiepje is dat om minder bereid is tot het in zee sleuren en verzuipen van nietsvermoedende burgers.

De regentijd in Jakarta bracht dagelijks vertier op de Internationale School. De opzet van dit hoogwaardig instituut was sowieso als dat van een pretpark, maar dan voor leergierige strebertjes die graag oefenden om naast voorzitter van de Verenigde Naties ook Olympisch vlinderslager te worden. Tussen alle faciliteiten lagen glooiende heuvels van well kept green en hectares sportveld, maar geen van de tientallen tuinmannen was opgewassen tegen de wolkbreuken die zes maanden per jaar de boel veranderden in kolkende rode modderpoelen waar wij na school gierend slidings in maakten.

Pas jaren later, op Cuba, zou ik weer een heuse tropische slagregen meemaken. Zo één die zich aankondigt met bulderende donder, edoch je net te weinig tijd verschaft om het droog naar Hemingway’s stamkroeg te halen. Maar ook doorweekt geregend leek het in Havana elke dag feest. Op reis van oost naar west had ik twintig dagen rijst met bonen en anorectische kip gegeten (hoewel mojito’s aan de bomen leken te groeien – in plaats van fruit), toen bleek dat al het eten van het eiland gehamsterd werd in met name resortgebied Varadero, waar we één nacht voor onze terugvlucht sliepen. In Havana waren we al dankbaar dat we een ieniemienie Chinatown aantroffen, lo mein incluis; in Varadero vergaapten we ons aan buffetten overladen met vers fruit, lobsters tot aan de oren, en speenvarken verslindende Duitsers. Een bacchanaal achter een poort met een slot er op – letterlijk, waar de lokale bevolking alleen als personeel  binnengelaten werd. Hartverscheurend.

Vandaag piesregent het hier natuurlijk weer. En dan maak ik voor de stiefzus van Matt, die Singapore even achter zich heeft gelaten, erwtensoep. Vegetarisch, want ze eet “niets met een familie of een gezicht”. Kijk, dat is duidelijke taal.

Recept voor vegetarische erwtensoep met komijn en harissa.

Voor 5 flinke eters:

500 gram gedroogde spliterwten, gewassen

1 prei, het wit, gewassen

1 knoeperd van een winterpeen, geschild

2 dikke plakken van een knolselderij, geschild

2 blokjes groentebouillon

3 laurierblaadjes

2 flinke theelepels gemalen komijn

2 theelepels harissa (Tunesische ‘sambal’)

ca. 400 gram vegetarische spek/ham/vleesblokjes (gemengd)

Doe de erwten in een grote soeppan (min 3 liter inhoud) met 2 liter koud water. Breng aan de kook. Ik voeg alle smaakmakers pas toe als de erwten een paar keer flink gekookt hebben (vuur laag en weer hoog) en het schuim er af geschept is. Anders heb ik het idee dat bouillon etc. ook weg geschept worden, maar misschien is dat een waanidee. In ieder geval, wanneer het water weer wat schoner lijkt, bouillon, laurier, en komijn toevoegen. 30 minuten laten koken op zacht vuur en vaak over de bodem roeren zodat het niet aankoekt. Intussen de prei in ringen, en de peen en knolselderij in blokjes snijden. Na die 30 minuten toevoegen aan de erwten. Zout naar smaak erbij, en nog 20 minuten zachtjes koken – vaak roeren. Vleesvervangers en harissa toevoegen. Nog 10 minuten geven, en dan serveren met roggebrood met bijvoorbeeld: roomkaas (3 eetlepels), ½ potje gedroogde tomaten, paar blokjes feta – gemengd met een staafmixer. En in de kom nog een flinke schep harissa voor de grote jongens en meiden.

2 thoughts on “Snert

Geef een reactie