Kijk, zonder koken!

Ik zou duizenden woorden kunnen wijden aan de wonderlijke constructie die onze familie is, maar voor nu volstaat het om te zeggen dat Matt 1 hele broer heeft, 2 halve,  5 stief m/v, en ik drie halve m/v. De mijnen zien we eigenlijk nooit en de zijnen heel veel, en die brengen op hun beurt weer een schat aan vrienden ons leven binnen. We doen lollige dingen samen, en drinken daar dan bij. We gaan bijvoorbeeld naar Istanbul, of Bakkum, we laten onze aura’s lezen, we volgen workshops ‘prop gehakt in darmen teneinde Brandt&Levie worst’ [wist u dat er nog een derde oprichter is? Maar die heet Koekenbakker ofzo – nee niet echt – en dat bekte niet lekker erbij. Zielig], we juichen de anderen aan bij Parijse triathlons, geven spreekbeurten over de Spaanse Armada en de etiquette onder diplomaten, we staan vooraan bij gangstarap maar luisteren ook stilletjes naar singer/songwriters tijdens huiskamerconcerten (Bertolf is goed joh!), we eten samen de loeiruige chilli naar overgeleverd recept van de pater familias, en we nemen elkaars trouwgeloftes af.

Dat klinkt als een rijk en liefdevol leven, en dat is het ook. Maar om het laatste evenement– tamelijk onheilspellend De Grote DertiengangenDag genoemd, maakte ik me aanvankelijk een beetje zorgen. Vanwege dertien gangen.

Om stipt 10:30 u werden we in Leiden te Huize Jacobs verwacht ons te zetelen, om zo tot 23:30 u elk uur een gang voorgeschoteld te krijgen. (Volledig doorgeproduceerd en gedraaiboekt zijn deze activiteiten vaak. Fijn) Maar waar ik bevreesd was rond 15 u er al af te liggen, bleek het een uitmuntend uitgekiend en opgebouwd banket.

En de heren koks zouden de bollebozen niet zijn als ze er niet ook een didactisch element aan hadden gekoppeld; in dit geval een lesje Wilhelmus. 15 coupletten, 1 per gang, met dus 2 gesmokkelde. Inhoudelijk variërend van ‘Oranje dus pompoensoep’ tot ‘arme schapen uw herder zal niet slapen maar eigenlijk ging het hier allemaal niet zo lekker meer met die hele slag; Willem MASKEERDE de ellende nogal DUS gebraden lam en croûte’.

Tussendoor een excursie naar de Pieterskerk waar Filips van Marnix van Sint-Aldegonde – de beste man aan wie het lied wordt toegeschreven, begraven ligt. Broodnodige pauze zo na gang 8 en een pallet wijn, maar ook de pauze bleek niet bestand tegen een bezoekje aan Leiden’s oudste café èn een schitterende picknickgang in de Burght. Eenmaal terug wachtte ons couplet 9, met de strekking ‘Na het zuur komt het zoet’. Ontzettend goede zuurkool, wier ingrediënten ik helaas vanwege staat van beneveling niet helemaal meer uit heb weten te pluizen. Geeft niks, ik probeer zelf wel wat.

Maar dat doe ik volgende keer. Om de achterliggende gedachte recht te doen heb ik zoveel tijd genomen dat niemand nu waarschijnlijk nog de keuken in wil, en dus laat ik u achter met een foto van een bal. Deze ‘soep met bal’ (bal met jus) is de cardiovasculaire tegenhanger van broccoli, en af en toe is dat prima. U vindt hem bij een Loetje en die schieten geloof ik als paddestoelen uit de grond, of uit het water, want ik zat zo ongeveer ìn het IJ met schitterend uitzicht. “Je bent wat je eet” zei mijn disgenoot nadat ik mijn order had doorgegeven, maar toen was hij wel zo beleefd hem zelf ook te bestellen.

Tot volgende week, tot zuurkool!
IMG_0298