Ziek

Salade met spek en mozzarella

Vorige week, op het hoogtepunt van deze Hollandse zomer, lag ik met griep in bed. Gevoel voor timing kan mij niet altijd toegedicht worden. Zo heb ik ook wel lichtjes huilend van de koorts (thuis) door een concert van Rufus Wainwright moeten slapen, door de finale van een volleybalkampioenschap (voor niet hele goeie mensen), en door de laatste dagen van een vakantie met surfmogelijkheden.

Tijdens bovengenoemd concert heeft Rufus volgens de overlevering in de tweede set deze grap gemaakt:

(Gezegd moet worden dat zijn moeder, zangeres Kate McGarrigle, een paar dagen eerder was overleden, en dat gans het Carré-publiek met de grootst mogelijke compassie en welwillendheid Rufus met lieve hondenogen aan zat te kijken)

“I enjoy being in Amsterdam, I try to come over here whenever I’m in Berlin. My boyfriend’s from Germany. He’s always nagging me to learn German. And I’m like, ‘I speak German! (Bonkt keihard bovenop de vleugel) AUFMACHEN! GESTAPO!”

Van 1756 mensen zakt de kaak naar de hals, terwijl ze zich in afgrijzen verbazen over zoveel wansmaak. Na 5 seconden doodse stilte vraagt Rufus, enigszins verschrikt, “Too soon?” Waarna een uitverkocht Carré dubbelklapt van het lachen.

Nou, dat heb ik dus gemist. En omdat ik er niet bij was, weet ik ook niet honderd procent zeker of het zo ging, so correct me if I’m wrong.

Als ik zoals normale mensen verminderde eetlust zou hebben tijdens nare griep, zou ik tenminste nog een kilootje gewichtsverlies in het vooruitzicht hebben na zo’n rotweek. Maar dat zat er ook niet in, want als ik ziek ben wil ik alleen maar meer eten lijkt het, en ontzeg ik mezelf natuurlijk helemaal niets. Relatief gezond was deze wonderlijk lekkere salade:

Recept voor salade met mozzarella, spek en sperziebonen

1 krop eikenbladsla

1 bol mozzarella

150 gram Zeeuws of anders ‘gekruid’ spek (gaar)

handvol sperziebonen, schoon en in stukjes

handvol krieltjes, geschild indien niet biologisch

2 tomaten

½ blikje linzen, afgespoeld en uitgelekt

dressing:

1 eetlepel azijn

½ eetlepel mosterd

3 eetlepels goede olijfolie

zout en peper

Kook of stoom de krieltjes (desnoods bijgesneden tot gelijke grootte) in ca. 8 minuten gaar. Gooi daar de laatste 5 minuten de sperziebonen bij en check aan het eind van die 8 minuten totaal of ze beetgaar zijn. Giet af en laat afkoelen. Scheur de sla in stukken, was en droog de blaadjes. Doe in een grote diepe schaal. Snij de mozzarella en de tomaten in blokjes en leg op de sla, alsook de linzen. Meng de ingrediënten voor de dressing. Sperziebonen en krieltjes bij de sla, dressing erover en alles voorzichtig mengen. Drapeer het spek er een beetje leuk overheen voor het idee, en dig in.

Kill your darlings

rucolaspinaziesalade

De tuin van een vriendin heeft rabarber growing up the ass, als een tuin een ass zou hebben, en dan nog eerder out of the ass. Dus zouden Matt en ik die stengels wel eens te lijf gaan, en ze hak-hak-kook verwerken tot compôte, crumble, en –cello, alles fotografisch vastleggend teneinde schitterend inspirerende beeldbegeleiding bij deze kekke stukjes. Er zou zelfs suiker aan te pas komen.

Niets van dat alles. Aangezien veel van onze ondernemingen ingeleid worden door een bezoekje aan Google, konden we al gauw de handdoek in de ring gooien toen bleek dat rabarber vóór de langste dag van het jaar geoogst dient te worden. En eindigde daar mijn jaarlijkse poging tot groenvingeren.

Planten/levende groenten en ik, het wil niet echt. Terwijl ik zo vreselijk graag een moestuin wil. In mijn handen kapt het meeste er gewoon mee, en dat geldt ook voor techniek. De keren dat een apparaat niet aangaat als ik aan de knoppen zit TERWIJL IK PRECIES HETZELFDE DOE ALS MATT; op diezelfde handen niet te tellen. Het is een wonder dat ik hier nog wekelijks een schrijfsel de digitale snelweg op weet te jagen, en inderdaad, soms lukt dat ook niet.

Eén troost: de rucola deed het nog. Niet geheel eerlijk verdeeld tussen de slakken en mij, maar toch genoeg voor een accent in de salade zo fris en zurig en pittig, dat het kicked dat vlakke bittere zakspul uit de supermarkt z’n ass.

Recept voor een vreselijk lekkere spinazie-rucolasalade.

200 gram rauwe verse spinazie, gewassen. Doe maar uit zo’n zak.

flinke handvol rucola, gewassen

½ courgette, in dikke plakken

1 (punt)paprika in ringen

1 avocado, geschild en in plakjes

100 gram spekblokjes

1 klein sjalotje, in dunne ringen

1 teen knoflook, in dunne plakjes

1 theelepel gemalen komijn

1 theelepel gemalen koriander

voor de dressing:

2 eetlepels dikke yoghurt

1 eetlepel azijn

1 theelepel honing

1 eetlepel olijfolie

zout en peper

Ik schrijf dus meestal achter de ingrediënten hoe je ze klaar moet hebben liggen, maar je kan natuurlijk het één snijden terwijl je het ander bakt. Hier bijvoorbeeld: verwarm vast een theelepel olie op middelhoog vuur in een koekenpan. Doe de spinazie, rucola en gesneden (ja, die wel) paprika vast in een saladekom. Spekjes in de koekenpan. Langzaam goudbruin bakken. Intussen sjalotje en knoflook snijden. Spekjes met schuimspaan uit pan scheppen en op keukenpapier op een bord laten uitlekken. Vuur laag zetten. Sjalotje in de koekenpan met spekvet doen en 5 minuten zachtjes fruiten. In die 5 minuten dressing maken. Eerst azijn in een kom, dan zout (lost lekker op), roeren, dan honing, dan yoghurt, roeren, dan olie, dan peper, enfin… Verdunnen met een paar druppels water. Ik begin met een paar druppels ‘cause there’s no turning back… Intussen mag die knoflook er wel bij, in die koekenpan. Vuur iets hoger en nog drie minuten zachtjes bakken. Intussen courgette snijden. Dan, bij knoflook en sjalot, specerijen in de pan. Minuut meebakken, beetje roeren. Kikkererwten erbij. Drie minuten. Pomtiedom. Alles uit de pan over de spinazie scheppen. Probeer wat vet achter te houden, anders moet je nu misschien een lepeltje olie aan de pan toevoegen. Vuur weer iets hoger. Courgetteplakken bakken, 2 à 3 minuten per kant. Intussen avocado schillen en in plakjes snijden. Courgette in de kom, avocado erbij, dressing erover. That’s how I roll, maar als jij een andere volgorde aan wil houden wordt het vast niet minder smakelijk. Lekker met brood voor zij die brood eten.

Planes, trains and automobiles

tuinbonenquinoa

Het is vakantie, en iedereen gaat op reis. Als ìk zeg dat ik dol ben op reizen dan betekent dat niet dat ik, zoals veel anderen, het héérlijk vind om op te gaan in vreemde culturen, me aan een elastiek in de Niagara falls wil storten, of wil djembetrommelen in Yamoussokro. Ik bedoel dat ik de verplaatsing van A naar B leuk vindt. Per welk voertuig, dat verschilt.

Motoren vind ik eng, sinds ik moeder dus voorzichtig ben. In mijn Oegstgeestse eindexamenjaar was ik bevriend met een Armeen met broeierige blauwe ogen, een leren jack, en een Palestinasjaal. Ik droeg in die tijd geloof ik een paardensjaal. Als in: een sjaal met paarden. Ondanks onze verschillende subclubs konden we het heel goed vinden en ging ik wel eens bij hem achterop z’n Yamaha naar zijn kamer in Den Haag om met slangen te spelen. Als ik er ooit achter kom dat mijn dochter zoiets doet ga ik even huilen.

Treinen – leuk. Vooral voor tochtjes van zo’n anderhalf uur ben ik te porren en dat gaat heel goed uitkomen als ik volgend jaar weer bij Toneelgroep Oostpool in Arnhem ga spelen. Krant, Hemaworst appeltje, koffie, dutje….shit, Nijmegen.

Komen we aan bij de automobiel. Ik hou van rijden, van gereden worden, van wegrestaurants (minder sinds ik niet meer rook) en mixtapes/usb-tjes, maar aangezien ik-noem-geen-namen-maar-ze-is-drie-en-blond zelfs wagenziek wordt van ultrakorte ritjes was de lol er een beetje af geraakt. Totdat we dit voorjaar de tocht naar Frankrijk moesten tackelen en gelijk het echtpaar Curie na jaren onderzoek een remedie vonden; de iPad. Zeven uur lang non-stop? Tuurlijk liefje.

And the winner is hands down het vliegtuig. Geef mij maar vliegvelden, te dure koffie, stapels wijvenblaadjes (let wel, met geklede dames), te weinig beenruimte, en de belofte van vreemde culturen aan de andere kant…

Maar voorlopig gaan we de stad niet uit, eten we vaak buiten, en genieten we van salades die in de zomer nog blijer stemmen dan anders. Bijvoorbeeld deze uit het nog te verschijnen The Quinoa Diaries©. Bij deze; die titel is dus van mij. Ik weet dat je nu baalt.

Recept voor tuinbonensalade met quinoa en geitenkaas.

Quinoa voor 3 à 4 personen, gekookt en afgekoeld. In onze natuurwinkel hebben ze nu ook rode en zwarte quinoa. Bring it on!

Tuinbonen, ca.350 gram als ze uit de vriezer komen en je ze 2 minuutjes in kokend water ontdooit, en 1 kilo als je verse neemt. En dan: dubbeldoppen. Daar heb je namelijk tijd voor als je met een glas wijn in de zon gaat zitten.

150 gram zachte geitenkaas, verkruimeld. Ja, ook een terugkerend element in de Delacuisine. Vervang ook eens door kleine blokjes Manchego. Delilah.

Besjes uit ½ granaatappel. Ik heb Jamie Oliver ze ooit met de bolle kant van een lepel eruit zien halen door gewoon boven een kom op de dichte schil van de doormidden gesneden vrucht te meppen. Dat doe ik nu ook maar.

2 eetlepels goede olijfolie

sap van ½ citroen, zout en peper

Alles door elkaar mengen. Gister aten we dit met gebarbecuede speklapjes maar dat zeg je natuurlijk niet op MeatfreeMonday. Dus denk BBQ-spiezen van de Vegetarische Slager, of gegrilde halloumi.

Meatfree, niet beetfree

bietensalade

Naast me, in de bibliotheek, zit een mompelaar. Eigenlijk zit hij niet direct naast me, want dan was ik ‘m allang gepeerd, maar op acht meter toch dichtbij genoeg om de algemeen aanvaardde stiltesituatie enigszins te verstoren. Om de paar minuten zegt hij ‘nou’ tegen de krant, of hij loopt een rondje en pruttelt ‘hèhè’. Nu is het even stil want hij is in slaap gevallen boven zijn bakje rauwkost.

Ik vind het altijd ontzettend aangenaam in de bibliotheek. Omdat we in Afrika beperkte aanvoer hadden van kinderboeken en ik me na een paar maanden al door mijn zeecontainer had gewurmd,  ging ik op een gegeven moment maar over op de Jackie Collins collectie van mijn moeder. Toen was ik ongeveer zeven. Ik kon heel goed lezen want dat had ze me zelf geleerd (mijn moeder, niet Jackie) en toen ik daar doorheen was begon ik aan mijn vaders Ludlums. En als we dan weer even in Nederland waren kon ik naar de bibliotheek en me gewoon wentelen in Pinkeltje en zo, normal kids’ stuff. Voor mij hoort de bibliotheek bij een thuishaven; een plek van rust. Als je er één bezoekt in een vreemde stad, is de kans groot dat je je daar ook goed voelt, omdat je op kan gaan in een anonimiteit die tegelijk beschermd is. En serener dan bijvoorbeeld de metro.

O jee, nu word ik ook nog bevangen door ontroering omdat er iemand in de hal piano is gaan spelen. Zo leuk is onze bibliotheek, dat er een piano staat waarop ‘gevorderde spelers maximaal 30 minuten met een lichte toets mogen spelen’. Dat staat op het bordje en daar houdt iedereen zich aan, hoewel tot mijn spijt niemand het ooit dertig minuten volhoudt. Ook werpt zich nooit eens een maniak op de toetsen om eens lekker de vlooienmars kapot te rammen, terwijl ik zeker weet dat talloze bezoekers net als ik zich daartoe amper kunnen bedwingen. Gekje op acht meter zie ik er nog wel voor aan.

Nu ik hier toch zit schrijf ik maar een receptje op. Bietensalade; op de foto prehussel. Want hoewel de roze huzarensalade van Oma me altijd kostelijk smaakte, was dat toch niet helemaal de fotovibe die ik in gedachten had.

300 gram gekookte bieten in blokjes

150 gram zachte geitenkaas

2 stronkjes witlof, gewassen en gesneden

quinoa, gekookt, voor 3 à 4 personen

½ komkommer in blokjes

1 blik adukibonen (te vinden bij natuurwinkels), afgespoeld en uitgelekt

voor de dressing:

1 eetlepel azijn

3 eetlepels olijfolie

1 eetlepel mayonaise

paar druppels water

zout en peper

Meng alles door elkaar. You know the drill.