Afterparty

quinoa tonijnsalade

Delavie gaat voornamelijk over wat ik kook, maar hoogtepunten in mijn vie zijn natuurlijk ook de keren dat ik níet hoef te koken. Op restaurant gaan – zoals de Vlaming placht te zeggen – is nog steeds mijn favoriete uitje, maar afgelopen weekend voltrok zich bij ons thuis het beste van een aantal werelden: een (bevriende) chefkok kookte, bij ons thuis, voor 16 dierbaren een fantastisch vijfgangen diner. Fêteren, onbeperkt drank, en bediend worden; leuker wordt het niet.

De chef kwam ’s middags aan met een maatje en een karrevracht verse waar, ze trokken koksbuizen aan, en toverden binnen vijf minuten met militaire precisie onze keuken om tot hun domein. Als u ooit overweegt thuis een kok in te schakelen zodat u verder onbekommerd gastvrouw of –heer kunt spelen; Jasper Kaan is your man. En nadat de wervelwind was gaan liggen, en wij de volgende dag ernstig bekaterd de peuken uit de werkkamer hadden geveegd en alle geleende bordjes weer in kranten had gewikkeld, opende ik de ijskast om daar een schat aan restjes aan te treffen. Alleen; hoe zou ik recht doen aan onder andere vier soorten cress, een bakje Puy-linzencrème, een paar ons ieniemienie bloemkoolroosjes, een kilo gewassen spinazie, een bergamot citroen en een fles paprika-vanillecoulis?

De linzencrème lepelde ik zo op. ’s Avonds maakte ik spinaziesoep, gooide daar voor een bite op het eind de bloemkoolroosjes door, en raspte er wat bergamotschil boven. Toen vergat ik er een foto van te maken dus dat recept volgt níet. Maar gister vond ik verstopt in de groentela nog wat peentjes en radijsjes, en ik had al (voor het eerst) de ‘tonijn’ van de Vegetarische Slager in huis gehaald en de groene Bonus-asperges. Niet dat die bijzonder veel smaak hebben, maar als je ze een beetje kapot grilt kan je je er nog iets bij voorstellen. Wat die tonijn betreft; in de verpakking lijkt het op een kipfilet, die je kunt snijden. Dat is niet zo, het is eerder ‘geplukt’. Ik heb mensen horen zeggen dat ze het verschil niet proeven tussen VegaSlager en het echie, maar die vlieger gaat bij ons niet op. Als je het desondanks neemt voor wat het is; een visvervanger met smaak, is het primadeluxe lekker hoor! En die paprikacoulis – daar broed ik nog even op.

Recept voor quinoasalade met No-Tuna en gegrilde asperges

quinoa voor ruim 3 personen, gekookt volgens de verpakking

¾ van een verpakking ‘tonijn’ van De Vegetarische Slager (te vinden bij o.a. Jumbo en Ekoplaza)

500 gram groene asperges, gegrild of gaar gewokt

1 rode paprika, gesneden

paar peentjes en radijsjes, gesneden

citroensap, olijfolie, zout en peper

Hoe? Gooi alles door elkaar. Voilà, it’s a salad.

Nog eentje dan

pompoen salie

Dat ik eigenlijk een ruggegraat van likmevestje heb, en mezelf daardoor best vaak in vreemde zeemanscafé’s/Sound-of-Music-singalongs/ontbijtzalen terug heb gevonden, doet er niet toe. Want nu ben ik volwassen en verantwoordelijk, tenminste van maandag tot en met vrijdagmiddag vier uur, en ik werk waar mogelijk en ik zorg en ik klus en ik lees voor. Ik sport en ik spring en ik kook en ik voeder, en het enige dat het me kost is soms een beetje van m’n geduld. Vroeger had ik eindeloos geduld. Toen kon “Nog eentje dan…” zomaar betekenen dat we met ongelimiteerde OV-studentenkaarten twee uur naar Groningen reisden om daar eens flink de vrije sluitingstijden te tarten.

Nu resulteert “Nog eentje dan…” meestal in kreunende spijt onder een hoofdkussen om acht uur ’s ochtends, wanneer een driejarig meisje aan ons bed om een boterham+iPad+d’r kleine zusje komt bedelen (die kan er zelf nog niet uit). En jaaaa acht uur is héél schappelijk en sjongejonge wij boffen maar, maar iedereen weet hoe dat gaat met -eigen- grenzen rekken.

Met de titel van dit stukje probeer ik overigens niemand naar de fles te doen grijpen. Zeker, het hàd kunnen refereren aan een kloeke Bourgogne, of een donderende Dark & Stormy (mijn cocktail du jour) maar het gaat hier, vrij prozaïsch, over een oranje pompoen. Ik rooster, stoom, en pureer verdomme al een half jaar oranje pompoenen. Het is april. Ik ben er klaar mee. Nog één recept, en dan wil ik ze niet meer zien tot oktober. Zes maanden per jaar wintergroenten, tsssst…

Recept voor geroosterde pompoen met geitenkaas en salie

1 oranje pompoen, in stukken, pitten verwijderd. Niet geschild. Ik doe het gewoon niet meer.

2 tenen knoflook, ongepeld, geplet

150 gram zachte geitenkaas

paar takjes rozemarijn, de blaadjes fijngehakt

paar blaadjes salie

quinoa of pasta voor 2,3,4 personen – met hoeveel je bent

olijfolie

Verwarm de oven voor op 200 graden. Is het goed als ik er niet meer elke keer Celsius bij schrijf? Als je naar Fahrenheit-country gaat hoor ik het wel. Hussel de stukken pompoen met 2 eetlepels olijfolie, een beetje zout, de knoflook, en de rozemarijn in een ovenschaal door elkaar. Zet een half uur in de oven, en haal eruit als de puntjes beginnen te blakeren. Kook in het laatste kwartier de quinoa volgens de verpakking en houd warm met de deksel op de pan. Als je pasta maakt – ook even goed klokken. Rol de blaadjes salie op als een sigaartje en snijd in reepjes. Meng de quinoa of pasta met de  pompoen, verkruimel de geitenkaas erboven en bestrooi met de salie en flink wat peper. Adios, calabaza.

Door het stof

bonenschotel

Ik had natuurlijk kunnen weten dat de seconde dat ik zou opschrijven dat mijn oudste dochter geen aanhanger van groente is, ik ‘m om de oren zou krijgen. Kinderen zijn er dol op je op het verkeerde been te zetten. They live for that shit. 30 seconden gefoezevozel in het washok? Komt er al één vragen wat papa en mama aan het doen zijn. Ze komen nóóit in het washok. Lief stilletjes aan het badderen? Alle shampooflessen leeggeknepen. Kip met patat en appelmoes? “Is er geen courgette?” En zo kwam daar dus ook de passief-agressieve terechtwijzing door Goudlokje, die zich uit in een volkomen tevreden wegstouwen van Alle. Groenten. die we haar de afgelopen weken hebben voorgeschoteld. Gister was er een opstandje over paksoi. Ze had niet genoeg gekregen.

Vandaar: een openbare verontschuldiging. Door het stof gaan is niet leuk, maar soms ontkom ik er niet aan. Zoals die keer dat ik over mijn ene Texaanse vriendinnetje roddelde tegen de andere, en bleek dat ze was teruggekomen om haar tas te pakken. Of toen ik m’n ouders moest vertellen dat ik m’n studiepunten dat jaar niet had gehaald omdat dat laatst gekozen vak maar 3 punten waard bleek in plaats van 4. Ik had wel een 9… Of toen ik in m’n punkrock outfit verscheen op een begrafenis met om me heen verdacht veel rode trainingsbroeken. “Er stond toch ‘zwart, niet te netjes’?” fluisterde ik naar m’n klasgenoot. “GEEN zwart, niet te netjes” siste hij terug.
Laatste twee gevallen waren obviously te wijten aan snel en slordig lezen door de zenuwen, het eerste is niet goed te praten. En alvast voor die dikke boete die straks komt omdat ik vergeten ben de auto naar de APK te brengen: sorry schatje.

In het Engels bestaat hiervoor de uitstekende uitdrukking dat ik nu ‘humble pie’ zou moeten eten. Maar omdat elke taart die ik kan bedenken visioenen van warm fruit, rijke chocola of lobbige room oproept, kan ik daar niks humbles meer van maken. Dat is vast ook een betekenis van het gezegde, dat ik even niks lekkers verdien. Ja sorry, dat gaat me te ver. Wel goed eten, maar dan met nederige ingrediënten – die onvolprezen bonen.

Recept voor frisse bonenschotel met citroen

1 blik lima(reuzen)bonen, uitgelekt en afgespoeld

1 blik zwarte bonen, uitgelekt en afgespoeld

1 blik gehakte tomaten

1 biologische citroen, gewassen

1 ui, gepeld en gehakt

2 tenen knoflook, fijngehakt

1 theelepel gedroogde oregano

paar takjes verse salie, de blaadjes gehakt

olijfolie om in te bakken

Verhit twee eetlepels olie in een hapjespan en bak op laag vuur de ui in ongeveer 7 minuten zacht. Voeg de knoflook en oregano toe en bak 3 minuten mee. Voeg de bliktomaten toe en zet het vuur iets hoger, met de deksel op de pan. Schil dan met een scherp mesje of een dunschiller heel dunnetjes de schil van de citroen (probeer geen ‘wit’ mee te nemen) en stop het bij de tomatensaus. Laat tien minuten zachtjes koken. Voeg dan alle bonen toe, pers de helft van de citroen erboven, en roer nog 5 minuten door. Vis de citroenschillen uit de saus en garneer op het bord met salie. Ik heb hier zilvervliesrijst bij gekookt, en het geserveerd met een simpele salade van rauwe geschaafde courgettelinten (want courgette is hier dus even helemaal ‘in’), besprenkeld met goede extra vierge olijfolie en de rest van het citroensap.

De citroen maakt echt het verschil in deze schotel; van winterse stevigheid naar een voorzichtig aanpappen met de lente. Sowieso – als je je eten proeft en denkt ‘dit mist iets’, is de oplossing niet zelden citroensap. Probeer het eens voordat je naar (meer) zout grijpt; vlees, groenten, en soepen knappen er bijna allemaal van op.

Paaspropaganda

ovenkip

Met stijgende verbijstering heb ik de afgelopen weken gadegeslagen hoe Pasen een feestje van de supermarkten is geworden, en hoe een knap staaltje volksbewerking de consument ertoe gezet heeft naast de ‘gebruikelijke’ stollen, hammen, zalmen en vrachtlading scharreleieren (1 zielig sterretje), ook China’s maartexport aan plastic frutsels in de armen te sluiten. Misschien hadden de Chinezen een cursusboekje propagandavoering meegestuurd naar de winkeliers, en… ohmijngod nu kom ik China nooit meer in hè. Ik bedoel natuurlijk te zeggen dat ik het vooral heel knap van ze vind hoe ze enz.

Ik ben in de war. Aangezwengeld door de aanwezigheid van twee kleine kinderen, maar net zo goed tijdens volwassenwording zònder kinderen, tingelt er rond half maart ergens in een uithoek van mijn brein de melodie van Moet ik hier ook aan meedoen? Dat lied heb ik zelf verzonnen. Het komt ook altijd langs met Kerstmis (dan is de outro ‘Jaaaaa’), en met Valentijn (‘Neeee’) en Sinterklaas (‘Hmmmm’). Het ingewikkelde aan opgroeien zonder vaste tradities is dat je ze later als je groot bent zelf moet beginnen als een gemis eraan begint te knagen. Ik heb als kind ontzettend leuke kerstvieringen gehad aan bijvoorbeeld witte stranden in Mombasa, maar we vlogen echt niet terug naar Nederland om het met familie te vieren. En eenmaal definitief terug ging Kerst als een nachtkaars gewoon een beetje uit. Sinterklaas, Pasen, idem – Just Not A Thing.

Behalve in de war ben ik ook gewoon lui. En lui ben ik omdat ik het mezelf niet makkelijk maak. Dat klinkt tegenstrijdig, maar ik ga onze kinderen niet op weg sturen met “Pasen is iets met een paashaas (en de kerstman is van Coca-Cola), hier heb je een chocolade-eitje doei”. Dus voordat ik een goed verhaal heb weten te breien van Pesach, offerlammetjes, fertiliteitsgodinnen, en wat een haas überhaupt met eieren moet – u begrijpt, dat stel ik even uit totdat ze echt reuzegeïnteresseerd zijn.

En naast in de war en lui ben ik rond Pasen verder nog gefrustreerd. Want ei=kip en kip=lekker en aan kip kleeft zo vreselijk veel gedoe. Zielig, ziek, gevaarlijk voor de gezondheid, sjongejonge wat is kip verpest voor mij zeg! Als ik de staatsloterij win ga ik elke dag biologische kip eten, en tot die tijd maar af en toe. En die maak ik dan zo:

Kip ui de oven

1 zo’n verdomd handige aluminium schaal met gemarineerde, biologische kippenbouten van de blauwe grootgrutter die ons serieus een “Jammie” Pasen toewenst. Pissen ze dan zelf in de broek van het lachen?

1/2 potje zwarte olijven zonder pit, op olie

1 rode ui, in grove stukken

1 bol knoflook, het bovenste kapje van 1 cm eraf gesneden

1 plak pancetta van ongeveer 50 gram, vraag maar aan de slager, in stukjes

4 vastkokende biologische aardappels, gewassen en in parten gesneden

olijfolie om te bakken

zout en peper

Verwarm de oven voor. Die schaal met kip, die spreekt voor zich. In een andere, niet te grote ovenschaal hussel je de overige ingrediënten met een flinke plens olijfolie. Zet beide schalen in de oven en check af en toe of de aardappels ongeveer even hard gaan als de kip. Als alles gaar is leg je de kip op een schaal en schep je de rest daar overheen. Nu ik het hier (amper) opgeschreven zie, denk ik ‘Jeeeezus wat makkelijk!’ Dat was het ook, maar het effect was groots. En het was heel lekker met een salade van veldsla, sinaasappel en sinaasappeldressing, en de rest van die olijven.