Retox

crostini

“Hallo buren! Wij hebben onverwacht gasten en een nijpend witte wijntekort. Iemand een flesje te leen?” sent from my iPhone [dronken]at 22:07.

Dit was thuis een week geleden op wat begon als een brave, niksige zondagavond, nadat er door een gezelschap van vijf welgeteld 1 fles Champagne, 3 flessen wijn, een sixpack Grolsch, een halve fles eau de vie, wat zelfgebrouwen pruimenstook en een restje vodka waren weggezet – na het eten. Ik had de onaangebroken fles port uit Matt’s geboortejaar al op tafel gezwierd (ik blijf het proberen) maar die moffelt hij altijd weer weg, uit de klauwen van zijn drankzuchtig vrouwmens.

Goddank antwoordde er niemand (op tijd) op dat bericht en eindigde daar onze zondagavondbinge (niet te verwarren met bingo), want de week moest toen nog beginnen. En Jezus, dat wàs me er één.  Opgerakeld oud zeer, sprankelende beloften, iets te huilen en iets te vieren; u roept, wij draaien. En zo kreeg ik zondagavond al het vermoeden dat ik het deze week met mijn reguliere doordeweek-geen-alcohol-en-weinig-suiker-en-koolhydratenbeleid wel kon schudden. Overigens eindigt voor mij die ‘werk’week donderdag om 17 uur want ik heb toch geen werkweek.

Dus dronk ik líters wijn, at ik die cake van afgelopen maandag, frambozen-meringuetaart van Holtkamp, chocoladetaart, rode wijnsorbet, goed brood en pasta – de hele week door. Hoogtepunt: donderdagavond Marius en een briljant inleidinkje bij het naastgelegen Worst, namelijk een kummelcrostino met lardo, venkel, en parmezaan. Daar dronken we Grüner Veltliner bij, want dat hoorde zo. Leest u overigens die goeie stukjes van Huib en Evelijn op Elle Eten.nl al? Bijzonder geestig ‘GruVee’ relaas.

En omdat ik deze week in stijl ga afsluiten heb ik die crostino vanmiddag nagemaakt, met nog meer lekkers. It’s a damn shame dat ik zelden brood eet, ‘cause I make a mean sandwich.

3 dikke sneden goed brood

half ons gesneden grillspek of Zeeuws spek

halve venkelknol, dun geschaafd op een mandoline

stukje pecorino (ik had geen Parmezaan)

kleine theelepel komijn (ik had geen kummel), grof gestampt of gevijzeld

flinke theelepel azijn

3 flinke theelepels olijfolie

zout en peper

Maak in een kommetje een simpele dressing van de olie, azijn, komijn, zout en peper, en roer de venkel erdoor. Beleg één snee brood (getoast of niet) met spek en drapeer daar een beetje leuk de venkel overheen. Rasp er de kaas boven. Dan:

1 rijpe avocado, geprakt met een paar druppels olijfolie en citroensap

ca. 50 gram zachte geitenkaas

Rooster de tweede snee brood. Smeer er dik de avocado op, en verkruimel de geitenkaas erboven. Bestrooi met zout en peper, en druppel er nog wat olie overheen. En nu nog:

half ons pekelvlees

1 eetlepel gekookte zuurkool. Dit haal je uit een potje, ik verbied je een half uur zuurkool te gaan staan koken voor een broodje.

Milde, grove mosterd

De derde snee brood beleg je met het pekelvlees. Nuke de zuurkool 30 seconden in de magnetron, leg het op het vlees en besmeer dik met mosterd. De mosterd kan natuurlijk ook op het brood, maar ja, dan zie je er niks van op de foto hè. En nu ga ik met een glas wijn bij de hand spaghetti aglio olio maken. Morgen weer de zweep d’r over…

An American in Paris

sinaasappelcake

Omdat we altijd in malle verre landen woonden gingen wij nooit eens normaal in Europa op vakantie, op één keer na. Toen ik negen was en onze tijd in Gambia er op zat, vlogen we terug naar Nederland met een absurde omweg over Athene. Daar wilde mijn vader een oude professor gedag zeggen bij wie hij ooit stage had gelopen, en dit leek hem wel een geschikt routeplan. Eindeloos nostalgisch gemijmer viel mijn moeder en mij ten deel, over z’n leuke studievriendinnetje, over hoe graag hij een zoon had gehad en hem dan Ari had genoemd, ja, kort voor Aristoteles, over hoe goed hij Ouzo kon drinken, over lamsvlees, en dan schreeuwden wij dat hij nu moest ophouden en dan gingen we weer wat moois bekijken. Ik was betoverd door de Akropolis, kreeg niet genoeg van mythologie, en wilde elke avond wel naar een voorstelling in het openluchttheater.

Dat laatste is je reinste onzin, want een kind van negen kàn helemaal niet drie uur op een stenen bank naar iets onbegrijpelijks in de verte turen, en een uiltje knappen lukte ook al niet.

Mijn volgende Europese vakantie liet acht jaar op zich wachten. Toen mocht ik met vrienden die auto’s hadden een paar weken mee naar Spaanse campings. Mijn ouders moeten geen idee gehad hebben wat zich daar allemaal afspeelt, en ook ik vond het werkelijk een buitengewoon fenomeen.

Toen werd ik achttien en kwam het allemaal goed, want sindsdien ga ik gewoon elk jaar naar Parijs. Niet lang, niet echt op vakantie, maar een paar dagen per jaar zijn genoeg om me er zowel thuis te doen voelen als ongeveer achttien uitzonderlijk leuke herinneringen te creëren. Één daarvan:

We zijn negentien, twintig, we studeren in Amsterdam, we hebben een ouderwetse sleepover in het Haarlemse huis van ouders die op vakantie zijn, er staat een auto voor de deur. Het is vroeg in de avond, iemand zegt ‘kom, we gaan met z’n allen met de auto sigaretten halen’, we rijden de straat uit, iemand zegt ‘kom, we rijden door naar Parijs’, de sleepover verplaatst zich naar een Formule1 hotel net buiten de périphérique en om acht uur ’s ochtends zitten we aan een croissant in de zon in het 3e. Iemand is natuurlijk de pil vergeten maar daar doen ze bij la pharmacie niet moeilijk over, niks recept, u ook nog een doosje? En dan lopen, lopen, en op zoek naar de beste canard a l’orange.

Die canard maak ik vandaag niet. Want ik ging huisvrouwtruttenbakken op iets wat liefje morgen mee kan nemen naar z’n werk, om op z’n verjaardag te delen met alle andere stoere mannen daar. Ze zien hem aankomen…

Recept voor cake a l’orange.

Ik zeg erbij dat ik voor mezelf biologische sinaasappels had genomen vanwege veel rasp, maar die gasten zal het bommen natuurlijk. Ik heb een zeer standaard cakerecept, misschien wel het enige dat ik uit m’n hoofd ken, vol sinaasappel- en aanverwanten (likeur) gepropt, en TOEN ben ik er heel Amerikaans frosting bovenop gaan smeren. Dat u begrijpt dat ik niet zomaar wat uit m’n duim zuig als ik mijn post AN AMERICAN IN PARIS noem.

Voor de cake

2 sinaasappels, schoongeboend onder de kraan

200 gram gezeefd zelfrijzend bakmeel

200 gram fijne kristalsuiker

170 gram zachte ongezouten boter

4 eieren

2 volle eetlepels crème fraîche

2 eetlepels Grand Marnier of andere sinaasappellikeur

1 eetlepel poedersuiker

snuf zout

ingevette en met bloem bestoven cakevorm

Voor de frosting

50 gram zachte  ongezouten boter

50 gram Mon Chou of Philadelphia

50 gram poedersuiker

1 eetlepel Grand Marnier

restant sinaasappelrasp (komt straks)

Verwarm de oven voor op 160 graden Celsius. Rasp de schil van de sinaasappels. Hou een kwart van de rasp (niet het ding, maar de geraspte schil) apart, de rest doe je in een kom met de suiker. Neem nu even twee minuten om met je vingers de rasp en de suiker door elkaar te wrijven, tot de suiker geurig is. Meng dan, met een mixer, in ong.10 minuten de suiker met de boter en het zout tot een luchtig mengsel.

Meng één voor één de eieren erdoor. Dit is een hele goeie stap voor mij want nu stop ik met mijn vingers in de kom te steken en ze af te likken. Na elk ei wachten tot ie helemaal opgenomen is. Crème fraîche en likeur erin, nog een paar seconden mixen, en dan de mixer eruit. Spatel voorzichtig het gezeefde bakmeel erdoor. Giet in de cakevorm en zet in het midden van de oven.

Mijn cake deed er vandaag een uur over, maar check na 40 minuten of de binnenkant gaar is door er een mes of satéprikker in te steken (er moet niets aan blijven kleven), en leg er dan eventueel losjes aluminiumfolie overheen als de bovenkant te snel bruin wordt. Laat de cake afkoelen op een rooster. Meng het sap van één van de sinaasappels met de eetlepel poedersuiker. Leg een diep bord onder het rooster, prik wat gaatjes in de cake, en laat het sap er scheut voor scheut in lopen.

Maak de frosting door de boter en de Mon Chou in een paar minuten luchtig te mixen, en er dan voorzichtig de poedersuiker en de laatste sinaasappelrasp doorheen te mengen. Die poedersuiker kun je beter in eerste instantie niet met de mixer, maar met een spatel erdoor roeren voordat je de mixer weer aanzet. Paar minuutjes. Smeren maar. Lekker dik over die scheuren heen.

A taste of India

erwtensoep met kruidenolie

Ik doe nu wel tof over eten, maar tot mijn 18e vrat ik niks. Ja, Chinees, en M&M’s, en tosti’s. Tosti’s voornamelijk in café De Gouwe, om de hoek van de  kakschool waar ik eindexamen deed. Dat dat eindexamen ooit (glorieus) is gehaald is geheel te danken aan de toenmalige rector, die op een dag om 11 uur ’s ochtends briesend en snuivend het café binnenstormde en brulde “En nu allemaal naar school GODVERRREDOMME” waarna wij, circa zestig man sterk, het op een drafje naar buiten zetten. Ik meen me te herinneren dat hij zelfs nog een Arnie over het biljart sleurde.

Ik was als klein kind selectief achterdochtig naar voedsel; champignons at ik pas nadat mijn moeder me had wijsgemaakt dat het kippenlevertjes waren – dat soort kuren. En sommige ervaringen waren zo traumatisch dat ik blij ben dat ik een blog heb om het van me af te schrijven.

Zo was daar een jaren ’80 picknick met de familie Apte. De Aptetjes waren Indiase mensen gestationeerd in Nairobi, en omdat mijn vader zevenduizend mensen kent, kende hij ook de broer van mijnheer Apte, die toevallig, nou ja whatever enzovoort. Mijn vader en ik verschillen vaak van mening maar deze belevenis hakte er bij ons beiden in, bleek toen ik hem gister ondervroeg. Mevrouw Apte had een schat aan bakjes en waren uitgestald, we tastten vrolijk toe, en vervolgens heb ik een kwartier met die eerste hap in m’n mond stiekem zitten kokhalzen. Daarna heb ik onopvallend een riviertje opgezocht, m’n papje uitgespuugd en de rest van de middag verzadiging geveinsd.
Volgens mijn vader ging het zo: “Ja, hahaha, jij vond het zo vies dat je het in de rivier ging spugen, die rivier zat vol met Nijlkrokodillen woehahahahaha, ik vond het ook niet te vreten, ze hadden niet eens vlees! Ik weet het nog goed, ik had verdomme zo’n zin in kip Tandoori…”

WTF deden we in the first place aan een rivier met krokodillen?? Het heeft in ieder geval vijftien jaar geduurd voordat ik weer Indiaas durfde te eten, terwijl ik inmiddels een moord zou doen voor de vegetarische kunsten van mevrouw Apte. Daarom vandaag een eerbetoontje aan haar. She’d probably laugh in my face…

Recept voor een grote pan gele spliterwtensoep met kruidenolie.

500 gram gedroogde gele spliterwten. Bij mijn supermarkt te vinden bij de Surinaamse producten.

2 uien, gehakt

3 tenen knoflook, fijngehakt

1 eetlepel tomatenpuree. Ik had vandaag een exploderend blikje. Spectaculair!

1 afgestreken eetlepel garam masala

2,5 liter groentebouillon

Zonnebloemolie

Peper en zout

Voor de kruidenolie:

1 bosje verse koriander

1 bosje verse bladpeterselie

stukje gember van 1 cm, gehakt

sap van ½ citroen

1 eetlepel zoute ketjap/sojasaus

3 eetlepels zonnebloemolie

Neem een heel grote pan met dikke bodem (waar ruim 2,5 liter vocht in past), en verwarm 3 eetlepels zonnebloemolie. Fruit op laag vuur de ui in ca.10 minuten zacht en glazig. Spoel de spliterwten goed af. Voeg de knoflook toe en bak nog drie minuten. Dan de garam masala erdoor roeren. Oeh, dat ruikt lekker. Na een minuutje de tomatenpuree erbij, ook even meebakken. Spliterwten erbij, en de bouillon. Begin maar met 2 liter, er kan later altijd meer bij. Aan de kook brengen, vuur temperen, deksel schuin op de pan, heel zachtjes door laten koken, en anderhalf uur iets anders gaan doen. Bijvoorbeeld de krant lezen en de kruidenolie maken. Alle ingrediënten voor de kruidenolie met de staafmixer pureren in zo’n mengbeker.

Vergeet niet af en toe in de soep te roeren. Na een uur en een kwartier begin je wat erwtjes te proeven, of ze zacht genoeg zijn, of er bouillon bij moet. Toen ik ze goed vond, heb ik eerst een kommetje zo gegeten, met de kruidenolie en wat gehakte halfgedroogde tomaat (zie foto). De rest heb ik gepureerd want opeens kwamen er kinderen thuis.
Besprenkel de soep in kommen met de kruidenolie, en eet met bijvoorbeeld naanbrood.

Boursinlullo

pasta boerenkool

Ik ben zo’n trut die haar boodschappenlijstje (kan die malle rubriek trouwens verdwijnen uit het Volkskrant Magazine?) maakt naar indeling van de supermarkt. Wie jaren geleden ooit de pech heeft gehad met mij door een supermarkt te moeten struinen, weet dat die methode heeeel goed voor mij is, want ik ben een etikettenlezer in combinatie met aartstwijfelaar. Zie je het voor je? Ik kon een uur wegblijven om een pakje boter. De keuze…de afleiding… Ik ril als ik er aan denk. En toen ik  voor wel VIER mensen hoofd inkoop werd, moest er iets veranderen.

Zodoende ga ik nu gewapend met nog-net-geen-Excelletje wekelijks het strijdveld op, en gun ik mezelf geen enkele afdwaling. Ram, bam, groente, kaas, vlees/vega, zuivel (eh, soja), blikvoer, vriesvak, kassa, klaar. En zo kwam ik laatst dus pas aan het eind van die achtbaanrit, graaiend in netgenoemd vriesvak, tot de ontdekking dat het merk Iglo in haar diepvriesspinazielijn een variant voert met Boursin. Bij elkaar! Door elkaar! Wow. Lui-hui.

Geen haar op mijn hoofd die er aan dacht het in m’n karretje te gooien, maar ik werd wel instantly transported back to days gone by, toen ik studeerde, ècht studeerde, niet dat fantastische toneelschool genavelstaar, maar lang daarvoor, aan de UvA, wat betekende dat ik níet studeerde. Disclaimer: Ik zeg niet dat niet-studeren tof is. Studeren is veel toffer. Ga/blijf studeren.

En al die avonden dat ik níet studeerde hing ik in de kroeg, of op een bank met vriendinnetjes. En wat maakten we dan voor elkaar, twee keer per week? Juist; pasta met diepvriesspinazie, Boursin, en spekjes. Heel ambachtelijk allemaal in hun eigen verpakking.

Ik weet zeker dat deze hedendaagse semi-kant-en-klaar variant er doorheen is gejast door één of andere lullo met natte haren, de dag na z’n borrelavond ergens tijdens z’n Unilever Product Development Traineeship. Z’n Senior was waarschijnlijk praeses Bestuur ’98-‘99, mooie pik, en met een knipoog en een ferme handdruk was het beklonken. Zo gaan die dingen…

Recept voor bovenstaande pasta, opgeleukt. Sowieso betere kaas.

Voor 2,5 pasta-eters en 1 bonenvreter.

Geen spinazie, maar zo’n zak van 300 gram boerenkool, gesneden en gewassen, uit de koeling van je supermarkt. Minder zompig dan die spinazie.

1 pakje rauwe ham (plakjes, vleeswaren)

ca. 200 gram zachte geitenkaas

1 potje halfgedroogde tomaatjes

1 kleine ui

200 gram fusilli (of andere pasta, maar aan fusilli blijft flink wat boerenkool kleven waarmee je je kinderen een hak kunt zetten)

1 blik limabonen, ook wel boter- of reuzenbonen genaamd, uitgelekt

olijfolie om te bakken

Kook ca.1,7 liter water. (Zo groot is mijn waterkoker). Verwarm 3 eetlepels olijfolie in een grote hapjespan en bak de ui 3 minuten op middelhoog vuur. Dit keer laten we de ui wèl een beetje bruin worden, lekker. Schuif de ui naar één kant van de pan, blijf er een beetje in roeren, en bak in dezelfde pan de plakjes rauwe ham goudbruin en knapperig. Kan waarschijnlijk in twee keer. Je propt natuurlijk ook nog een plakje zo in je mond. Laat de ham uitlekken op keukenpapier.

Voeg nog twee eetlepels olie toe aan de hapjespan. Ja, daar zijn we niet kinderachtig in. Zet het vuur iets lager en doe de boerenkool in de pan. Roer goed om zodat alles bedekt is met olie, voeg twee eetlepels heet water toe, roeren, deksel erop. Kook dan de pasta in een grote pan in dat gekookte water volgens de verpakking beetgaar. Schep af en toe de boerenkool om.

Hak intussen de tomaatjes grof en versnipper de ham. Je wil dat de boerenkool een beetje bruin wordt, echt bakt dus, maar niet aanbrandt. Gooi de limabonen, de tomaatjes en zout en peper naar smaak bij de boerenkool en zet het vuur uit. Giet de pasta af, roer direct door de groente, schep op borden en strooi de ham erover. Verkruimel daarboven ook de zachte geitenkaas. Tussenstap als je geen pasta wil: je bordje opmaken (= culi-netjes voor opscheppen) als hierboven maar dan met bijna alle limabonen gehamsterd voordat je de pasta door de rest van de boerenkool roert.