De ballen met je geduld

linzen met feta en vegaballen knolsoep met biet

Bij de Grote Blauwe Supermarkt koop ik avocado’s in een netje van zes, die volgens het bijschrift bedoeld zijn ‘om thuis te laten rijpen’. Dat las ik drie keer als ‘om thuis te laten rusten’ want ik ben moe, en ik wilde ook graag als een avocado even mogen dommelen.
Ik moedig trouwens aan dat op deze manier in ruil voor een prijsvoordeeltje wat geduld van de consument gevraagd wordt. Ik heb niet bovengemiddeld veel geduld, maar de truc is om bepaalde handelingen als gewoonten in te laten slijten. Sigaretten cola light vond ook niemand meteen lekker, en sommige gewoonten ontgroei je met een beetje mazzel gelukkig ook weer. In ieder geval kan je avocado’s (als je ze te pruimen vindt tenminste) dus voor de vòlgende week kopen, en dan weer, en zo steeds een week vooruit. Who needs geduld?!

Verdere bevindingen in de supermarkt: in vleesvervangers zit raar vaak suiker. Ik ben niet dol op vleesvervangers (behalve op Kipstuckjes van de Vegetarische Slager, en je weet wat ik van echte kip vind) maar eet zeker niet elke dag vlees, en de leemte vul ik dan graag op met peulvruchten of kaas. Heel soms haal ik alt-burgers voor de kinderen in huis, maar ik vind het een veeg teken wanneer er suiker aan te pas moet komen om ze eetbaar te maken. Met een koekje, snoep of ijs af en toe heb ik minder problemen, omdat dat tenminste letterlijk en onverbloemd suiker in yo’ face is in plaats van sluipsuiker. Wel probeer ik na intensief etiketten lezen heus eens wat, en zo laat ik vandaag twee recepten zien waarin vleesvervangers een bijrol spelen.

1) Linzen met vegaballetjes en feta en 2) Knolselderij met bietenballenkruim.

1)
ca. 300 gram linzen bereid zoals vorige week! Je ziet, we werken hier ook heel goed restjes en halve verpakkingen weg. Je kan dus ook één keer de hoeveelheden verdubbelen en hier twee keer van koken. Met 750 ml bouillon en een goed stokbrood uit de oven maak je hier een lichte maaltijd van voor 2 à 3 personen van, en voor ons met 2 kleine kinderen is dit ook voldoende.
1 verpakking vegetarische balletjes. Huismerk AH bevatten suiker in de vorm van dextrose en invertsuikerstroop, Tivall niet.
200 gram feta

Met de linzen bereid en het brood in de oven heb je dit in een paar minuten in elkaar geflanst. Balletjes op middelhoog vuur in een drupje olie bakken, bouillon in een kom, paar lepels linzen en de balletjes in kwarten erin, feta erboven verkruimelen, klaar.

2)
1 knolselderij, geschild en in blokken van ca. 3 cm gesneden
1 flinke ui, gesnipperd
2 tenen knoflook, gehakt
1 liter water, net van de kook
11/2  blokje groentebouillon
1 theelepel gedroeg tijm
1 verpakking bietenballen, of AH “deeg voor bietenfalafel
extra: staafmixer
olijfolie om in te bakken

Verwarm in een ruime soep- of braadpan met dikke bodem 2 eetlepels olie en fruit op laag vuur de ui in ca. 8 minuten zacht en glazig. Voeg de knoflook toe en bak nog twee, drie minuten mee, dan het lepeltje tijm erin. Knolselderij in de pan, bouillonblokjes erboven verkruimelen en water uit de koker erbij gieten tot de blokken net niet onder staan (dit wordt dan dikke soep). Kook in ca. 20 minuten de knolselderij tot goed zacht, en bak intussen in een ruime koekenpan de ballen gaar volgens de aanwijzing op de verpakking. Als je het ‘deeg’ hebt, schep dan lepels in de plan en roer en plet en bak het om en om alsof je gehakt bakt, tot het goudbruine randjes krijgt. Pureer (nadat je een blokje hebt getest) voorzichtig met de staafmixer de knolselderij in de pan. Voeg peper en zondig zout toe, schep in kommen en strooi het bietenkruim erover. Serveer met dampend warm brood.

Vla

pompoenroggesoep

Ik had één volbloed oma, en die was Indonesisch. Verder stroomde er Nederlands, Creools, Duits, Chinees, Belgisch en nog meer Indonesisch bloed door mijn grootouderkwartet, en zo kon het Matt (die eruit ziet als de posterboy for English Heritage) en mij gebeuren dat ik een dochter baarde met geen zichtbaar spoor van mijn donkere genen. Haar kleur is vanille/framboos dubbelvla net niet helemaal door elkaar geroerd, ze heeft haar als tarwe in een gouden zomer, en ogen spijkerbroekenblauw. Voordat ze mama kon zeggen werd me steevast gevraagd of ik de au pair was, en heb ik een aantal keer de grap gemaakt dat we haar hadden geadopteerd uit Zwitserland waar de kindjes het zo moeilijk hebben. Toen kwam de tweede dochter en die zat precies in het midden: vanille/hopjesvla, met herfstbladkoperen krullen en ogen als een november boswandeling. Dit maakte het voor mensen niet makkelijker, bleek. “Zussen?” zie je ze vaak verbijsterd denken, met vermoedelijk aanvullende vragen over de mogelijke scheidingsperikelen achter dit samengestelde gezin. Die zijn er niet. Ze zijn helemaal van ons twee, ik was er zelf bij.

Ze eten ook goed multinationaal (waarbij juist die blonde op deze prille leeftijd sambal al weet te waarderen) maar soms smachten ze net als wij naar aardappelen, groente, vlees en dan niet in een roti. Dus hebben we Sinterklaas dit jaar gedoopt tot andijviestamppot-avond, en zullen we tot in lengte van dagen in ieder geval één keer per jaar aan tafel de Nederlanders onder onze voorouders eren. Goed geïntegreerd hoor guys, als ik die kleintjes zo zie.

Maar stamppot ziet er niet uit op de foto, dus maken we nu soep.
Ik probeer allerlei granen uit, want je moet toch elke dag eten. Zo kwam ik laatst thuis met rogge, in de natuurwinkel te vinden in de omgeving van rijst. Dat moet flink lang weken en dan flink lang koken, maar je bent heus wel eens thuis. Een avond te voren spoel je die rogge en zet je het weg in een pan water, en dan ga je gewoon naar bed. De volgende dag vind je ook wel ergens veertig minuten om die pan op het vuur te hebben staan, en vervolgens kan je die gekookte rogge dágen bewaren en er meerdere gerechten mee maken.

Bijvoorbeeld Aziatische soep met pompoen en rogge.

De basis voor deze soep ontleen ik aan Jamie Oliver’s tv-programma In 15 Minuten, waar ik naar keek tijdens buikspieroefeningen. Ik doe uitsluitend buikspieroefeningen terwijl ik kookprogramma’s kijk want anders is het niet vol te houden en tegelijkertijd  weet ik alleen dan waarom ik ze überhaupt doe. Het is een prima ‘bouillon’, maar helaas kwam de jongste er na twintig keer eten achter dat er pompoen in zit en nu doet ze er een beetje knorrig over.

Haal maar vast je keukenmachine met raspschijf tevoorschijn, en het staafmix/hakbekertje. Verder:

het wit van een paar bosuien
1 flinke teen knoflook, gepeld
3 blaadjes djeroek peroet, oftewel het blad van kaffir limoenen. Te vinden bij de Aziatische toko
3 eetlepels sojasaus
2 eetlepels sesamolie
1 eetlepel vissaus
het sap van 1 limoen
de stelen van een half bosje koriander

1 liter groentebouillon
de ‘hals’ van een flespompoen, ongeschild
2 eetlepels gekookte rogge per persoon
het groen van een bosui, schuin gesneden
de blaadjes van dat halve bosje koriander, gehakt
rood pepertje voor wie wil, gehakt
1 gekookt ei per persoon

Maal de bovenste ingrediënten fijn tot een prutje met de staafmixer in het hakbekertje. Rasp de pompoen tot slierten in de keukenmachine. Zet een pan met dikke bodem op laag vuur en voeg het prutje toe. Laat even fruiten, voeg bouillon toe en de pompoen. Laat 10 minuten koken tot de pompoen zacht is, voeg rogge toe, verdeel over kommen en garneer met ei, bosui, koriander en peper.
Volgende keer aan de slag met de rest van de rogge!

Spanningsboog

garnaaltjes wakame

Als ik me net een kwartier had weten te concentreren, had ik een artikel kunnen lezen over hoe mensen zich niet meer kunnen concentreren. De afleiding! Ik had me echt stellig voorgenomen dat wanneer de meisjes allebei op school zouden zitten, ik minstens drie keer per week een uur zou nemen om te lezen. En dan niet het gebruikelijke scanrondje digitale krant – huffpo – refinery29, nee; haute littérature. Van papier.

Maar het is godvergeten moeilijk om jezelf een uur uit te zetten, om niet bereikbaar te zijn, om te durven geloven dat de dag ook echt wel tot een redelijk einde zal komen als je níet nog even de post van de oude bewoners doorstuurt, kaartjes voor Henry van Loon weet te bemachtigen, een scharnier voor de deur van de afwasmachine op de kop tikt – een deur die je zelf in al je ongeduldige lompheid gemold hebt – en naar lettertypes voor je huwelijksuitnodiging hebt zitten kijken op die vermaledijde laptop die je een uur niet aan zou raken.

Dat zeg ik dan tegen mezelf, want u heeft het vast veel beter voor elkaar.
En dan ook nog de hele dag aan eten denken. Wat ik zelf lekker vind, wat goed is voor de kinderen, en zoals vandaag wat die tweehonderd gasten gaan eten op het huwelijk van een Vogue-dame met wie ik straks een gesprek heb over de catering. Ze komt naar het restaurant en dan maak ik een cocktailtje, zet ik haar wat artisjokhumus en rillette van eend met augurkjes voor, en gaan we fantaseren over Iberico ribstuk en tandoori nootjes.

Op eten kan ik me dan weer heel goed concentreren. Dus toen ik net even een kwartier weg was tijdens dit schrijven heb ik soep gemaakt. Die lekker is, maar zooo lelijk bleek op de foto! Ik heb er met geen mogelijkheid een appetijtelijke aanblik aan weten te geven. Dus wijk ik van mijn gebruikelijke pad en is er vandaag geen foto van het gerecht, maar van de twee ingrediënten die zich wel wisten te gedragen voor de lens.

Recept voor courgette-amandelsoep met garnaaltjes en wakame, voor 2 grote en 2 kleine mensen.

2 grote courgettes, in grove blokjes

3 eetlepels amandelmeel

1 kleine ui, gesnipperd

1 teen knoflook, fijngehakt

700 ml bouillon, groente of vis

ca.120 gram Hollandse garnaaltjes

1 bakje zeewiersalade. Kant en klaar; lees één keer níet de achterkant van de verpakking

olijfolie om in te bakken

staafmixer

Verhit in een soeppan met dikke bodem een flinke scheut olijfolie op middelhoog vuur. Draai het vuur zacht en fruit de ui in ca.7 minuten glazig. Voeg de knoflook toe en bak nog 2 minuten. Doe het amandelmeel in de pan en roer om, laat een minuutje roosteren. Bouillon en courgette erbij, en op hoger vuur de courgette in 8 minuten zacht koken. Pureer de soep, breng op smaak met zout en peper, en verdeel over kommen. Garneer met zeewier en garnaaltjes, en eet met stevig brood.

If You Like It

kikkererwtensoep

Ik heb een hekel aan afdingen, en het is ook iets wat je verleert. Vroeger, ja vroeger was ik berucht onder de betjak- en badjajbestuurders in Jakarta-Zuid, want bikkelhard.
Ik probeerde het krap twee weken geleden weer, toen onze trouwe ouwe door-mij-gebutste stationwagon het uiteindelijk begaf en we ons binnen luttele uren in een heuse occasion-showroom bevonden. Dat vonden we op zich al fascinerend, al dat glimmend geweld plus koffie, want de vorige vehiculaire aanschaf ging gepaard met een schimmige overdracht op een postkantoortje in Purmerend.

Daar stond ie. Meteen. Hij was Duits, hij was zwart, en we werden er heel hebberig van. In mijn beste poging dat te verhullen trok ik een superchagrijnige kop maar kon ik niet voorkomen dat we naar een verkoper op zoek moesten, die zich wijselijk uit de voeten had gemaakt. Ze ruiken het, schijnt. Alsnog probeerde ik een iets doorslaande balans tussen oogrollen en interesse te showcasen;  ik zou dat varkentje wel even wassen.

Binnen vijf minuten waren we precies het bedrag kwijt dat in dikke letters achter de voorruit prijkte.

Ik ben de touch verloren. Wat heel heel spijtig is nu we ons door offertes aan het worstelen zijn van locaties die in aanmerking komen om er ons aanstaande huwelijk te vieren.

…See what I did there?

Maar even serieus: als je als restaurant op je menukaart een taartje voor 4,50 zet, dan kan je toch niet gewoon 80 personen keer 4,50 voor taart rekenen bij zo’n grote afname? Dat is toch absurd?
Ik zal dat varkentje wel even wassen.

Recept voor soep met varkentje. Vandaag easy chickpeasy, met speklap en thijm. Voor twee personen, want trouwen doe je met z’n tweeën.

1 groot blik kikkererwten van 800 gram, te vinden bij de Turkse winkel of supermarkt, anders 2 x 400 gram, uitgelekt

2 speklappen

1 flinke ui, gesnipperd

2 tenen knoflook, gehakt

700 ml bouillon

paar takjes tijm

half handjevol peterselie, gehakt

½ citroen

½ gehakt rood pepertje

2 eetlepels ketjap manis

2 eetlepels ketjap asin (jaa, dat is dus zoute) = sojasaus

1 eetlepel tomatenketchup

1 theelepel gemalen venkelzaad

zout en peper

olijfolie om in te bakken

staafmixer

Roer in een diep bord een snelle marinade van de twee ketjaps, de ketchup en het venkelzaad, leg de speklappen erin, goed bestrijken, en laat het afgedekte bord minimaal een half uur rusten. Verhit dan een eetlepel olie in een braadpan met dikke bodem op halfhoog vuur. Bak het vlees rustig gaar en bruin, giet de laatste minuut het restje marinade erbij. Neem de speklapjes uit de pan en leg apart. Voeg nog een flinke eetlepel olie toe aan de pan en zet het vuur laag. Fruit de ui in ong.7 minuten glazig en zacht en voeg dan de rode peper, de knoflook en de tijm toe. Bak nog 2 minuutjes en doe de kikkererwten in de pan. Giet de bouillon erbij en laat een paar minuten koken. Snij intussen de speklappen in repen. Pureer de soep, roer het vlees erdoor, breng op smaak en dien op met gehakte peterselie en wat kneepjes citroen.

Kindjes in Afrika

merguezsoep

Warm? Kindjes in Afrika, die hebben het pas warm. En ik kan het weten, want ik wàs een kindje, ìn Afrika. En dan hadden wij nog wel een huis van stenen met een dak, en hoefden we maar drie maanden te wachten totdat er door mannetjes die nog nooit een airco hadden gezien een batterij airco’s in geplaatst werd. Die eerste drie maanden in Zuid-Sudan lag mijn moeder de hele dag voor pampus op natte handdoeken OP bed, en sleepte zich alleen af en toe naar de keuken om zelf yoghurt of brood te maken, of weer een handdoek onder de kraan te houden. Wij hadden dus zelfs een kraan…

Die natte handdoeken hebben nogal indruk op mij gemaakt, maar zelf  was ik veel te druk met scharrelen in mijn nieuwe woestijn. Opeens had ik een aanloophondje, en twintig nieuwe vriendjes en vriendinnetjes die elke ochtend vanuit het niets verschenen. Als ik zeg ‘uit het niets’ dacht ik dat echt, want wij woonden in één van vijf verse bakstenen huizen met daarnaast een geïmproviseerde landingsbaan, en verder was er in een omtrek van kilometers geen enkel ander bouwwerk te ontwaren…

Na nog een paar maanden werd er te midden van ons dorp (die vijf huizen) nog een huisje opgetrokken, waar de aanwezige ingenieurs binnen no time een uit de kluiten gewassen koelcel van knutselden. Die was voor het bier, dat elke twee weken door een boef van een piloot met een klein vliegtuigje uit Nairobi werd ingevlogen. Al het eten en drinken werd ingevlogen, maar bier blijkbaar in zulke hoeveelheden dat er een apart huis voor gebouwd moest worden.

Trouwens, as I write is het gaan regenen, en onmiddellijk tien graden afgekoeld. Dus waar ik jullie eerst deze soep wilde opdringen onder het mom van ‘In warme landen eten ze ook gewoon warm hoor’, hoef ik er nu geen enkel excuus meer voor te verzinnen.

Recept voor surf ’n turf tomatensoep voor 4 personen. ‘Vis’ èn vlees dus, want het is geen maandag…

ca. 500 gram fruits de mer, ontdooid indien diepvries

4 à 5 merguezworstjes

1 liter bouillon

2 blikken tomaatblokjes

75 gram quinoa, koud afgespoeld

1 flinke ui, gesnipperd

2 tenen knoflook, fijngehakt

1 flinke theelepel ras-el-hanout (optioneel)

1 gele paprika, in stukjes

2 wortels, in stukjes

1 handvol gehakte bladpeterselie

olijfolie om in te bakken

Neem een soeppan met dikke bodem en verwarm 1 eetlepel olijfolie op middelhoog vuur. Bak daarin de worstjes in ong. 6 minuten gaar. Haal ze uit de pan, en zet het vuur laag. Wacht een minuutje en doe dan de uitjes in de pan, in dat lekkere vet. Als dat je afschrikt lepel je er voorzichtig wat vet uit, maar hou genoeg over om ui in te bakken. Fruit die zachtjes glazig, en voeg na ong. 5 minuten de knoflook toe. Bak nog 3 minuten door. Snij intussen de worstjes in stukken van 2 cm, en hou apart. Doe de ras-el-hanout in de pan en roer een minuutje door. Voeg de quinoa toe, de tomaatblokjes, de wortel, en de bouillon. Zorg dat het zacht blijft koken. Voeg na 10 minuten de fruits de mer toe, en kook weer 5 minuten door. Zet het vuur uit, roer de paprika erdoor en strooi de peterselie erover.

Dat ruikt goed hè. Krijg je honger van? Kindjes in Afrika, …

A taste of India

erwtensoep met kruidenolie

Ik doe nu wel tof over eten, maar tot mijn 18e vrat ik niks. Ja, Chinees, en M&M’s, en tosti’s. Tosti’s voornamelijk in café De Gouwe, om de hoek van de  kakschool waar ik eindexamen deed. Dat dat eindexamen ooit (glorieus) is gehaald is geheel te danken aan de toenmalige rector, die op een dag om 11 uur ’s ochtends briesend en snuivend het café binnenstormde en brulde “En nu allemaal naar school GODVERRREDOMME” waarna wij, circa zestig man sterk, het op een drafje naar buiten zetten. Ik meen me te herinneren dat hij zelfs nog een Arnie over het biljart sleurde.

Ik was als klein kind selectief achterdochtig naar voedsel; champignons at ik pas nadat mijn moeder me had wijsgemaakt dat het kippenlevertjes waren – dat soort kuren. En sommige ervaringen waren zo traumatisch dat ik blij ben dat ik een blog heb om het van me af te schrijven.

Zo was daar een jaren ’80 picknick met de familie Apte. De Aptetjes waren Indiase mensen gestationeerd in Nairobi, en omdat mijn vader zevenduizend mensen kent, kende hij ook de broer van mijnheer Apte, die toevallig, nou ja whatever enzovoort. Mijn vader en ik verschillen vaak van mening maar deze belevenis hakte er bij ons beiden in, bleek toen ik hem gister ondervroeg. Mevrouw Apte had een schat aan bakjes en waren uitgestald, we tastten vrolijk toe, en vervolgens heb ik een kwartier met die eerste hap in m’n mond stiekem zitten kokhalzen. Daarna heb ik onopvallend een riviertje opgezocht, m’n papje uitgespuugd en de rest van de middag verzadiging geveinsd.
Volgens mijn vader ging het zo: “Ja, hahaha, jij vond het zo vies dat je het in de rivier ging spugen, die rivier zat vol met Nijlkrokodillen woehahahahaha, ik vond het ook niet te vreten, ze hadden niet eens vlees! Ik weet het nog goed, ik had verdomme zo’n zin in kip Tandoori…”

WTF deden we in the first place aan een rivier met krokodillen?? Het heeft in ieder geval vijftien jaar geduurd voordat ik weer Indiaas durfde te eten, terwijl ik inmiddels een moord zou doen voor de vegetarische kunsten van mevrouw Apte. Daarom vandaag een eerbetoontje aan haar. She’d probably laugh in my face…

Recept voor een grote pan gele spliterwtensoep met kruidenolie.

500 gram gedroogde gele spliterwten. Bij mijn supermarkt te vinden bij de Surinaamse producten.

2 uien, gehakt

3 tenen knoflook, fijngehakt

1 eetlepel tomatenpuree. Ik had vandaag een exploderend blikje. Spectaculair!

1 afgestreken eetlepel garam masala

2,5 liter groentebouillon

Zonnebloemolie

Peper en zout

Voor de kruidenolie:

1 bosje verse koriander

1 bosje verse bladpeterselie

stukje gember van 1 cm, gehakt

sap van ½ citroen

1 eetlepel zoute ketjap/sojasaus

3 eetlepels zonnebloemolie

Neem een heel grote pan met dikke bodem (waar ruim 2,5 liter vocht in past), en verwarm 3 eetlepels zonnebloemolie. Fruit op laag vuur de ui in ca.10 minuten zacht en glazig. Spoel de spliterwten goed af. Voeg de knoflook toe en bak nog drie minuten. Dan de garam masala erdoor roeren. Oeh, dat ruikt lekker. Na een minuutje de tomatenpuree erbij, ook even meebakken. Spliterwten erbij, en de bouillon. Begin maar met 2 liter, er kan later altijd meer bij. Aan de kook brengen, vuur temperen, deksel schuin op de pan, heel zachtjes door laten koken, en anderhalf uur iets anders gaan doen. Bijvoorbeeld de krant lezen en de kruidenolie maken. Alle ingrediënten voor de kruidenolie met de staafmixer pureren in zo’n mengbeker.

Vergeet niet af en toe in de soep te roeren. Na een uur en een kwartier begin je wat erwtjes te proeven, of ze zacht genoeg zijn, of er bouillon bij moet. Toen ik ze goed vond, heb ik eerst een kommetje zo gegeten, met de kruidenolie en wat gehakte halfgedroogde tomaat (zie foto). De rest heb ik gepureerd want opeens kwamen er kinderen thuis.
Besprenkel de soep in kommen met de kruidenolie, en eet met bijvoorbeeld naanbrood.

De GCR

bamisoep

Ik was ongeveer zes toen ik besloot dat Fat Kee, achter de Bijenkorf in Den Haag, het Aller. Beste. Restaurant. van de wereld was, beter bijvoorbeeld dan die lobster tent bovenin die wolkenkrabber in Nairobi, en met een nipte voorsprong op McDonald’s. En hoewel ik er de afgelopen jaren nooit meer ben geweest, hou ik er van als mijn nostalgische sentimenten intact gelaten worden. Daarom irriteerde het me mateloos toen een medekenner van de soort (Goedkope Chinese Restaurants) me wijs probeerde te maken dat het daar maar een vieze bende was, en dat hij een keer in de keuken had gezien dat er een bed stond met een omaatje er in. Ik had het al niet echt op hem, ik bedoel wat deed hij überhaupt in die keuken? Je weet toch wel beter dan bij.., enz.

Ik ga nog steeds heel graag naar GCR want de smetvrees waar ik wel eens van beticht word is uiterst selectief. Wat ik er echter niet over mijn hart kan verkrijgen is het bestellen van bamisoep, want sommige dingen trek je gewoon zelf uit een pakje. Ik kon me vroeger geen zoetere quality time voorstellen dan wanneer mijn moeder twee SaiMin bamisoepjes in een pan gooide, met rubberen diepvries visballen voor haar. Schitterende verpakking – roze, oranje of blauwe streeprandjes om de soort aan te duiden, die natuurlijk allemaal naar dezelfde bremzoute MSG mix smaakten. En zo knap getekend, die haan, die garnaal, die…krab? Hartstikke vormend voor mijn culinaire grensverkenning, die Chinezen.

Nu ik probeer mijn kinderen gezond eten voor te schotelen, maak ik maaltijdbamisoep een tikje anders. Met boekweit- of biologische noedels ofzo, arm grut. Maar dan heb je in ieder geval dit niet, mocht je toevallig Gatorade drinken bij je eten (doen wij niet).

https://www.youtube.com/watch?v=zi_DaJKsCLo

 

Bamisoep met zalm voor 2 grote en 2 kleine mensen.

ca. 450 gram zalmfilet. Niet gerookt hè.

ca. 200 gram soba noedels (= boekweit, natuurwinkel) of andere biologische noedels, gekookt volgens de verpakking. Maakt niet uit als ze afkoelen.

300 gram peultjes of sugarsnaps

1 paprika in stukjes

naar keuze er nog bij te gooien: taugé, paksoi, bosui

1 bouillonblokje

1 ui, gesnipperd

1 teen knoflook, gehakt

1 stukje gember van ca. ½ cm, gehakt

olie

2 theelepels maizena

4 eetlepels zoute soyasaus

2 eetlepels honing

 

Kook driekwart liter water. Pak drie pannen; een grote koekenpan, een flinke soeppan en een klein steelpannetje. Verwarm 2 eetlepels olie in de koekenpan op middelhoog vuur en 3 eetlepels olie in de soeppan op laag vuur. Bak de zalm ca. 4 minuten per kant tot ze mooi goudbruin ziet en gaar is. Fruit intussen in de soeppan het uitje tot het glazig ziet, ca. 6 minuten. Voeg na 3 minuten de knoflook toe. Roer de maizena erdoor als de ui en knoflook zacht zijn geworden. Giet er 700 ml kokend water bij en doe het bouillonblokje erin. Hou het vuur laag.

Doe de soyasaus met de gember in het kleine steelpannetje, verwarm ca. twee minuten op laag vuur tot het even heeft geborreld. Zet het vuur uit en roer er dan de honing door. Giet bij de zalm in de koekenpan en warm nog even door. Gooi intussen de peultjes, de paprika en de eventuele andere groenten in de bouillon. Nu gaat het allemaal snel. Noedels in de bouillon, vuur wat hoger, minuutje doorroeren. In de koekenpan is de soyasaus waarschijnlijk wat ingedikt, schep dat over de zalm. Vuur uit, klaar. Alles in kommen, zalm bovenop. Altijd lachen, soep met kinderen.

Als je stiekem een hekel hebt aan koken (maar je bent hier toch), smokkel dan met de ui, knoflook, en gember. Het bestaat allemaal in poedervorm, gebruik 1 theelepel van elk in dit recept. Je hebt het niet van mij.