Eitje

spicy gevulde eieren

Nummer 3 van 4 gastblogs voor Jamie Magazine

Vorige week dus American Hustle gezien. Een film precies in mijn straatje. Een jaren zeventig garderobe (van Amy Adams) waar ik stikjaloers op ben (alleen mee weg te komen met een decolleté als dat van Amy Adams), de ijle spacedisco van Donna Summer’s I Feel Love, en jawel, ook het liedje met mijn naam kwam nog voorbij. Dat ene liedje waar tachtig procent van de mensen die ik voor het eerst ontmoet spontaan in uitbarst, en ik dan een beetje ongemakkelijk van word. Dat gevoel kennen de Sofietjes, de Angies, de Roxannes, en uiteraard alle Billie Jeans van de wereld ongetwijfeld ook.

Als kind van genoemd decennium wakkert zo’n film bij mij warme nostalgie aan. Ik herinner me talloze soiréetjes van mijn ouders op hoogpolig tapijt, John Player Special sigaretten in zwarte kokers, het geklingel van ijsblokjes in kristallen whiskyglazen… ja, het waren feestbeestjes die twee. De volgende ochtend struinde ik steevast de salontafel (want die had je toen) af op zoek naar overgebleven nootjes, kaasblokjes met ananas of een verdwaald gevuld ei, en het is niet ondenkbaar dat er ook wel eens een slokje leftover rum-punch tussen heeft gezeten. Gevolg  hiervan is dat ik nu na elk feestje of etentje dat wij geven vrij panisch restjes aan het weggooien of opruimen ben, want kinderen stoppen alles in hun mond waarvan ze vermoeden dat een moeder het zou afpakken. Gister moest ik de oudste al kauwend op iets geels onder een tafel in de bibliotheek wegtrekken, waarna ze het uiteraard snel doorslikte en we nooit zullen achterhalen wat het was – snoep, papier, of een kanarie.

Terug naar die gevulde eieren, want eerlijk gezegd was die nostalgie het laatste zetje dat ik nodig had. Nadat op het afgelopen kerstdiner op school er ook al een moeder mee aan kwam zetten (een moeder die de eigenaar is van Van Kerkwijk nota bene!) voelde ik het eigenlijk al:  Ze Kunnen Weer. En misschien zijn ze nooit weggeweest, maar had ik gewoon oogkleppen op. Nu ga ik rustig zitten wachten tot de garnalencocktail terug komt.

Recept voor gevulde eieren met sojasaus en hoi-sin

Ga uit van 2 eieren per persoon, dit zijn hoeveelheden per vier eieren.

4 biologische eieren

1 theelepel sojasaus

1 eetlepel mayonaise

snufje peper

1 theelepel hoi-sin saus (potje)

1 theelepel sriracha (Thaise hete saus, bij de betere toko te vinden)

plukje verse koriander

Kook de eieren 7 minuten en laat ze daarna schrikken in een kom met ijswater. Pel ze en snij in de lengte doormidden, en schep het eigeel er voorzichtig uit. Meng het eigeel met de soja, mayo, en peper en vul hier de helften mee. Je kunt het mengsel er in lepelen, of een spuitzakje maken van een druk/sluitzakje waar je een hoekje vanaf knipt. Druppel wat toefjes hoi-sin over de eieren, voor de grote mensen ook wat sriracha, en bestrooi met de gehakte koriander.

Op Café

tomatensalsa

Toen ik begin twintig was (in de vorige EEUW) werkte ik in een café aan de Amsterdamse Lindengracht. Ik woonde er ook een tijdje boven en dat vonden mensen soms sneu voor mij, maar geloof me, het was geen enkel probleem. De avonden dat men van geluidsoverlast zou kunnen spreken was ik er meestal toch aan het werk, of  droeg ik in een ander café waarschijnlijk zelf bij aan geluidsoverlast.

De zaterdagmarkt op de Lindengracht, alsmede die op de Noordermarkt (om de hoek) is befaamd. Bij omliggende horeca: berucht. Het is de dag van honderden cappuccino’s, tientallen tosti’s,  en eind van de middag de gestage overgang naar bitterballen, bier, en nachos. En de hele dag… kinderen. Heel veel kinderen. Dat de Fristi’s met een rietje je de oren uitkwamen. Met verbijstering zag ik vanachter de espressomachine aan hoe dreumesen over de splinterhouten vloeren kropen, asbakken (jaja, vorige eeuw hè) van tafel zwiepten, of zich laafden aan zompige bierviltjes terwijl hun ouders gezellig bijkletsten. ‘Kunnen die mensen niet gewoon bij elkaar thuís gaan zitten?’ vroeg ik me dan af.

Nou – boontje komt om zijn loontje. Nu heb ik zelf kinderen en vrienden met kinderen, en als zigeuners zwerven we soms door de stad op zoek naar een café waar ons gebroed niemand tot last is. Een tijdje was daar Brasserie Witteveen op de Ceintuurbaan, geheel in de markt gezet als kindvriendelijk. Dat is helaas gesloten – iets met ‘je geeft ze een vinger…’ etc. Op dezelfde plek zit nu het puik uitziende Julius Bar&Grill. En als ik heel eerlijk ben blief ik zelf ook liever een dikke lamsrack dan een kinderpannenkoek en een Fristi, dus daar moeten we gauw maar eens naar toe.

Maar voor wie komend weekend dus inderdaad braaf thuís gaat zitten borrelen met vrienden en kinderen, hier een goed gerechtje.

Nachos met kaas, guacamole, en salsa.

1 zak tortillachips

150 gram geraspte kaas

2 rijpe avocado’s

4 goeie tomaten, zaadjes verwijderd, in kleine blokjes

2 bosuitjes, in ringen

1 bos koriander, gehakt

2 tenen knoflook, gehakt

2 limoenen

zout en peper

1 eetlepel gesneden jalapeñopepers

1 chilipeper, fijngehakt

2 eetlepels sour cream

En weet je wat; sleep er ook maar 2 stronken witlof bij

2 kommen. Prak de avocado’s in één kom. Doe daar ¼  van de tomaatblokjes bij. De rest van de tomaat in de andere kom. Verdeel nu in gelijke hoeveelheden de bosui, koriander en knoflook. Pers boven elke kom 1 limoen uit, meng en voeg naar smaak zout en peper toe. Hou wat apart voor eventuele kinderen en roer daarna de twee soorten peper door beide dips. Snij de onderkanten van de witlof en snij de bladeren los.

Leg een laag tortillachips op een diep bord dat in de magnetron kan. Bestrooi met 1/3 van de kaas. Nog een laag chips, nog een laag kaas, nog een laag chips, enz. Knal steeds 30 seconden in de magnetron (ja hoor, dat kan) tot de kaas gesmolten is of in een gloeiend hete oven als je geen vriend van de magnetron bent. Serveer de chips met dips en wat klodders sour cream, en wissel soms af met een excuusblaadje witlof.

guacamole

Goed verhaal, doen we niet

koolchips

Kent u die ene van dat meisje dat naar Hollywood ging? Nou ze ging ook, maar daar bleef het bij. Hoofdstuk 2 in De Sterke Futiliteitsverhalen.

Ik zit in het derde jaar van de Toneelschool Arnhem, en ik ben op een doordeweekse avond naar Amsterdam getreind om een voorstelling in Frascati te zien. Na de voorstelling zit ik naar goed gebruik met vrienden in Café de Blincker een paar glazen wijn naar binnen te klokken, alvorens aanstalten te maken de laatste trein terug te pakken. Overigens, en dit is vrij belangrijk, heb ik een rode trainingsbroek en een capuchontrui aan en is dit belangrijk omdat ik niet iets anders aan heb. Ik heb stomtoevallig m’n paspoort op zak. Dan gaat de telefoon. Het is half elf ’s avonds.

Larry, een bevriende Amerikaanse regisseur, vraagt of ik direct, ASAP, pronto, my ass on a plane to L.A. kan krijgen want hij heeft een auditie voor me geregeld. Met wie dan? Met Ryan Philippe. Wie is dat? De ex van Reese Witherspoon, en wat sneu dat dat er altijd bij vermeld moet worden. En wie zit er nog meer bij? Laurence Fishburne. Die meneer uit de Matrix, en veel later, CSI. Ik moet het ticket wel zelf reserveren, want hij moet nu door, druk, rennen, you know, call me what time you get in!

Oh. Okay. Ja, tja, ik weet het niet, ik denk er even over na. Ik pruttel wat, leg m’n vriendinnen voor wat er net gevraagd is, en terwijl hun ogen steeds groter worden zeg ik “…maar ik heb morgen Chrisje.” Christine Ewert was één van mijn lievelingsdocenten, en geen haar op mijn hoofd dacht erover haar les te skippen “…en ik heb geen kleren bij me…Nee joh, veel te ingewikkeld.” Ze sleuren me aan mijn haar naar het kantoortje boven, positioneren zich achter telefoon en computer – handige productie/redactievrouwen die het zijn, en voor ik goed en wel kan beseffen wat er gebeurt schijn ik zeven uur later op Schiphol te moeten aantreden. Bij de vriendin met dezelfde maat kan ik niet slapen want die heeft een kat (ik heb de Moeder Aller Kattenallergieën) maar zij pakt een koffertje met kleren voor me in, die ik na een nacht op de bank van andere vriendin zal oppikken met de taxi volgende ochtend.

De eerste vraag die me op Schiphol bij de controle wordt gesteld is ‘Heeft u deze koffer zelf ingepakt?’ Is dat een strikvraag? Ik begin prompt te stotteren en zweten. Ik heb werkelijk geen idee wat er in die koffer zit. Hij is nog niet opengemaakt. ‘Wat zit er in?’ Uhm… een, eh… broek..? En een, eh… onderbroek? Ja, zeker een onderbroek. De mevrouw vertrouwt het niet, en opent het ding. Een bewonderend zuchtje ontsnapt me. Leuk, dat blauwe kanten ding. Oh, handig, nagellak. Gelukkig, een boek! Ja, een rokje, ook slim, als het daar dertig graden is. Die wijffies, daar kan je echt op rekenen. Vervolgens moet ik het hele verhaal uitleggen en heeft u ook wel eens dat de waarheid absurder klinkt dan wanneer u gewoon even iets uit uw duim gezogen had?

De rest van het verhaal kan ik bondiger samenvatten. Het was raar, het was hilarisch, het was spannend, en ik werd het niet.

En in die geest, van veel voorbereiding welke tot groot doch zeer kortstondig plezier leidt, een recept.  In Amerika als kale chips al een tijdje the craze, en over die kalegekte een andere keer meer. Dit eet je natuurlijk alleen maar als je wanhopig op zoek bent naar weerstand tegen die vermaledijde zak Salt&Vinegarcarbs in de kast.

Recept voor geroosterde koolbladeren, slecht vermomd als chips.

½ groene kool

olijfolie om in te bakken

zeezoutvlokken

bakpapier

Verwarm de oven voor op 180 graden. Haal voorzichtig de bladeren los van de kool, en snijd de witte nerf  uit het midden van het blad. Halveer het blad in de lengte. Bestrijk nu de bladeren één voor één met de olie, en wrijf het er goed in. Hier ben je wel een tijdje mee bezig. Leg zoveel mogelijk bladeren naast elkaar op een met het bakpapier bekleedde bakplaat, bestrooi met zout, en schuif in de oven. Blijf in de buurt van de oven, en check na een paar minuten of de randjes van de bladeren al omkrullen en en lichtbruin zijn. Haal de plaat eruit, keer de blaadjes om, en rooster nog een paar minuten. Laat dan volledig afkoelen en eet op. Zo hèhè, daar heb je wel een seconde of veertig plezier van.