Boursinlullo

pasta boerenkool

Ik ben zo’n trut die haar boodschappenlijstje (kan die malle rubriek trouwens verdwijnen uit het Volkskrant Magazine?) maakt naar indeling van de supermarkt. Wie jaren geleden ooit de pech heeft gehad met mij door een supermarkt te moeten struinen, weet dat die methode heeeel goed voor mij is, want ik ben een etikettenlezer in combinatie met aartstwijfelaar. Zie je het voor je? Ik kon een uur wegblijven om een pakje boter. De keuze…de afleiding… Ik ril als ik er aan denk. En toen ik  voor wel VIER mensen hoofd inkoop werd, moest er iets veranderen.

Zodoende ga ik nu gewapend met nog-net-geen-Excelletje wekelijks het strijdveld op, en gun ik mezelf geen enkele afdwaling. Ram, bam, groente, kaas, vlees/vega, zuivel (eh, soja), blikvoer, vriesvak, kassa, klaar. En zo kwam ik laatst dus pas aan het eind van die achtbaanrit, graaiend in netgenoemd vriesvak, tot de ontdekking dat het merk Iglo in haar diepvriesspinazielijn een variant voert met Boursin. Bij elkaar! Door elkaar! Wow. Lui-hui.

Geen haar op mijn hoofd die er aan dacht het in m’n karretje te gooien, maar ik werd wel instantly transported back to days gone by, toen ik studeerde, ècht studeerde, niet dat fantastische toneelschool genavelstaar, maar lang daarvoor, aan de UvA, wat betekende dat ik níet studeerde. Disclaimer: Ik zeg niet dat niet-studeren tof is. Studeren is veel toffer. Ga/blijf studeren.

En al die avonden dat ik níet studeerde hing ik in de kroeg, of op een bank met vriendinnetjes. En wat maakten we dan voor elkaar, twee keer per week? Juist; pasta met diepvriesspinazie, Boursin, en spekjes. Heel ambachtelijk allemaal in hun eigen verpakking.

Ik weet zeker dat deze hedendaagse semi-kant-en-klaar variant er doorheen is gejast door één of andere lullo met natte haren, de dag na z’n borrelavond ergens tijdens z’n Unilever Product Development Traineeship. Z’n Senior was waarschijnlijk praeses Bestuur ’98-‘99, mooie pik, en met een knipoog en een ferme handdruk was het beklonken. Zo gaan die dingen…

Recept voor bovenstaande pasta, opgeleukt. Sowieso betere kaas.

Voor 2,5 pasta-eters en 1 bonenvreter.

Geen spinazie, maar zo’n zak van 300 gram boerenkool, gesneden en gewassen, uit de koeling van je supermarkt. Minder zompig dan die spinazie.

1 pakje rauwe ham (plakjes, vleeswaren)

ca. 200 gram zachte geitenkaas

1 potje halfgedroogde tomaatjes

1 kleine ui

200 gram fusilli (of andere pasta, maar aan fusilli blijft flink wat boerenkool kleven waarmee je je kinderen een hak kunt zetten)

1 blik limabonen, ook wel boter- of reuzenbonen genaamd, uitgelekt

olijfolie om te bakken

Kook ca.1,7 liter water. (Zo groot is mijn waterkoker). Verwarm 3 eetlepels olijfolie in een grote hapjespan en bak de ui 3 minuten op middelhoog vuur. Dit keer laten we de ui wèl een beetje bruin worden, lekker. Schuif de ui naar één kant van de pan, blijf er een beetje in roeren, en bak in dezelfde pan de plakjes rauwe ham goudbruin en knapperig. Kan waarschijnlijk in twee keer. Je propt natuurlijk ook nog een plakje zo in je mond. Laat de ham uitlekken op keukenpapier.

Voeg nog twee eetlepels olie toe aan de hapjespan. Ja, daar zijn we niet kinderachtig in. Zet het vuur iets lager en doe de boerenkool in de pan. Roer goed om zodat alles bedekt is met olie, voeg twee eetlepels heet water toe, roeren, deksel erop. Kook dan de pasta in een grote pan in dat gekookte water volgens de verpakking beetgaar. Schep af en toe de boerenkool om.

Hak intussen de tomaatjes grof en versnipper de ham. Je wil dat de boerenkool een beetje bruin wordt, echt bakt dus, maar niet aanbrandt. Gooi de limabonen, de tomaatjes en zout en peper naar smaak bij de boerenkool en zet het vuur uit. Giet de pasta af, roer direct door de groente, schep op borden en strooi de ham erover. Verkruimel daarboven ook de zachte geitenkaas. Tussenstap als je geen pasta wil: je bordje opmaken (= culi-netjes voor opscheppen) als hierboven maar dan met bijna alle limabonen gehamsterd voordat je de pasta door de rest van de boerenkool roert.

Wrap it up, y’all

wrap

Rond mijn zestiende, in expat Jakarta, waren mijn beste vriendinnen twee Texaanse dochters van wat ik voor het gemak maar even oliebaronnen noem. Die vaders waren dus in het land om al het zwarte goud van de zielige Indonesiërtjes af te pakken, en omdat wij in vergelijking maar arme sloebers waren (rijst, geen olie) namen die families mij, misschien ter compensatie, met open armen op in hun Dynasty mansions. Daarnaast was ik een enorme jock op die Internationale School en dat doet het altijd goed bij Amerikanen. En zo werden wij kinderen elk weekend in gepantserde Mercedessen naar de country club gereden en in ruil voor een zaterdag met unlimited expense account aan het zwembad moest ik soms wel op zondag in een bloemetjesjurk mee naar de kerk. Southern Baptist.

Het was een onwerkelijk leven, wat iedere expat zal kunnen beamen, en voor mij als dochter van een Indische moeder nog vervreemdender omdat ik alle connectie kwijtraakte met het volk waar ik me hier in Nederland juist zo verbonden mee voel. Maar terwijl ik er middenin zat genoot ik er maar van; een andere sensatie die de gemiddelde expat na het aanvankelijk schuldgevoel bekruipt. De eerste keer dat ik besefte dat onze chauffeur de hele avond OP ONS MOEST WACHTEN tot mijn ouders en ik het restaurant uit kwamen, heb ik een uur lang onbedaarlijk gehuild. Maar pijnlijk genoeg went alles.

Terug naar de southern hospitality. De met diamanten behangen moeders van deze gezinnen waren natuurlijk oerhuisvrouwen, al hoefden ze zelf geen vinger vuil te maken vanwege de constante aanwezigheid van dienstmeisjes. Een huishouden bestíeren, daar ging het om. Maar tussen al het commanderen en delegeren door, het waarmaken van een droompaleis waar alles blonk en glom en in overvloed aanwezig was, was er één vraag die elke middag boven ons huiswerk doorklonk: ‘Y’all want me to fix y’all a taco?’ Want de hulp mocht verder alles doen, maar de taco’s maakte moeder zelf. You don’t mess with a Tex’ Mex.

Een recept voor wraps voor 2 grote en 2 kleine mensen.  I’m totally messing with the Mex here, maar taco’s zijn in Amerika niet per se van die knapperige gebogen schelpen. Eerder zachte gevulde pannenkoekjes. Aan taco’s in Mexico durf ik geen enkele uitspraak te wijden.

6 tortilla’s. Bij de natuurwinkel hebben ze van die beschaafde tussenmaatjes.

1 kleine ui, gesnipperd

1 teen knoflook, gehakt

400 gram kipdijfilet in stukjes

2 tomaten in blokjes

1 blik zwarte bonen, uitgelekt

2 rijpe avocado’s in blokjes

2 stengels bleekselderij in dunne plakjes

handjevol alfalfa of andere scheuten

sap van een halve limoen

1 flinke theelepel korianderpoeder

1 flinke theelepel komijnpoeder

Fruit in een hapjespan de ui ca. 5 minuten op laag vuur. Voeg de knoflook toe en bak nog twee minuten. Korianderpoeder en komijnpoeder een minuutje meebakken. Vuur hoger en kip erbij. Gaar en bruin bakken, en wanner je het vuur uit zet direct de tomaatblokjes door de kip roeren. Intussen in een grote kom de zwarte bonen, avocado, bleekselderij en alfalfa mengen met het limoensap en peper en zout naar smaak. Tortilla’s (wraps) verwarmen volgens verpakking. Kip en avocadomengsel erin rollen. En inmiddels weet je : als je wil low carben – vergeet die pannenkoek maar. Ik heb er gister geroosterde bloemkool bij gegeten. Een hele.

Welcome to the jungle

bruine bonen

Mijn vader deed iets met rijst maar deep down lag zijn hart niet bij plantjes, maar bij dieren. Met een bijna kinderlijke fascinatie voor alles met poten sleepte hij tijdens onze jaren in de tropen met grote regelmaat een (levend) dier mee naar huis  en hoopte dan dat wij het een net zo prettige leefomgeving konden bieden als, zeg, de jungle waaraan het arme beest gewend was. Schandalig, ik weet het. Maar mijn vader heeft, ehm, aparte ideeën en dat is weer voer voor een heel andere blog.

Zo heb ik zelf als huisdieren (uiteraard) honden gehad, eendjes, een hertje, een wilde kat, en een geit (Mekker). Dan tel ik niet mee mijn vaders eigen wilde kat, zijn zwijn, en de apen. Allemaal bijdragend aan ergernis dan wel doodsangst van mijn moeder, die al met ‘r ogen rolt als ze ergens een poes ontwaart. Dat is ook niet vreemd, als je tot het uiterste getergd bent door bijvoorbeeld :

EXT. PARAMARIBO, BEGIN JAREN ‘70 / STRAAT / DAG

Geparkeerd voor de trappen van een kantoorgebouw staat een glimmend bruine Chevrolet Nova. Achter het stuur zien we een knappe man met zijn elleboog uit het raam leunend, begin 30, strakke blouse, bos krullen, en een goudgerande Ray-Ban op. Hij kijkt verwachtingsvol naar de deur van het kantoorgebouw, en tikt ongeduldig met zijn hand op de buitenkant van het portier.

CUT TO

Een beeldschone vrouw, eind 20, dikke eyeliner, hooggeföhnd haar, fladderende jurk, zwaait de deur van het kantoorgebouw open en rent blij de trap af richting de Chevy. Aangekomen bij het passagiersportier trekt ze de deur open, ploft in de stoel, en trekt de deur dicht.

INT. CHEVY – CONTINUE

Ze kussen blij, verliefd, omhelzen elkaar.

ZIJ

Oh schatje, wat fijn je te zien!

HIJ

(glunderend)

Ik heb een cadeautje voor je!

ZIJ

(kijkt verbaasd, ziet geen pakje in zijn handen)

Oh…?

HIJ

Kijk! Daar, bij je voeten!

CUT TO

Op de grond, bij haar voeten, naast haar keurig gelakte teennagels in leren sandaaltjes, zien we een kronkelende baby-kaaiman (i.e. kleine krokodilsoort), zijn bek weliswaar dichtgebonden met raffia maar inmiddels toch vervaarlijk woest spartelend nu zijn middagdutje verstoord is door haar poezelige voetjes…

(hysterisch gekrijs terwijl zij de auto uit vlucht)

 Of deze:

 EXT. / MARIËNBURG / JAREN ’70 / DE TUIN VAN EEN GROOT NEOKOLONIAAL HUIS

We zien midden op het glooiende gras een vierkante houten kist staan, zo’n 2x2x2 meter. We horen onverstaanbaar geruzie uit het huis komen.

INT. / HUIS VAN BOVENSTAAND STEL / KEUKEN –  CONTINUE

Ze staan tegenover elkaar, zij woedend, hij begrijpt niet waar ze zich druk om maakt.

ZIJ

Weg! Dat beest moet weg! Anders ga ìk weg, en dan kom ik nooit meer terug!

HIJ

Schatje! Dat is anders een heel bijzondere boa constrictor, hoor.. wist je wel dat….

ZIJ

AAAAAARRRRRGGHHHH!

HIJ

Okee, okee, sjongejonge, rustig maar hoor, ik ga wel tegen de tuinman zeggen dat ie ‘m terug moet brengen…
(druipt af)

Zij leunt snikkend tegen de muur, een minuut of wat.
Hij komt schoorvoetend terug.

HIJ

Uhm…liefje…moet je horen…Ik had de mannen een hele grote rots op het deksel van die kist laten leggen, maar echt een he-le grote rots…en…die is nu weg, en eh..het deksel ligt er dus af, en eh…de slang is verdwenen….

Fade-out, hysterisch gekrijs.

 

En om mijn moeder er dan weer een beetje bovenop te helpen, maakte mijn vader voor haar zijn troostschotel, zijn game-changer.

Bruine bonen met rijst, een beetje op z’n Surinaams maar laat de tantetjes het niet lezen…

1 ui, gesnipperd

100 gram spekjes, optioneel

ca. 170 gram vega roerbak-/filetstukjes. Die vind ik, tsja, niet vies. En tegenwoordig – als ik iets niet vies vind en de wereld er beter van wordt, kies ik daar overwegend voor.

1 eetlepel zoute sojasaus

1 blik tomaatblokjes

1 grote en 1 kleine pot bruine bonen van Hak. Andere merken zijn verboden, heb ik me laten vertellen.

½ bouillonblokje

2 theelepels suiker

2 theelepels foelie, gehakt

5 takjes bladselderij, steeltjes en blad apart gehakt

zonnebloemolie

klont boter

200 ml heet water

gekookte rijst voor twee personen

Twee eetlepels olie op laag vuur verhitten in een ruime pan met dikke bodem. De ui ca. 5 minuten zachtjes fruiten. Daarna, mocht je voor spek gekozen hebben, gooi d’r maar bij. Vuur iets hoger. Spek gaar maar niet bruin laten worden. Dan het nepvlees. Zie toekomstbeeld van idyllisch groene aarde voor geestesoog. Droom daar even bij weg terwijl alles nog 3 minuten bakt. Sojasaus erdoor roeren. Blik tomaat en gehakte selderijsteeltjes en foelie erbij, minuutje meebakken, bouillonblokje erin en heet water bijgieten.

Dan de bruine bonen in de pan. Vrij veel ja, maar ik eet vanavond dan ook geen rijst. Ik ga namelijk naar een première waar Richard Gere ook is. Bonen, soit. Laat alles een half uurtje op laag vuur sudderen, vuur uit en boter er door roeren. Als je dit van tevoren kan maken trekken de smaken beter in en is het lekkerder (morgen zeker!) maar dat moet maar net uitkomen. Serveer met de gehakte selderijblaadjes en gekookte rijst.

Overigens geef ik als eerste toe dat het verdomd moeilijk is een knap plaatje van bruine bonen te schieten, maar it’s all in the mindset. Dus denk niet ‘hmphf, bruine derrie’ maar denk ‘mmmm lekker, zo’n diep bord dampend comfort food is precies wat ik nodig heb nu het deze week weer gaat vriezen’. Ciao!

Groente, Schmoente

quinoa met spinazie en kaas

Mijn schoonvader deed onlangs de openhartige mededeling dat hij groente niet lekker vindt, maar wel altijd zijn bord leeg eet omdat dat dat nou eenmaal zo hoort. Dat vond ik ontroerend en een beetje sneu; zo’n man die opastatus bereikt heeft maar toch tegen z’n zin in nog bloemkool wegwerkt. Nu is hij zestig jaar geleden opgegroeid in een keurig Brits milieu, en ik denk dat ze op zijn kostschool wel raad wisten met obstinate groenteweigeraars , maar toch – ik heb na drie jaar nog maar weinig succes geboekt met mijn oudste dochter inzake groente. En ja, alles is relatief. Voordat u hieronder hatecomments gaat achterlaten dat ik God op m’n blote knietjes moet danken omdat alle rauwkost en een sperzieboon hier en daar er nog wel in gaan; elk huisje heeft z’n kruisje. Want het gaat er dan wel in, maar ik ben van het type kok dat zich pas gewaardeerd voelt wanneer het voltallige gezin zich dankbaar bordlikkend over de tafel vleit na het eten van bijvoorbeeld een lauwwarme salade van geroosterde wintergroenten met geschaafde aardpeer en salieboter. En dan ook echt iedereen, vol overgave, goudlokje meegerekend.

Maar… credit where credit’s due; ze proeft in ieder geval een hapje van alles. Wat vaak genoeg resulteert in een waarachtig kokhalzen, terwijl wij proestend proberen niet te kijken hoe zij zich onderwerpt aan een Ottolenghi tuinboontje. Wie zei nou laatst dat als ze nog één keer ‘Ottolenghi’ hoorde, ze die boeken in een gloeiendhete oven zou pleuren?

Jongste dochter van twee jaar oud lijkt echter geplaagd door een niet, nooit aflatende honger. Hoeveel zwaar volkoren boterhammen er ook ingegaan zijn overdag, zodra haar vader ’s avonds voet over de drempel zet, Pavlovt ze “ETEN!” joelend en hossend naar de tafel en verorbert ze zonder blikken of blozen zelfs dit :

Quinoa (spreek uit: KIEN-wah) met spinazie en kaas voor 2 grote en 2 kleine mensen. Overigens is quinoa een pseudograan; het zijn zaadkorrels van een plant verwant aan spinazie. So suck on that, Kris Verburgh! …Denk ik…

200 gram quinoa, gekookt volgens de verpakking. Sowieso verkrijgbaar in natuurwinkel maar in de supermarkt ook gewoon in de buurt van de meergranenrijst en zo.

300 gram gewassen verse spinazie, grof gehakt

1 bosje radijs, in plakjes

2 (punt)paprika’s in ringen of reepjes of stukjes, whatever

ca. 170 gram cheddar, geraspt

olijfolie

Dat is alles! Morgen wel weer iets superingewikkelds of zo. Dit is perfect voor Maandag-Van-de-crèche-haal-dag/Ik–heb-het-hele-weekend-gezopen-dag. De quinoa hou je even warm in de pan waarin het gekookt is. Verwarm in een grote hapjespan 3 eetlepels olijfolie op middelhoog vuur. En dan gewoon alles erin en even roeren totdat de kaas gesmolten is, maar niet zo lang dat de spinazie begint te lekken. Nog wat extra vergine olijfolie erover, zout en gemalen chilivlokken voor wie wil, en klaar.

De GCR

bamisoep

Ik was ongeveer zes toen ik besloot dat Fat Kee, achter de Bijenkorf in Den Haag, het Aller. Beste. Restaurant. van de wereld was, beter bijvoorbeeld dan die lobster tent bovenin die wolkenkrabber in Nairobi, en met een nipte voorsprong op McDonald’s. En hoewel ik er de afgelopen jaren nooit meer ben geweest, hou ik er van als mijn nostalgische sentimenten intact gelaten worden. Daarom irriteerde het me mateloos toen een medekenner van de soort (Goedkope Chinese Restaurants) me wijs probeerde te maken dat het daar maar een vieze bende was, en dat hij een keer in de keuken had gezien dat er een bed stond met een omaatje er in. Ik had het al niet echt op hem, ik bedoel wat deed hij überhaupt in die keuken? Je weet toch wel beter dan bij.., enz.

Ik ga nog steeds heel graag naar GCR want de smetvrees waar ik wel eens van beticht word is uiterst selectief. Wat ik er echter niet over mijn hart kan verkrijgen is het bestellen van bamisoep, want sommige dingen trek je gewoon zelf uit een pakje. Ik kon me vroeger geen zoetere quality time voorstellen dan wanneer mijn moeder twee SaiMin bamisoepjes in een pan gooide, met rubberen diepvries visballen voor haar. Schitterende verpakking – roze, oranje of blauwe streeprandjes om de soort aan te duiden, die natuurlijk allemaal naar dezelfde bremzoute MSG mix smaakten. En zo knap getekend, die haan, die garnaal, die…krab? Hartstikke vormend voor mijn culinaire grensverkenning, die Chinezen.

Nu ik probeer mijn kinderen gezond eten voor te schotelen, maak ik maaltijdbamisoep een tikje anders. Met boekweit- of biologische noedels ofzo, arm grut. Maar dan heb je in ieder geval dit niet, mocht je toevallig Gatorade drinken bij je eten (doen wij niet).

https://www.youtube.com/watch?v=zi_DaJKsCLo

 

Bamisoep met zalm voor 2 grote en 2 kleine mensen.

ca. 450 gram zalmfilet. Niet gerookt hè.

ca. 200 gram soba noedels (= boekweit, natuurwinkel) of andere biologische noedels, gekookt volgens de verpakking. Maakt niet uit als ze afkoelen.

300 gram peultjes of sugarsnaps

1 paprika in stukjes

naar keuze er nog bij te gooien: taugé, paksoi, bosui

1 bouillonblokje

1 ui, gesnipperd

1 teen knoflook, gehakt

1 stukje gember van ca. ½ cm, gehakt

olie

2 theelepels maizena

4 eetlepels zoute soyasaus

2 eetlepels honing

 

Kook driekwart liter water. Pak drie pannen; een grote koekenpan, een flinke soeppan en een klein steelpannetje. Verwarm 2 eetlepels olie in de koekenpan op middelhoog vuur en 3 eetlepels olie in de soeppan op laag vuur. Bak de zalm ca. 4 minuten per kant tot ze mooi goudbruin ziet en gaar is. Fruit intussen in de soeppan het uitje tot het glazig ziet, ca. 6 minuten. Voeg na 3 minuten de knoflook toe. Roer de maizena erdoor als de ui en knoflook zacht zijn geworden. Giet er 700 ml kokend water bij en doe het bouillonblokje erin. Hou het vuur laag.

Doe de soyasaus met de gember in het kleine steelpannetje, verwarm ca. twee minuten op laag vuur tot het even heeft geborreld. Zet het vuur uit en roer er dan de honing door. Giet bij de zalm in de koekenpan en warm nog even door. Gooi intussen de peultjes, de paprika en de eventuele andere groenten in de bouillon. Nu gaat het allemaal snel. Noedels in de bouillon, vuur wat hoger, minuutje doorroeren. In de koekenpan is de soyasaus waarschijnlijk wat ingedikt, schep dat over de zalm. Vuur uit, klaar. Alles in kommen, zalm bovenop. Altijd lachen, soep met kinderen.

Als je stiekem een hekel hebt aan koken (maar je bent hier toch), smokkel dan met de ui, knoflook, en gember. Het bestaat allemaal in poedervorm, gebruik 1 theelepel van elk in dit recept. Je hebt het niet van mij.