Kindjes in Afrika

merguezsoep

Warm? Kindjes in Afrika, die hebben het pas warm. En ik kan het weten, want ik wàs een kindje, ìn Afrika. En dan hadden wij nog wel een huis van stenen met een dak, en hoefden we maar drie maanden te wachten totdat er door mannetjes die nog nooit een airco hadden gezien een batterij airco’s in geplaatst werd. Die eerste drie maanden in Zuid-Sudan lag mijn moeder de hele dag voor pampus op natte handdoeken OP bed, en sleepte zich alleen af en toe naar de keuken om zelf yoghurt of brood te maken, of weer een handdoek onder de kraan te houden. Wij hadden dus zelfs een kraan…

Die natte handdoeken hebben nogal indruk op mij gemaakt, maar zelf  was ik veel te druk met scharrelen in mijn nieuwe woestijn. Opeens had ik een aanloophondje, en twintig nieuwe vriendjes en vriendinnetjes die elke ochtend vanuit het niets verschenen. Als ik zeg ‘uit het niets’ dacht ik dat echt, want wij woonden in één van vijf verse bakstenen huizen met daarnaast een geïmproviseerde landingsbaan, en verder was er in een omtrek van kilometers geen enkel ander bouwwerk te ontwaren…

Na nog een paar maanden werd er te midden van ons dorp (die vijf huizen) nog een huisje opgetrokken, waar de aanwezige ingenieurs binnen no time een uit de kluiten gewassen koelcel van knutselden. Die was voor het bier, dat elke twee weken door een boef van een piloot met een klein vliegtuigje uit Nairobi werd ingevlogen. Al het eten en drinken werd ingevlogen, maar bier blijkbaar in zulke hoeveelheden dat er een apart huis voor gebouwd moest worden.

Trouwens, as I write is het gaan regenen, en onmiddellijk tien graden afgekoeld. Dus waar ik jullie eerst deze soep wilde opdringen onder het mom van ‘In warme landen eten ze ook gewoon warm hoor’, hoef ik er nu geen enkel excuus meer voor te verzinnen.

Recept voor surf ’n turf tomatensoep voor 4 personen. ‘Vis’ èn vlees dus, want het is geen maandag…

ca. 500 gram fruits de mer, ontdooid indien diepvries

4 à 5 merguezworstjes

1 liter bouillon

2 blikken tomaatblokjes

75 gram quinoa, koud afgespoeld

1 flinke ui, gesnipperd

2 tenen knoflook, fijngehakt

1 flinke theelepel ras-el-hanout (optioneel)

1 gele paprika, in stukjes

2 wortels, in stukjes

1 handvol gehakte bladpeterselie

olijfolie om in te bakken

Neem een soeppan met dikke bodem en verwarm 1 eetlepel olijfolie op middelhoog vuur. Bak daarin de worstjes in ong. 6 minuten gaar. Haal ze uit de pan, en zet het vuur laag. Wacht een minuutje en doe dan de uitjes in de pan, in dat lekkere vet. Als dat je afschrikt lepel je er voorzichtig wat vet uit, maar hou genoeg over om ui in te bakken. Fruit die zachtjes glazig, en voeg na ong. 5 minuten de knoflook toe. Bak nog 3 minuten door. Snij intussen de worstjes in stukken van 2 cm, en hou apart. Doe de ras-el-hanout in de pan en roer een minuutje door. Voeg de quinoa toe, de tomaatblokjes, de wortel, en de bouillon. Zorg dat het zacht blijft koken. Voeg na 10 minuten de fruits de mer toe, en kook weer 5 minuten door. Zet het vuur uit, roer de paprika erdoor en strooi de peterselie erover.

Dat ruikt goed hè. Krijg je honger van? Kindjes in Afrika, …

Of je worst lust

chorizo rijstsalade

Matt zei laatst dat mijn favoriete schrijvers allemaal Dave of Jonathan heten. Hij stond voor de boekenkast, ik ging er naast staan, en zei dat ik niet wist waar de M van A.M. Homes voor stond, maar vast niet voor Dave of Jonathan.

De sectie David Mitchell is uitgedund sinds uitgeleend, en het tragische verlies van een gesigneerde kopie op een vlucht naar Cincinnati. Ja, daar moet je soms langs. Het was Black Swan Green. Hij had er een zwaan in getekend en ‘To Delilah – the exquisitely named’ in geschreven, en soms moet ik er nog een beetje om huilen dat dat boek nu bij een vliegveldmedewerker ligt die niet Delilah heet. Want dat is zo. Het is niet verwerkt tot wc-papier. En ik troost me dan met de gedachte dat Mary, of Carlito, of Shaundell door het lezen ervan aangespoord is om Mitchell’s volledige oeuvre aan te schaffen voor de E-reader die vast ook wel is achtergelaten.

En zo is een naam maar een naam. A rose by any other name would smell as sweet… Onze kinderen zijn bijvoorbeeld vrij volhardend in het betitelen van tofu, vis, en kip als ‘worst’. Ze weten heus wel dat dat niet klopt, en dat wrijven we ze soms een hele maaltijd lang in, maar ergens valt het in dezelfde categorie als ‘Nu ben jij de prins en ik de draak’ en dat wil niemand eigenlijk verstoren. Als ze dan echt een keer worst krijgen spatten ze zowat uit elkaar van geluk.

Vanavond een picknick maaltje. Grasveld, zandbak, koude biertjes; life is goooooooood.

Recept voor rijstsalade met wortel, chorizo, en kikkererwten. Handig als u nog van die winterpenen van afgelopen maandag af moet. En u net als ik een pallet kikkererwten heeft staan.

mooie rijst (bijvoorbeeld gemengde van de natuurwinkel, met rode en wilde rijst) voor 3 personen, gekookt en afgekoeld

2 of drie winterpenen of een bos worteltjes, geraspt

1 pakje chorizo (vleeswaren), gesnipperd, of een stuk in blokjes

1 blikje kikkererwten, afgespoeld en uitgelekt

vinaigrette van 1 deel azijn, 3 delen goede olijfolie, 1 flinke theelepel grove milde mosterd, drupje honing, zout en peper.

Mengen maar en klaar.

Toys for Boys

groentencurry

Vandaag is mijn zwager jarig. Wat hij wil voor zijn verjaardag? Ik denk iets Transformers/Star Wars-aanverwant, maar dat durft hij niet toe te geven. Hij is namelijk, ehm, ergens in de dertig geworden. En toen hij Matt een paar jaar geleden een Transformer gaf (die heeft het ook), kwam de doos in de spaken en belandde hij met een gebroken arm op de Eerste Hulp, dus dat heeft het misschien ook wel even verpest.

Intussen worstelt Matt met de hoeveelheid roze die ons huis in toenemende mate bevlekt, al beperkt die zich nu eerlijk gezegd nog tot een minimum. Een tweedehands fietsje, een broek die de deur niet uitmag zonder een rockband t-shirtje, en twee armbandjes die we altijd toevallig niet kunnen vinden. Maar vooral deerniswekkend vindt hij het vooruitzicht dat er straks geen zoon met hem zal modelvliegtuigbouwen, ridder/draak/kasteelfantaseren of Decepticonbashen, en zijn kleine Padawans natuurlijk alleen maar wijvendingen willen doen. Toch – wat de jongste betreft, is er nog hoop. Die staat vooraan als er iets radiografisch te besturen valt, en kan zowat beter dribbelen dan lopen (dat is met een bal).

Zelf werd ik als enig kind gruwelijk verwend met Barbie’s complete lifestyle, maar in mijn herinnering speelde ik net zo lief met een paar nichtjes Charlie’s Angels na. The extended version welteverstaan, namelijk een weekend lang, en dan hadden we alleen een paar gigazonnebrillen van mijn moeder nodig. En het liefst zie ik mijn kinderen nu spelen met gerecyclede Afrikaanse kralen of een houten telraam, maar het gaat natuurlijk niet lang meer duren tot de kleuterdruk ons ook voor een schap met uitgemergelde blonde speelgoedpoppen heeft staan.

Wat mijn zwager wel als verjaardagswens heeft uitgesproken: rijsttafel. En die kan ie krijgen, al beraden we ons nog op zelfgemaakt of een excursie naar Soeboer in Den Haag.  Vanavond voor we naar het feestje gaan, eerst maar een bodempje leggen met dit:

Recept voor milde groentencurry

1 flinke ui, gesnipperd

2 tenen knoflook, gehakt,

stukje gember van ongeveer 2 cm, geschild en fijngesneden

1 flinke theelepel gemalen koriander

1 flinke theelepel gemalen komijn

1 flinke theelepel gemalen kardemom

1 flinke theelepel kurkuma

1 flinke snuf kaneel

Ha! Alles met een K!

2 winterpenen, in blokjes

400 gram champignons, in kwarten

1 blik kikkererwten, afgespoeld en uitgelekt

1 handvol geblancheerde amandelen, grof gehakt

1 handvol rozijnen

1 handvol gehakte verse peterselie of koriander

5 eetlepels dikke yoghurt

zonnebloemolie om in te bakken

Verhit in een grote hapjespan 2 eetlepels olie op matig vuur. Zet het vuur iets lager en bak de ui in ongeveer 5 minuten zacht en glazig. Voeg de knoflook en gember toe en bak nog een paar minuten mee. Alle gemalen specerijen erdoor, en nog een minuutje bakken. Vuur hoger en champignons in de pan. Wanneer het vocht uit de champignons vrijkomt, de blokjes peen en de rozijnen in de pan en goed doorroeren. Deksel op de pan, vuur weer iets lager, en 5 minuten laten stoven. Dan de yoghurt erbij en de kikkererwten, en weer 5 minuten verwarmen. Op smaak brengen met zout en peper, vuur uit, en de gehakte kruiden erbovenop strooien. De amandelen apart erdoor roeren als er kinderen involved zijn. Serveren met rijst, naanbrood, of, winnend makkelijk, pitabroodjes.

Één zwaluw…

visburger

Kreeg u van dat schitterende weer van gisteren zin om tent, luchtbed en butagas in de auto te flikkeren en de rest van de lente en zomer buiten door te brengen? Ik niet. Ik heb een hekel aan kamperen, ik wil nooit meer op iets anders dan een bed slapen (camperbedden tellen ook), en als het buiten echt warm is kan ik in nietsdoen vaak ook niet helemaal m’n draai vinden. Dan wil ik namelijk de hele tijd iets dat zich binnen bevindt. Wijn, ijsblokjes, zonnebrand, een ander tijdschrift, een mes, een cocktail, een worstje, de babyfoon… Nou, dan is de zon meestal wel weer weg.

Ik heb het gedaan hoor; zomers vullen met festival na festival, zeilen in Friesland, spelen op Oerol. Mijn eerste keer  Oerol kwamen we aan in een stacaravan (dol op, dat dan weer wel) waar een puzzel lag van vijfduizend stukjes, en die zijn we met twee man obsessief stoïcijns te lijf gegaan tot hij af was, zonder te slapen, ongeveer zestien uur lang. Één van de hoogtepunten van die zomer, echt waar.

De laatste keer zeilen in Friesland waren we met drie frisse meiden, en een hond. Die was van Daphne’s ouders, die een gigantisch bohemien huis in het Oosten hadden met nog zeven honden, wat pony’s en Haggis, een hangbuikzwijn dat binnen woonde. ‘Onze’ hond was lief met langig zwart haar en had een naam die ik met de beste wil van de wereld hier niet op kan schrijven zo gênant. De hond, N., sprong regelmatig overboord en beet zich dan vast aan een touw achter de boot om zich door het water te laten trekken, en ik kan me voorstellen dat dan dan weer hoogtepunten in een hondenleven zijn. Op een ochtend vertrokken we uit – laat het Heeg geweest zijn, toen we er na een half uur op het water achter kwamen dat we N. vergeten waren. Volgens Daphne was dit helemaal niet erg, want N. was niet zo gevoelig en hij werd wel vaker ergens vergeten. We zeilden terug, en toen begon het meest beschamende dat ik ooit heb moeten doen; door een piepklein dorpje lopen en ‘N….., N…..! Waar ben je?! Hier, N….., hier komen!’ roepen. Ik wilde door de Heegerklei zakken. Uiteindelijk zat N. op het stoepje voor de bakker, de laatste plaats waar we nog samen waren geweest. Hij had een krentenbol gekregen.

In ieder geval regent het nu gewoon weer dus maken we iets waar een keukenmachine voor nodig is, lekker thuis.

Recept voor viskoekjes/-burgers voor 4 personen

600 gram gemengde visfilet; ik heb 400 gram ontdooide el-cheapo koolvis en 200 gram zalm gebruikt

1 ei

1 eetlepel maizena

flinke handvol peterselie

2 tenen knoflook

1 theelepel oregano

olijfolie om in te bakken, zout, en peper

niet op foto, wel doen: 1 eetlepel kappertjes

Ik was nieuwsgierig of dit zou ‘pakken’ zonder broodkruimels, vandaar de concessie naar maizena. Verder had ik een keer geen zin in dat geklei met m’n handen want er was nogal wat mobiel telefoonverkeer, dus ben ik in de weer gegaan met twee eetlepels om grote ‘quenelles’ te maken. Dat ging prima, ik heb geen greintje vis aan hoeven raken. Ook kon het me precies niks schelen of de visburgers gelijkmatig waren, want kom op, gewoon doordeweeks-niet-zeuren-iedereen-blij-eten.

Gooi in een keukenmachine met hakmes eerst de knoflook en peterselie. Fijnhakken. Dan de vis, het ei, de maizena, oregano, zout, peper, en kappertjes, en pulseren tot het een mengsel is dat niet al te papperig is. Je mag best nog wat stukjes zien.

Verhit in een grote koekenpan 3 eetlepels olijfolie op middelhoog vuur, vul later bij indien nodig.  Schep een flinke eetlepel van het vismengsel van de ene op de andere lepel, en weer terug, een beetje boetserend totdat het wat vorm heeft. Laat voorzichtig in de hete olie glijden en druk een beetje plat. Bak ongeveer 5 minuten per kant totdat ze mooi goudbruin zijn. Ik heb het in twee keer gedaan. Erbij: gegrilde groene asperges en penne pasta, na het koken in de pan gehusseld met een eetlepel crème fraîche en een eetlepel pesto. Hatsekidee.

Black Hole Sun

ontbijtbroccoli

De titel van dit stukkie verwijst onder meer naar een lied van Soundgarden. Of een nummer, zo u het wilt, maar aangezien er altijd wel iemand is die dan “Johan Cruijff, die heb een nummer!” begint te roepen, zeg ik lied. Voor iemand die zeker in 1994, ten tijde van de verschijning ervan, niet bepaald grunge te noemen was en Nirvana maar een stel ongewassen depressievelingen vond, heb ik me de melodie heel behoorlijk ingeprent.

Dat komt waarschijnlijk omdat ik veel op de bank hing studeerde met de televisie aan, en MTV daar toen nog een perfect geluidsbehangetje bij verzorgde. Op die manier hebben de middle nineties mij muzikaal gezien zeer eclectisch overspoeld, want ik luisterde ook graag naar Frank Sinatra, ging naar Michael Jackson in de Arena, en bereidde me intussen voor op een toelatingsexamen Klassieke Zang aan het Conservatorium. (Afgewezen).

Nu ben ik oud en kan ik berusten in het feit dat ik het liefst naar schurende countrymuziek luister, en singer-songwriters uit voorbije decennia. Ik las ooit een quote van Katja Schuurman: “Eigenlijk ben ik een beetje blijven steken in Simon&Garfunkel”…I feel her. Maar ik sta open voor suggesties! Graag hapklaar te vinden/kopen, niet té populair, en niet te veel lucht bij de damesstemmen. Daar kan ik altijd maar één nummertje naar luisteren.

O ja, en black hole sun refereert ook aan mijn gemoedstoestand. Tot vorige week had ik het ontzettend druk, stoeide ik met deadlines, had ik stukjes te schrijven tot diep in de nacht, en balanceerden we uiterst behendig alle bordjes met daarop kinderen, werk, feestjes, en… nou ja, meer lukte niet. En nu – is alles af. En zit ik een beetje in een zwart gat. En de zon schijnt. Dus…

Maarrrrr; dat betekent ook dat er tijd is om iets te ontbijten of lunchen waarvoor een pan op vuur vereist is! Sinds ik doordeweeks brood eigenlijk alleen nog maar aan de kinderen en de eendjes geef (Matt heeft op kantoor zijn eigen koolhydraten-nest, met donuts en al) is het soms puzzelen hoe mezelf toch zo vol te stouwen dat ik niet de hele dag om ga van de honger. Nou, hiermee kom ik een aardig eind op weg.

Lauwwarme salade van broccoli en reuzenbonen voor 1 volwassen mens

1 stronkje broccoli, in roosjes verdeeld en gewassen. Niet de stronk weggooien hè! Gewoon schillen en in plakjes snijden.

1 blik reuzenbonen, afgespoeld en uitgelekt

stukje Parmezaanse kaas

2 eieren        

1 eetlepel goede olijfolie

 zout en peper

 

Stoom de broccoli in een paar minuten beetgaar. Kook intussen de eieren halfzacht (halfhard). Doe de broccoli en de bonen in een kom waar je graag uit eet, prak de eieren er doorheen. Rasp de kaas erboven en besprenkel en bestrooi met olie en zout en peper. Tout simple, maar soms moet iemand het even voor je opschrijven, toch?

Afterparty

quinoa tonijnsalade

Delavie gaat voornamelijk over wat ik kook, maar hoogtepunten in mijn vie zijn natuurlijk ook de keren dat ik níet hoef te koken. Op restaurant gaan – zoals de Vlaming placht te zeggen – is nog steeds mijn favoriete uitje, maar afgelopen weekend voltrok zich bij ons thuis het beste van een aantal werelden: een (bevriende) chefkok kookte, bij ons thuis, voor 16 dierbaren een fantastisch vijfgangen diner. Fêteren, onbeperkt drank, en bediend worden; leuker wordt het niet.

De chef kwam ’s middags aan met een maatje en een karrevracht verse waar, ze trokken koksbuizen aan, en toverden binnen vijf minuten met militaire precisie onze keuken om tot hun domein. Als u ooit overweegt thuis een kok in te schakelen zodat u verder onbekommerd gastvrouw of –heer kunt spelen; Jasper Kaan is your man. En nadat de wervelwind was gaan liggen, en wij de volgende dag ernstig bekaterd de peuken uit de werkkamer hadden geveegd en alle geleende bordjes weer in kranten had gewikkeld, opende ik de ijskast om daar een schat aan restjes aan te treffen. Alleen; hoe zou ik recht doen aan onder andere vier soorten cress, een bakje Puy-linzencrème, een paar ons ieniemienie bloemkoolroosjes, een kilo gewassen spinazie, een bergamot citroen en een fles paprika-vanillecoulis?

De linzencrème lepelde ik zo op. ’s Avonds maakte ik spinaziesoep, gooide daar voor een bite op het eind de bloemkoolroosjes door, en raspte er wat bergamotschil boven. Toen vergat ik er een foto van te maken dus dat recept volgt níet. Maar gister vond ik verstopt in de groentela nog wat peentjes en radijsjes, en ik had al (voor het eerst) de ‘tonijn’ van de Vegetarische Slager in huis gehaald en de groene Bonus-asperges. Niet dat die bijzonder veel smaak hebben, maar als je ze een beetje kapot grilt kan je je er nog iets bij voorstellen. Wat die tonijn betreft; in de verpakking lijkt het op een kipfilet, die je kunt snijden. Dat is niet zo, het is eerder ‘geplukt’. Ik heb mensen horen zeggen dat ze het verschil niet proeven tussen VegaSlager en het echie, maar die vlieger gaat bij ons niet op. Als je het desondanks neemt voor wat het is; een visvervanger met smaak, is het primadeluxe lekker hoor! En die paprikacoulis – daar broed ik nog even op.

Recept voor quinoasalade met No-Tuna en gegrilde asperges

quinoa voor ruim 3 personen, gekookt volgens de verpakking

¾ van een verpakking ‘tonijn’ van De Vegetarische Slager (te vinden bij o.a. Jumbo en Ekoplaza)

500 gram groene asperges, gegrild of gaar gewokt

1 rode paprika, gesneden

paar peentjes en radijsjes, gesneden

citroensap, olijfolie, zout en peper

Hoe? Gooi alles door elkaar. Voilà, it’s a salad.

Nog eentje dan

pompoen salie

Dat ik eigenlijk een ruggegraat van likmevestje heb, en mezelf daardoor best vaak in vreemde zeemanscafé’s/Sound-of-Music-singalongs/ontbijtzalen terug heb gevonden, doet er niet toe. Want nu ben ik volwassen en verantwoordelijk, tenminste van maandag tot en met vrijdagmiddag vier uur, en ik werk waar mogelijk en ik zorg en ik klus en ik lees voor. Ik sport en ik spring en ik kook en ik voeder, en het enige dat het me kost is soms een beetje van m’n geduld. Vroeger had ik eindeloos geduld. Toen kon “Nog eentje dan…” zomaar betekenen dat we met ongelimiteerde OV-studentenkaarten twee uur naar Groningen reisden om daar eens flink de vrije sluitingstijden te tarten.

Nu resulteert “Nog eentje dan…” meestal in kreunende spijt onder een hoofdkussen om acht uur ’s ochtends, wanneer een driejarig meisje aan ons bed om een boterham+iPad+d’r kleine zusje komt bedelen (die kan er zelf nog niet uit). En jaaaa acht uur is héél schappelijk en sjongejonge wij boffen maar, maar iedereen weet hoe dat gaat met -eigen- grenzen rekken.

Met de titel van dit stukje probeer ik overigens niemand naar de fles te doen grijpen. Zeker, het hàd kunnen refereren aan een kloeke Bourgogne, of een donderende Dark & Stormy (mijn cocktail du jour) maar het gaat hier, vrij prozaïsch, over een oranje pompoen. Ik rooster, stoom, en pureer verdomme al een half jaar oranje pompoenen. Het is april. Ik ben er klaar mee. Nog één recept, en dan wil ik ze niet meer zien tot oktober. Zes maanden per jaar wintergroenten, tsssst…

Recept voor geroosterde pompoen met geitenkaas en salie

1 oranje pompoen, in stukken, pitten verwijderd. Niet geschild. Ik doe het gewoon niet meer.

2 tenen knoflook, ongepeld, geplet

150 gram zachte geitenkaas

paar takjes rozemarijn, de blaadjes fijngehakt

paar blaadjes salie

quinoa of pasta voor 2,3,4 personen – met hoeveel je bent

olijfolie

Verwarm de oven voor op 200 graden. Is het goed als ik er niet meer elke keer Celsius bij schrijf? Als je naar Fahrenheit-country gaat hoor ik het wel. Hussel de stukken pompoen met 2 eetlepels olijfolie, een beetje zout, de knoflook, en de rozemarijn in een ovenschaal door elkaar. Zet een half uur in de oven, en haal eruit als de puntjes beginnen te blakeren. Kook in het laatste kwartier de quinoa volgens de verpakking en houd warm met de deksel op de pan. Als je pasta maakt – ook even goed klokken. Rol de blaadjes salie op als een sigaartje en snijd in reepjes. Meng de quinoa of pasta met de  pompoen, verkruimel de geitenkaas erboven en bestrooi met de salie en flink wat peper. Adios, calabaza.

Door het stof

bonenschotel

Ik had natuurlijk kunnen weten dat de seconde dat ik zou opschrijven dat mijn oudste dochter geen aanhanger van groente is, ik ‘m om de oren zou krijgen. Kinderen zijn er dol op je op het verkeerde been te zetten. They live for that shit. 30 seconden gefoezevozel in het washok? Komt er al één vragen wat papa en mama aan het doen zijn. Ze komen nóóit in het washok. Lief stilletjes aan het badderen? Alle shampooflessen leeggeknepen. Kip met patat en appelmoes? “Is er geen courgette?” En zo kwam daar dus ook de passief-agressieve terechtwijzing door Goudlokje, die zich uit in een volkomen tevreden wegstouwen van Alle. Groenten. die we haar de afgelopen weken hebben voorgeschoteld. Gister was er een opstandje over paksoi. Ze had niet genoeg gekregen.

Vandaar: een openbare verontschuldiging. Door het stof gaan is niet leuk, maar soms ontkom ik er niet aan. Zoals die keer dat ik over mijn ene Texaanse vriendinnetje roddelde tegen de andere, en bleek dat ze was teruggekomen om haar tas te pakken. Of toen ik m’n ouders moest vertellen dat ik m’n studiepunten dat jaar niet had gehaald omdat dat laatst gekozen vak maar 3 punten waard bleek in plaats van 4. Ik had wel een 9… Of toen ik in m’n punkrock outfit verscheen op een begrafenis met om me heen verdacht veel rode trainingsbroeken. “Er stond toch ‘zwart, niet te netjes’?” fluisterde ik naar m’n klasgenoot. “GEEN zwart, niet te netjes” siste hij terug.
Laatste twee gevallen waren obviously te wijten aan snel en slordig lezen door de zenuwen, het eerste is niet goed te praten. En alvast voor die dikke boete die straks komt omdat ik vergeten ben de auto naar de APK te brengen: sorry schatje.

In het Engels bestaat hiervoor de uitstekende uitdrukking dat ik nu ‘humble pie’ zou moeten eten. Maar omdat elke taart die ik kan bedenken visioenen van warm fruit, rijke chocola of lobbige room oproept, kan ik daar niks humbles meer van maken. Dat is vast ook een betekenis van het gezegde, dat ik even niks lekkers verdien. Ja sorry, dat gaat me te ver. Wel goed eten, maar dan met nederige ingrediënten – die onvolprezen bonen.

Recept voor frisse bonenschotel met citroen

1 blik lima(reuzen)bonen, uitgelekt en afgespoeld

1 blik zwarte bonen, uitgelekt en afgespoeld

1 blik gehakte tomaten

1 biologische citroen, gewassen

1 ui, gepeld en gehakt

2 tenen knoflook, fijngehakt

1 theelepel gedroogde oregano

paar takjes verse salie, de blaadjes gehakt

olijfolie om in te bakken

Verhit twee eetlepels olie in een hapjespan en bak op laag vuur de ui in ongeveer 7 minuten zacht. Voeg de knoflook en oregano toe en bak 3 minuten mee. Voeg de bliktomaten toe en zet het vuur iets hoger, met de deksel op de pan. Schil dan met een scherp mesje of een dunschiller heel dunnetjes de schil van de citroen (probeer geen ‘wit’ mee te nemen) en stop het bij de tomatensaus. Laat tien minuten zachtjes koken. Voeg dan alle bonen toe, pers de helft van de citroen erboven, en roer nog 5 minuten door. Vis de citroenschillen uit de saus en garneer op het bord met salie. Ik heb hier zilvervliesrijst bij gekookt, en het geserveerd met een simpele salade van rauwe geschaafde courgettelinten (want courgette is hier dus even helemaal ‘in’), besprenkeld met goede extra vierge olijfolie en de rest van het citroensap.

De citroen maakt echt het verschil in deze schotel; van winterse stevigheid naar een voorzichtig aanpappen met de lente. Sowieso – als je je eten proeft en denkt ‘dit mist iets’, is de oplossing niet zelden citroensap. Probeer het eens voordat je naar (meer) zout grijpt; vlees, groenten, en soepen knappen er bijna allemaal van op.

Paaspropaganda

ovenkip

Met stijgende verbijstering heb ik de afgelopen weken gadegeslagen hoe Pasen een feestje van de supermarkten is geworden, en hoe een knap staaltje volksbewerking de consument ertoe gezet heeft naast de ‘gebruikelijke’ stollen, hammen, zalmen en vrachtlading scharreleieren (1 zielig sterretje), ook China’s maartexport aan plastic frutsels in de armen te sluiten. Misschien hadden de Chinezen een cursusboekje propagandavoering meegestuurd naar de winkeliers, en… ohmijngod nu kom ik China nooit meer in hè. Ik bedoel natuurlijk te zeggen dat ik het vooral heel knap van ze vind hoe ze enz.

Ik ben in de war. Aangezwengeld door de aanwezigheid van twee kleine kinderen, maar net zo goed tijdens volwassenwording zònder kinderen, tingelt er rond half maart ergens in een uithoek van mijn brein de melodie van Moet ik hier ook aan meedoen? Dat lied heb ik zelf verzonnen. Het komt ook altijd langs met Kerstmis (dan is de outro ‘Jaaaaa’), en met Valentijn (‘Neeee’) en Sinterklaas (‘Hmmmm’). Het ingewikkelde aan opgroeien zonder vaste tradities is dat je ze later als je groot bent zelf moet beginnen als een gemis eraan begint te knagen. Ik heb als kind ontzettend leuke kerstvieringen gehad aan bijvoorbeeld witte stranden in Mombasa, maar we vlogen echt niet terug naar Nederland om het met familie te vieren. En eenmaal definitief terug ging Kerst als een nachtkaars gewoon een beetje uit. Sinterklaas, Pasen, idem – Just Not A Thing.

Behalve in de war ben ik ook gewoon lui. En lui ben ik omdat ik het mezelf niet makkelijk maak. Dat klinkt tegenstrijdig, maar ik ga onze kinderen niet op weg sturen met “Pasen is iets met een paashaas (en de kerstman is van Coca-Cola), hier heb je een chocolade-eitje doei”. Dus voordat ik een goed verhaal heb weten te breien van Pesach, offerlammetjes, fertiliteitsgodinnen, en wat een haas überhaupt met eieren moet – u begrijpt, dat stel ik even uit totdat ze echt reuzegeïnteresseerd zijn.

En naast in de war en lui ben ik rond Pasen verder nog gefrustreerd. Want ei=kip en kip=lekker en aan kip kleeft zo vreselijk veel gedoe. Zielig, ziek, gevaarlijk voor de gezondheid, sjongejonge wat is kip verpest voor mij zeg! Als ik de staatsloterij win ga ik elke dag biologische kip eten, en tot die tijd maar af en toe. En die maak ik dan zo:

Kip ui de oven

1 zo’n verdomd handige aluminium schaal met gemarineerde, biologische kippenbouten van de blauwe grootgrutter die ons serieus een “Jammie” Pasen toewenst. Pissen ze dan zelf in de broek van het lachen?

1/2 potje zwarte olijven zonder pit, op olie

1 rode ui, in grove stukken

1 bol knoflook, het bovenste kapje van 1 cm eraf gesneden

1 plak pancetta van ongeveer 50 gram, vraag maar aan de slager, in stukjes

4 vastkokende biologische aardappels, gewassen en in parten gesneden

olijfolie om te bakken

zout en peper

Verwarm de oven voor. Die schaal met kip, die spreekt voor zich. In een andere, niet te grote ovenschaal hussel je de overige ingrediënten met een flinke plens olijfolie. Zet beide schalen in de oven en check af en toe of de aardappels ongeveer even hard gaan als de kip. Als alles gaar is leg je de kip op een schaal en schep je de rest daar overheen. Nu ik het hier (amper) opgeschreven zie, denk ik ‘Jeeeezus wat makkelijk!’ Dat was het ook, maar het effect was groots. En het was heel lekker met een salade van veldsla, sinaasappel en sinaasappeldressing, en de rest van die olijven.

A taste of India

erwtensoep met kruidenolie

Ik doe nu wel tof over eten, maar tot mijn 18e vrat ik niks. Ja, Chinees, en M&M’s, en tosti’s. Tosti’s voornamelijk in café De Gouwe, om de hoek van de  kakschool waar ik eindexamen deed. Dat dat eindexamen ooit (glorieus) is gehaald is geheel te danken aan de toenmalige rector, die op een dag om 11 uur ’s ochtends briesend en snuivend het café binnenstormde en brulde “En nu allemaal naar school GODVERRREDOMME” waarna wij, circa zestig man sterk, het op een drafje naar buiten zetten. Ik meen me te herinneren dat hij zelfs nog een Arnie over het biljart sleurde.

Ik was als klein kind selectief achterdochtig naar voedsel; champignons at ik pas nadat mijn moeder me had wijsgemaakt dat het kippenlevertjes waren – dat soort kuren. En sommige ervaringen waren zo traumatisch dat ik blij ben dat ik een blog heb om het van me af te schrijven.

Zo was daar een jaren ’80 picknick met de familie Apte. De Aptetjes waren Indiase mensen gestationeerd in Nairobi, en omdat mijn vader zevenduizend mensen kent, kende hij ook de broer van mijnheer Apte, die toevallig, nou ja whatever enzovoort. Mijn vader en ik verschillen vaak van mening maar deze belevenis hakte er bij ons beiden in, bleek toen ik hem gister ondervroeg. Mevrouw Apte had een schat aan bakjes en waren uitgestald, we tastten vrolijk toe, en vervolgens heb ik een kwartier met die eerste hap in m’n mond stiekem zitten kokhalzen. Daarna heb ik onopvallend een riviertje opgezocht, m’n papje uitgespuugd en de rest van de middag verzadiging geveinsd.
Volgens mijn vader ging het zo: “Ja, hahaha, jij vond het zo vies dat je het in de rivier ging spugen, die rivier zat vol met Nijlkrokodillen woehahahahaha, ik vond het ook niet te vreten, ze hadden niet eens vlees! Ik weet het nog goed, ik had verdomme zo’n zin in kip Tandoori…”

WTF deden we in the first place aan een rivier met krokodillen?? Het heeft in ieder geval vijftien jaar geduurd voordat ik weer Indiaas durfde te eten, terwijl ik inmiddels een moord zou doen voor de vegetarische kunsten van mevrouw Apte. Daarom vandaag een eerbetoontje aan haar. She’d probably laugh in my face…

Recept voor een grote pan gele spliterwtensoep met kruidenolie.

500 gram gedroogde gele spliterwten. Bij mijn supermarkt te vinden bij de Surinaamse producten.

2 uien, gehakt

3 tenen knoflook, fijngehakt

1 eetlepel tomatenpuree. Ik had vandaag een exploderend blikje. Spectaculair!

1 afgestreken eetlepel garam masala

2,5 liter groentebouillon

Zonnebloemolie

Peper en zout

Voor de kruidenolie:

1 bosje verse koriander

1 bosje verse bladpeterselie

stukje gember van 1 cm, gehakt

sap van ½ citroen

1 eetlepel zoute ketjap/sojasaus

3 eetlepels zonnebloemolie

Neem een heel grote pan met dikke bodem (waar ruim 2,5 liter vocht in past), en verwarm 3 eetlepels zonnebloemolie. Fruit op laag vuur de ui in ca.10 minuten zacht en glazig. Spoel de spliterwten goed af. Voeg de knoflook toe en bak nog drie minuten. Dan de garam masala erdoor roeren. Oeh, dat ruikt lekker. Na een minuutje de tomatenpuree erbij, ook even meebakken. Spliterwten erbij, en de bouillon. Begin maar met 2 liter, er kan later altijd meer bij. Aan de kook brengen, vuur temperen, deksel schuin op de pan, heel zachtjes door laten koken, en anderhalf uur iets anders gaan doen. Bijvoorbeeld de krant lezen en de kruidenolie maken. Alle ingrediënten voor de kruidenolie met de staafmixer pureren in zo’n mengbeker.

Vergeet niet af en toe in de soep te roeren. Na een uur en een kwartier begin je wat erwtjes te proeven, of ze zacht genoeg zijn, of er bouillon bij moet. Toen ik ze goed vond, heb ik eerst een kommetje zo gegeten, met de kruidenolie en wat gehakte halfgedroogde tomaat (zie foto). De rest heb ik gepureerd want opeens kwamen er kinderen thuis.
Besprenkel de soep in kommen met de kruidenolie, en eet met bijvoorbeeld naanbrood.