Één zwaluw…

visburger

Kreeg u van dat schitterende weer van gisteren zin om tent, luchtbed en butagas in de auto te flikkeren en de rest van de lente en zomer buiten door te brengen? Ik niet. Ik heb een hekel aan kamperen, ik wil nooit meer op iets anders dan een bed slapen (camperbedden tellen ook), en als het buiten echt warm is kan ik in nietsdoen vaak ook niet helemaal m’n draai vinden. Dan wil ik namelijk de hele tijd iets dat zich binnen bevindt. Wijn, ijsblokjes, zonnebrand, een ander tijdschrift, een mes, een cocktail, een worstje, de babyfoon… Nou, dan is de zon meestal wel weer weg.

Ik heb het gedaan hoor; zomers vullen met festival na festival, zeilen in Friesland, spelen op Oerol. Mijn eerste keer  Oerol kwamen we aan in een stacaravan (dol op, dat dan weer wel) waar een puzzel lag van vijfduizend stukjes, en die zijn we met twee man obsessief stoïcijns te lijf gegaan tot hij af was, zonder te slapen, ongeveer zestien uur lang. Één van de hoogtepunten van die zomer, echt waar.

De laatste keer zeilen in Friesland waren we met drie frisse meiden, en een hond. Die was van Daphne’s ouders, die een gigantisch bohemien huis in het Oosten hadden met nog zeven honden, wat pony’s en Haggis, een hangbuikzwijn dat binnen woonde. ‘Onze’ hond was lief met langig zwart haar en had een naam die ik met de beste wil van de wereld hier niet op kan schrijven zo gênant. De hond, N., sprong regelmatig overboord en beet zich dan vast aan een touw achter de boot om zich door het water te laten trekken, en ik kan me voorstellen dat dan dan weer hoogtepunten in een hondenleven zijn. Op een ochtend vertrokken we uit – laat het Heeg geweest zijn, toen we er na een half uur op het water achter kwamen dat we N. vergeten waren. Volgens Daphne was dit helemaal niet erg, want N. was niet zo gevoelig en hij werd wel vaker ergens vergeten. We zeilden terug, en toen begon het meest beschamende dat ik ooit heb moeten doen; door een piepklein dorpje lopen en ‘N….., N…..! Waar ben je?! Hier, N….., hier komen!’ roepen. Ik wilde door de Heegerklei zakken. Uiteindelijk zat N. op het stoepje voor de bakker, de laatste plaats waar we nog samen waren geweest. Hij had een krentenbol gekregen.

In ieder geval regent het nu gewoon weer dus maken we iets waar een keukenmachine voor nodig is, lekker thuis.

Recept voor viskoekjes/-burgers voor 4 personen

600 gram gemengde visfilet; ik heb 400 gram ontdooide el-cheapo koolvis en 200 gram zalm gebruikt

1 ei

1 eetlepel maizena

flinke handvol peterselie

2 tenen knoflook

1 theelepel oregano

olijfolie om in te bakken, zout, en peper

niet op foto, wel doen: 1 eetlepel kappertjes

Ik was nieuwsgierig of dit zou ‘pakken’ zonder broodkruimels, vandaar de concessie naar maizena. Verder had ik een keer geen zin in dat geklei met m’n handen want er was nogal wat mobiel telefoonverkeer, dus ben ik in de weer gegaan met twee eetlepels om grote ‘quenelles’ te maken. Dat ging prima, ik heb geen greintje vis aan hoeven raken. Ook kon het me precies niks schelen of de visburgers gelijkmatig waren, want kom op, gewoon doordeweeks-niet-zeuren-iedereen-blij-eten.

Gooi in een keukenmachine met hakmes eerst de knoflook en peterselie. Fijnhakken. Dan de vis, het ei, de maizena, oregano, zout, peper, en kappertjes, en pulseren tot het een mengsel is dat niet al te papperig is. Je mag best nog wat stukjes zien.

Verhit in een grote koekenpan 3 eetlepels olijfolie op middelhoog vuur, vul later bij indien nodig.  Schep een flinke eetlepel van het vismengsel van de ene op de andere lepel, en weer terug, een beetje boetserend totdat het wat vorm heeft. Laat voorzichtig in de hete olie glijden en druk een beetje plat. Bak ongeveer 5 minuten per kant totdat ze mooi goudbruin zijn. Ik heb het in twee keer gedaan. Erbij: gegrilde groene asperges en penne pasta, na het koken in de pan gehusseld met een eetlepel crème fraîche en een eetlepel pesto. Hatsekidee.