Paaspropaganda

ovenkip

Met stijgende verbijstering heb ik de afgelopen weken gadegeslagen hoe Pasen een feestje van de supermarkten is geworden, en hoe een knap staaltje volksbewerking de consument ertoe gezet heeft naast de ‘gebruikelijke’ stollen, hammen, zalmen en vrachtlading scharreleieren (1 zielig sterretje), ook China’s maartexport aan plastic frutsels in de armen te sluiten. Misschien hadden de Chinezen een cursusboekje propagandavoering meegestuurd naar de winkeliers, en… ohmijngod nu kom ik China nooit meer in hè. Ik bedoel natuurlijk te zeggen dat ik het vooral heel knap van ze vind hoe ze enz.

Ik ben in de war. Aangezwengeld door de aanwezigheid van twee kleine kinderen, maar net zo goed tijdens volwassenwording zònder kinderen, tingelt er rond half maart ergens in een uithoek van mijn brein de melodie van Moet ik hier ook aan meedoen? Dat lied heb ik zelf verzonnen. Het komt ook altijd langs met Kerstmis (dan is de outro ‘Jaaaaa’), en met Valentijn (‘Neeee’) en Sinterklaas (‘Hmmmm’). Het ingewikkelde aan opgroeien zonder vaste tradities is dat je ze later als je groot bent zelf moet beginnen als een gemis eraan begint te knagen. Ik heb als kind ontzettend leuke kerstvieringen gehad aan bijvoorbeeld witte stranden in Mombasa, maar we vlogen echt niet terug naar Nederland om het met familie te vieren. En eenmaal definitief terug ging Kerst als een nachtkaars gewoon een beetje uit. Sinterklaas, Pasen, idem – Just Not A Thing.

Behalve in de war ben ik ook gewoon lui. En lui ben ik omdat ik het mezelf niet makkelijk maak. Dat klinkt tegenstrijdig, maar ik ga onze kinderen niet op weg sturen met “Pasen is iets met een paashaas (en de kerstman is van Coca-Cola), hier heb je een chocolade-eitje doei”. Dus voordat ik een goed verhaal heb weten te breien van Pesach, offerlammetjes, fertiliteitsgodinnen, en wat een haas überhaupt met eieren moet – u begrijpt, dat stel ik even uit totdat ze echt reuzegeïnteresseerd zijn.

En naast in de war en lui ben ik rond Pasen verder nog gefrustreerd. Want ei=kip en kip=lekker en aan kip kleeft zo vreselijk veel gedoe. Zielig, ziek, gevaarlijk voor de gezondheid, sjongejonge wat is kip verpest voor mij zeg! Als ik de staatsloterij win ga ik elke dag biologische kip eten, en tot die tijd maar af en toe. En die maak ik dan zo:

Kip ui de oven

1 zo’n verdomd handige aluminium schaal met gemarineerde, biologische kippenbouten van de blauwe grootgrutter die ons serieus een “Jammie” Pasen toewenst. Pissen ze dan zelf in de broek van het lachen?

1/2 potje zwarte olijven zonder pit, op olie

1 rode ui, in grove stukken

1 bol knoflook, het bovenste kapje van 1 cm eraf gesneden

1 plak pancetta van ongeveer 50 gram, vraag maar aan de slager, in stukjes

4 vastkokende biologische aardappels, gewassen en in parten gesneden

olijfolie om te bakken

zout en peper

Verwarm de oven voor. Die schaal met kip, die spreekt voor zich. In een andere, niet te grote ovenschaal hussel je de overige ingrediënten met een flinke plens olijfolie. Zet beide schalen in de oven en check af en toe of de aardappels ongeveer even hard gaan als de kip. Als alles gaar is leg je de kip op een schaal en schep je de rest daar overheen. Nu ik het hier (amper) opgeschreven zie, denk ik ‘Jeeeezus wat makkelijk!’ Dat was het ook, maar het effect was groots. En het was heel lekker met een salade van veldsla, sinaasappel en sinaasappeldressing, en de rest van die olijven.