Found in Translation

boerenkoolboerenkooldinner

Naast me in het café krijgt een Pools meisje in uitstekend Engels Nederlandse les van een jongen die steeds hoger in mijn achting stijgt. Na de absoluut onmisbare kennis die nodig is om te kunnen vragen Waar De Mayonaise Staat, heeft hij haar net uitgelegd dat het woord ‘er’, hoe klein ook, de zaken ongelooflijk compliceert in onze taal. Het betekent onder andere “there” maar het heeft, zo zegt hij, betrekking op aanwezigheid en niet op lokatie.  Dat vind ik een verdomd goeie verklaring. “There is no coffee here”, laat hij haar vertalen.

“Kunt u mij even helpen?” leest hij voor. “Can you even help me?” oppert ze en zucht er theatraal bij. Nog humor ook. Volgens mij zie ik hier iets moois opbloeien.

“‘Mag ik er even langs’ is polite, so you don’t have to say ‘move bitch’”, en ze schateren het uit. Ja hoor, dat zit wel snor.

Ze vraagt of het belangrijk is dat haar accent niet Russisch klinkt. Nou zegt hij, in dat geval some narrow-minded people will still just think you are Eastern European, which you are, so what can you do. En als ze Duits klinkt? Well, some old people still harbour sentiments about the war, but that is fading.

Kunt u achter aansluiten? Can you insult me later?
Een plas is a small lake. And a rainpuddle. And a measure of urine.

Ze ronden af. Ze wil alleen nog even weten hoe je “Ik spreek geen Nederlands” zegt.

Weer boerenkool, lijkt me wel toepasselijk en onze boerenkool is nu zo mooi. Hoewel Trumpianen natuurlijk zullen doen alsof American Kale First was.
Hele bladeren gevonden, superleuk.

Gebakken [doet alles beter klinken] boerenkool met pastinaak, bonen, en aardappel

400 gram boerenkool, in dit geval blad van de nerf en in grove stukken gesneden
1 teen knoflook, gehakt
olijfolie om in te bakken
500 gram pastinaak, geschild en frieten gesneden
400 gram vastkokende aardappels, schoongeboend, met schil in parten gesneden
1 pot witte bonen van ca. 400 gram, afgespoeld en uitgelekt, wat droog gedept met keukenpapier
paar takjes tijm
goeie olijfolie

Iets bewerkelijker, deze koolbereiding, maar het resultaat maakt dat goed. Verwarm de oven voor op 220 graden. Hussel op een met bakpapier beklede plaat de pastinaak en aardappel met el cheapo olijfolie, zout en peper. Schuif in de oven en rooster gaar met bruine randjes. Breng een pan water aan de kook met flink wat zout, en kook daarin de bladeren 2 minuten, tot ze zacht maar nog wel frisgroen zijn. Bedenk een goeie bestemming voor het kookwater (eieren voor morgen koken?), en schep met een schuimspaan de bladeren in een vergiet. Spoel even onder de koude kraan en wring het water eruit met je handen, dat kan met zulke stevige bladeren. Verhit nog wat bak-olie in een ruime koekenpan op middelhoog vuur, en schep de boerenkool daarin om tot ie wat knapperig is. Schuif de kool een beetje aan de kant, vuur laag, nog een drupje olie in de pan, en verwarm daarin kort de bonen. Haal de groenten uit de oven, leg alles een beetje leuk op een bord en bestrooi met flink zout, peper, en tijm.

Boursinlullo

pasta boerenkool

Ik ben zo’n trut die haar boodschappenlijstje (kan die malle rubriek trouwens verdwijnen uit het Volkskrant Magazine?) maakt naar indeling van de supermarkt. Wie jaren geleden ooit de pech heeft gehad met mij door een supermarkt te moeten struinen, weet dat die methode heeeel goed voor mij is, want ik ben een etikettenlezer in combinatie met aartstwijfelaar. Zie je het voor je? Ik kon een uur wegblijven om een pakje boter. De keuze…de afleiding… Ik ril als ik er aan denk. En toen ik  voor wel VIER mensen hoofd inkoop werd, moest er iets veranderen.

Zodoende ga ik nu gewapend met nog-net-geen-Excelletje wekelijks het strijdveld op, en gun ik mezelf geen enkele afdwaling. Ram, bam, groente, kaas, vlees/vega, zuivel (eh, soja), blikvoer, vriesvak, kassa, klaar. En zo kwam ik laatst dus pas aan het eind van die achtbaanrit, graaiend in netgenoemd vriesvak, tot de ontdekking dat het merk Iglo in haar diepvriesspinazielijn een variant voert met Boursin. Bij elkaar! Door elkaar! Wow. Lui-hui.

Geen haar op mijn hoofd die er aan dacht het in m’n karretje te gooien, maar ik werd wel instantly transported back to days gone by, toen ik studeerde, ècht studeerde, niet dat fantastische toneelschool genavelstaar, maar lang daarvoor, aan de UvA, wat betekende dat ik níet studeerde. Disclaimer: Ik zeg niet dat niet-studeren tof is. Studeren is veel toffer. Ga/blijf studeren.

En al die avonden dat ik níet studeerde hing ik in de kroeg, of op een bank met vriendinnetjes. En wat maakten we dan voor elkaar, twee keer per week? Juist; pasta met diepvriesspinazie, Boursin, en spekjes. Heel ambachtelijk allemaal in hun eigen verpakking.

Ik weet zeker dat deze hedendaagse semi-kant-en-klaar variant er doorheen is gejast door één of andere lullo met natte haren, de dag na z’n borrelavond ergens tijdens z’n Unilever Product Development Traineeship. Z’n Senior was waarschijnlijk praeses Bestuur ’98-‘99, mooie pik, en met een knipoog en een ferme handdruk was het beklonken. Zo gaan die dingen…

Recept voor bovenstaande pasta, opgeleukt. Sowieso betere kaas.

Voor 2,5 pasta-eters en 1 bonenvreter.

Geen spinazie, maar zo’n zak van 300 gram boerenkool, gesneden en gewassen, uit de koeling van je supermarkt. Minder zompig dan die spinazie.

1 pakje rauwe ham (plakjes, vleeswaren)

ca. 200 gram zachte geitenkaas

1 potje halfgedroogde tomaatjes

1 kleine ui

200 gram fusilli (of andere pasta, maar aan fusilli blijft flink wat boerenkool kleven waarmee je je kinderen een hak kunt zetten)

1 blik limabonen, ook wel boter- of reuzenbonen genaamd, uitgelekt

olijfolie om te bakken

Kook ca.1,7 liter water. (Zo groot is mijn waterkoker). Verwarm 3 eetlepels olijfolie in een grote hapjespan en bak de ui 3 minuten op middelhoog vuur. Dit keer laten we de ui wèl een beetje bruin worden, lekker. Schuif de ui naar één kant van de pan, blijf er een beetje in roeren, en bak in dezelfde pan de plakjes rauwe ham goudbruin en knapperig. Kan waarschijnlijk in twee keer. Je propt natuurlijk ook nog een plakje zo in je mond. Laat de ham uitlekken op keukenpapier.

Voeg nog twee eetlepels olie toe aan de hapjespan. Ja, daar zijn we niet kinderachtig in. Zet het vuur iets lager en doe de boerenkool in de pan. Roer goed om zodat alles bedekt is met olie, voeg twee eetlepels heet water toe, roeren, deksel erop. Kook dan de pasta in een grote pan in dat gekookte water volgens de verpakking beetgaar. Schep af en toe de boerenkool om.

Hak intussen de tomaatjes grof en versnipper de ham. Je wil dat de boerenkool een beetje bruin wordt, echt bakt dus, maar niet aanbrandt. Gooi de limabonen, de tomaatjes en zout en peper naar smaak bij de boerenkool en zet het vuur uit. Giet de pasta af, roer direct door de groente, schep op borden en strooi de ham erover. Verkruimel daarboven ook de zachte geitenkaas. Tussenstap als je geen pasta wil: je bordje opmaken (= culi-netjes voor opscheppen) als hierboven maar dan met bijna alle limabonen gehamsterd voordat je de pasta door de rest van de boerenkool roert.