24 Uur met… mezelf

pompoen en spruiten

Ik bevond me zowaar 24 uur TOUTE SEULE! He-le-maal alleen. Eerst heb ik een beetje de hangveertiger gespeeld in de binnenstad, winkeltje hier, cafeetje daar, laverend tussen 200 toeristen per 10 vierkante meter. Toen zijn er oesters en Chablis naar binnen gewerkt en daar kreeg ik honger van, dus met een dikke karbonade en een beschaafd flesje wijn toog ik huiswaarts. Er waren nog wilde plannen omtrent een late bioscoopfilm, maar het vooruitzicht ’s nachts in de regen terug te moeten fietsen hield me op de bank voor een ongelooflijk sterke O.J. Simpson docu.

Vroeger was ik altíjd alleen. Niet zielig (soms wel), gewoon gewend om dagen achter elkaar alleen maar voor mezelf te hoeven zorgen. En dan hing ik ook eindeloos in de stad, en was ik een geweldige stuwer van de nationale economie. Nu vast ook, alleen wordt het merendeel van de uitgaven tegenwoordig verdeeld in saaie verantwoorde! kinderpotjes gelabeld sportclub/supermarkt/verstandig schoeisel.

Ook at ik nul groente dit etmaal. En morgen, wanneer ik weer zin heb om de oven aan te zetten, maak ik onder andere dit:

geroosterde spruiten en pompoen met kardemomyoghurt

Ik zou zeker een hele zak spruiten gebruiken (je bent ze nu toch aan het schoonmaken) want de rest kan je prima morgen opeten, en wellicht heb je de onderkant van deze flespompoen nog. De Delavie keuken is bijzonder anti-weggooien maar dat hadden jullie vast al door. De dochters kijken me tegenwoordig met empathisch bijna-betraande ogen aan wanneer ik onverhoopt toch eens een geel geworden stronk broccoli in de prullenbak moet kieperen.. “Dat vindt je vervelend hè mammie?” (Okee ik maak er ook een beetje een showtje van)

1 zak spruiten (deze begonnen zogenaamd paars, ze zijn niet rot), schoongemaakt en gehalveerd
de onderkant van een flespompoen, hoeft niet geschild, pitten verwijderd, in dunne plakken
olijfolie (niet je beste)
1 eetlepel sesamzaad
4 eetlepels volle yoghurt
1 klein teentje knoflook
1 dessertlepel citroensap
2 theelepels gemalen kardemom (poeder)
zout en peper

Verwarm de oven voor op 200 graden. Hussel op je grootste bakplaat (indien gewenst bedekt met bakpapier) de groenten met 1 a 2 eetlepels olijfolie, zout en peper naar smaak, en schuif iets boven het midden in de oven. Rooster ca 20 minuten, strooi dan het sesamzaad erover en zet nog ca 5 minuten terug tot alles mooi goudbruin ziet. Rasp intussen het teentje knoflook boven een kommetje met de yoghurt, en meng met citroensap, kardemom, en zout en peper naar smaak. Dat raspen gaat het best met een Microplane fijne rasp en let op je vingers, dit gaat razendsnel.

Here’s looking at you, kid

salade met dukkah

Die waarschuwing dat er rond het middaggebed geen taxi te krijgen zou zijn in Casablanca nam ik niet serieus. Dat zou wel los lopen dacht ik, terwijl ik de souk uit strompelde met armen vol specerijen en amandelen, en uit de plaatselijke apotheek (ik ben dol op plaatselijke apotheken) een illegale hoeveelheid antigriepmiddel (denk ik). Niet dus. Miljoenenstad. Niet één taxi.

Dat ging me niet nog een keer gebeuren, en de volgende dag timede ik mijn gestruin veel beter en wuifde ik eind van de middag fluks naar een beschikbare taxi om op tijd via het hotel in het theater aan te komen. Hij stopte, ik schoof de achterbank op, trok de deur dicht en de taxi gierde weg. Toen sloeg mijn hart over van schrik. Naast me bleek een piepklein vrouwtje te zitten, in volledig zwart niqaab gehuld, met alleen haar gehenna’de kraaienhandjes zichtbaar op schoot. Ik stamelde wat in het Frans, zij zei niets. Ik begreep dat we de taxi gingen delen. De chauffeur nam ons mee, verder weg uit het deel van de stad dat ik toch al amper kende, en het leek er niet op dat hij op weg was naar het adres op het kaartje van het hotel… Dit leek verdacht veel op een banlieue, en ik begon ‘m te knijpen. Was dit wel zo’n goed idee geweest?

Het vrouwtje inmiddels, was begonnen te ratelen en de chauffeur knikte beamend. In rap Arabisch kaatste hij wat terug, toen keken ze naar mij, en ze stopten voor een verlopen wit flatgebouw. Ik deed het bijna in m’n broek. Toen proestten zij het samen uit van het lachen. Wahahaha, gierde de chauffeur, die vervolgens gewoon Engels bleek te spreken, “She says you would be a perfect bride for her son!” WAHAHAHA brulden ze samen. Intussen stonden we nog steeds stil in een buitenwijk van een stad die ik niet kende en wist ik niet hoe groot of gering de kans was dat ik werkelijk de rest van mijn dagen hier in niqaab zou slijten, dus mee lachen lukte nog niet zo goed. Maar het vrouwtje aaide even geruststellend over mijn hand en zoef, weg was ze, zwarte rokken ruisend de taxi uit.

Dus. Denkend aan dukkah denk ik aan dat. Want aan Egypte, waar het kruidenmengsel van onder andere sesam, koriander en komijn vandaan komt heb ik weinig herinneringen. Behalve dan die keer dat we geëvacueerd werden uit Sudan en naar Khartoum gevlogen, maar dat is een verhaal voor een andere keer. Beslemah!

Recept voor salade van spinazie en veldsla met geitenkaas, gegrilde wortel en dukkah. En vijgen UIT EIGEN TUIN.

200 gram gewassen spinazie

1 zakje veldsla

5 stevige wortelen, in schuine plakken gesneden

100 gram zachte geitenkaas in plakjes of blokjes

die vijgen dus, in kwarten

munt, gehakt

simpele vinaigrette van

3 eetlepels olijfolie

1 eetlepel citroensap

zout en peper

Grill de wortelen en meng ze met alle overige ingrediënten. Bestrooi royaal met 2 eetlepels dukkah. Je vindt het bij veel Turkse en Marokkaanse winkels, en dat is een goede zaak.

Eet hierbij tosti’s met oude kaas en chutney. Any chutney.

Hij bakt, zij bakt

bloemkool-spruitensalade

Gisteravond keek ik naar vier vrouwen op de Brit die bakte en glazuurde en tempereerde of hun leven er vanaf hing. Uiteraard overdrijf ik; de laatste deelnemer aan de Great British Bake Off wiens leven er echt van af leek te hangen was een gezette rossige man die weende toen hij een paar weken geleden naar huis werd gestuurd.  Grow a pair. It’s cake, for chrissakes.

Toen er gister twee vrouwmensen moesten huilen, was ik minder streng. Van de één begreep ik de pure frustratie omdat het natuurlijk die ander had moeten zijn die eruit vloog, van die ander dacht ik ‘hèhè, eindelijk wakker geschud’. Meisje beweegt zich sowieso een beetje als schildpad aan de Ritalin.

Bijzonder ongeëmancipeerd van mij, niet? Van mannnen die huilen op televisie krijg ik jeuk, en doemen CDA congresbeelden op. Ben ik dan net zo rolbevestigend als die speelgoedwinkel waar we het niet meer over zouden hebben? Is het helemaal verkeerd met mij gegaan toen ik roze speelgoed kreeg? Eerlijkheid gebied te zeggen dat ik nooit speelgoedschoonmaakspullen heb gekregen. Ik moet er niet aan denken zeg. Ik strijk ook nog steeds niet, en met poetsen heb ik het probleem dat ik nooit weet wat ik dan met de poetsdoekjes en sponsjes moet doen. Dat is toch vies? Weggooien dan maar? Elke week een kookwas draaien? Ik heb ook nog een groen hart. Dus ik laat maar in het midden hoe ik het regel, en als er nog mannen met tips zijn – ik hoor graag van u .

Ik was gisteravond goed voorbereid en hing op de bank met deze koekjes, want ik word tijdens Great British Bake Off meestal overvallen door de verschrikkelijke behoefte om m’n gezicht in een bak glanzend suikerglazuur onder te dompelen en woest te spartelen. Niet dat er glazuur op de koekjes zit, of zich anderszins in mijn keuken bevindt, maar het was een passender zoethouder dan het restje van mijn lunch, onderstaand.

Recept voor lauwwarme salade van bloemkool en spruitjes.

¼ bloemkool, in roosjes, gewassen

grote handvol spruitjes, geschoond

2 eetlepels witte bonen, gaar. Ik ‘werk’ tegenwoordig met gedroogde peulvruchten. Niet makkelijker, wel gezonder, want hoeveelheid zout zelf te bepalen.

1 tomaat

dressing:

snuf cayennepeper,

beetje zout,

1 theelepel gemalen komijn,

1 eetlepel goede olijfolie,

paar druppels citroensap

Stoom de bloemkool en spruiten in ongeveer 5  minuten beetgaar.  Maak de dressing. Meng met de groenten, bonen, en tomaat. Denk aan taart en koekjes.

Spelen maar

geroosterde spruiten

Afgelopen weekend bezocht ik een voorstelling geregisseerd door een klasgenoot. We zaten op een acteursopleiding maar hij was goed in alles – schrijven, regisseren, spelen, en daarom was hij de baas in de klas. Dat zal de rest van die tienkoppige klas misschien niet direct beamen, maar aangezien hij nu een vaste aanstelling heeft als regisseur bij één van de grote gezelschappen van het land, kunnen we wel zeggen dat de baas zijn er altijd al in heeft gezeten. Volgend jaar wordt hij, nu officieel, tijdelijk weer mijn baas.

De vraag die mensen, alvast dubbelklappend van de lach, het allerleukst vinden om te stellen over de audities voor een toneelschool: “Heb je een gebakken ei na moeten doen?”

Ja, ik heb een gebakken ei nagedaan. Of een dooie mus, of een warme baksteen, ik weet het niet meer precies en het doet er ook niet toe. Want nu ga ik iets doen wat meestal verzandt in wollig gelul en  vage kronkelingen: ik ga proberen er iets over te zeggen. Praten over toneelspelen leidt zelden tot inzichtelijkheid en acteurs die hun mond opentrekken over hun methodiek klinken vaak als halve garen. Maar het komt naar mijn idee (zie, daar ga ik al) neer op het vermogen je in te beelden dat je àlles kan zijn. Een ei, een koning, een dertienjarige puber op een balkon die wordt toegesproken door haar onmogelijke liefde. Het is Spelen met een grote S. Het is wat kinderen doen. Alleen; kinderen kan je niet vragen lappen tekst uit hun hoofd te leren  en tot diep in de nacht in een theatercafé te zitten slempen, dus daarom sturen we elk jaar een paar geschikte volwassenen naar zo’n opleiding. Die daar dan dat vermogen tot inbeelding tot, of terug naar, het uiterste verfijnen, en daar hun stem en fysiek (komt ie; hun instrument) trainen om die inbeelding het best te vertolken.

En hier de uitsmijter: Je doet dus geen ei na. Je BENT dat ei.

 

Recept voor geroosterde spruitjes!

ca. 500 gram spruiten

2 eetlepels olijfolie

2 tenen knoflook

1 dessertlepel ras-el-hanout

handvol blanke amandelen, gehakt

bakblik, keukenmachine

Verwarm de oven voor op 200 graden. Snij de onderkantjes van de spruiten. Zet de dunne snijschijf in de keukenmachine en prop alle spruiten in delen er doorheen. Doe ze in een bakblik, en roer er de olie, de kruiden, en de uitgeperste knoflook doorheen. Rooster in de oven tot de randjes mooi bruin zijn en de spruiten gaar. Dit gaat sneller dan bij grove groenten omdat de spruiten ragfijn gesneden zijn, dus na tien minuten moet je ze in de gaten blijven houden. Rooster de amandelen intussen al omschuddend in een droge koekenpan op middelhoog vuur tot deze ook goudbruin zijn. Strooi over die schitterende spruiten. Of de kinderen dit gegeten hebben? Nee.

Wrap it up, y’all

wrap

Rond mijn zestiende, in expat Jakarta, waren mijn beste vriendinnen twee Texaanse dochters van wat ik voor het gemak maar even oliebaronnen noem. Die vaders waren dus in het land om al het zwarte goud van de zielige Indonesiërtjes af te pakken, en omdat wij in vergelijking maar arme sloebers waren (rijst, geen olie) namen die families mij, misschien ter compensatie, met open armen op in hun Dynasty mansions. Daarnaast was ik een enorme jock op die Internationale School en dat doet het altijd goed bij Amerikanen. En zo werden wij kinderen elk weekend in gepantserde Mercedessen naar de country club gereden en in ruil voor een zaterdag met unlimited expense account aan het zwembad moest ik soms wel op zondag in een bloemetjesjurk mee naar de kerk. Southern Baptist.

Het was een onwerkelijk leven, wat iedere expat zal kunnen beamen, en voor mij als dochter van een Indische moeder nog vervreemdender omdat ik alle connectie kwijtraakte met het volk waar ik me hier in Nederland juist zo verbonden mee voel. Maar terwijl ik er middenin zat genoot ik er maar van; een andere sensatie die de gemiddelde expat na het aanvankelijk schuldgevoel bekruipt. De eerste keer dat ik besefte dat onze chauffeur de hele avond OP ONS MOEST WACHTEN tot mijn ouders en ik het restaurant uit kwamen, heb ik een uur lang onbedaarlijk gehuild. Maar pijnlijk genoeg went alles.

Terug naar de southern hospitality. De met diamanten behangen moeders van deze gezinnen waren natuurlijk oerhuisvrouwen, al hoefden ze zelf geen vinger vuil te maken vanwege de constante aanwezigheid van dienstmeisjes. Een huishouden bestíeren, daar ging het om. Maar tussen al het commanderen en delegeren door, het waarmaken van een droompaleis waar alles blonk en glom en in overvloed aanwezig was, was er één vraag die elke middag boven ons huiswerk doorklonk: ‘Y’all want me to fix y’all a taco?’ Want de hulp mocht verder alles doen, maar de taco’s maakte moeder zelf. You don’t mess with a Tex’ Mex.

Een recept voor wraps voor 2 grote en 2 kleine mensen.  I’m totally messing with the Mex here, maar taco’s zijn in Amerika niet per se van die knapperige gebogen schelpen. Eerder zachte gevulde pannenkoekjes. Aan taco’s in Mexico durf ik geen enkele uitspraak te wijden.

6 tortilla’s. Bij de natuurwinkel hebben ze van die beschaafde tussenmaatjes.

1 kleine ui, gesnipperd

1 teen knoflook, gehakt

400 gram kipdijfilet in stukjes

2 tomaten in blokjes

1 blik zwarte bonen, uitgelekt

2 rijpe avocado’s in blokjes

2 stengels bleekselderij in dunne plakjes

handjevol alfalfa of andere scheuten

sap van een halve limoen

1 flinke theelepel korianderpoeder

1 flinke theelepel komijnpoeder

Fruit in een hapjespan de ui ca. 5 minuten op laag vuur. Voeg de knoflook toe en bak nog twee minuten. Korianderpoeder en komijnpoeder een minuutje meebakken. Vuur hoger en kip erbij. Gaar en bruin bakken, en wanner je het vuur uit zet direct de tomaatblokjes door de kip roeren. Intussen in een grote kom de zwarte bonen, avocado, bleekselderij en alfalfa mengen met het limoensap en peper en zout naar smaak. Tortilla’s (wraps) verwarmen volgens verpakking. Kip en avocadomengsel erin rollen. En inmiddels weet je : als je wil low carben – vergeet die pannenkoek maar. Ik heb er gister geroosterde bloemkool bij gegeten. Een hele.