Found in Translation

boerenkoolboerenkooldinner

Naast me in het café krijgt een Pools meisje in uitstekend Engels Nederlandse les van een jongen die steeds hoger in mijn achting stijgt. Na de absoluut onmisbare kennis die nodig is om te kunnen vragen Waar De Mayonaise Staat, heeft hij haar net uitgelegd dat het woord ‘er’, hoe klein ook, de zaken ongelooflijk compliceert in onze taal. Het betekent onder andere “there” maar het heeft, zo zegt hij, betrekking op aanwezigheid en niet op lokatie.  Dat vind ik een verdomd goeie verklaring. “There is no coffee here”, laat hij haar vertalen.

“Kunt u mij even helpen?” leest hij voor. “Can you even help me?” oppert ze en zucht er theatraal bij. Nog humor ook. Volgens mij zie ik hier iets moois opbloeien.

“‘Mag ik er even langs’ is polite, so you don’t have to say ‘move bitch’”, en ze schateren het uit. Ja hoor, dat zit wel snor.

Ze vraagt of het belangrijk is dat haar accent niet Russisch klinkt. Nou zegt hij, in dat geval some narrow-minded people will still just think you are Eastern European, which you are, so what can you do. En als ze Duits klinkt? Well, some old people still harbour sentiments about the war, but that is fading.

Kunt u achter aansluiten? Can you insult me later?
Een plas is a small lake. And a rainpuddle. And a measure of urine.

Ze ronden af. Ze wil alleen nog even weten hoe je “Ik spreek geen Nederlands” zegt.

Weer boerenkool, lijkt me wel toepasselijk en onze boerenkool is nu zo mooi. Hoewel Trumpianen natuurlijk zullen doen alsof American Kale First was.
Hele bladeren gevonden, superleuk.

Gebakken [doet alles beter klinken] boerenkool met pastinaak, bonen, en aardappel

400 gram boerenkool, in dit geval blad van de nerf en in grove stukken gesneden
1 teen knoflook, gehakt
olijfolie om in te bakken
500 gram pastinaak, geschild en frieten gesneden
400 gram vastkokende aardappels, schoongeboend, met schil in parten gesneden
1 pot witte bonen van ca. 400 gram, afgespoeld en uitgelekt, wat droog gedept met keukenpapier
paar takjes tijm
goeie olijfolie

Iets bewerkelijker, deze koolbereiding, maar het resultaat maakt dat goed. Verwarm de oven voor op 220 graden. Hussel op een met bakpapier beklede plaat de pastinaak en aardappel met el cheapo olijfolie, zout en peper. Schuif in de oven en rooster gaar met bruine randjes. Breng een pan water aan de kook met flink wat zout, en kook daarin de bladeren 2 minuten, tot ze zacht maar nog wel frisgroen zijn. Bedenk een goeie bestemming voor het kookwater (eieren voor morgen koken?), en schep met een schuimspaan de bladeren in een vergiet. Spoel even onder de koude kraan en wring het water eruit met je handen, dat kan met zulke stevige bladeren. Verhit nog wat bak-olie in een ruime koekenpan op middelhoog vuur, en schep de boerenkool daarin om tot ie wat knapperig is. Schuif de kool een beetje aan de kant, vuur laag, nog een drupje olie in de pan, en verwarm daarin kort de bonen. Haal de groenten uit de oven, leg alles een beetje leuk op een bord en bestrooi met flink zout, peper, en tijm.

Calendar Girl

kipstoof met spinazie

Ik heb maar eens een kalender gekocht. Zo’n papieren, waarop ik dan met een ganzenveer ga bijhouden wat de vier leden van dit gezin plachten te gaan doen op bepaalde dagen. Een agenda had ik heus wel, maar er heerst hier in huis onder de twee grote mensen een nogal stellig meningsverschil over hoe je je afspraken het best kunt documenteren; gewoon normaal met een pen in een zwart boekje, òf, komt ie : di-gi-taal. En aangezien we soms vergeten kennis te nemen van het medium van de ander, zijn de kinderen hier zo nu en dan de dupe van. Vergeten kinderfeestjes, dichte schooldeuren (studiedag), daar bovenop onze eigen dubbele afspraken; deze anarchie moest beslecht!

Dus liet ik mijn twijfelneurose los op de kalenderafdeling van een groot warenhuis, om na lang wikken en wegen thuis te komen met een kunstig exemplaar dat bij nader inzien toch verdacht veel weg heeft van een Kikker&Vriendjes prentenboek. (Daar was ik niet per se naar op zoek). Maar wat een heerlijke overzichtelijkheid gaat dit bieden. Ten eerste begin ik maar met de paar dagen school op te schrijven die de oudste het komende half jaar nog heeft, dan alle leuke dingen die we daar omheen kunnen gaan doen, en dan wanneer we allemaal tegelijk aan de bak moeten met ontwerpen/ repeteren/ kleuteren/ peuteren.

Op Delavie heb ik al eens eerder geschreven over hoe handig het is om family-dinnertechnisch enigszins voorbereid de week in te gaan, toen met de Basisbal. Maar ook als je niet voor een gezin maar gewoon voor jezelf kookt, is het zoooo relaxed om ’s ochtend gewoon iets van de vriezer naar de ijskast te verplaatsen, om dat ’s avonds alleen nog even op te moeten warmen. Iets uit de stoofpotfamilie bijvoorbeeld, zoals deze kip en chorizo met witte bonen en spinazie.

Hoewel makkelijk, is dit recept niet binnen 10 minuten klaar. Maak het dus vooral op een dag dat het kalendervakje niet helemaal vol gekrabbeld staat. Voor vier personen:

100 gram chorizo (vleeswaren) in stukjes gesneden

± 400 gram kipdijfilet

2 grote handenvol gewassen spinazie

½ winterpeen, in blokjes

1 blik tomaatblokjes

klein potje witte bonen

4 artisjokharten uit blik, gehalveerd

1 ui, gesnipperd

1 teen knoflook, gehakt

200 ml water, net van de kook

½ bouillonblokje

paar takjes tijm

olijfolie om in te bakken

Verwarm in een grote braadpan 1 eetlepel olie op middelhoog vuur. Bak de chorizo in een paar minuten knapperig en bruin, haal met een schuimspaan uit de pan en laat uitlekken op keukenpapier. Doe nog een klein scheutje olie in de pan, zet het vuur zachter en fruit de ui in ca. 5 minuten glazig. Voeg de knoflook toe en bak nog 3  minuten zachtjes mee. Schep ui en knoflook ook uit de pan, bij de chorizo.  Giet nog een eetlepel olie in de pan, zet het vuur hoog, en bak hierin de kip goudbruin. Hoeft nog niet gaar. Schep de chorizo, ui en knoflook terug bij de kip, de winterpeen erbij, de tomaatblokjes, het water en het verkruimelde halve bouillonblokje. Deksel op de pan en 10 minuten laten stoven. Laat dan de witte bonen en de artisjokharten een paar minuten mee opwarmen. Als je dit gerecht later wil eten, zet je nu het vuur uit en vries je het eventueel in. De spinazie wil je niet een tweede keer opwarmen, dus voeg die pas toe aan de hete stoofschotel vlak voor dat je aan tafel gaat, en laat niet lang meekoken. Ris de tijmblaadjes er pas aan het eind overheen. Lekker met of zonder stevig brood.

Kill your darlings

rucolaspinaziesalade

De tuin van een vriendin heeft rabarber growing up the ass, als een tuin een ass zou hebben, en dan nog eerder out of the ass. Dus zouden Matt en ik die stengels wel eens te lijf gaan, en ze hak-hak-kook verwerken tot compôte, crumble, en –cello, alles fotografisch vastleggend teneinde schitterend inspirerende beeldbegeleiding bij deze kekke stukjes. Er zou zelfs suiker aan te pas komen.

Niets van dat alles. Aangezien veel van onze ondernemingen ingeleid worden door een bezoekje aan Google, konden we al gauw de handdoek in de ring gooien toen bleek dat rabarber vóór de langste dag van het jaar geoogst dient te worden. En eindigde daar mijn jaarlijkse poging tot groenvingeren.

Planten/levende groenten en ik, het wil niet echt. Terwijl ik zo vreselijk graag een moestuin wil. In mijn handen kapt het meeste er gewoon mee, en dat geldt ook voor techniek. De keren dat een apparaat niet aangaat als ik aan de knoppen zit TERWIJL IK PRECIES HETZELFDE DOE ALS MATT; op diezelfde handen niet te tellen. Het is een wonder dat ik hier nog wekelijks een schrijfsel de digitale snelweg op weet te jagen, en inderdaad, soms lukt dat ook niet.

Eén troost: de rucola deed het nog. Niet geheel eerlijk verdeeld tussen de slakken en mij, maar toch genoeg voor een accent in de salade zo fris en zurig en pittig, dat het kicked dat vlakke bittere zakspul uit de supermarkt z’n ass.

Recept voor een vreselijk lekkere spinazie-rucolasalade.

200 gram rauwe verse spinazie, gewassen. Doe maar uit zo’n zak.

flinke handvol rucola, gewassen

½ courgette, in dikke plakken

1 (punt)paprika in ringen

1 avocado, geschild en in plakjes

100 gram spekblokjes

1 klein sjalotje, in dunne ringen

1 teen knoflook, in dunne plakjes

1 theelepel gemalen komijn

1 theelepel gemalen koriander

voor de dressing:

2 eetlepels dikke yoghurt

1 eetlepel azijn

1 theelepel honing

1 eetlepel olijfolie

zout en peper

Ik schrijf dus meestal achter de ingrediënten hoe je ze klaar moet hebben liggen, maar je kan natuurlijk het één snijden terwijl je het ander bakt. Hier bijvoorbeeld: verwarm vast een theelepel olie op middelhoog vuur in een koekenpan. Doe de spinazie, rucola en gesneden (ja, die wel) paprika vast in een saladekom. Spekjes in de koekenpan. Langzaam goudbruin bakken. Intussen sjalotje en knoflook snijden. Spekjes met schuimspaan uit pan scheppen en op keukenpapier op een bord laten uitlekken. Vuur laag zetten. Sjalotje in de koekenpan met spekvet doen en 5 minuten zachtjes fruiten. In die 5 minuten dressing maken. Eerst azijn in een kom, dan zout (lost lekker op), roeren, dan honing, dan yoghurt, roeren, dan olie, dan peper, enfin… Verdunnen met een paar druppels water. Ik begin met een paar druppels ‘cause there’s no turning back… Intussen mag die knoflook er wel bij, in die koekenpan. Vuur iets hoger en nog drie minuten zachtjes bakken. Intussen courgette snijden. Dan, bij knoflook en sjalot, specerijen in de pan. Minuut meebakken, beetje roeren. Kikkererwten erbij. Drie minuten. Pomtiedom. Alles uit de pan over de spinazie scheppen. Probeer wat vet achter te houden, anders moet je nu misschien een lepeltje olie aan de pan toevoegen. Vuur weer iets hoger. Courgetteplakken bakken, 2 à 3 minuten per kant. Intussen avocado schillen en in plakjes snijden. Courgette in de kom, avocado erbij, dressing erover. That’s how I roll, maar als jij een andere volgorde aan wil houden wordt het vast niet minder smakelijk. Lekker met brood voor zij die brood eten.

Planes, trains and automobiles

tuinbonenquinoa

Het is vakantie, en iedereen gaat op reis. Als ìk zeg dat ik dol ben op reizen dan betekent dat niet dat ik, zoals veel anderen, het héérlijk vind om op te gaan in vreemde culturen, me aan een elastiek in de Niagara falls wil storten, of wil djembetrommelen in Yamoussokro. Ik bedoel dat ik de verplaatsing van A naar B leuk vindt. Per welk voertuig, dat verschilt.

Motoren vind ik eng, sinds ik moeder dus voorzichtig ben. In mijn Oegstgeestse eindexamenjaar was ik bevriend met een Armeen met broeierige blauwe ogen, een leren jack, en een Palestinasjaal. Ik droeg in die tijd geloof ik een paardensjaal. Als in: een sjaal met paarden. Ondanks onze verschillende subclubs konden we het heel goed vinden en ging ik wel eens bij hem achterop z’n Yamaha naar zijn kamer in Den Haag om met slangen te spelen. Als ik er ooit achter kom dat mijn dochter zoiets doet ga ik even huilen.

Treinen – leuk. Vooral voor tochtjes van zo’n anderhalf uur ben ik te porren en dat gaat heel goed uitkomen als ik volgend jaar weer bij Toneelgroep Oostpool in Arnhem ga spelen. Krant, Hemaworst appeltje, koffie, dutje….shit, Nijmegen.

Komen we aan bij de automobiel. Ik hou van rijden, van gereden worden, van wegrestaurants (minder sinds ik niet meer rook) en mixtapes/usb-tjes, maar aangezien ik-noem-geen-namen-maar-ze-is-drie-en-blond zelfs wagenziek wordt van ultrakorte ritjes was de lol er een beetje af geraakt. Totdat we dit voorjaar de tocht naar Frankrijk moesten tackelen en gelijk het echtpaar Curie na jaren onderzoek een remedie vonden; de iPad. Zeven uur lang non-stop? Tuurlijk liefje.

And the winner is hands down het vliegtuig. Geef mij maar vliegvelden, te dure koffie, stapels wijvenblaadjes (let wel, met geklede dames), te weinig beenruimte, en de belofte van vreemde culturen aan de andere kant…

Maar voorlopig gaan we de stad niet uit, eten we vaak buiten, en genieten we van salades die in de zomer nog blijer stemmen dan anders. Bijvoorbeeld deze uit het nog te verschijnen The Quinoa Diaries©. Bij deze; die titel is dus van mij. Ik weet dat je nu baalt.

Recept voor tuinbonensalade met quinoa en geitenkaas.

Quinoa voor 3 à 4 personen, gekookt en afgekoeld. In onze natuurwinkel hebben ze nu ook rode en zwarte quinoa. Bring it on!

Tuinbonen, ca.350 gram als ze uit de vriezer komen en je ze 2 minuutjes in kokend water ontdooit, en 1 kilo als je verse neemt. En dan: dubbeldoppen. Daar heb je namelijk tijd voor als je met een glas wijn in de zon gaat zitten.

150 gram zachte geitenkaas, verkruimeld. Ja, ook een terugkerend element in de Delacuisine. Vervang ook eens door kleine blokjes Manchego. Delilah.

Besjes uit ½ granaatappel. Ik heb Jamie Oliver ze ooit met de bolle kant van een lepel eruit zien halen door gewoon boven een kom op de dichte schil van de doormidden gesneden vrucht te meppen. Dat doe ik nu ook maar.

2 eetlepels goede olijfolie

sap van ½ citroen, zout en peper

Alles door elkaar mengen. Gister aten we dit met gebarbecuede speklapjes maar dat zeg je natuurlijk niet op MeatfreeMonday. Dus denk BBQ-spiezen van de Vegetarische Slager, of gegrilde halloumi.

Meatfree, niet beetfree

bietensalade

Naast me, in de bibliotheek, zit een mompelaar. Eigenlijk zit hij niet direct naast me, want dan was ik ‘m allang gepeerd, maar op acht meter toch dichtbij genoeg om de algemeen aanvaardde stiltesituatie enigszins te verstoren. Om de paar minuten zegt hij ‘nou’ tegen de krant, of hij loopt een rondje en pruttelt ‘hèhè’. Nu is het even stil want hij is in slaap gevallen boven zijn bakje rauwkost.

Ik vind het altijd ontzettend aangenaam in de bibliotheek. Omdat we in Afrika beperkte aanvoer hadden van kinderboeken en ik me na een paar maanden al door mijn zeecontainer had gewurmd,  ging ik op een gegeven moment maar over op de Jackie Collins collectie van mijn moeder. Toen was ik ongeveer zeven. Ik kon heel goed lezen want dat had ze me zelf geleerd (mijn moeder, niet Jackie) en toen ik daar doorheen was begon ik aan mijn vaders Ludlums. En als we dan weer even in Nederland waren kon ik naar de bibliotheek en me gewoon wentelen in Pinkeltje en zo, normal kids’ stuff. Voor mij hoort de bibliotheek bij een thuishaven; een plek van rust. Als je er één bezoekt in een vreemde stad, is de kans groot dat je je daar ook goed voelt, omdat je op kan gaan in een anonimiteit die tegelijk beschermd is. En serener dan bijvoorbeeld de metro.

O jee, nu word ik ook nog bevangen door ontroering omdat er iemand in de hal piano is gaan spelen. Zo leuk is onze bibliotheek, dat er een piano staat waarop ‘gevorderde spelers maximaal 30 minuten met een lichte toets mogen spelen’. Dat staat op het bordje en daar houdt iedereen zich aan, hoewel tot mijn spijt niemand het ooit dertig minuten volhoudt. Ook werpt zich nooit eens een maniak op de toetsen om eens lekker de vlooienmars kapot te rammen, terwijl ik zeker weet dat talloze bezoekers net als ik zich daartoe amper kunnen bedwingen. Gekje op acht meter zie ik er nog wel voor aan.

Nu ik hier toch zit schrijf ik maar een receptje op. Bietensalade; op de foto prehussel. Want hoewel de roze huzarensalade van Oma me altijd kostelijk smaakte, was dat toch niet helemaal de fotovibe die ik in gedachten had.

300 gram gekookte bieten in blokjes

150 gram zachte geitenkaas

2 stronkjes witlof, gewassen en gesneden

quinoa, gekookt, voor 3 à 4 personen

½ komkommer in blokjes

1 blik adukibonen (te vinden bij natuurwinkels), afgespoeld en uitgelekt

voor de dressing:

1 eetlepel azijn

3 eetlepels olijfolie

1 eetlepel mayonaise

paar druppels water

zout en peper

Meng alles door elkaar. You know the drill.

Black Hole Sun

ontbijtbroccoli

De titel van dit stukkie verwijst onder meer naar een lied van Soundgarden. Of een nummer, zo u het wilt, maar aangezien er altijd wel iemand is die dan “Johan Cruijff, die heb een nummer!” begint te roepen, zeg ik lied. Voor iemand die zeker in 1994, ten tijde van de verschijning ervan, niet bepaald grunge te noemen was en Nirvana maar een stel ongewassen depressievelingen vond, heb ik me de melodie heel behoorlijk ingeprent.

Dat komt waarschijnlijk omdat ik veel op de bank hing studeerde met de televisie aan, en MTV daar toen nog een perfect geluidsbehangetje bij verzorgde. Op die manier hebben de middle nineties mij muzikaal gezien zeer eclectisch overspoeld, want ik luisterde ook graag naar Frank Sinatra, ging naar Michael Jackson in de Arena, en bereidde me intussen voor op een toelatingsexamen Klassieke Zang aan het Conservatorium. (Afgewezen).

Nu ben ik oud en kan ik berusten in het feit dat ik het liefst naar schurende countrymuziek luister, en singer-songwriters uit voorbije decennia. Ik las ooit een quote van Katja Schuurman: “Eigenlijk ben ik een beetje blijven steken in Simon&Garfunkel”…I feel her. Maar ik sta open voor suggesties! Graag hapklaar te vinden/kopen, niet té populair, en niet te veel lucht bij de damesstemmen. Daar kan ik altijd maar één nummertje naar luisteren.

O ja, en black hole sun refereert ook aan mijn gemoedstoestand. Tot vorige week had ik het ontzettend druk, stoeide ik met deadlines, had ik stukjes te schrijven tot diep in de nacht, en balanceerden we uiterst behendig alle bordjes met daarop kinderen, werk, feestjes, en… nou ja, meer lukte niet. En nu – is alles af. En zit ik een beetje in een zwart gat. En de zon schijnt. Dus…

Maarrrrr; dat betekent ook dat er tijd is om iets te ontbijten of lunchen waarvoor een pan op vuur vereist is! Sinds ik doordeweeks brood eigenlijk alleen nog maar aan de kinderen en de eendjes geef (Matt heeft op kantoor zijn eigen koolhydraten-nest, met donuts en al) is het soms puzzelen hoe mezelf toch zo vol te stouwen dat ik niet de hele dag om ga van de honger. Nou, hiermee kom ik een aardig eind op weg.

Lauwwarme salade van broccoli en reuzenbonen voor 1 volwassen mens

1 stronkje broccoli, in roosjes verdeeld en gewassen. Niet de stronk weggooien hè! Gewoon schillen en in plakjes snijden.

1 blik reuzenbonen, afgespoeld en uitgelekt

stukje Parmezaanse kaas

2 eieren        

1 eetlepel goede olijfolie

 zout en peper

 

Stoom de broccoli in een paar minuten beetgaar. Kook intussen de eieren halfzacht (halfhard). Doe de broccoli en de bonen in een kom waar je graag uit eet, prak de eieren er doorheen. Rasp de kaas erboven en besprenkel en bestrooi met olie en zout en peper. Tout simple, maar soms moet iemand het even voor je opschrijven, toch?

Door het stof

bonenschotel

Ik had natuurlijk kunnen weten dat de seconde dat ik zou opschrijven dat mijn oudste dochter geen aanhanger van groente is, ik ‘m om de oren zou krijgen. Kinderen zijn er dol op je op het verkeerde been te zetten. They live for that shit. 30 seconden gefoezevozel in het washok? Komt er al één vragen wat papa en mama aan het doen zijn. Ze komen nóóit in het washok. Lief stilletjes aan het badderen? Alle shampooflessen leeggeknepen. Kip met patat en appelmoes? “Is er geen courgette?” En zo kwam daar dus ook de passief-agressieve terechtwijzing door Goudlokje, die zich uit in een volkomen tevreden wegstouwen van Alle. Groenten. die we haar de afgelopen weken hebben voorgeschoteld. Gister was er een opstandje over paksoi. Ze had niet genoeg gekregen.

Vandaar: een openbare verontschuldiging. Door het stof gaan is niet leuk, maar soms ontkom ik er niet aan. Zoals die keer dat ik over mijn ene Texaanse vriendinnetje roddelde tegen de andere, en bleek dat ze was teruggekomen om haar tas te pakken. Of toen ik m’n ouders moest vertellen dat ik m’n studiepunten dat jaar niet had gehaald omdat dat laatst gekozen vak maar 3 punten waard bleek in plaats van 4. Ik had wel een 9… Of toen ik in m’n punkrock outfit verscheen op een begrafenis met om me heen verdacht veel rode trainingsbroeken. “Er stond toch ‘zwart, niet te netjes’?” fluisterde ik naar m’n klasgenoot. “GEEN zwart, niet te netjes” siste hij terug.
Laatste twee gevallen waren obviously te wijten aan snel en slordig lezen door de zenuwen, het eerste is niet goed te praten. En alvast voor die dikke boete die straks komt omdat ik vergeten ben de auto naar de APK te brengen: sorry schatje.

In het Engels bestaat hiervoor de uitstekende uitdrukking dat ik nu ‘humble pie’ zou moeten eten. Maar omdat elke taart die ik kan bedenken visioenen van warm fruit, rijke chocola of lobbige room oproept, kan ik daar niks humbles meer van maken. Dat is vast ook een betekenis van het gezegde, dat ik even niks lekkers verdien. Ja sorry, dat gaat me te ver. Wel goed eten, maar dan met nederige ingrediënten – die onvolprezen bonen.

Recept voor frisse bonenschotel met citroen

1 blik lima(reuzen)bonen, uitgelekt en afgespoeld

1 blik zwarte bonen, uitgelekt en afgespoeld

1 blik gehakte tomaten

1 biologische citroen, gewassen

1 ui, gepeld en gehakt

2 tenen knoflook, fijngehakt

1 theelepel gedroogde oregano

paar takjes verse salie, de blaadjes gehakt

olijfolie om in te bakken

Verhit twee eetlepels olie in een hapjespan en bak op laag vuur de ui in ongeveer 7 minuten zacht. Voeg de knoflook en oregano toe en bak 3 minuten mee. Voeg de bliktomaten toe en zet het vuur iets hoger, met de deksel op de pan. Schil dan met een scherp mesje of een dunschiller heel dunnetjes de schil van de citroen (probeer geen ‘wit’ mee te nemen) en stop het bij de tomatensaus. Laat tien minuten zachtjes koken. Voeg dan alle bonen toe, pers de helft van de citroen erboven, en roer nog 5 minuten door. Vis de citroenschillen uit de saus en garneer op het bord met salie. Ik heb hier zilvervliesrijst bij gekookt, en het geserveerd met een simpele salade van rauwe geschaafde courgettelinten (want courgette is hier dus even helemaal ‘in’), besprenkeld met goede extra vierge olijfolie en de rest van het citroensap.

De citroen maakt echt het verschil in deze schotel; van winterse stevigheid naar een voorzichtig aanpappen met de lente. Sowieso – als je je eten proeft en denkt ‘dit mist iets’, is de oplossing niet zelden citroensap. Probeer het eens voordat je naar (meer) zout grijpt; vlees, groenten, en soepen knappen er bijna allemaal van op.

Welcome to the jungle

bruine bonen

Mijn vader deed iets met rijst maar deep down lag zijn hart niet bij plantjes, maar bij dieren. Met een bijna kinderlijke fascinatie voor alles met poten sleepte hij tijdens onze jaren in de tropen met grote regelmaat een (levend) dier mee naar huis  en hoopte dan dat wij het een net zo prettige leefomgeving konden bieden als, zeg, de jungle waaraan het arme beest gewend was. Schandalig, ik weet het. Maar mijn vader heeft, ehm, aparte ideeën en dat is weer voer voor een heel andere blog.

Zo heb ik zelf als huisdieren (uiteraard) honden gehad, eendjes, een hertje, een wilde kat, en een geit (Mekker). Dan tel ik niet mee mijn vaders eigen wilde kat, zijn zwijn, en de apen. Allemaal bijdragend aan ergernis dan wel doodsangst van mijn moeder, die al met ‘r ogen rolt als ze ergens een poes ontwaart. Dat is ook niet vreemd, als je tot het uiterste getergd bent door bijvoorbeeld :

EXT. PARAMARIBO, BEGIN JAREN ‘70 / STRAAT / DAG

Geparkeerd voor de trappen van een kantoorgebouw staat een glimmend bruine Chevrolet Nova. Achter het stuur zien we een knappe man met zijn elleboog uit het raam leunend, begin 30, strakke blouse, bos krullen, en een goudgerande Ray-Ban op. Hij kijkt verwachtingsvol naar de deur van het kantoorgebouw, en tikt ongeduldig met zijn hand op de buitenkant van het portier.

CUT TO

Een beeldschone vrouw, eind 20, dikke eyeliner, hooggeföhnd haar, fladderende jurk, zwaait de deur van het kantoorgebouw open en rent blij de trap af richting de Chevy. Aangekomen bij het passagiersportier trekt ze de deur open, ploft in de stoel, en trekt de deur dicht.

INT. CHEVY – CONTINUE

Ze kussen blij, verliefd, omhelzen elkaar.

ZIJ

Oh schatje, wat fijn je te zien!

HIJ

(glunderend)

Ik heb een cadeautje voor je!

ZIJ

(kijkt verbaasd, ziet geen pakje in zijn handen)

Oh…?

HIJ

Kijk! Daar, bij je voeten!

CUT TO

Op de grond, bij haar voeten, naast haar keurig gelakte teennagels in leren sandaaltjes, zien we een kronkelende baby-kaaiman (i.e. kleine krokodilsoort), zijn bek weliswaar dichtgebonden met raffia maar inmiddels toch vervaarlijk woest spartelend nu zijn middagdutje verstoord is door haar poezelige voetjes…

(hysterisch gekrijs terwijl zij de auto uit vlucht)

 Of deze:

 EXT. / MARIËNBURG / JAREN ’70 / DE TUIN VAN EEN GROOT NEOKOLONIAAL HUIS

We zien midden op het glooiende gras een vierkante houten kist staan, zo’n 2x2x2 meter. We horen onverstaanbaar geruzie uit het huis komen.

INT. / HUIS VAN BOVENSTAAND STEL / KEUKEN –  CONTINUE

Ze staan tegenover elkaar, zij woedend, hij begrijpt niet waar ze zich druk om maakt.

ZIJ

Weg! Dat beest moet weg! Anders ga ìk weg, en dan kom ik nooit meer terug!

HIJ

Schatje! Dat is anders een heel bijzondere boa constrictor, hoor.. wist je wel dat….

ZIJ

AAAAAARRRRRGGHHHH!

HIJ

Okee, okee, sjongejonge, rustig maar hoor, ik ga wel tegen de tuinman zeggen dat ie ‘m terug moet brengen…
(druipt af)

Zij leunt snikkend tegen de muur, een minuut of wat.
Hij komt schoorvoetend terug.

HIJ

Uhm…liefje…moet je horen…Ik had de mannen een hele grote rots op het deksel van die kist laten leggen, maar echt een he-le grote rots…en…die is nu weg, en eh..het deksel ligt er dus af, en eh…de slang is verdwenen….

Fade-out, hysterisch gekrijs.

 

En om mijn moeder er dan weer een beetje bovenop te helpen, maakte mijn vader voor haar zijn troostschotel, zijn game-changer.

Bruine bonen met rijst, een beetje op z’n Surinaams maar laat de tantetjes het niet lezen…

1 ui, gesnipperd

100 gram spekjes, optioneel

ca. 170 gram vega roerbak-/filetstukjes. Die vind ik, tsja, niet vies. En tegenwoordig – als ik iets niet vies vind en de wereld er beter van wordt, kies ik daar overwegend voor.

1 eetlepel zoute sojasaus

1 blik tomaatblokjes

1 grote en 1 kleine pot bruine bonen van Hak. Andere merken zijn verboden, heb ik me laten vertellen.

½ bouillonblokje

2 theelepels suiker

2 theelepels foelie, gehakt

5 takjes bladselderij, steeltjes en blad apart gehakt

zonnebloemolie

klont boter

200 ml heet water

gekookte rijst voor twee personen

Twee eetlepels olie op laag vuur verhitten in een ruime pan met dikke bodem. De ui ca. 5 minuten zachtjes fruiten. Daarna, mocht je voor spek gekozen hebben, gooi d’r maar bij. Vuur iets hoger. Spek gaar maar niet bruin laten worden. Dan het nepvlees. Zie toekomstbeeld van idyllisch groene aarde voor geestesoog. Droom daar even bij weg terwijl alles nog 3 minuten bakt. Sojasaus erdoor roeren. Blik tomaat en gehakte selderijsteeltjes en foelie erbij, minuutje meebakken, bouillonblokje erin en heet water bijgieten.

Dan de bruine bonen in de pan. Vrij veel ja, maar ik eet vanavond dan ook geen rijst. Ik ga namelijk naar een première waar Richard Gere ook is. Bonen, soit. Laat alles een half uurtje op laag vuur sudderen, vuur uit en boter er door roeren. Als je dit van tevoren kan maken trekken de smaken beter in en is het lekkerder (morgen zeker!) maar dat moet maar net uitkomen. Serveer met de gehakte selderijblaadjes en gekookte rijst.

Overigens geef ik als eerste toe dat het verdomd moeilijk is een knap plaatje van bruine bonen te schieten, maar it’s all in the mindset. Dus denk niet ‘hmphf, bruine derrie’ maar denk ‘mmmm lekker, zo’n diep bord dampend comfort food is precies wat ik nodig heb nu het deze week weer gaat vriezen’. Ciao!