Moving On II

worst, quinoa, zoete aardappel en spinazie

De kogel is door de kerk, de K’s zijn door de PC. We gaan verhuizen. Er is een object gekocht – zoals we hebben geleerd ons huis te noemen van de makelaar, er wordt snoeihard onderhandeld met verhuizers, en volgens de kinderen zal het zo gaan: “Schatjes, we gaan verhuizen”. “Okee, ik ga wel bij Charlotte wonen. Die heeft veel Barbies”.
Deze week brengen we een tweede bezoek aan de notaris die zetelt in een kapitaal pand aan de PC Hooftstraat, en naar wie we gister zoveel geld hebben overgemaakt dat ik er nog een beetje buikpijn van heb. Geruststellend is wel dat deze man in notariële voorkomendheid absoluut archetypisch is; vorige keer scheen de zon en droeg hij een smetteloos witte broek, een roze streepjesoverhemd, een nautisch getint jasje en een zegelring waarmee je een ruit in kon slaan. Dat geeft de burger gewoon moed.
We pionieren naar een buurt die voorzichtig up and coming wordt genoemd door vooral de jonge mensen die er zelf net gekocht hebben, want mij lijkt het vooral nog old and dying als je de hoeveelheid kanten gordijntjes en porseleinen poesjes voor het raam beziet. Maar goed, het één sluit het ander niet uit. En eindelijk zal er een tuin zijn, door ons de afgelopen jaren node gemist om de puur egocentrische reden dat als de kinderen in de zomer om 19 u in bed lagen, wij de rest van de zonnige avond bínnen moesten drinken. We wonen nu in een zogenaamd modern appartement waar niet eens een balkon vanaf kon.
Alles wordt anders. De meisjes zullen zich dit huis ècht herinneren. Toen ik zelf vijf was, was ik al van Suriname naar Nederland naar Sudan verhuisd. De kans is groot dat onze dochters Amsterdammers blijven tot ze zelf anders kunnen besluiten, al broeit er nog een stille Nieuw Zeelandse fantasie. Ach, eerst maar eens oefenen met deze transfer.
Ook mensen die verhuizen moeten eten! Bruggetje van likmevestje, weet ik.
Het is wel weer eens tijd voor worst.
Recept voor worst met zwarte quinoa, zoete aardappel en spinazie.
3 biologische braadworsten
1 ui, gesnipperd
2 flinke zoete aardappels, geschild en in blokjes gesneden
250 ml water, net van de kook
1/4 bouillonblokje
1 mok zwarte (of gewone) quinoa, afgespoeld in een fijne zeef
2 handenvol spinazie, in dunne reepjes gesneden
Kook de quinoa zoals op de verpakking staat. Verhit in een diepe pan met zware bodem 2 lepels olie om in te bakken op middelhoog vuur. Braad de worsten in ongeveer 10 minuten bruin, en bak nog 5 minuten door met  deksel op de pan. Zet het vuur laag, haal de worsten uit de pan en laat uitlekken op keukenpapier. Fruit de ui zachtjes in het braadvet, ongeveer 10 minuten. Schep de ui uit de pan bij de worst, zet het vuur weer hoger en doe de zoete aardappelblokjes in de pan. Bak rondom een beetje bruin, giet het water erbij en verkruimel het bouillonblokje erboven. Deksel op de pan, en in 5 minuten gaar laten koken. Zet het vuur uit. Doe de worst en de ui terug in de pan bij de aardappel. Je kan nu de spinazie erdoor roeren en de quinoa ook, en alles in diepe borden scheppen. Voor de foto heb ik spinazie, quinoa en aardappel apart gemengd maar hé, that was just my food being vain.
En verder heb ik geen idee waarom de layout niet meewerkt vandaag, doei!

Planes, trains and automobiles

tuinbonenquinoa

Het is vakantie, en iedereen gaat op reis. Als ìk zeg dat ik dol ben op reizen dan betekent dat niet dat ik, zoals veel anderen, het héérlijk vind om op te gaan in vreemde culturen, me aan een elastiek in de Niagara falls wil storten, of wil djembetrommelen in Yamoussokro. Ik bedoel dat ik de verplaatsing van A naar B leuk vindt. Per welk voertuig, dat verschilt.

Motoren vind ik eng, sinds ik moeder dus voorzichtig ben. In mijn Oegstgeestse eindexamenjaar was ik bevriend met een Armeen met broeierige blauwe ogen, een leren jack, en een Palestinasjaal. Ik droeg in die tijd geloof ik een paardensjaal. Als in: een sjaal met paarden. Ondanks onze verschillende subclubs konden we het heel goed vinden en ging ik wel eens bij hem achterop z’n Yamaha naar zijn kamer in Den Haag om met slangen te spelen. Als ik er ooit achter kom dat mijn dochter zoiets doet ga ik even huilen.

Treinen – leuk. Vooral voor tochtjes van zo’n anderhalf uur ben ik te porren en dat gaat heel goed uitkomen als ik volgend jaar weer bij Toneelgroep Oostpool in Arnhem ga spelen. Krant, Hemaworst appeltje, koffie, dutje….shit, Nijmegen.

Komen we aan bij de automobiel. Ik hou van rijden, van gereden worden, van wegrestaurants (minder sinds ik niet meer rook) en mixtapes/usb-tjes, maar aangezien ik-noem-geen-namen-maar-ze-is-drie-en-blond zelfs wagenziek wordt van ultrakorte ritjes was de lol er een beetje af geraakt. Totdat we dit voorjaar de tocht naar Frankrijk moesten tackelen en gelijk het echtpaar Curie na jaren onderzoek een remedie vonden; de iPad. Zeven uur lang non-stop? Tuurlijk liefje.

And the winner is hands down het vliegtuig. Geef mij maar vliegvelden, te dure koffie, stapels wijvenblaadjes (let wel, met geklede dames), te weinig beenruimte, en de belofte van vreemde culturen aan de andere kant…

Maar voorlopig gaan we de stad niet uit, eten we vaak buiten, en genieten we van salades die in de zomer nog blijer stemmen dan anders. Bijvoorbeeld deze uit het nog te verschijnen The Quinoa Diaries©. Bij deze; die titel is dus van mij. Ik weet dat je nu baalt.

Recept voor tuinbonensalade met quinoa en geitenkaas.

Quinoa voor 3 à 4 personen, gekookt en afgekoeld. In onze natuurwinkel hebben ze nu ook rode en zwarte quinoa. Bring it on!

Tuinbonen, ca.350 gram als ze uit de vriezer komen en je ze 2 minuutjes in kokend water ontdooit, en 1 kilo als je verse neemt. En dan: dubbeldoppen. Daar heb je namelijk tijd voor als je met een glas wijn in de zon gaat zitten.

150 gram zachte geitenkaas, verkruimeld. Ja, ook een terugkerend element in de Delacuisine. Vervang ook eens door kleine blokjes Manchego. Delilah.

Besjes uit ½ granaatappel. Ik heb Jamie Oliver ze ooit met de bolle kant van een lepel eruit zien halen door gewoon boven een kom op de dichte schil van de doormidden gesneden vrucht te meppen. Dat doe ik nu ook maar.

2 eetlepels goede olijfolie

sap van ½ citroen, zout en peper

Alles door elkaar mengen. Gister aten we dit met gebarbecuede speklapjes maar dat zeg je natuurlijk niet op MeatfreeMonday. Dus denk BBQ-spiezen van de Vegetarische Slager, of gegrilde halloumi.

Meatfree, niet beetfree

bietensalade

Naast me, in de bibliotheek, zit een mompelaar. Eigenlijk zit hij niet direct naast me, want dan was ik ‘m allang gepeerd, maar op acht meter toch dichtbij genoeg om de algemeen aanvaardde stiltesituatie enigszins te verstoren. Om de paar minuten zegt hij ‘nou’ tegen de krant, of hij loopt een rondje en pruttelt ‘hèhè’. Nu is het even stil want hij is in slaap gevallen boven zijn bakje rauwkost.

Ik vind het altijd ontzettend aangenaam in de bibliotheek. Omdat we in Afrika beperkte aanvoer hadden van kinderboeken en ik me na een paar maanden al door mijn zeecontainer had gewurmd,  ging ik op een gegeven moment maar over op de Jackie Collins collectie van mijn moeder. Toen was ik ongeveer zeven. Ik kon heel goed lezen want dat had ze me zelf geleerd (mijn moeder, niet Jackie) en toen ik daar doorheen was begon ik aan mijn vaders Ludlums. En als we dan weer even in Nederland waren kon ik naar de bibliotheek en me gewoon wentelen in Pinkeltje en zo, normal kids’ stuff. Voor mij hoort de bibliotheek bij een thuishaven; een plek van rust. Als je er één bezoekt in een vreemde stad, is de kans groot dat je je daar ook goed voelt, omdat je op kan gaan in een anonimiteit die tegelijk beschermd is. En serener dan bijvoorbeeld de metro.

O jee, nu word ik ook nog bevangen door ontroering omdat er iemand in de hal piano is gaan spelen. Zo leuk is onze bibliotheek, dat er een piano staat waarop ‘gevorderde spelers maximaal 30 minuten met een lichte toets mogen spelen’. Dat staat op het bordje en daar houdt iedereen zich aan, hoewel tot mijn spijt niemand het ooit dertig minuten volhoudt. Ook werpt zich nooit eens een maniak op de toetsen om eens lekker de vlooienmars kapot te rammen, terwijl ik zeker weet dat talloze bezoekers net als ik zich daartoe amper kunnen bedwingen. Gekje op acht meter zie ik er nog wel voor aan.

Nu ik hier toch zit schrijf ik maar een receptje op. Bietensalade; op de foto prehussel. Want hoewel de roze huzarensalade van Oma me altijd kostelijk smaakte, was dat toch niet helemaal de fotovibe die ik in gedachten had.

300 gram gekookte bieten in blokjes

150 gram zachte geitenkaas

2 stronkjes witlof, gewassen en gesneden

quinoa, gekookt, voor 3 à 4 personen

½ komkommer in blokjes

1 blik adukibonen (te vinden bij natuurwinkels), afgespoeld en uitgelekt

voor de dressing:

1 eetlepel azijn

3 eetlepels olijfolie

1 eetlepel mayonaise

paar druppels water

zout en peper

Meng alles door elkaar. You know the drill.

Kindjes in Afrika

merguezsoep

Warm? Kindjes in Afrika, die hebben het pas warm. En ik kan het weten, want ik wàs een kindje, ìn Afrika. En dan hadden wij nog wel een huis van stenen met een dak, en hoefden we maar drie maanden te wachten totdat er door mannetjes die nog nooit een airco hadden gezien een batterij airco’s in geplaatst werd. Die eerste drie maanden in Zuid-Sudan lag mijn moeder de hele dag voor pampus op natte handdoeken OP bed, en sleepte zich alleen af en toe naar de keuken om zelf yoghurt of brood te maken, of weer een handdoek onder de kraan te houden. Wij hadden dus zelfs een kraan…

Die natte handdoeken hebben nogal indruk op mij gemaakt, maar zelf  was ik veel te druk met scharrelen in mijn nieuwe woestijn. Opeens had ik een aanloophondje, en twintig nieuwe vriendjes en vriendinnetjes die elke ochtend vanuit het niets verschenen. Als ik zeg ‘uit het niets’ dacht ik dat echt, want wij woonden in één van vijf verse bakstenen huizen met daarnaast een geïmproviseerde landingsbaan, en verder was er in een omtrek van kilometers geen enkel ander bouwwerk te ontwaren…

Na nog een paar maanden werd er te midden van ons dorp (die vijf huizen) nog een huisje opgetrokken, waar de aanwezige ingenieurs binnen no time een uit de kluiten gewassen koelcel van knutselden. Die was voor het bier, dat elke twee weken door een boef van een piloot met een klein vliegtuigje uit Nairobi werd ingevlogen. Al het eten en drinken werd ingevlogen, maar bier blijkbaar in zulke hoeveelheden dat er een apart huis voor gebouwd moest worden.

Trouwens, as I write is het gaan regenen, en onmiddellijk tien graden afgekoeld. Dus waar ik jullie eerst deze soep wilde opdringen onder het mom van ‘In warme landen eten ze ook gewoon warm hoor’, hoef ik er nu geen enkel excuus meer voor te verzinnen.

Recept voor surf ’n turf tomatensoep voor 4 personen. ‘Vis’ èn vlees dus, want het is geen maandag…

ca. 500 gram fruits de mer, ontdooid indien diepvries

4 à 5 merguezworstjes

1 liter bouillon

2 blikken tomaatblokjes

75 gram quinoa, koud afgespoeld

1 flinke ui, gesnipperd

2 tenen knoflook, fijngehakt

1 flinke theelepel ras-el-hanout (optioneel)

1 gele paprika, in stukjes

2 wortels, in stukjes

1 handvol gehakte bladpeterselie

olijfolie om in te bakken

Neem een soeppan met dikke bodem en verwarm 1 eetlepel olijfolie op middelhoog vuur. Bak daarin de worstjes in ong. 6 minuten gaar. Haal ze uit de pan, en zet het vuur laag. Wacht een minuutje en doe dan de uitjes in de pan, in dat lekkere vet. Als dat je afschrikt lepel je er voorzichtig wat vet uit, maar hou genoeg over om ui in te bakken. Fruit die zachtjes glazig, en voeg na ong. 5 minuten de knoflook toe. Bak nog 3 minuten door. Snij intussen de worstjes in stukken van 2 cm, en hou apart. Doe de ras-el-hanout in de pan en roer een minuutje door. Voeg de quinoa toe, de tomaatblokjes, de wortel, en de bouillon. Zorg dat het zacht blijft koken. Voeg na 10 minuten de fruits de mer toe, en kook weer 5 minuten door. Zet het vuur uit, roer de paprika erdoor en strooi de peterselie erover.

Dat ruikt goed hè. Krijg je honger van? Kindjes in Afrika, …

Afterparty

quinoa tonijnsalade

Delavie gaat voornamelijk over wat ik kook, maar hoogtepunten in mijn vie zijn natuurlijk ook de keren dat ik níet hoef te koken. Op restaurant gaan – zoals de Vlaming placht te zeggen – is nog steeds mijn favoriete uitje, maar afgelopen weekend voltrok zich bij ons thuis het beste van een aantal werelden: een (bevriende) chefkok kookte, bij ons thuis, voor 16 dierbaren een fantastisch vijfgangen diner. Fêteren, onbeperkt drank, en bediend worden; leuker wordt het niet.

De chef kwam ’s middags aan met een maatje en een karrevracht verse waar, ze trokken koksbuizen aan, en toverden binnen vijf minuten met militaire precisie onze keuken om tot hun domein. Als u ooit overweegt thuis een kok in te schakelen zodat u verder onbekommerd gastvrouw of –heer kunt spelen; Jasper Kaan is your man. En nadat de wervelwind was gaan liggen, en wij de volgende dag ernstig bekaterd de peuken uit de werkkamer hadden geveegd en alle geleende bordjes weer in kranten had gewikkeld, opende ik de ijskast om daar een schat aan restjes aan te treffen. Alleen; hoe zou ik recht doen aan onder andere vier soorten cress, een bakje Puy-linzencrème, een paar ons ieniemienie bloemkoolroosjes, een kilo gewassen spinazie, een bergamot citroen en een fles paprika-vanillecoulis?

De linzencrème lepelde ik zo op. ’s Avonds maakte ik spinaziesoep, gooide daar voor een bite op het eind de bloemkoolroosjes door, en raspte er wat bergamotschil boven. Toen vergat ik er een foto van te maken dus dat recept volgt níet. Maar gister vond ik verstopt in de groentela nog wat peentjes en radijsjes, en ik had al (voor het eerst) de ‘tonijn’ van de Vegetarische Slager in huis gehaald en de groene Bonus-asperges. Niet dat die bijzonder veel smaak hebben, maar als je ze een beetje kapot grilt kan je je er nog iets bij voorstellen. Wat die tonijn betreft; in de verpakking lijkt het op een kipfilet, die je kunt snijden. Dat is niet zo, het is eerder ‘geplukt’. Ik heb mensen horen zeggen dat ze het verschil niet proeven tussen VegaSlager en het echie, maar die vlieger gaat bij ons niet op. Als je het desondanks neemt voor wat het is; een visvervanger met smaak, is het primadeluxe lekker hoor! En die paprikacoulis – daar broed ik nog even op.

Recept voor quinoasalade met No-Tuna en gegrilde asperges

quinoa voor ruim 3 personen, gekookt volgens de verpakking

¾ van een verpakking ‘tonijn’ van De Vegetarische Slager (te vinden bij o.a. Jumbo en Ekoplaza)

500 gram groene asperges, gegrild of gaar gewokt

1 rode paprika, gesneden

paar peentjes en radijsjes, gesneden

citroensap, olijfolie, zout en peper

Hoe? Gooi alles door elkaar. Voilà, it’s a salad.

Nog eentje dan

pompoen salie

Dat ik eigenlijk een ruggegraat van likmevestje heb, en mezelf daardoor best vaak in vreemde zeemanscafé’s/Sound-of-Music-singalongs/ontbijtzalen terug heb gevonden, doet er niet toe. Want nu ben ik volwassen en verantwoordelijk, tenminste van maandag tot en met vrijdagmiddag vier uur, en ik werk waar mogelijk en ik zorg en ik klus en ik lees voor. Ik sport en ik spring en ik kook en ik voeder, en het enige dat het me kost is soms een beetje van m’n geduld. Vroeger had ik eindeloos geduld. Toen kon “Nog eentje dan…” zomaar betekenen dat we met ongelimiteerde OV-studentenkaarten twee uur naar Groningen reisden om daar eens flink de vrije sluitingstijden te tarten.

Nu resulteert “Nog eentje dan…” meestal in kreunende spijt onder een hoofdkussen om acht uur ’s ochtends, wanneer een driejarig meisje aan ons bed om een boterham+iPad+d’r kleine zusje komt bedelen (die kan er zelf nog niet uit). En jaaaa acht uur is héél schappelijk en sjongejonge wij boffen maar, maar iedereen weet hoe dat gaat met -eigen- grenzen rekken.

Met de titel van dit stukje probeer ik overigens niemand naar de fles te doen grijpen. Zeker, het hàd kunnen refereren aan een kloeke Bourgogne, of een donderende Dark & Stormy (mijn cocktail du jour) maar het gaat hier, vrij prozaïsch, over een oranje pompoen. Ik rooster, stoom, en pureer verdomme al een half jaar oranje pompoenen. Het is april. Ik ben er klaar mee. Nog één recept, en dan wil ik ze niet meer zien tot oktober. Zes maanden per jaar wintergroenten, tsssst…

Recept voor geroosterde pompoen met geitenkaas en salie

1 oranje pompoen, in stukken, pitten verwijderd. Niet geschild. Ik doe het gewoon niet meer.

2 tenen knoflook, ongepeld, geplet

150 gram zachte geitenkaas

paar takjes rozemarijn, de blaadjes fijngehakt

paar blaadjes salie

quinoa of pasta voor 2,3,4 personen – met hoeveel je bent

olijfolie

Verwarm de oven voor op 200 graden. Is het goed als ik er niet meer elke keer Celsius bij schrijf? Als je naar Fahrenheit-country gaat hoor ik het wel. Hussel de stukken pompoen met 2 eetlepels olijfolie, een beetje zout, de knoflook, en de rozemarijn in een ovenschaal door elkaar. Zet een half uur in de oven, en haal eruit als de puntjes beginnen te blakeren. Kook in het laatste kwartier de quinoa volgens de verpakking en houd warm met de deksel op de pan. Als je pasta maakt – ook even goed klokken. Rol de blaadjes salie op als een sigaartje en snijd in reepjes. Meng de quinoa of pasta met de  pompoen, verkruimel de geitenkaas erboven en bestrooi met de salie en flink wat peper. Adios, calabaza.

Groente, Schmoente

quinoa met spinazie en kaas

Mijn schoonvader deed onlangs de openhartige mededeling dat hij groente niet lekker vindt, maar wel altijd zijn bord leeg eet omdat dat dat nou eenmaal zo hoort. Dat vond ik ontroerend en een beetje sneu; zo’n man die opastatus bereikt heeft maar toch tegen z’n zin in nog bloemkool wegwerkt. Nu is hij zestig jaar geleden opgegroeid in een keurig Brits milieu, en ik denk dat ze op zijn kostschool wel raad wisten met obstinate groenteweigeraars , maar toch – ik heb na drie jaar nog maar weinig succes geboekt met mijn oudste dochter inzake groente. En ja, alles is relatief. Voordat u hieronder hatecomments gaat achterlaten dat ik God op m’n blote knietjes moet danken omdat alle rauwkost en een sperzieboon hier en daar er nog wel in gaan; elk huisje heeft z’n kruisje. Want het gaat er dan wel in, maar ik ben van het type kok dat zich pas gewaardeerd voelt wanneer het voltallige gezin zich dankbaar bordlikkend over de tafel vleit na het eten van bijvoorbeeld een lauwwarme salade van geroosterde wintergroenten met geschaafde aardpeer en salieboter. En dan ook echt iedereen, vol overgave, goudlokje meegerekend.

Maar… credit where credit’s due; ze proeft in ieder geval een hapje van alles. Wat vaak genoeg resulteert in een waarachtig kokhalzen, terwijl wij proestend proberen niet te kijken hoe zij zich onderwerpt aan een Ottolenghi tuinboontje. Wie zei nou laatst dat als ze nog één keer ‘Ottolenghi’ hoorde, ze die boeken in een gloeiendhete oven zou pleuren?

Jongste dochter van twee jaar oud lijkt echter geplaagd door een niet, nooit aflatende honger. Hoeveel zwaar volkoren boterhammen er ook ingegaan zijn overdag, zodra haar vader ’s avonds voet over de drempel zet, Pavlovt ze “ETEN!” joelend en hossend naar de tafel en verorbert ze zonder blikken of blozen zelfs dit :

Quinoa (spreek uit: KIEN-wah) met spinazie en kaas voor 2 grote en 2 kleine mensen. Overigens is quinoa een pseudograan; het zijn zaadkorrels van een plant verwant aan spinazie. So suck on that, Kris Verburgh! …Denk ik…

200 gram quinoa, gekookt volgens de verpakking. Sowieso verkrijgbaar in natuurwinkel maar in de supermarkt ook gewoon in de buurt van de meergranenrijst en zo.

300 gram gewassen verse spinazie, grof gehakt

1 bosje radijs, in plakjes

2 (punt)paprika’s in ringen of reepjes of stukjes, whatever

ca. 170 gram cheddar, geraspt

olijfolie

Dat is alles! Morgen wel weer iets superingewikkelds of zo. Dit is perfect voor Maandag-Van-de-crèche-haal-dag/Ik–heb-het-hele-weekend-gezopen-dag. De quinoa hou je even warm in de pan waarin het gekookt is. Verwarm in een grote hapjespan 3 eetlepels olijfolie op middelhoog vuur. En dan gewoon alles erin en even roeren totdat de kaas gesmolten is, maar niet zo lang dat de spinazie begint te lekken. Nog wat extra vergine olijfolie erover, zout en gemalen chilivlokken voor wie wil, en klaar.